Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Arabische Republiek Egypte,

Hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid tot stand te brengen,

Geleid door de wens de samenwerking tussen de twee staten te regelen ter waarborging van de handhaving van de wetgeving van het ene land in het andere en ter waarborging van een gelijke behandeling van de onderdanen van beide landen,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing:

  • 1

    Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving inzake sociale bijstand en de volgende takken van sociale verzekering:

    • i

      uitkeringen bij ziekte (uitkeringen bij ziekte en moederschap);

    • ii

      arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;

    • iii

      arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;

    • iv

      werkloosheidsuitkeringen;

    • v

      ouderdomspensioenen;

    • vi

      nabestaandenuitkeringen;

    • vii

      kinderbijslagen.

  • 2

    Ten aanzien van de Arabische Republiek Egypte, op de wetgeving inzake de volgende takken van sociale zekerheid:

    • i

      ouderdomsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en nabestaandenuitkeringen;

    • ii

      uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten;

    • iii

      uitkeringen bij ziekte;

    • iv

      werkloosheidsuitkeringen.

Artikel

3

Personele werkingssfeer

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, is dit Verdrag van toepassing op alle personen op wie de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest, alsmede op de gezinsleden en nabestaanden van deze personen voorzover zij rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel

4

Gelijkheid van behandeling

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij, wanneer zij verblijven of wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij als de onderdanen van die Verdragsluitende Partij.

Artikel

5

Export van uitkeringen

DEEL

II

VASTSTELLING VAN DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel

6

Algemene regels

Artikel

7

Werknemers

Artikel

8

Zelfstandigen

Een zelfstandige die zijn beroep uitoefent op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel

9

Gedetacheerde werknemers

Artikel 7, eerste lid, is van toepassing, met inachtneming van de volgende uitzonderingen en voorwaarden:

Indien een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werkzaam is, door zijn werkgever waaraan hij normaal verbonden is gedetacheerd wordt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij om aldaar voor die werkgever bepaalde werkzaamheden te verrichten, terwijl de betaalde dienstbetrekking met deze werkgever wordt gehandhaafd, blijft hij voor de duur van de werkzaamheden onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij alsof hij nog op het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij werkzaam was, mits de desbetreffende werkzaamheden niet meer belopen dan een periode van 24 maanden en de verklaring van detachering uiterlijk binnen de eerste drie maanden van deze periode is ingediend. Achtereenvolgende detacheringen van dezelfde werknemer door dezelfde werkgever gelden als één detachering, tenzij zij door perioden van ten minste drie maanden onderbroken zijn.

Artikel

10

Bemanningsleden aan boord van schepen

Een persoon die als werknemer werkzaam is aan boord van een schip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn zetel of domicilie heeft.

Artikel

11

Personeel van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen

Artikel

12

Uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 11

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door de autoriteiten aangewezen lichamen kunnen ten behoeve van bepaalde categorieën personen of bepaalde personen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 11 overeenkomen en daarbij een verplichte verzekering krachtens de desbetreffende wetgeving invoeren.

DEEL

III

HANDHAVING

Artikel

13

Identificatie

Artikel

14

Verificatie van aanvragen en betalingen

Artikel

15

Geneeskundig onderzoek

Artikel

16

Erkenning van beslissingen en uitspraken

Artikel

17

Terugvordering van onverschuldigde betalingen en administratieve boetes

Indien een bevoegd orgaan een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing heeft genomen in de zin van artikel 16 en de desbetreffende uitkeringsgerechtigde een uitkering ontvangt van een bevoegd orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, kan het eerstbedoelde orgaan verzoeken dat de desbetreffende betaling of de administratieve boete wordt verrekend met in die Verdragsluitende Partij achterstallige bedragen of bedragen die nog verschuldigd zijn aan de uitkeringsgerechtigde. Het laatstgenoemde bevoegde orgaan brengt het bedrag in mindering binnen de grenzen van de door dat bevoegde orgaan toegepaste wet inzake de uitvoering van overeenkomstige beslissingen en maakt het bedrag over aan het eerstgenoemde bevoegde orgaan dat recht heeft op teruggave.

Artikel

18

Weigering te betalen, opschorting, intrekking

Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij kan weigeren een uitkering toe te kennen of de betaling ervan opschorten of intrekken indien:

  • 1

    een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin heeft verzuimd binnen een tijdvak van drie maanden een onderzoek te ondergaan of informatie te verstrekken zoals vereist ingevolge artikel 13 en artikel 15, derde lid, van dit Verdrag, of

  • 2

    het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij heeft verzuimd binnen een tijdvak van drie maanden de informatie over te leggen of een onderzoek te verrichten zoals vereist ingevolge artikel 13, artikel 14, tweede lid, en artikel 15, eerste lid, van dit Verdrag.

DEEL

IV

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

19

Bescherming van gegevens

Artikel

20

Uitvoering van het Verdrag

De bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen kunnen, door middel van aanvullende akkoorden, maatregelen vaststellen voor de toepassing van dit Verdrag.

Artikel

21

Taal

Artikel

22

Valuta

Uitkeringen die krachtens de bepalingen van dit Verdrag verschuldigd zijn aan een uitkeringsgerechtigde worden overgemaakt volgens de op het tijdstip van overmaking geldende valutavoorschriften. Ten aanzien van bedragen die krachtens dit Verdrag worden overgemaakt is geen verbod op of beperking van overmaking van toepassing.

Artikel

23

Beslechting van geschillen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen verrichten alle redelijke inspanningen om geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

DEEL

V

SLOTBEPALINGEN

Artikel

24

Inwerkingtreding

Artikel

25

Territoriale toepassing

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel

26

Beëindiging

Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd bij schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In het geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij is ontvangen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Kairo, op 27 juli 2003, in tweevoud, in de Nederlandse, de Arabische en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in uitlegging is de Engelse versie doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) S. LEENSTRA

Voor de Arabische Republiek Egypte

(w.g.) A.H.M. EL GUINDI