Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Polen,

hierna genoemd de Verdragsluitende Partijen,

Wensend betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid aan te gaan;

Verlangend de samenwerking tussen de twee staten te regelen teneinde de handhaving van de wetgeving van de ene staat in de andere te verzekeren;

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Materiële werkingssfeer

Artikel

3

Personele werkingssfeer

Tenzij anders bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen die onderworpen zijn of zijn geweest aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen, evenals op leden van het gezin en nabestaanden van deze personen in zoverre zij hun rechten ontlenen aan de hiervoor genoemde personen.

Artikel

4

Gelijke behandeling

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de volgende personen, indien zij wonen op het grondgebied van een van beide Verdragsluitende Partijen, dezelfde rechten en verplichtingen krachtens de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij als hun eigen onderdanen:

  • a.

    onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij;

  • b.

    vluchtelingen;

  • c.

    leden van het gezin en nabestaanden, onafhankelijk van hun nationaliteit, van de personen genoemd in onderdeel a) en b) met betrekking tot de rechten die zij ontlenen aan deze personen.

Artikel

5

Export van uitkeringen

TITEL

II

TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel

6

Algemene regels

Artikel

7

Werknemers

Artikel

8

Zelfstandigen

Artikel

9

Gedetacheerde werknemers

Artikel

10

Ambtenaren

Een persoon die werkzaamheden uitoefent in dienst van de overheid van een Verdragsluitende Partij en door die overheid is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij als ware deze persoon werkzaam op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.

Artikel

11

Personeel van internationale transportondernemingen

Een persoon die behoort tot het rijdend of vliegend personeel van een onderneming die voor rekening van anderen of voor eigen rekening internationaal vervoer van personen of goederen per spoor, over de weg of door de lucht verricht en haar zetel heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, met de volgende uitzonderingen:

  • a.

    indien de genoemde onderneming een filiaal of vaste vertegenwoordiging op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft, is degene die werkzaam is voor dat filiaal of vaste vertegenwoordiging onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij;

  • b.

    indien een persoon uitsluitend of in hoofdzaak in loondienst werkzaam is op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar hij woont, is hij onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien de onderneming waarbij hij werkzaam is noch een zetel, noch een filiaal, noch een vaste vertegenwoordiging op dit grondgebied heeft.

Artikel

12

Personeel aan boord van zeeschepen

Een persoon die werkzaamheden in loondienst uitoefent aan boord van een zeeschip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft of waar de onderneming haar activiteiten uitoefent.

Artikel

13

Personeel van diplomatieke missies en consulaire posten

Artikel

14

Uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 13

De bevoegde autoriteiten, of de daartoe aangewezen organen, van beide Verdragsluitende Partijen kunnen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 13 overeenkomen in het belang van een persoon of een groep van personen, mits de belanghebbende persoon of personen onderworpen zijn aan de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen.

TITEL

III

BEPALINGEN INZAKE VERSTREKKINGEN EN UITKERINGEN

HOOFDSTUK

1

VERSTREKKINGEN

Artikel

15

Samentelling van tijdvakken van verzekering

Artikel

16

Recht op verstrekkingen

Artikel

17

Vergoeding van kosten

HOOFDSTUK

2

UITKERINGEN BIJ ZIEKTE EN MOEDERSCHAP

Artikel

18

Samentelling van tijdvakken van verzekering

HOOFDSTUK

3

BEPALINGEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE POOLSE WETGEVING MET BETREKKING TOT PENSIOENEN EN RENTEN UIT HOOFDE VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID EN OVERLIJDEN VAN DE KOSTWINNER

Artikel

19

Recht op pensioen en rente uit hoofde van arbeidsongeschiktheid en overlijden van de kostwinner

Artikel

20

Aanvulling tot het laagste pensioen of de laagste rente

Indien de som van pensioenen of renten, bij personen die op het grondgebied van de Republiek Polen wonen, verschuldigd door de bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen, lager zou zijn dan het laagste pensioen of de rente voorzien in de Poolse wetgeving, dan zal het bevoegde orgaan dit bedrag aanvullen tot het bedrag van het laagste pensioen of de laagste rente, mits aan de voorwaarden is voldaan die in de toegepaste wetgeving voorzien zijn.

HOOFDSTUK

4

BEPALINGEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE NEDERLANDSE WETGEVING MET BETREKKING TOT UITKERINGEN IN GEVAL VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID, OUDERDOM EN OVERLIJDEN

Artikel

21

Arbeidsongeschiktheidsuitkering

Wanneer een persoon op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, onderworpen was aan de Poolse wetgeving en recht heeft op een Poolse arbeidsongeschiktheidsuitkering, met inachtneming van artikel 19, en hij ten minste twaalf maanden verzekerd is geweest krachtens de Nederlandse wetgeving inzake arbeidsongeschiktheid, heeft hij recht op een uitkering, berekend volgens de regels van artikel 22.

Artikel

22

Berekening van de uitkering

Artikel

23

Ouderdomsuitkering

Artikel

24

Nabestaandenuitkering

Wanneer een persoon op wie dit Verdrag van toepassing is op het tijdstip van zijn overlijden onderworpen was aan de Poolse wetgeving en zijn nabestaande recht heeft op een Poolse uitkering met inachtneming van artikel 19, en de overledene ten minste twaalf maanden verzekerd is geweest krachtens de Nederlandse wetgeving inzake nabestaandenverzekering, heeft zijn nabestaande recht op een uitkering. Voor de berekening van de uitkering is artikel 22, lid 1 eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK

5

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALING MET BETREKKING TOT UITKERINGEN UIT HOOFDE VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel

25

Bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid

Voor de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering bepaalt het bevoegde orgaan van elk van de Verdragsluitende Partijen de mate van arbeidsongeschiktheid conform de door haar toegepaste wetgeving.

HOOFDSTUK

6

GEZINSBIJSLAGEN

Artikel

26

Recht op gezinsbijslagen

HOOFDSTUK

7

WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN

Artikel

27

Recht op uitkeringen

HOOFDSTUK

VIII

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE REPUBLIEK POLEN MET BETREKKING TOT VOORZIENINGEN UIT HOOFDE VAN ARBEIDSONGEVALLEN EN BEROEPSZIEKTEN

Artikel

28

Recht op uitkeringen

TITEL

IV

HANDHAVING

Artikel

29

Weigering te betalen, opschorting, intrekking

Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij kan een uitkering weigeren te betalen, opschorten of intrekken, indien:

  • a.

    de aanvrager, de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin heeft verzuimd om op verzoek van het bevoegde orgaan binnen een periode van drie maanden een medisch onderzoek te ondergaan of de gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o;

  • b.

    het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij heeft verzuimd om op verzoek van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij binnen een periode van drie maanden een medisch onderzoek uit te voeren of gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o.

Artikel

30

Erkenning van beslissingen en uitspraken

Artikel

31

Terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen

Indien het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing over een onverschuldigd betaalde uitkering zoals bedoeld in artikel 30, eerste lid, heeft genomen, en de betrokken uitkeringsgerechtigde ontvangt een uitkering van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, kan het bevoegde orgaan van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij verzoeken dat de betaling in kwestie in mindering wordt gebracht op uitkeringen verschuldigd door dat orgaan. Het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij houdt het bedrag in binnen de grenzen van de door dat bevoegde orgaan toegepaste wetgeving die geldt voor de tenuitvoerlegging van soortgelijke beslissingen, en maakt het bedrag over aan het bevoegde orgaan dat de onverschuldigde uitkering heeft uitbetaald.

TITEL

V

DIVERSE BEPALINGEN, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

32

Overlegging van documenten

Artikel

33

Gegevensbescherming

Artikel

34

Ontheffing van tarieven en legalisatie van documenten

Artikel

35

Munteenheid

De bevoegde organen van elk van de Verdragsluitende Partijen zullen de betalingen krachtens dit Verdrag doen in de officiële munteenheid van de eigen staat en ingeval van inconvertibiliteit van die munteenheid in een convertibele munteenheid.

Artikel

36

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

Artikel

37

Geschillenbeslechting

HOOFDSTUK

2

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel

38

Overgangsbepaling

Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, worden, in het geval van personen die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werken en niet verzekerd zijn krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, de perioden van arbeid waarnaar in dat lid wordt verwezen, geacht te beginnen op die datum.

Artikel

39

Tijdvakken van verzekering, vervuld voor de inwerkingtreding van dit Verdrag

Artikel

40

Taal

HOOFDSTUK

3

SLOTBEPALINGEN

Artikel

41

Geldigheid van het Verdrag

Artikel

42

Ondertekening en ratificatie

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in twee exemplaren, te Warschau, op 26 maart 2003, elk in de Nederlandse en de Poolse taal, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. G. C. VAN DEN DOOL

Voor de Republiek Polen

(w.g.) JERZY HAUSNER

Slotprotocol

Bij de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen zijn de ondergetekende gevolmachtigden het volgende overeengekomen:

Toepassing van de Nederlandse wetgeving inzake ziektekostenverzekeringen

1

Met betrekking tot het recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving is artikel 16 van het Verdrag alleen van toepassing op personen die zijn verzekerd krachtens de bepalingen van de Ziekenfondswet.

2

Voor de toepassing van artikel 16, vierde, vijfde en zesde lid, van het Verdrag worden de volgende pensioenen beschouwd als krachtens de Nederlandse wetgeving verschuldigde pensioenen:

  • pensioenen uit hoofde van de Algemene burgerlijke pensioenwet van 6 januari 1966;

  • pensioenen uit hoofde van de Algemene militaire pensioenwet van 6 oktober 1966;

  • pensioenen uit hoofde van de Spoorwegpensioenwet van 15 februari 1967;

  • pensioenen uit hoofde van het Reglement Dienstvoorwaarden van de Nederlandse Spoorwegen (R.D.V., 1964 N.S.);

  • een uitkering wegens uittreding voor personen jonger dan 65 jaar die wordt verstrekt krachtens een pensioenregeling bedoeld om een ouderdomspensioen te verlenen aan werknemers en voormalige werknemers;

  • een uitkering wegens vervroegde uittreding uit beroepsactiviteiten krachtens een door de overheid vastgestelde regeling of krachtens een overeenkomstig een collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling inzake vervroegde uittreding of krachtens een dergelijke door het College voor zorgverzekeringen aangewezen regeling en

  • een periodieke uitkering ingevolge artikel 4, eerste of vierde lid, of artikel 5 van de Remigratiewet.

3

De gezinsleden als bedoeld in artikel 16, derde lid, of de rechthebbende op een pensioen of rente en zijn gezinsleden als bedoeld in artikel 16, vierde, vijfde en zesde lid, van het Verdrag, die in Nederland wonen, maar krachtens de genoemde bepalingen recht hebben op verstrekkingen ten laste van de Republiek Polen, zijn niet verzekerd ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Slotprotocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud, te Warschau, op 26 maart 2003, elk exemplaar in de Nederlandse en de Poolse taal, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. G. C. VAN DEN DOOL

Voor de Republiek Polen

(w.g.) JERZY HAUSNER

Administratief Akkoord voor de toepassing van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

Krachtens artikel 36, eerste lid, van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen, ondertekend te Warschau, op 26 maart 2003;

Zijn de bevoegde autoriteiten:

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Nederland,

Voor de Poolse Republiek,

de Minister van Economie, Arbeid en Sociale Politiek, de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Landbouw en Ontwikkeling van het Platteland,

De volgende bepalingen voor de toepassing van het Verdrag overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Verbindingsorganen

TITEL

II

TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel

3

Verklaringen inzake de toepasselijke wetgeving

TITEL

III

VERSTREKKINGEN EN UITKERINGEN

HOOFDSTUK

1

VERSTREKKINGEN

Artikel

4

Organen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „orgaan van de verblijfplaats":

    in Nederland, ANOZ Zorgverzekeringen (Kasa Ubezpieczen Zdrowotnych), Utrecht;

    in Polen, Biuro Rozliczen Miedzynarodowych (Bureau voor Internationale Vergoedingen), Warschau;

  • b.

    „orgaan van de woonplaats":

    in Nederland, een door de belanghebbende gekozen ziekenfonds in zijn woonplaats;

    in Polen, een door de belanghebbende gekozen ziekenfonds in zijn woonplaats;

  • c.

    „bevoegd orgaan":

    in Nederland, het ziekenfonds waarbij de belanghebbende is aangesloten ten tijde van de aanvraag om een verstrekking;

    in Polen, het ziekenfonds waarbij de belanghebbende is aangesloten ten tijde van de aanvraag om een verstrekking.

Artikel

5

Verklaring inzake verzekeringstijdvakken

Artikel

6

Verstrekkingen in geval van verblijf in de andere staat dan de bevoegde staat

Voor de toepassing van artikel 16, eerste lid, van het Verdrag legt de in dat lid bedoelde persoon het orgaan van de verblijfplaats een verklaring over die is afgegeven door het bevoegde orgaan, indien mogelijk voordat hij de bevoegde staat verlaat, waaruit blijkt dat hij aanspraak heeft op de in dat lid bedoelde verstrekkingen. Deze verklaring vermeldt met name gedurende welk tijdvak verstrekkingen kunnen worden verleend. Indien de belanghebbende geen verklaring overlegt, vraagt het orgaan van de verblijfplaats deze aan bij het bevoegde orgaan.

Artikel

7

Verlening van verstrekkingen van aanzienlijke waarde

Artikel

8

Verstrekkingen ten behoeve van gezinsleden van werknemers die wonen in de andere staat dan de bevoegde staat

Artikel

9

Verstrekkingen ten behoeve van rechthebbenden op pensioenen of renten en hun gezinsleden die wonen op het grondgebied van de andere dan de bevoegde staat

Artikel

10

Verstrekkingen ten behoeve van gezinsleden van rechthebbenden op pensioenen of renten die wonen in de andere staat dan de bevoegde staat

Artikel

11

Onverschuldigde verstrekkingen

Het orgaan van de woonplaats of de verblijfplaats is het bevoegde orgaan behulpzaam bij het terugvorderen van de kosten van de verstrekkingen, die op grond van artikel 16 van het Verdrag zijn gedaan, van een persoon die deze onverschuldigd heeft gekregen.

Artikel

12

Vergoeding voor uitgaven voor verstrekkingen in bijzondere gevallen

Artikel

13

Afrekening van uitgaven voor verleende verstrekkingen bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, van het Verdrag

Artikel

14

Afrekening van uitgaven voor verleende verstrekkingen aan gezinsleden die niet wonen op het grondgebied van dezelfde Verdragsluitende Partij als de persoon aan wie zij hun recht ontlenen

Artikel

15

Afrekening van uitgaven van verleende verstrekkingen aan rechthebbenden op pensioenen of renten en hun gezinsleden die niet wonen op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij krachtens wiens wetgeving een pensioen of rente wordt ontvangen

Artikel

16

Andere vergoedingsmethoden

De verbindingsorganen kunnen met de instemming van de bevoegde autoriteiten, voor alle verstrekkingen of een deel daarvan andere vergoedingsmethoden overeenkomen dan de in de artikelen 13, 14 en 15 voorziene methoden.

Artikel

17

Andere bepalingen inzake vergoedingen

HOOFDSTUK

2

Artikel

18

Verificatie van aanvragen en betaling van uitkeringen

Artikel

19

Identificatie

HOOFDSTUK

3

Artikel

20

Uitkeringen bij ziekte en moederschap

HOOFDSTUK

4

OVERIGE UITKERINGEN

Artikel

21

Bevoegde organen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder de term „bevoegd orgaan" verstaan

in het Koninkrijk der Nederlanden:

  • a.

    met betrekking tot ouderdoms- en nabestaandenpensioenen en kinderbijslagen: de Sociale verzekeringsbank (Ubezpieczeń Społecznych), Amstelveen;

  • b.

    met betrekking tot alle overige uitkeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Zakład Realizacji Ubezpieczeń Pracowniczych), Amsterdam;

in de Republiek Polen:

  • a.

    voor werknemers en zelfstandigen met uitzondering van landbouwers, met betrekking tot ouderdomspensioenen, invaliditeitsuitkeringen, nabestaandenpensioenen en gezinsbijslagen: Zakład Ubezpieczeń Społecznych (ZUS) (Algemene Volksverzekeringen);

  • b.

    voor landbouwers met betrekking tot ouderdomspensioenen, invaliditeitsuitkeringen, uitkeringen in verband met arbeidsongevallen en beroepsziekten, nabestaandenpensioenen en gezinsbijslagen: Kasa Rolniczego Ubezpieczenia Społecznego (KRUS) (Algemene Volksverzekeringen voor de Landbouwers);

  • c.

    met betrekking tot werkloosheidsuitkeringen: Ministerstwo Gospodarki, Pracy i Polityki Społecznej (MPiPS) (Ministerie van Economie, Arbeid en Sociale Politiek).

Artikel

22

Aanvraag om uitkeringen

Artikel

23

Medische onderzoeken

Artikel

24

Verklaringen inzake verzekeringstijdvakken

Ter vaststelling van de aanspraak op of de berekening van een uitkering ingevolge Titel III van het Verdrag geeft het bevoegde orgaan van de ene Verdragsluitende Partij op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij een verklaring af inzake de verzekeringstijdvakken die krachtens haar wetgeving zijn voltooid en verstrekt het zonodig andere informatie.

Artikel

25

Betaling van uitkeringen

Uitkeringen worden rechtstreeks aan de uitkeringsgerechtigde betaald.

TITEL

IV

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel

26

Formulieren en procedures

De verbindingsorganen van de Verdragsluitende Partijen komen formulieren en documenten overeen, alsmede procedures, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het Verdrag en dit Administratief Akkoord.

TITEL

V

SLOTBEPALING

Artikel

27

Inwerkingtreding

Dit Administratief Akkoord treedt tegelijk met het Verdrag in werking en kan worden opgezegd overeenkomstig dezelfde regels als gelden ten aanzien van het Verdrag.

GEDAAN in tweevoud, te Warschau, op 26 maart 2003, in de Nederlandse en de Poolse taal.

Namens de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. G. C. VAN DEN DOOL

Namens de bevoegde autoriteit van de Poolse Republiek

(w.g.) JERZY HAUSNER