Notawisseling bevattende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen houdende bepalingen inzake de privileges en immuniteiten te verlenen aan verbindingsofficieren die door het Koninkrijk Noorwegen bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden

Notawisseling bevattende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen houdende bepalingen inzake de privileges en immuniteiten te verlenen aan verbindingsofficieren die door het Koninkrijk Noorwegen bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden

Nr.

I

Royal Norwegian Embassy

The Hague, 5 December 2001

No 53/01

The Embassy of the Kingdom of Norway presents its compliments to the Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands and has the honour to propose, with reference to the Agreement between the Kingdom of Norway and the European Police Office of 28 June 2001 (hereinafter ``the Agreement"), and in view of Article 41, paragraph 2 of the Convention based on Article K.3 of the Treaty on European Union, on the establishment of a European Police Office (Europol Convention, 26 July 1995), that the privileges and immunities necessary for the proper performance of the tasks of the liaison officers at Europol referred to in Article 14, paragraph 1 and Annex 3, Article 2, paragraph 1 of the Agreement, be agreed upon as set out in the attachment.

If this proposal is acceptable to the Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands, the Embassy proposes that this note and the affirmative note of the Ministry of Foreign Affairs shall constitute an Agreement between the Kingdom of Norway and the Kingdom of the Netherlands, which shall be applied provisionally from the day on which this affirmative note has been received by the Embassy, and which shall enter into force on the first day of the second month following the date on which the Kingdom of Norway and the Kingdom of the Netherlands have informed each other that the formalities required for the entry into force have been complied with.

The Embassy avails itself of this opportunity to renew to the Ministry the assurances of its highest consideration.

Ministry of Foreign Affairs

The Hague

Attachment

1

Definitions

In this Agreement:

  • a)

    ``Liaison officer" means: any official stationed at Europol in accordance with Article 14 of the Agreement;

  • b)

    ``Government" means the Government of the Kingdom of the Netherlands;

  • c)

    ``Host State authorities" means such State, municipal or other authorities of the Kingdom of the Netherlands as may be appropriate in the context of and in accordance with the laws and customs applicable in the Kingdom of the Netherlands;

  • d)

    ``Sending State" means the Kingdom of Norway;

  • e)

    ``Archives of the liaison officer" means all records, correspondence, documents, manuscripts, computer and media data, photographs, films, video and sound recordings belonging to or held by the liaison officer, and any other similar material which in the unanimous opinion of the Sending State and the Government forms part of the archives of the liaison officer.

2

Privileges and immunities

3

Entry, stay and departure

4

Employment

Members of the family forming part of the household of the liaison officer not having the nationality of an EU State shall be exempt from the obligation to obtain working permits for the duration of the secondment of the liaison officer.

5

Inviolability of archives

The archives of the liaison officer wherever located and by whomsoever held shall be inviolable.

6

Personal Protection

The Host State authorities shall, if so requested by the Sending State, take all reasonable steps in accordance with their national laws to ensure the necessary safety and protection of the liaison officer, as well as members of his family who form part of his household, whose security is endangered due to the performance of the tasks of the liaison officer at Europol.

7

Facilities and immunities in respect of communication

8

Notification

9

Settlement of Disputes

10

Territorial scope

With respect to the Kingdom of the Netherlands, this Agreement shall apply to the part of the Kingdom in Europe only.

Nr.

II

Ministerie van Buitenlandse Zaken

The Hague, 24 January 2002

The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands presents its compliments to the Embassy of the Kingdom of Norway and has the honour to acknowledge the receipt of the Embassy's Note of 5 December 2001 which reads as follows:

(Zoals in Nr. I)

The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands has further the honour to confirm that the foregoing is acceptable and that the Embassy's Note and this affirmative Note shall constitute an Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Norway, which shall be applied provisionally from the day on which this affirmative note has been received by the Embassy, and which shall enter into force on the first day of the second month following the date on which the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Norway have informed each other that the formalities required for the entry into force have been complied with.

The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands avails itself of this opportunity to renew to the Embassy of the Kingdom of Norway the assurances of its highest consideration.

To the Embassy of the

Kingdom of Norway

at The Hague

Nr.

I

Koninklijke Noorse Ambassade

's-Gravenhage, 5 december 2001

No 53/01

De Ambassade van het Koninkrijk Noorwegen biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden haar complimenten aan en heeft de eer, met verwijzing naar de Overeenkomst van 28 juni 2001 tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Politiedienst (hierna te noemen „de Overeenkomst"), en met het oog op artikel 41, tweede lid, van de Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst, 26 juli 1995), voor te stellen dat ten aanzien van de voorrechten en immuniteiten benodigd voor de goede taakvervulling van de verbindingsofficieren bij Europol, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en Bijlage 3, artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst, overeenstemming wordt bereikt zoals vervat in het Aanhangsel.

Indien dit voorstel aanvaardbaar is voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, stelt de Ambassade voor dat deze nota en de bevestigende nota van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een verdrag zullen vormen tussen het Koninkrijk Noorwegen en het Koninkrijk der Nederlanden, dat voorlopig zal worden toegepast vanaf de datum van ontvangst door de Ambassade van deze bevestigende nota, en dat in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop het Koninkrijk Noorwegen en het Koninkrijk der Nederlanden elkaar hebben medegedeeld dat aan de procedures voor de inwerkingtreding is voldaan.

De Ambassade maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie opnieuw te verzekeren van haar zeer bijzondere hoogachting.

Ministerie van Buitenlandse Zaken

's-Gravenhage

Bijlage

1

Begripsomschrijvingen

In dit verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „verbindingsofficier", elke functionaris die in overeenstemming met artikel 14 van de Overeenkomst bij Europol wordt geplaatst;

  • b.

    „Regering", de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • c.

    „autoriteiten van de gaststaat", overheids-, gemeentelijke of andere autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, naar gelang het geval is in het kader van en in overeenstemming met de wetten en gebruiken die in het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing zijn;

  • d.

    „zendstaat", het Koninkrijk Noorwegen;

  • e.

    ``archief van de verbindingsofficier", alle dossiers, correspondentie, documenten, manuscripten, computer- en mediagegevens, foto's, films, video- en geluidsopnamen die toebehoren aan of in het bezit zijn van de verbindingsofficier, alsmede enig ander soortgelijk materiaal dat naar het unanieme oordeel van de zendstaat en de Regering deel uitmaakt van het archief van de verbindingsofficier.

2

Voorrechten en immuniteiten

3

Binnenkomst, verblijf en vertrek

4

Tewerkstelling

Gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van de verbindingsofficier die niet de nationaliteit van een EU-staat hebben, zijn voor de duur van de detachering van de verbindingsofficier vrijgesteld van de verplichting een werkvergunning te verkrijgen.

5

Onschendbaarheid van het archief

De archieven van de verbindingsofficier, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook onder zich heeft, zijn onschendbaar.

6

Persoonlijke bescherming

Indien de zendstaat daarom verzoekt, nemen de autoriteiten van de gaststaat in overeenstemming met hun nationale wetten alle doenlijke maatregelen om de nodige veiligheid en bescherming te waarborgen van de verbindingsofficier, alsmede van de leden van zijn gezin die deel uitmaken van zijn huishouding, wier veiligheid in het geding is als gevolg van de taakvervulling van de verbindingsofficier bij Europol.

7

Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot berichtenverkeer

8

Kennisgeving

9

Beslechting van geschillen

10

Territoriale reikwijdte

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit verdrag slechts van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa.

Nr.

II

Ministerie van Buitenlandse Zaken

's-Gravenhage, 24 januari 2002

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden biedt zijn complimenten aan de Ambassade van het Koninkrijk Noorwegen aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van de Nota van de Ambassade van 5 december 2001, waarvan de inhoud als volgt luidt:

(Zoals in Nr. I)

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden heeft voorts de eer te bevestigen dat het voorgaande aanvaardbaar is en dat de nota van de Ambassade en deze bevestigende nota een verdrag zullen vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen, dat voorlopig zal worden toegepast vanaf de datum van ontvangst door de Ambassade van deze bevestigende nota, en dat in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen elkaar hebben medegedeeld dat aan de procedures voor de inwerkingtreding is voldaan.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik om de Ambassade van het Koninkrijk Noorwegen opnieuw te verzekeren van zijn zeer bijzondere hoogachting.

Aan de Ambassade van het Koninkrijk Noorwegen

te 's-Gravenhage