Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mongolië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mongolië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Mongolië,

Geleid door de wens dat een verdrag door beide Staten wordt gesloten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel

1

Personen op wie het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

HOOFDSTUK

II

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Inwoner

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende zaken

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Internationaal vervoer

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Vermogenswinsten

Artikel

14

Zelfstandige arbeid

Artikel

15

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

16

Directeursbeloningen

Directeursbeloningen of andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer, een „bestuurder”, of „commissaris” of een „tuluulun udirdah zuvluliin gishuun” van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.

Artikel

17

Artiesten en sportbeoefenaars

Artikel

18

Pensioenen, lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen

Artikel

19

Overheidsfuncties

Artikel

20

Hoogleraren en docenten

Artikel

21

Studenten en stagiairs

Vergoedingen die een student, een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon of stagiair die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die Staat niet belastbaar, mits:

  • a.

    mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat; en

  • b.

    een voor studie of onderzoek bedoelde toelage, studiebeurs, of prijs wordt verstrekt door een Regering van een van de Verdragsluitende Staten, of een organisatie op het gebied van wetenschap, onderwijs, cultuur of een niet op winst gerichte organisatie.

Artikel

22

Overige inkomsten

HOOFDSTUK

IV

VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

Artikel

23

Vermijding van dubbele belasting

HOOFDSTUK

V

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel

24

Werkzaamheden buitengaats

Artikel

25

Non-discriminatie

Artikel

26

Regeling voor onderling overleg

Artikel

27

Uitwisseling van inlichtingen

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit Verdrag of van de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot belastingen van elke soort en benaming geheven ten behoeve van de Verdragsluitende Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voorzover de heffing van die belastingen niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door artikel 1 en 2. Alle door een Verdragsluitende Staat ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen als bedoeld in de eerste volzin. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.

Artikel

28

Bijstand bij invordering

Artikel

29

Beperking van de artikelen 27 en 28

In geen geval worden de bepalingen van de artikelen 27 en 28 zo uitgelegd dat zij een Verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:

  • a.

    administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de administratieve praktijk van die of van de andere Verdragsluitende Staat;

  • b.

    inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in de administratie van die of van de andere Verdragsluitende Staat;

  • c.

    inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).

Artikel

30

Leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

Artikel

31

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel

32

Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de laatste der data waarop de onderscheiden Regeringen elkaar schriftelijk bij diplomatieke notawisseling hebben medegedeeld, dat de in hun onderscheiden Staten grondwettelijk vereiste formaliteiten zijn vervuld, en de bepalingen ervan vinden toepassing voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het Verdrag in werking is getreden.

Artikel

33

Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de Verdragsluitende Staten wordt beëindigd. Elk van de Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

TEN BLIJKE waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Ulaanbaatar, de 8e maart 2002, in tweevoud, in de Nederlandse, de Mongoolse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Ingeval de Nederlandse en de Mongoolse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) G. ZALM

Voor de Regering van Mongolië

(w.g.) C. ULAAN

Protocol

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mongolië gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.

I

Ad Artikel 2

Geen belastingen zullen door Mongolië worden geheven over winst behaald met, of over dividenden betaald uit winst uit, contracten ter verdeling van de productie of andere vergelijkbare contracten met betrekking tot de olie- en gassector gesloten door de Regering van Mongolië met een persoon die inwoner is van Nederland.

II

Ad Artikel 3, eerste lid, onderdeel e

Ingeval een eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld, als zodanig in een Verdragsluitende Staat aan belasting is onderworpen, maar het inkomen van die eenheid in de andere Verdragsluitende Staat als inkomen van de participanten van die eenheid wordt belast, nemen de bevoegde autoriteiten dusdanige maatregelen dat er enerzijds geen dubbele belasting blijft bestaan, maar er anderzijds wordt voorkomen dat louter als gevolg van de toepassing van het Verdrag, inkomen (gedeeltelijk) niet aan belastingheffing is onderworpen. Om te bepalen of dit het geval is, wordt de belasting, geheven over het inkomen van die eenheid, geacht belasting te zijn, geheven over het inkomen van de participanten van die eenheid, naar rato van hun gerechtigdheid in het vermogen van de eenheid. Voorzover nodig kan bovendien worden bepaald dat iedere participant, naar rato van zijn gerechtigdheid in die eenheid de belasting geheven op het niveau van de eenheid mag verrekenen (inclusief eventuele daarop drukkende bronbelasting van derde Staten), met de belasting die hij verschuldigd is over hetzelfde inkomen. Voorts mag de Staat van vestiging van de eenheid afzien van eventuele belastingheffing over uitdeling van winst van die eenheid aan de participanten.

III

Ad Artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Verdragsluitende Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.

IV

Ad Artikel 5

Indien met betrekking tot de laatste volzin van artikel 5, zesde lid, de werkzaamheden van zulk een vertegenwoordiger echter uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden verricht voor de betrokken onderneming, wordt hij niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger te zijn in de zin van dat lid indien wordt aangetoond dat de handelingen tussen de vertegenwoordiger en de onderneming hebben plaatsgevonden, onder voorwaarden die afwijken van die welke tussen onafhankelijke partijen zouden gelden.

V

Ad Artikelen 5, 6, 7, 13 en 24

Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat op wiens zeebodem en ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij, of de voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.

VI

Ad Artikel 7

Met betrekking tot artikel 7, eerste en tweede lid, geldt dat, indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen. Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale bedrag van de overeenkomst, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op dat deel van de overeenkomst, dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.

VII

Ad Artikel 10

Het is wel te verstaan dat dividenden uitbetaald krachtens artikel 10, derde lid, zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting in Nederland krachtens de deelnemingsvrijstelling.

VIII

Ad Artikel 10

IX

Ad Artikel 10

Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid mag de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam inwoner is, geen belasting heffen over door dat lichaam betaalde dividenden, indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds is zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid.

X

Ad Artikelen 10, 11 en 12

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van artikel 10, tweede en derde lid, artikel 11, tweede en derde lid, en artikel 12, tweede en zevende lid.

XI

Ad Artikelen 10 en 11

Het is wel te verstaan dat in het geval van Nederland de uitdrukking „dividenden" mede inkomsten uit winstdelende obligaties omvat.

XII

Ad Artikelen 10 en 13

Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.

XIII

Ad Artikel 12

Met betrekking tot artikel 12, tweede lid, is het wel te verstaan dat, zolang Nederland op grond van zijn nationale wetgeving geen bronbelasting heft over royalty's betaald aan niet-inwoners, de bepaling van artikel 12, tweede lid, niet van toepassing is en royalty's slechts belastbaar zijn in de Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's inwoner is.

XIV

Ad Artikel 13

XV

Ad Artikel 16

Het is wel te verstaan dat „bestuurder", „commissaris" of „tuluulun udirdah zuvluliin gishuun" van een lichaam betrekking heeft op personen die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam, en die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam, onderscheidenlijk met het toezicht daarop.

XVI

Ad Artikel 26

De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen ter zake van een overeengekomen regeling ingevolge een onderling-overlegprocedure als bedoeld in artikel 26 tevens overeenkomen, indien nodig in afwijking van hun onderscheiden nationale wetgeving, dat in de Staat waar ingevolge eerdergenoemde regeling sprake is van een aanvullende belastingheffing, wordt afgezien van verhogingen, boetes, interest en kosten met betrekking tot deze aanvullende belastingheffing, indien in de andere Staat waarin er een corresponderende vermindering van belasting ingevolge de regeling plaatsvindt, wordt afgezien van de betaling van interest verschuldigd met betrekking tot een zodanige vermindering van belasting.

TEN BLIJKE waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Ulaanbaatar, de 8e maart 2002, in tweevoud, in de Nederlandse, de Mongoolse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Ingeval de Nederlandse en de Mongoolse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) G. ZALM

Voor de Regering van Mongolië

(w.g.) C. ULAAN