Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen

Optional Protocol to the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women

The States Parties to the present Protocol,

Noting that the Charter of the United Nations reaffirms faith in fundamental human rights, in the dignity and worth of the human person and in the equal rights of men and women,

Also noting that the Universal Declaration of Human Rights proclaims that all human beings are born free and equal in dignity and rights and that everyone is entitled to all the rights and freedoms set forth therein, without distinction of any kind, including distinction based on sex,

Recalling that the International Covenants on Human Rights and other international human rights instruments prohibit discrimination on the basis of sex,

Also recalling the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (“the Convention”), in which the States Parties thereto condemn discrimination against women in all its forms and agree to pursue by all appropriate means and without delay a policy of eliminating discrimination against women,

Reaffirming their determination to ensure the full and equal enjoyment by women of all human rights and fundamental freedoms and to take effective action to prevent violations of these rights and freedoms,

Have agreed as follows:

Article

1

A State Party to the present Protocol (“State Party”) recognizes the competence of the Committee on the Elimination of Discrimination against Women (“the Committee”) to receive and consider communications submitted in accordance with article 2.

Article

2

Communications may be submitted by or on behalf of individuals or groups of individuals, under the jurisdiction of a State Party, claiming to be victims of a violation of any of the rights set forth in the Convention by that State Party. Where a communication is submitted on behalf of individuals or groups of individuals, this shall be with their consent unless the author can justify acting on their behalf without such consent.

Article

3

Communications shall be in writing and shall not be anonymous. No communication shall be received by the Committee if it concerns a State Party to the Convention that is not a party to the present Protocol.

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

A State Party shall take all appropriate steps to ensure that individuals under its jurisdiction are not subjected to ill treatment or intimidation as a consequence of communicating with the Committee pursuant to the present Protocol.

Article

12

The Committee shall include in its annual report under article 21 of the Convention a summary of its activities under the present Protocol.

Article

13

Each State Party undertakes to make widely known and to give publicity to the Convention and the present Protocol and to facilitate access to information about the views and recommendations of the Committee, in particular, on matters involving that State Party.

Article

14

The Committee shall develop its own rules of procedure to be followed when exercising the functions conferred on it by the present Protocol.

Article

15

Article

16

Article

17

No reservations to the present Protocol shall be permitted.

Article

18

Article

19

Article

20

The Secretary-General of the United Nations shall inform all States of:

  • a)

    Signatures, ratifications and accessions under the present Protocol;

  • b)

    The date of entry into force of the present Protocol and of any amendment under article 18;

  • c)

    Any denunciation under article 19.

Article

21

Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen

De Staten die partij zijn bij dit Protocol,

Erop wijzend dat het Handvest van de Verenigde Naties opnieuw het vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen bevestigt,

Tevens erop wijzend dat de Universele Verklaring van de rechten van de mens verkondigt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en in rechten zijn geboren en dat een ieder aanspraak heeft op alle daarin genoemde rechten en vrijheden, zonder enig onderscheid van welke aard dan ook, waaronder onderscheid naar geslacht,

Eraan herinnerend dat de Internationale Verdragen inzake de rechten van de mens en andere internationale instrumenten inzake de rechten van de mens discriminatie op grond van geslacht verbieden,

Tevens eraan herinnerend dat het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen („het Verdrag”), waarin alle Staten die daarbij partij zijn discriminatie van vrouwen in alle vormen veroordelen en overeenkomen onverwijld met alle passende middelen een beleid te voeren, gericht op uitbanning van discriminatie van vrouwen,

Opnieuw hun vastbeslotenheid bevestigend het volledige en gelijke genot van alle rechten van de mens en fundamentele vrijheden door vrouwen te verzekeren en doeltreffende maatregelen te nemen om schendingen van deze rechten en vrijheden te voorkomen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Een Staat die partij is bij dit Protocol erkent de bevoegdheid van het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen („het Comité”) om kennisgevingen te ontvangen en te bestuderen die zijn gedaan in overeenstemming met artikel 2.

Artikel

2

Kennisgevingen kunnen worden gedaan door of in naam van personen of groepen van personen, onder de rechtsmacht van een Staat die partij is, die stellen slachtoffer te zijn van een schending van in het Verdrag genoemde rechten door die Staat die partij is.

Indien een kennisgeving wordt gedaan in naam van personen of groepen van personen, geschiedt dit met hun instemming, tenzij de opsteller kan rechtvaardigen dat hij namens hen optreedt zonder deze instemming.

Artikel

3

Kennisgevingen geschieden schriftelijk en niet anoniem.

Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die een Staat betreffen die partij is bij het Verdrag maar geen partij is bij dit Protocol.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Een Staat die partij is onderneemt alle benodigde stappen om te verzekeren dat personen die onder zijn rechtsmacht vallen niet worden blootgesteld aan slechte behandeling of intimidatie als gevolg van het doen van kennisgevingen aan het Comité ingevolge dit Protocol.

Artikel

12

Het Comité neemt in zijn jaarlijks verslag uit hoofde van artikel 21 van het Verdrag een overzicht op van de werkzaamheden uit hoofde van dit Protocol.

Artikel

13

Elke Staat die partij is, verbindt zich ertoe op ruime schaal bekendheid en publiciteit te geven aan het Verdrag en dit Protocol en de toegang tot inlichtingen inzake de standpunten en aanbevelingen van het Comité te vergemakkelijken, in het bijzonder over aangelegenheden betreffende de Staat die partij is.

Artikel

14

Het Comité stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast dat dient te worden nageleefd bij de uitoefening van de hem door dit Protocol opgelegde taken.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Ten aanzien van dit Protocol kunnen geen voorbehouden worden gemaakt.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle Staten in kennis van:

  • a.

    Ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen uit hoofde van dit Protocol;

  • b.

    De datum van inwerkingtreding van dit Protocol en van wijzigingen uit hoofde van artikel 18;

  • c.

    Opzeggingen uit hoofde van artikel 19.

Artikel

21