Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië,

hun Staten hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale, culturele belangen en handelsbelangen schaden;

Overwegende dat grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde diersoorten en giftig afval een gevaar voor de volksgezondheid en de samenleving vormt;

Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van duidelijke wettelijke bepalingen;

Gelet op de van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Wereld Douane Organisatie, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten, in het bijzonder het Enkelvoudig Verdrag van 30 maart 1961 inzake verdovende middelen, het Verdrag inzake psychotrope stoffen van 21 februari 1971 en het Verdrag tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 20 december 1988, alle tot stand gebracht onder auspiciën van de Verenigde Naties;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag,

  • 1.

    wordt onder „douaneadministratie" verstaan:

    wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving; wat de Federatieve Republiek Brazilië betreft: het Secretaria da Receita Federal, Ministério da Fazenda;

  • 2.

    wordt onder „douanewetgeving" verstaan: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer en uitvoer, waaronder eveneens speciale regelingen dienaangaande begrepen, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • 3.

    wordt onder „inbreuk op de douanewetgeving" verstaan: elke schending van de douanewetgeving zoals omschreven in de wetgeving van elk der Verdragsluitende Partijen, alsmede elke poging tot een dergelijke schending;

  • 4.

    wordt onder „douanevordering" verstaan: elk bedrag aan rechten en belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is en aan verhogingen, administratieve boeten, achterstallige betalingen, renten en kosten die betrekking hebben op de genoemde rechten en belastingen die in een van de Verdragsluitende Partijen niet kunnen worden geïnd;

  • 5.

    wordt onder „persoon" verstaan: een individu of een rechtspersoon;

  • 6.

    wordt onder „persoonsgegevens" verstaan: alle gegevens betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar individu;

  • 7.

    wordt onder „verdovende middelen en psychotrope stoffen" verstaan: de producten op de lijst van het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen van 30 maart 1961, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake psychotrope stoffen van 21 februari 1971, alsmede chemische stoffen op de lijst van Bijlagen I en II bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 20 december 1988;

  • 8.

    wordt onder „informatie" verstaan: alle gegevens, documenten, rapporten of andere mededelingen in ongeacht welke vorm, inclusief elektronisch, alsmede gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;

  • 9.

    wordt onder „inlichtingen" verstaan: informatie die is verwerkt of geanalyseerd om een aanwijzing te verstrekken met betrekking tot een inbreuk op de douanewetgeving;

  • 10.

    wordt onder „verzoekende administratie" verstaan: de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;

  • 11.

    wordt onder „aangezochte administratie" verstaan: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht.

HOOFDSTUK

II

Toepassingsgebied van het Verdrag

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

Reikwijdte van de bijstand

Artikel

3

Artikel

4

HOOFDSTUK

IV

Bijzondere vormen van bijstand

Artikel

5

Artikel

6

Indien het niet binnen de bevoegdheid van de douaneadministratie ligt dergelijke toestemming te verlenen, zal deze administratie zich inspannen om tot samenwerking te komen met nationale autoriteiten met een dergelijke bevoegdheid of draagt zij de zaak over aan een dergelijke autoriteit.

Artikel

7

Artikel

8

HOOFDSTUK

V

Informatie

Artikel

9

De aangezochte administratie kan dergelijke originele informatie verstrekken onder de voorwaarden die deze administratie noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK

VI

Deskundigen en getuigen

Artikel

10

De aangezochte administratie kan op verzoek haar ambtenaren machtigen om ter zake van een inbreuk op de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK

VII

Toezending van verzoeken

Artikel

11

HOOFDSTUK

VIII

Uitvoering van verzoeken

Artikel

12

Artikel

13

HOOFDSTUK

IX

Vertrouwelijk karakter van informatie en inlichtingen

Artikel

14

Artikel

15

HOOFDSTUK

X

Ontheffing

Artikel

16

HOOFDSTUK

XI

Kosten

Artikel

17

HOOFDSTUK

XII

Uitvoering van de Overeenkomst

Artikel

18

HOOFDSTUK

XIII

Toepassing

Artikel

19

HOOFDSTUK

XIV

Inwerkingtreding en beëindiging

Artikel

20

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel

21

TEN BLIJKE waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Brasília op 7 maart 2002, in tweevoud, in de Nederlandse, Portugese en Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) G. YBEMA

Voor de Federatieve Republiek Brazilië

(w.g.) C. LAFER