Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

hierna te noemen „Partijen”,

vastbesloten de relaties tussen de beide landen op het terrein van de sociale zekerheid verder te versterken, en

in achtnemende de wijzigingen in hun onderscheiden sociale zekerheidswetgeving sedert de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada te 's-Gravenhage op 26 februari 1987,

zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

I

Definities

Artikel

II

Materiële werkingssfeer

Artikel

III

Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op onderdanen van de Partijen, op personen op wie de wetgeving van één van de Partijen van toepassing is dan wel is geweest, alsmede op andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan vorenbedoelde personen.

Artikel

IV

Gelijkheid van behandeling

Artikel

V

Export van uitkeringen

TITEL

II

BEPALINGEN INZAKE TOE TE PASSEN WETGEVING

Artikel

VI

Regels met betrekking tot de dekking

Artikel

VII

Definitie van bepaalde periodes van wonen met betrekking tot de Canadese wetgeving

Artikel

VIII

Definitie van bepaalde periodes van wonen met betrekking tot de Nederlandse wetgeving

TITEL

III

BEPALINGEN BETREFFENDE UITKERINGEN

HOOFDSTUK

1

UITKERINGEN KRACHTENS DE CANADESE WETGEVING

Artikel

IX

Samentellen van verzekeringstijdvakken

Artikel

X

Uitkeringen krachtens de Wet op de Ouderdomsverzekering

Artikel

XI

Uitkeringen krachtens het Canada Pensioen Plan

Indien een persoon uitsluitend door toepassing van de samentellingsbepalingen van artikel IX recht heeft op een uitkering, berekent het bevoegde Canadese orgaan het bedrag van die uitkering als volgt:

  • a.

    het inkomensafhankelijk deel van de uitkering wordt overeenkomstig de bepalingen van het Canada Pensioen Plan uitsluitend bepaald op basis van het krachtens dat Plan voor de pensioenberekening in aanmerking te nemen inkomen; en

  • b.

    de hoogte van het vaste deel van de uitkering wordt bepaald door:

    • i.

      het bedrag van het vaste deel van de uitkering, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Canada Pensioen Plan, te vermenigvuldigen met

    • ii.

      een breuk die de verhouding weergeeft van de tijdvakken van premiebetaling voor het Canada Pensioen Plan en het minimum kwalificatietijdvak dat voor het recht op die uitkering krachtens het Canada Pensioen Plan vereist is, welke breuk evenwel geen grotere waarde mag hebben dan de waarde 1.

HOOFDSTUK

2

UITKERINGEN KRACHTENS DE NEDERLANDSE WETGEVING

Artikel

XII

Uitkeringen krachtens de arbeidsongeschiktheidswetten

Artikel

XIII

Hoogte van de uitkeringen

Artikel

XIV

Uitkeringen krachtens de Algemene Ouderdomswet

Artikel

XV

Uitkeringen krachtens de Algemene Nabestaandenwet

Artikel

XVI

Hoogte van de uitkeringen

Indien het recht op uitkering is vastgesteld met toepassing van artikel XV wordt het bedrag van de uitkering berekend naar verhouding van de totale duur van de door de overledene voor zijn 65-jarige leeftijd krachtens de Nederlandse wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken tot het tijdvak liggende tussen de datum waarop de overledene de 15-jarige leeftijd heeft bereikt en de datum van overlijden, maar uiterlijk de datum waarop hij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

Artikel

XVII

Uitkeringen krachtens de Algemene Kinderbijslagwet

Het Nederlandse bevoegde orgaan stelt de kinderbijslag rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de Nederlandse Algemene Kinderbijslagwet. De verzekerde die recht heeft op Nederlandse kinderbijslag, heeft recht op uitbetaling van de kinderbijslag indien hij, dan wel het kind, woont op het grondgebied van Canada.

HOOFDSTUK

3

INKOMENSAFHANKELIJKE UITKERINGEN VOOR ECHTGENOTEN EN PARTNERS

Artikel

XVIII

Hoogte van de uitkeringen

TITEL

IV

ADMINISTRATIEVE EN DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

XIX

Uitwisseling van informatie en wederzijdse bijstand

Artikel

XX

Administratief Akkoord

Artikel

XXI

Vrijstelling of vermindering van belastingen, leges en kosten

Artikel

XXII

Taal

Artikel

XXIII

Aanvragen, mededelingen of beroepschriften

Artikel

XXIV

Betaling van uitkeringen

Artikel

XXV

Oplossing van geschillen

Artikel

XXVI

Overeenkomsten met een provincie van Canada

De betreffende autoriteit van Nederland en een provincie van Canada kunnen akkoorden sluiten betreffende sociale zekerheidsaangelegenheden welke in Canada tot de bevoegdheid van de provinciale overheid behoren, voorzover deze akkoorden niet strijdig zijn met de bepalingen van dit Verdrag.

TITEL

V

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

XXVII

Overgangsbepalingen

Artikel

XXVIII

Beëindiging van het voorgaande Verdrag

Artikel

XXIX

Duur en beëindiging

Artikel

XXX

Inwerkingtreding

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Brantford, op 27 juni 2001, in de Nederlandse, de Engelse en de Franse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) DIRK JAN VAN HOUTEN

Voor de Regering van Canada

(w.g.) JANE STEWART

Protocol inzake wederzijdse bijstand behorend bij het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

met het doel de administratieve doelmatigheid, kosteneffectiviteit en rechtmatigheid van hun sociaal zekerheidsstelsel, zoals zij dat toepassen ter zake van uitkeringen betaalbaar krachtens de wetgeving opgenomen in artikel II van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada, getekend te Brantford op 27 juni 2001 (hierna te noemen „het Verdrag”), te verbeteren,

in acht nemende de bepalingen met betrekking tot wederzijdse bijstand zoals opgenomen in artikel XIX van het Verdrag,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Definities

Elke term in dit Protocol heeft de betekenis welke daaraan wordt gegeven in het Verdrag.

Artikel

2

Wederzijdse bijstand

Artikel

3

Beheer

Artikel

4

Kosten

Het bevoegde orgaan en het verbindingsorgaan van elk van de Partijen verschaft de wederzijdse bijstand in overeenstemming met artikel 2 van dit Protocol kosteloos. Het Beheerscomité beoordeelt periodiek de uitgaven verbonden aan het verschaffen van de bijstand krachtens dit Protocol, met als doel een balans van die kosten te bereiken.

Artikel

5

Interpretatie en toepassing

Niettegenstaande artikel XXV van het Verdrag wordt elk geschil met betrekking tot de interpretatie of toepassing van dit Protocol of de Administratieve Overeenkomsten beslist door het Beheerscomité.

Artikel

6

Duur en beëindiging van het Protocol

Dit Protocol blijft van kracht voor onbepaalde tijd. Het kan echter te allen tijde door elk van beide Partijen schriftelijk bij de andere Partij worden opgezegd met een opzegtermijn van zes maanden.

Artikel

7

Inwerkingtreding

Dit Protocol treedt in werking op dezelfde datum als het Verdrag en vormt een integraal deel van het Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Brantford, op 27 juni 2001, in de Nederlandse, de Engelse en de Franse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) DIRK JAN VAN HOUTEN

Voor de Regering van Canada

(w.g.) JANE STEWART

Administratief Akkoord voor de toepassing van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada ondertekend te Brantford op 27 juni 2001

Overeenkomstig artikel XX van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada ondertekend te Brantford op 27 juni 2001, zijn de bevoegde autoriteiten:

voor Nederland,

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

voor Canada,

de Minister van „Human Resources Development”

en

de Minister van „National Revenue”,

de volgende bepalingen overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Artikel

2

Verbindingsorganen

Artikel

3

Bevoegd orgaan

Het bevoegde orgaan voor de toepassing van de artikelen XII en XIII van het Verdrag is het Landelijk instituut sociale verzekeringen, p/a Gak Nederland BV, Amsterdam.

TITEL

II

BEPALINGEN INZAKE DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel

4

TITEL

III

BEPALINGEN INZAKE UITKERINGEN

Artikel

5

Behandeling van een aanvraag

TITEL

IV

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

6

Medische onderzoeken

Artikel

7

Formulieren en procedures

De verbindingsorganen van de Partijen stellen de formulieren en de procedures vast die nodig zijn voor de uitvoering van het Verdrag en van dit Administratief Akkoord.

Artikel

8

Uitwisseling van statistieken

De verbindingsorganen van de Partijen wisselen jaarlijks en op nader overeen te komen wijze statistieken uit betreffende de betalingen die krachtens het Verdrag zijn verricht. Deze statistieken bevatten gegevens over het aantal rechthebbenden en het totale bedrag van de betaalde uitkeringen, per soort van uitkering.

Artikel

9

Inwerkingtreding

Dit Administratief Akkoord treedt gelijktijdig met het Verdrag in werking en heeft dezelfde werkingsduur.

GEDAAN in tweevoud te Brantford, op 27 juni 2001, in de Nederlandse, de Engelse en de Franse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Nederlandse bevoegde autoriteit

(w.g.) DIRK JAN VAN HOUTEN

Voor de Canadese bevoegde autoriteiten

(w.g.) JANE STEWART