Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië inzake internationaal vervoer over de weg

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië inzake internationaal vervoer over de weg

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Georgië,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens, in het belang van hun economische betrekkingen, de ontwikkeling te bevorderen van het vervoer van goederen en personen over de weg in, naar en vanuit hun landen en in doorvoer over hun grondgebieden,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Werkingssfeer

Artikel

2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing en uitvoering van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • 1

    „Vervoersondernemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen geregistreerd is en die overeenkomstig de vereisten van de nationale wetgeving die de toegang tot het beroep van vervoersondernemer en tot de markt regelt, tegen betaling of voor eigen rekening personen of goederen vervoert.

  • 2

    „Voertuig” een motorvoertuig:

    • *

      zelfstandig of een combinatie van voertuigen;

    • *

      bedoeld voor het vervoer van personen of goederen over de weg, en dat c.q. die uit hoofde van eigendom of door middel van een huur- of leasecontract ter beschikking van de vervoersondernemer staat.

  • 3

    „Autobus”: voertuigen gebouwd en ontworpen voor het vervoer van meer dan negen personen, de bestuurder daaronder begrepen.

  • 4

    „Registratie”: de toekenning van een kentekennummer aan het voertuig door de bevoegde autoriteiten. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen.

  • 5

    „Land van vestiging”: het grondgebied van een Verdragsluitende Partij waarbinnen de vervoersondernemer is gevestigd en het voertuig is geregistreerd.

  • 6

    „Gastheerland”: het grondgebied van een Verdragsluitende Partij waarbinnen het voertuig vervoer verricht, terwijl het daar niet is geregistreerd en de vervoersondernemer daar niet is gevestigd.

  • 7

    „Vervoer”: het rijden met een beladen of onbeladen voertuig, ook indien het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger voor een deel van de rit wordt vervoerd per trein of boot.

  • 8

    „Vervoer voor eigen rekening”: het vervoer van personen en goederen door een onderneming of samenwerkingsverband uitsluitend bedoeld voor of voortvloeiend uit de eigen economische activiteiten ervan.

  • 9

    „Intermodaal vervoer”: het vervoer van goederen waarbij het voertuig, de aanhangwagen, oplegger, wissellaadbak of container, al dan niet met trekker, voor het eerste en/of laatste gedeelte van de rit de weg gebruiken, en voor het resterende gedeelte per spoor, via waterwegen of over zee reizen.

  • 10

    „Geregelde passagiersdienst”: een dienst die personen vervoert over een specifiek traject, overeenkomstig een dienstregeling en waarvoor vaste tarieven in rekening worden gebracht. Passagiers worden aan boord genomen of afgezet op van tevoren vastgestelde haltes en de dienst is voor iedereen toegankelijk, hoewel in sommige gevallen reservering is vereist.

    Ongeacht wie de dienst organiseert omvat „geregelde passagiersdienst” eveneens een dienst die bepaalde categorieën personen vervoert, met uitsluiting van andere categorieën personen, ingeval deze dienst aan de bovengenoemde criteria voldoet. Deze dienst wordt „bijzondere geregelde dienst” genoemd.

  • 11

    „Ongeregelde dienst”: een dienst die niet onder de begrips-omschrijving van een geregelde passagiersdienst valt.

  • 12

    „Cabotage”: vervoerswerkzaamheden binnen het grondgebied van de Verdragsluitende Partij, tussen twee op dat grondgebied gelegen plaatsen, door een vervoersondernemer die is gevestigd op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. Vervoer over het eerste of laatste gedeelte van een internationaal gecombineerd vervoer wordt niet aangemerkt als cabotage.

  • 13

    „Grondgebied” in verband met een Verdragsluitende Partij: het grondgebied van Georgië of het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa, afhankelijk van de context.

  • 14

    „Bevoegde autoriteiten”:

    voor het Koninkrijk der Nederlanden, het ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    voor Georgië, het ministerie van Transport en Communicatie;

    of, in beide gevallen, elk door de genoemde ministeries gemachtigde persoon of instantie.

DEEL

II

VERVOER VAN PERSONEN

Artikel

3

Geregelde passagiersdiensten

De ingevolge artikel 14 ingestelde Gemengde Commissie neemt een beslissing over de vorm van de vergunningaanvraag, de procedure over instemming en de vereiste ondersteunende documenten.

Indien er geen vraag meer bestaat naar de dienst kan de exploitant deze opheffen door middel van een drie weken van tevoren gedane kennisgeving aan de autoriteiten die de vergunning hebben afgegeven en aan de klanten.

Artikel

4

Ongeregelde diensten

Artikel

5

Gemeenschappelijke bepalingen voor passagiersdiensten

DEEL

III

VERVOER VAN GOEDEREN

Artikel

6

Vergunningensysteem

Artikel

7

Vrijstelling van vergunningsvereisten

Artikel

8

Vergunningsvoorwaarden

DEEL

IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

9

Belastingaangelegenheden

Artikel

10

Gewichten en afmetingen

Artikel

11

Naleving van de nationale wetgeving

Artikel

12

Toezicht op de naleving

Artikel

13

Overtredingen en sancties

In geval van overtreding van de bepalingen van dit Verdrag door een vervoersondernemer gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of Georgië, geeft het land op het grondgebied waarvan de overtreding plaatsvond, onverminderd de door dat land te ondernemen gerechtelijke stappen, daarvan kennis aan het andere land, dat de in zijn nationale wetgeving voorziene stappen zal ondernemen. De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar in kennis van eventuele opgelegde sancties.

Artikel

14

Gemengde Commissie

Artikel

15

Wijziging

Door de Verdragsluitende Partijen overeengekomen wijzigingen van dit Verdrag worden van kracht op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de benodigde constitutionele vereisten in hun respectieve landen is voldaan.

Artikel

16

Inwerkingtreding en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Tbilisi, op 31 oktober 2002, in de Nederlandse, de Georgische en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. MOLENAAR

Voor Georgië

(w.g.) G. SHENGELIA