Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna de „lidstaten” te noemen, en van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

anderzijds,

Gelet op de sterke banden tussen de partijen en hun gemeenschappelijke waarden, hun wens deze banden te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand te brengen op grond van wederkerigheid en wederzijds belang, die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in staat zou moeten stellen de in het verleden tot stand gebrachte betrekkingen te versterken en uit te breiden, met name de door de op 29 april 1997 door middel van een briefwisseling ondertekende Samenwerkingsovereenkomst die op 1 januari 1998 in werking trad;

Overwegende dat de betrekkingen tussen de partijen op het gebied van het overlandvervoer geregeld moeten blijven door de tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gesloten overeenkomst op het gebied van het vervoer, die op 29 juni 1997 werd ondertekend en op 28 november 1997 in werking trad;

Gelet op het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces met de landen van Zuidoost-Europa, dat verder moet worden ontwikkeld door middel van een communautaire EU-strategie voor deze regio, voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het stabiliteitspact;

Gelet op de toezegging van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot de politieke, economische en institutionele stabilisatie, zowel in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als in de gehele regio, door de ontwikkeling van de civiele samenleving en door democratisering, institutionele versterking en hervorming van de overheidsadministratie, intensievere handel en economische samenwerking, versterking van de nationale en regionale veiligheid, alsmede intensievere samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de overeenkomst vormen, en op het belang dat zij hechten aan de eerbiediging van de rechtstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot nationale minderheden behoren, en aan democratische beginselen in de vorm van een meerpartijenstelsel met vrije, eerlijke verkiezingen;

Gelet op de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië bij te dragen;

Gelet op de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest der Verenigde Naties, de OVSE, inzonderheid die van de Slotakte van Helsinki, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en het Stabiliteitspact van Keulen voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot de regionale stabiliteit en de samenwerking tussen de landen van de regio;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog in te stellen over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, met inbegrip van regionale aspecten;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de WTO;

Overtuigd dat de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, welke factoren van cruciaal belang zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

Gelet op de toezegging van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om de wetgeving aan te passen aan die van de Gemeenschap;

Gelet op de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van de hervormingen en te dien einde op een omvattende indicatieve meerjaarlijkse basis gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand;

Bevestigende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke verdragsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Nogmaals wijzend op de bereidheid van de Europese Unie om de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en op de status van het land als een potentiële kandidaat voor het EU-lidmaatschap op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2004, L 84 en PbEU 2004, L 388.]:

Artikel

1

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en als omschreven in de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationaal recht en de rechtsstaat, en de beginselen van de markteconomie als neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

3

Internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst passen in het kader van de regionale benadering van de Gemeenschap zoals gedefinieerd in de conclusies van de Raad van 29 april 1997, op basis van de verdiensten van de individuele landen in de regio.

Artikel

4

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbindt zich ertoe samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio aan te gaan, inclusief een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten, alsmede de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel

5

Artikel

6

De overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

7

De politieke dialoog tussen de partijen wordt verder ontwikkeld en geïntensiveerd. De dialoog zal de toenadering tussen de Europese Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië begeleiden en consolideren, en zal bijdragen tot het tot stand brengen van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

De politieke dialoog moet met name het volgende bevorderen:

  • toenemende convergentie van de standpunten van de partijen over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor de partijen kunnen hebben;

  • regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap;

  • gemeenschappelijke opvattingen over veiligheid en stabiliteit in Europa, ook op de terreinen die worden bestreken door het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie.

Artikel

8

De politieke dialoog kan plaatsvinden in een multilateraal kader, en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken.

Artikel

9

Artikel

10

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 114 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité.

TITEL

III

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

11

In overeenstemming met haar verbintenis op het gebied van vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap zal de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de regionale samenwerking actief bevorderen. De Gemeenschap zal via haar programma's voor technische bijstand ook projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van plan is de samenwerking met een van de in onderstaande artikelen 12 tot en met 14 genoemde landen te intensiveren, deelt zij dit mede aan en voert zij overleg met de Gemeenschap en haar lidstaten overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Artikel

12

Samenwerking met andere landen die een Stabilisatie- en Associatieraad hebben ondertekend

Niet later dan wanneer ten minste één Stabilisatie- en Associatieovereenkomst is ondertekend met een van de andere landen die betrokken zijn bij het stabilisatie- en associatieproces opent de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onderhandelingen met het betrokken land of de betrokken landen met het oog op de sluiting van een verdrag over regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dit verdrag zijn:

  • politieke dialoog;

  • de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen die verenigbaar is met de relevante WTO-bepalingen;

  • wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer op een niveau dat equivalent is aan dat van deze overeenkomst;

  • bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Deze overeenkomst bevat zo nodig bepalingen voor de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomst inzake regionale samenwerking moet worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van ten minste de tweede Stabilisatie- en Associatieovereenkomst. De bereidheid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om een dergelijk verdrag te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de EU.

Artikel

13

Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaat regionale samenwerking aan met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen, met name terreinen van gemeenschappelijk belang. Deze samenwerking moet verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel

14

Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kan met elke kandidaat-lidstaat van de EU de samenwerking versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Deze overeenkomst zal de bilaterale betrekkingen tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante deel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

TITEL

IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

15

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen die een gelijke werking hebben als douanerechten bij invoer af.

Artikel

20

Artikel

21

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap in een sneller tempo te verlagen dan het tempo waarin artikel 18 voorziet, indien de algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks mogelijk maken.

De Stabilisatie- en Associatieraad doet daartoe strekkende aanbevelingen.

Artikel

22

Protocol 1 bevat de regelingen die op de daarin genoemde textielproducten van toepassing zijn.

Artikel

23

Protocol 2 bevat de regelingen die van toepassing zijn op de daarin genoemde staalproducten.

HOOFDSTUK

II

LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel

24

Definitie

Artikel

25

Protocol nr. 3 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

Artikel

26

Artikel

27

Landbouwproducten

Artikel

28

Visserijproducten

Artikel

29

Artikel

30

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name die van artikel 37, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25, 27 en 28 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of de binnenlandse regelmechanismen van de andere partij, onverwijld overleg teneinde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

31

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in de Protocollen 1, 2 of 3 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel

32

Standstill

Artikel

33

Verbod op fiscale discriminatie

Artikel

34

De bepalingen betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

35

Douane-unies, vrijhandelszones, regelingen voor grensverkeer

Artikel

36

Dumping

Artikel

37

Algemene vrijwaringsclausule

Artikel

38

Tekortclausule

Artikel

39

Staatsmonopolies

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië past alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geen discriminatie bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

40

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel

41

Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid; de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten; de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

42

Beide partijen komen overeen samen te werken om het risico van fraude bij de toepassing van de handelsbepalingen van deze overeenkomst te verkleinen.

In afwijking van andere bepalingen van deze overeenkomst, met name de artikelen 30, 37 en 88 en Protocol 4, geldt dat, indien een van de partijen oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, zoals een significante toename van de handel in producten van de ene naar de andere partij boven het niveau dat de economische omstandigheden zoals de normale productie en exportcapaciteit weerspiegelt, of het niet verlenen van de vereiste administratieve medewerking voor de verificatie van het bewijs van oorsprong door de andere partij, de partijen onverwijld overleg voeren om een passende oplossing te vinden. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht. Bij de keuze van deze maatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren.

Artikel

43

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL

V

HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN

HOOFDSTUK

I

VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Er worden regels vastgelegd voor de coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels voor op het grondgebied van een lidstaat wettig tewerkgestelde werknemers die onderdaan zijn van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en hun aldaar wettig verblijvende gezinsleden. Hiertoe worden bij een besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad, dat alle rechten en verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten onverlet laat indien deze in een gunstigere behandeling voorzien, de volgende bepalingen ingevoerd:

  • alle door dergelijke werknemers in de verschillende lidstaten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of verblijf worden bijeengeteld met het oog op pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit en overlijden, alsmede voor medische verzorging van deze werknemers en hun gezinsleden;

  • alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, een arbeidsongeval of een beroepsziekte dan wel wegens de daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, kunnen vrij worden overgemaakt tegen de koers die krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, wordt toegepast;

  • de werknemers in kwestie ontvangen gezinsbijslagen voor hun gezinsleden zoals hierboven omschreven.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kent aan legaal op zijn grondgebied tewerkgestelde werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn en aan hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 wordt omschreven.

HOOFDSTUK

II

VESTIGING

Artikel

47

In de overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „communautaire vennootschap” of „vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië”: een volgens het recht van respectievelijk een lidstaat of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft.

    Indien een volgens het recht van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Slovenië heeft, wordt deze vennootschap als respectievelijk een communautaire vennootschap of als een vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van respectievelijk een van de lidstaten of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië blijkt;

  • b.

    „dochteronderneming” van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd;

  • c.

    „filiaal van een vennootschap”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelszaak die het vorengenoemde agentschap vormt;

  • d.

    „vestiging”:

    • i.

      voor onderdanen, het recht op de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, die zij daadwerkelijk besturen. Handelsactiviteiten door onderdanen strekken zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geven evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij;

    • ii.

      voor communautaire of vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen, filialen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap;

  • e.

    „activiteiten”: het verrichten van economische handelingen;

  • f.

    „economische activiteiten”: met name activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;

  • g.

    „communautaire onderdaan” en „onderdaan van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië”: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van respectievelijk een van de lidstaten of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië;

  • h.

    wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en op buiten de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van respectievelijk een lidstaat of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, indien hun vaartuigen respectievelijk in die lidstaat of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven;

  • i.

    „financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en Associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel

48

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap en onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel

53

Artikel

54

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kan in de eerste vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • herstructureringen ondergaan of met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze ernstige sociale gevolgen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben, of

  • geconfronteerd worden met de eliminatie of een drastische reductie van het totale marktaandeel dat vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of onderdanen hebben in een bepaalde sector of bedrijfstak in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, of

  • recente opkomende industrieën in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn. Dergelijke maatregelen:

    • i.

      gelden tot uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de eerste fase van de overgangsperiode,

    • ii.

      zijn redelijk en noodzakelijk voor het oplossen van de situatie, en

    • iii.

      mogen niet tot discriminatie leiden met betrekking tot de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap ten opzichte van vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië raadpleegt de Stabilisatie- en Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Stabilisatie- en Associatieraad van de concrete door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist in welk geval de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de Stabilisatie- en Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst mag de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dergelijke maatregelen uitsluitend met toestemming van de Stabilisatie- en Associatieraad en onder door deze raad vastgestelde voorwaarden invoeren of handhaven.

HOOFDSTUK

III

HET VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Met betrekking tot de vervoerdiensten tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • 1.

    Wat het overlandvervoer betreft worden de betrekkingen tussen de partijen geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op het gebied van het vervoer die op 28 november 1997 werd ondertekend. De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de correcte toepassing van deze overeenkomst.

  • 2.

    Ten aanzien van het internationaal maritiem vervoer verbinden de partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en vervoer op commerciële basis.

    • a.

      Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de gedragscode van de Verenigde Naties voor lijnvaartconferences welke voor de ene of de andere van de partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten maatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden;

    • b.

      De partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen.

  • 3.

    Bij de toepassing van de beginselen van lid 2 verbinden de partijen zich tot:

    • a.

      het niet opnemen van bepalingen inzake vrachtverdeling in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken land deel te nemen;

    • b.

      het niet toestaan van het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen;

    • c.

      bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer.

  • 4.

    Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften zullen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer en het overlandvervoer worden vastgelegd in een speciale overeenkomst, waarover tussen de partijen na de inwerkingtreding van de overeenkomst zal worden onderhandeld.

  • 5.

    De partijen nemen voor het sluiten van de in lid 4 bedoelde overeenkomst geen maatregelen welke een meer beperkende of discriminerende situatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag welke voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.

  • 6.

    Tijdens de overgangsperiode past de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, aan de op dat ogenblik op het gebied van het luchtvervoer en het overlandvervoer bestaande communautaire wetgeving, voor zover deze gericht is op de liberalisering en op de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen en het verkeer van reizigers en van goederen vergemakkelijkt.

    De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, de wijze waarop de voor het verbeteren van de vrijheid van dienstverrichting in het luchtvervoer en het overlandvervoer noodzakelijke voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht.

HOOFDSTUK

IV

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

58

De partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel

59

Artikel

60

HOOFDSTUK

V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

61

Artikel

62

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, tewerkstelling, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet gedaan of beperkt worden. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 61.

Artikel

63

Vennootschappen die gezamenlijk door vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, vallen eveneens onder de bepalingen van deze titel.

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die voortvloeien door artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS).

Artikel

67

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de uitvoering door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van ontduiking van de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt via de bepalingen van deze Overeenkomst.

TITEL

VI

HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN EN RECHTSHANDHAVING

Artikel

68

Artikel

69

Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten

Artikel

70

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet elke partij erop toe dat met ingang van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 86, worden nageleefd.

Artikel

71

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

Artikel

72

Overheidsopdrachten

Artikel

73

Normalisatie, Metrologie, Accreditering en Conformiteitsbeoordeling

TITEL

VII

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Artikel

74

Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. Dit omvat de consolidatie van de rechtsstaat. De samenwerking op justitieel gebied zal vooral gericht zijn op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en een doeltreffender rechtspraak, en op opleiding van rechtsbeoefenaars.

Artikel

75

Visa, grenscontrole, asiel en migratie

Artikel

76

Preventie van en controle op illegale immigratie; overname

Artikel

77

Bestrijding van het witwassen van geld

Artikel

78

Voorkoming en bestrijding van misdrijven en andere illegale activiteiten

Artikel

79

Samenwerking op het gebied van drugs

TITEL

VIII

SAMENWERKINGSBELEID

Artikel

80

Artikel

81

Economisch beleid

Artikel

82

Statistische samenwerking

Artikel

83

Financiële diensten, banksector, verzekeringen

Artikel

84

Stimulering en bescherming van investeringen

Artikel

85

Industriële samenwerking

Artikel

86

Midden- en kleinbedrijf

De partijen streven ernaar de particuliere sector en het midden- en kleinbedrijf (MKB) te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het MKB in de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergroten.

Artikel

87

Toerisme

De samenwerking op het gebied van toerisme is gericht op het vergemakkelijken en bevorderen van toerisme en de toeristische sector door kennisoverdracht, deelname van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan belangrijke Europese organisaties voor toerisme, en het bestuderen van de mogelijkheden voor gemeenschappelijke activiteiten, vooral projecten op het gebied van regionaal toerisme.

Artikel

88

Douane

Artikel

89

Belastingen

De partijen stellen samenwerking in op belastinggebied waaronder maatregelen voor de hervorming van het belastingstelsel, en de modernisering van de belastingdiensten om te zorgen voor efficiëntie bij het innen van belastingen, en de bestrijding van belastingfraude.

Artikel

90

Samenwerking op sociaal gebied

Artikel

91

Onderwijs en opleiding

Artikel

92

Culturele samenwerking

De partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen. Deze samenwerking beoogt ondermeer het wederzijds begrip en de wederzijdse achting tussen personen, gemeenschappen en mensen te vergroten.

Artikel

93

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen de maatregelen nemen die nodig zijn om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programma's die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel

94

Samenwerking op audiovisueel gebied

De partijen werken samen aan de bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De partijen coördineren en, waar nodig, harmoniseren hun beleid inzake de regelgeving met betrekking tot inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende uitzendingen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan gebieden die verband houden met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet- of kabeluitzendingen.

Artikel

95

Elektronische communicatie-infrastructuur en aanverwante diensten

De partijen versterken de samenwerking op het gebied van elektronische communicatie-infrastructuur, met inbegrip van klassieke telecommunicatienetwerken en de relevante elektronische netwerken voor audiovisuele overdracht, en de geassocieerde diensten, met als doel de uiteindelijke aanpassing aan het acquis door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Deze activiteiten worden toegespitst op de volgende prioritaire terreinen:

  • beleidsontwikkeling;

  • wettelijke aspecten en aspecten van de reglementering;

  • institutionele opbouw ter ondersteuning van een geliberaliseerd klimaat;

  • de modernisering van het elektronische infrastructuur van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de integratie ervan in de Europese en wereldwijde netwerken waarbij vooral de verbeteringen op regionaal niveau aandacht krijgen;

  • internationale samenwerking;

  • samenwerking binnen Europese structuren, in het bijzonder op het gebied van standaardisering;

  • coördinatie van standpunten in internationale organisaties en fora.

Artikel

96

Informatiemaatschappij

De partijen spreken af de samenwerking te intensiveren om de informatiemaatschappij in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verder te ontwikkelen. Algemene doelstellingen zijn: voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

De autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië evalueren met hulp van de Gemeenschap zorgvuldig alle politieke verbintenissen die in de Europese Unie worden aangegaan met het doel haar beleid aan dat van de Unie aan te passen. De autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen een plan op voor de overname van de communautaire wetgeving op het gebied van de informatiemaatschappij.

Artikel

97

Consumentenbescherming

De partijen zullen samenwerken om de normen van de consumentenbescherming in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan te passen aan die van de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen zullen partijen zorgen voor:

  • de harmonisatie van de wetgeving en de aanpassing van de consumentenbescherming in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan die van de Gemeenschap;

  • een beleid gericht op actieve bescherming van de consument, betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties;

  • efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden.

Artikel

98

Vervoer

Artikel

99

Energie

Artikel

100

De landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering van de landbouw en de agro-industriële sector, waterbeheer, plattelandsontwikkeling, de geleidelijke harmonisatie van de wetgeving op sanitair en fytosanitair gebied aan de communautaire normen, en de ontwikkeling van de visserij en de bosbouw in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel

101

Regionale en plaatselijke ontwikkeling

De partijen versterken hun regionale ontwikkelingssamenwerking om bij te dragen aan de economische ontwikkeling en de regionale verschillen te verkleinen.

Specifieke aandacht wordt besteed aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. Daartoe kunnen deskundigen en informatie worden uitgewisseld.

Artikel

102

Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

Artikel

103

Milieu en nucleaire veiligheid

TITEL

IX

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

104

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 3, 108 en 109 komt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank.

Artikel

105

Financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt gedekt door de operationele maatregelen waarin de relevante Verordening van de Raad voorziet binnen een indicatief meerjaren-kader dat door de Gemeenschap wordt opgesteld na overleg met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

In het algemeen draagt de bijstand in de vorm van institutionele versterking bij tot de democratische, economische en institutionele hervormingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in overeenstemming met het stabilisatie- en associatieproces. De financiële bijstand kan alle terreinen van de harmonisatie van wetgeving en beleid samenwerking van deze overeenkomst bestrijken, waaronder justitie en binnenlandse zaken.

De volledige uitvoering van de in de vervoerovereenkomst vastgestelde infrastructuurprojecten van gemeenschappelijk belang moet worden overwogen.

Artikel

106

De Gemeenschap kan op verzoek van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in het geval van bijzondere nood, in overleg met de internationale financiële instellingen, de mogelijkheid onderzoeken van het verlenen, bij wijze van uitzondering, van macrofinanciële bijstand, op bepaalde voorwaarden met inachtneming van de beschikbaarheid van alle ter beschikking staande financiële middelen.

Artikel

107

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Hiertoe wisselen de partijen geregeld informatie uit over alle soorten bijstand.

TITEL

X

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

108

Hierbij wordt een Stabilisatie- en Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De Raad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. De Raad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

109

Artikel

110

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Bij het nemen van een besluit over de overgang naar de tweede fase, volgens de bepalingen van artikel 5, kan de Stabilisatie- en Associatieraad ook besluiten nemen over eventuele inhoudelijke veranderingen in de bepalingen die gelden voor de tweede fase.

In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en Associatieraad de taken van het Stabilisatie- en Associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en Associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.

De Stabilisatie- en Associatieraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Stabilisatie- en Associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en Associatiecomité zijn beslissingen volgens de voorwaarden van dit artikel.

De Stabilisatie- en Associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen partijen.

Artikel

111

Elk van de partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorleggen. De Stabilisatie- en Associatieraad kan het geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

Artikel

112

De Stabilisatie- en Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en Associatiecomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en van vertegenwoordigers van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië anderzijds.

Artikel

113

De Stabilisatie- en Associatieraad kan subcomités oprichten. Het in het kader van de vervoerovereenkomst opgerichte vervoercomité zal het Stabilisatie- en Associatiecomité terzijde staan.

Artikel

114

Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië anderzijds.

Het Parlementaire Stabilisatie- en Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, overeenkomstig de in zijn reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel

115

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel

116

Niets in de Overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel

117

Artikel

118

Artikel

119

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 30, 37, 38 en 42.

Artikel

120

Totdat krachtens deze overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande, bindende overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Artikel

121

De Protocollen 1, 2, 3, 4, en 5 en de bijlagen I tot en met VII vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel

122

De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.

Artikel

123

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Artikel

125

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

126

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

127

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die op 29 april 1997 door middel van een briefwisseling werd ondertekend.

Artikel

128

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat indien, in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot uitvoering worden gebracht, in dergelijke omstandigheden voor de toepassing van titel IV, de artikelen 69, 70 en 71, van deze overeenkomst en van de Protocollen 1 tot en met 5 daarbij, onder „datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” wordt verstaan: de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.

Protocol

1

betreffende textiel en kledingproducten

Artikel

1

Dit Protocol heeft betrekking op textiel en kledingproducten (hierna „textielproducten” genoemd) die zijn vermeld in Afdeling XI (Hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur van de Gemeenschap.

Artikel

2

Artikel

3

De dubbele controle en andere verwante kwesties betreffende de uitvoer van textielproducten uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar de Gemeenschap en vanuit de Gemeenschap naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn onderworpen aan de bepalingen van de verlengde Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië inzake de handel in textielproducten die sinds 1 januari 2000 wordt toegepast.

Artikel

4

Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld, tenzij dit op grond van bovengenoemde overeenkomst en de daarbij behorende protocollen is toegestaan.

Protocol

2

inzake staalproducten

Artikel

1

Dit protocol is van toepassing op de producten die zijn vermeld in Hoofdstuk 72 van het gemeenschappelijk douanetarief. Het is eveneens van toepassing op andere onder dit hoofdstuk vallende eindproducten van staal die in de toekomst uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van oorsprong kunnen zijn.

Artikel

2

Douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op staalproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel

3

Douanerechten die bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van toepassing zijn op staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden volgens onderstaand tijdschema geleidelijk afgeschaft:

  • aan het begin van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80% van het basisrecht;

  • de rechten worden verminderd tot 60%, 40%, 20% en 0% van het basisrecht aan het begin van respectievelijk het tweede, derde, vierde en vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

7

Artikel

8

De partijen komen overeen dat een van de door de Stabilisatie- en Associatieraad op te richten speciale organen een contactgroep zal zijn die kwesties in verband met de toepassing van dit protocol zal bespreken.

Protocol

3

betreffende de handel in verwerkte landbouwproducten tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap

Artikel

1

Artikel

2

De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad worden verlaagd:

  • wanneer in de handel tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de op basislandbouwproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of

  • in aansluiting op verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies met betrekking tot verwerkte landbouwproducten.

De onder het eerste streepje bedoelde verlagingen worden berekend op het deel van het recht, aangemerkt als landbouwelement, dat overeenstemt met de landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de bedoelde verwerkte landbouwproducten zijn gebruikt en in mindering zijn gebracht op de voor die basislandbouwproducten geldende rechten.

Artikel

3

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

Protocol

4

betreffende de definitie van het begrip ``producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging": elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal": alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product": het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen": zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde": de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek": de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen": de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong": de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „hoofdstukken" en „posten": de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit Protocol „het geharmoniseerde systeem" of „GS" genoemd;

  • k.

    „ingedeeld": de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending": producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden": ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Bilaterale cumulatie in de Gemeenschap

Materialen van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden beschouwd materialen van oorsprong uit de Gemeenschap te zijn indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7 genoemde be- of verwerkingen.

Artikel

4

Bilaterale cumulatie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd materialen van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te zijn indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7 genoemde be- of verwerkingen.

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op teruggave of vrijstelling van rechten

Dit artikel is vanaf 1 januari 2003 van toepassing. Lid 6 is tot en met 31 december 2005 van toepassing en kan in onderling overleg worden herzien.

TITEL

V

BEWIJS VAN DE OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van een EUR.1-certificaat

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een EUR.1-certificaat

Artikel

20

Afgifte van een EUR.1-certificaat aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer EUR.1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteur

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van de oorsprong

Artikel

24

Overlegging van het bewijs van de oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van dit certificaat verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

25

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde produkten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de Afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

26

Vrijstelling van bewijs van de oorsprong

Artikel

27

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een EUR.1-certificaat of een factuurverklaring worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en aan de andere voorwaarden van dit Protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië blijkt;

  • d.

    EUR.1-certificaten of factuurverklaringen waaruit blijkt dat de gebruikte materialen van oorsprong zijn, die overeenkomstig dit Protocol in de Gemeenschap of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn afgegeven of opgesteld.

Artikel

28

Bewaring van de oorsprongsbewijzen en de andere bewijsstukken

Artikel

29

Verschillen en vormfouten

Artikel

30

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Wederzijdse bijstand

Artikel

32

Controle van de oorsprongsbewijzen

Artikel

33

Regeling van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit Protocol worden aan het Stabilisatie- en Associatiecomité voorgelegd. In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

34

Sancties

Tegen een ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.

Artikel

35

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

36

Toepassing van het Protocol

Artikel

37

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

38

Wijzigingen op het Protocol

De Stabilisatie- en Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit Protocol te wijzigen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE HET PRINSDOM ANDORRA

  • 1.

    Producten van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het Geharmoniseerde Systeem van oorsprong uit het Prinsdom Andorra worden door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE REPUBLIEK SAN MARINO

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.

Protocol

5

inzake wederzijdse bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder enige andere douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit” : een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit” : een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens” : alle informatie betreffende een natuurlijke persoon wiens identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling” : elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar ongevraagd bijstand overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere Overeenkomstsluitende Partij;

  • nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke handelingen worden gebruikt;

  • goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;

  • middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.

Artikel

5

Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wetgeving, alle maatregelen die nodig zijn voor:

  • de afgifte van documenten

  • de kennisgeving van besluiten die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit Protocol aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is.

Verzoeken om de afgifte van documenten of om de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en geheimhouding

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De Overeenkomstsluitende Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Slotakte

De gevolmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna „de lidstaten" genoemd, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap" genoemd,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg op 9 april 2001 voor de ondertekening van de stabilisatie- en associatie-overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, hierna „de overeenkomst" genoemd, hebben de volgende teksten aangenomen:

de overeenkomst, de bijlagen I tot en met VII:

Bijlage I

Invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van minder gevoelige industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

Bijlage II

Invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van gevoelige industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

Bijlage III

EG-definitie van „Baby beef”

Bijlage IVa

Invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap (nulrecht)

Bijlage IVb

Invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap (nulrecht binnen tariefcontingenten)

Bijlage IVc

Invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap (concessies binnen tariefcontingenten)

Bijlage Va

Invoer in de Gemeenschap van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Bijlage Vb

Invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

Bijlage VI

Vestiging: „Financiële diensten”

Bijlage VII

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

en de volgende protocollen:

Protocol I

inzake textiel- en kledingproducten

Protocol 2

inzake staalproducten

Protocol 3

inzake de handel tussen de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten

Protocol 4

inzake de definitie van het begrip „product van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

Protocol 5

inzake wederzijdse administratieve bijstand in docuanezaken

De gevolgmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 40 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 57 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 118 van de overeenkomst

De gevolgmachtigden van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben kennis genomen van de volgende verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht:

Verklaring van de Gemeenschap en haar lidstaten betreffende de artikelen 27 en 29

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 76

Gemeenschappelijke verklaringen

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34

De Europese Gemeenschappen en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn zich bewust van de gevolgen die de plotselinge afschaffing van de vergoeding van 1% voor de inklaring van goederen zou kunnen hebben op de begroting van laatstgenoemde en komen overeen dat bij wijze van uitzondering deze vergoeding gehandhaafd mag worden tot 1 januari 2002 of, indien dit eerder plaatsvindt, tot de inwerkingtreding van de Stabilisatie– en Associatieovereenkomst.

Indien ten aanzien van een derde land deze vergoeding in de tussentijd wordt verlaagd of afgeschaft, verbindt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zich ertoe onmiddellijk dezelfde behandeling tot te passen op goederen van oorsprong uit de EG.

De inhoud van deze gemeenschappelijke verklaring doet geen afbreuk aan het standpunt van de Europese Gemeenschappen in de onderhandelingen over de toetreding van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot de Wereldhandelsorganisatie.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 40

Intentieverklaring van de overeenkomstsluitende partijen over regelingen voor de handel tussen de landen die zijn voortgekomen uit de voormalige Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.

  • 1.

    De Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië achten het essentieel dat de samenwerking op economisch en handelsgebied tussen de landen die zijn voortgekomen uit de voormalige Socialistische Federale Republiek Joegoslavië zo snel mogelijk opnieuw wordt ingesteld, zodra de politieke en economische omstandigheden dat toelaten.

  • 2.

    De Gemeenschap is bereid tot het verlenen van cumulatie van oorsprong aan de landen die zijn voortgekomen uit de voormalige Socialistische Federale Republiek Joegoslavië die de normale handels– en economische samenwerking hebben hersteld, zodra de voor een correct functioneren van cumulatie vereiste administratieve samenwerking tot stand is gebracht.

  • 3.

    In verband hiermee verklaart de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dat zij bereid is zo spoedig mogelijk met de andere landen die zijn voortgekomen uit de voormalige Socialistische Federale Republiek Joegoslavië onderhandelingen aan te gaan teneinde tot samenwerking te komen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44

Er is overeengekomen dat het begrip „kinderen” is gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46

Er is overeengekomen dat het begrip „gezinsleden” is gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 57

De partijen komen overeen te streven naar een zo vroeg mogelijke implementatie van artikel 12, lid 3, onder b, van de vervoerovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreffende een systeem van ecopunten door de sluiting, zo spoedig mogelijk en uiterlijk bij de sluiting van de interim–overeenkomst, van de desbetreffende overeenkomst, in de vorm van een briefwisseling.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71

De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien, industriële ontwerpen, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet– openbaargemaakte informatie over know– how.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 118

  • a.

    De partijen komen met het oog op de juiste interpretatie en toepassing van de Overeenkomst overeen dat onder de in artikel 118 van de Overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in:

    • afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht, of

    • schending van de essentiële onderdelen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.

  • b.

    De partijen komen overeen dat onder de in artikel 118 genoemde „passende maatregelen” wordt verstaan maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij in bijzonder dringende gevallen als bedoeld in artikel 118 een maatregel neemt, dan kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor de beslechting van geschillen.

Eenzijdige verklaringen

Verklaring van de Gemeenschap en haar lidstaten betreffende de artikelen 27 en 29

Overwegende dat de Europese Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie– en associatieproces van de Europese Unie met inbegrip van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000 zoals gewijzigd bij Verordening (EG) ... /2000 van de Raad, verklaren de Europese Gemeenschap en haar lidstaten:

  • dat bij de toepassing van artikel 29, lid 2, van deze overeenkomst die maatregelen van de unilaterale autonome handelsmaatregelen die voordeliger zijn, van toepassing zullen zijn in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap in deze overeenkomst aanbiedt zo lang Verordening (EG) 2007/2000 van de Raad, zoals gewijzigd, van toepassing is;

  • dat in het bijzonder voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de Gecombineerde Nomenclatuur, voor welke het gemeenschappelijk douanetarief in een „ad valorem” douanerecht en in een specifiek douanerecht voorziet, de afschaffing ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 27, lid 1.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 76

Wat betreft de overname van onderdanen van andere landen en statenloze personen door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is het repatriëringsbeleid van de Gemeenschap gebaseerd op de volgende twee elementen:

  • Prioriteit wordt gegeven aan vrijwillige terugkeer;

  • Repatriëring naar het land van herkomst is het leidende principe.