Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Azerbeidzjan,

hun Staten hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen",

Gelet op het belang van de juiste vaststelling van douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de volksgezondheids- en handelsbelangen van de Verdragsluitende Partijen schaden;

Overwegende dat de grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde diersoorten en giftig afval een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van de douanewetgeving van de Verdragsluitende Partijen;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van duidelijke wettelijke bepalingen;

Gelet op de van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, thans bekend als de Wereld Douane Organisatie, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op internationale verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag,

HOOFDSTUK

II

Toepassingsgebied van het Verdrag

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

Reikwijdte van de bijstand

Artikel

3

Artikel

4

HOOFDSTUK

IV

Bijzondere vormen van bijstand

Artikel

5

De aangezochte administratie verstrekt de verzoekende administratie op verzoek met name de volgende informatie:

  • a.

    of goederen die worden ingevoerd in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn uitgevoerd uit het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij;

  • b.

    of goederen die worden uitgevoerd uit het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij en over de douaneregeling waaronder de goederen eventueel zijn gebracht.

Artikel

6

Artikel

7

HOOFDSTUK

V

Informatie

Artikel

8

HOOFDSTUK

VI

Deskundigen en getuigen

Artikel

9

De aangezochte administratie machtigt op verzoek haar ambtenaren om ter zake van een inbreuk op de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK

VII

Toezending van verzoeken

Artikel

10

HOOFDSTUK

VIII

Uitreiking van documenten

Artikel

11

HOOFDSTUK

IX

Uitvoering van verzoeken

Artikel

12

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen in overeenstemming met haar nationale wetgeving. Dit onderzoek omvat mede het optekenen van verklaringen van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van getuigen en deskundigen.

Artikel

13

HOOFDSTUK

X

Vertrouwelijk karakter van informatie

Artikel

14

Artikel

15

HOOFDSTUK

XI

Ontheffingen

Artikel

16

HOOFDSTUK

XII

Kosten

Artikel

17

HOOFDSTUK

XIII

Uitvoering van het Verdrag

Artikel

18

HOOFDSTUK

XIV

Toepassing

Artikel

19

HOOFDSTUK

XV

Inwerkingtreding en beëindiging

Artikel

20

Dit Verdrag treedt in werking op de dag nadat de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk via diplomatieke kanalen ervan in kennis hebben gesteld dat aan de vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel

21

Artikel

22

De Verdragsluitende Partijen komen bijeen om dit Verdrag te heroverwegen, op verzoek of na het verstrijken van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding ervan, tenzij zij elkaar schriftelijk in kennis stellen dat een dergelijke heroverweging niet nodig is.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Bakoe op 30 januari 2002 in tweevoud, in de Nederlandse, de Azerbeidzjaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) C. BUS

Voor de Regering van de Republiek Azerbeidzjan

(w.g.) K. HEYDAROV