Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Trinidad en Tobago inzake uitlevering

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Trinidad en Tobago;

Elkanders rechtsinstellingen eerbiedigend en geleid door de wens de samenwerking tussen beide landen bij de bestrijding van de misdaad doeltreffender te maken door regelingen te treffen voor de uitlevering van delinquenten;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Verplichting tot uitlevering

De Verdragsluitende Staten komen overeen aan elkander in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, personen uit te leveren die zich op hun grondgebied bevinden en die worden verdacht van een strafbaar feit of worden gezocht met het oog op de oplegging van een straf of de tenuitvoerlegging van een vonnis door de autoriteiten van de andere Staat.

Artikel

2

Uitleveringsdelicten

Artikel

3

Uitlevering van onderdanen

Artikel

4

Verplichte weigering van uitlevering

Uitlevering wordt niet toegestaan:

  • a.

    indien het feit ter zake waarvan om uitlevering wordt verzocht door de aangezochte Staat als een delict van politieke aard wordt beschouwd of als een delict dat met een zodanig delict samenhangt. Het doden, of een poging daartoe, van het Staatshoofd of de Regeringsleider of een familielid van hen wordt niet beschouwd als een delict van politieke aard;

  • b.

    indien het feit ter zake waarvan om uitlevering wordt verzocht een delict naar militair recht is en niet een delict naar het commune stafrecht van beide Staten;

  • c.

    indien de opgeëiste persoon in de aangezochte Staat onherroepelijk is veroordeeld, dan wel vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, wegens een gedraging die hetzelfde strafbare feit vormt als dat ter zake waarvan om uitlevering wordt verzocht; of

  • d.

    indien het recht tot strafvordering of tot tenuitvoerlegging van straf ter zake van het feit waarvan om uitlevering wordt verzocht krachtens het recht van de aangezochte Staat zou zijn verjaard.

Artikel

5

Facultatieve weigering van uitlevering

Uitlevering kan worden geweigerd:

  • a.

    indien de opgeëiste persoon in de aangezochte Staat wordt vervolgd wegens het strafbare feit ter zake waarvan om uitlevering wordt verzocht of indien de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Staat hebben besloten, in overeenstemming met het recht van die Staat, dat feit niet te vervolgen of de ingestelde vervolging te staken;

  • b.

    indien de opgeëiste persoon in een derde staat onherroepelijk is veroordeeld, dan wel vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, wegens een gedraging die hetzelfde strafbare feit oplevert als dat terzake waarvan om uitlevering wordt verzocht en, in geval van veroordeling, het vonnis volledig ten uitvoer is gelegd of niet meer vatbaar is voor tenuitvoerlegging;

  • c.

    indien op het strafbare feit waarvoor om uitlevering wordt verzocht naar het recht van de verzoekende Staat de doodstraf is gesteld en het recht van de aangezochte Staat voor dat feit niet een zodanige straf toestaat, tenzij de verzoekende Staat naar het oordeel van de aangezochte Staat voldoende waarborgen biedt dat de doodstraf niet wordt opgelegd, of, indien opgelegd, niet ten uitvoer zal worden gelegd;

  • d.

    indien, naar het oordeel van de aangezochte Staat, het strafbare feit buiten het grondgebied van de verzoekende Staat is gepleegd en het recht van de aangezochte Staat in vergelijkbare omstandigheden niet in dezelfde rechtsmacht voorziet; of

  • e.

    indien de aangezochte Staat, de aard van het strafbare feit en het belang van de verzoekende Staat in aanmerking nemend, van oordeel is dat de uitlevering van de opgeëiste persoon onverenigbaar is met humanitaire overwegingen, in het bijzonder gelet op de leeftijd of de gezondheid van die persoon.

Artikel

6

Over te leggen stukken

Artikel

7

Aanvullende inlichtingen

Artikel

8

Voorlopige aanhouding

Artikel

9

Samenloop van verzoeken

Artikel

10

Overlevering

Artikel

11

Uitstel van de overlevering en voorlopige overlevering

Artikel

12

Overdracht van voorwerpen

Artikel

13

Specialiteitsbeginsel

Artikel

14

Verderlevering aan een derde staat

Een uit hoofde van dit Verdrag uitgeleverde persoon wordt niet verdergeleverd aan een derde staat zonder de instemming van de aangezochte Staat, behalve de in artikel 13, eerste lid, onder de letters a en b bedoelde gevallen. De aangezochte Staat kan de overlegging verlangen van de stukken die van de derde staat zijn ontvangen ter ondersteuning van diens verzoek om uitlevering op een later tijdstip, alsmede van de door de uitgeleverde persoon ter zake afgelegde verklaringen.

Artikel

15

Instemming met de uitlevering

Artikel

16

Doortocht

Artikel

17

Talen

Verzoeken uit hoofde van dit Verdrag kunnen in de Engelse taal worden gedaan. Alle stukken ter ondersteuning dienen te worden vertaald in een officiële taal van de aangezochte Staat.

Artikel

18

Kosten

Artikel

19

Instelling van de procedure

Artikel

20

Inwerkingtreding

Artikel

21

Beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de twee Regeringen, daartoe gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Port of Spain, op 7 februari 2003, in tweevoud, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) A. J. VAN DEN BERG

Voor de Regering van de Republiek Trinidad en Tobago

(w.g.) KNOWLSON W. GIFT

Nr.

I

February 7th, 2003

Your Excellency,

I have the honour to refer to the negotiations between the Government of Trinidad and Tobago and the Government of the Kingdom of the Netherlands held in Port of Spain, Trinidad and Tobago, during the period 21-23 January 2002, and to indicate that the two delegations arrived at the following understandings in respect of Articles 2, 3 and 6 of the Treaty between the Republic of Trinidad and Tobago and the Kingdom of the Netherlands on Extradition (hereinafter referred to as „the Extradition Treaty"):

  • Article 2 - Extraditable Offences:

    It is understood that offences referred to in paragraphs 1 and 2 include offences relating to taxation, customs or revenue or offences of a purely fiscal character.

  • Article 3 - Extradition of Nationals:

    It is understood that with respect to paragraph 1 the Kingdom of the Netherlands will require a guarantee that the person claimed will be returned to the Netherlands, the Netherlands Antilles, Aruba, as the case may be, to serve his sentence there in accordance with Article 11 of the Convention on the Transfer of Sentenced Persons, done at Strasbourg on 21 March 1983, if, following his extradition, a custodial sentence or a measure depriving him of his liberty is imposed.

  • Article 6 - Documents to be submitted:

    The Parties agreed to exchange information to facilitate the preparation of an extradition request.

    It is understood that these understandings do not alter, modify or vary in any way the purport or intent of the substantive text contained in Articles 2, 3 and 6 of the Extradition Treaty.

If the foregoing is acceptable to the Government of the Kingdom of the Netherlands as a true record of the understandings reached in respect of Articles 2, 3 and 6 of the Extradition Treaty, I have the further honour to propose that the present Note and Your Excellency's Note in reply to that effect, shall constitute an agreement between our two Governments on this matter.

I avail myself of this opportunity to renew to Your Excellency the assurances of my highest consideration.

(sd.) KNOWLSON W. GIFT

Minister

His Excellency Arjen van den Berg

Chargé d'Affaires

Embassy of The Kingdom of the Netherlands

Life of Barbados Building 3rd Floor

69-71 Edward Street

PORT OF SPAIN

Nr.

II

Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden

Port of Spain, 7 February 2003

Your Excellency,

I have the honour to acknowledge the receipt of Your Excellency's Note of today's date which reads as follows:

(zoals in Nr. I)

I have the honour to inform Your Excellency that the foregoing is acceptable to the Government of the Kingdom of the Netherlands as a true record of the understandings reached in respect of Articles 2, 3 and 6 of the Extradition Treaty and to confirm that Your Excellency's Note and this reply shall constitute an agreement between our two Governments on this matter.

I avail myself of this opportunity to renew to Your Excellency the assurances of my highest consideration.

Yours sincerely,

(sd.) A. J. VAN DEN BERG

Chargé d'Affaires a.i.

Embassy of The Kingdom of the Netherlands

Senator the Honourable Minister of Foreign Affairs

Mr. Knowlson Gift

Knowsley

1 Queen's Park West

PORT OF SPAIN

Trinidad and Tobago