Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Litouwen inzake privileges en immuniteiten voor verbindingsofficieren die door de Republiek Litouwen bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden

Nr.

I

Ambassade van het

Koninkrijk der Nederlanden

Vilnius, 28 April 2004

Note no. 215/VIL/04

The Royal Netherlands Embassy presents its compliments to the Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania and has the honour to propose, with reference to the Co-operation Agreement between the Republic of Lithuania and the European Police Office of 30 October 2003 (hereinafter ``the Agreement"), and in view of Article 41, paragraph 2 of the Convention based on Article K.3 of the Treaty on European Union, on the establishment of a European Police Office (Europol Convention, 26 July 1995), that the privileges and immunities necessary for the proper performance of the tasks of the liaison officers at Europol referred to in Article 14 and Annex 3 of the Agreement, be agreed upon as set out in the Attachment.

If this proposal is acceptable to the Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania, the Embassy proposes that this note and the affirmative note of the Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania shall constitute an Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Lithuania, which shall be applied provisionally from the day on which this affirmative note has been received by the Embassy, and which shall enter into force on the first day of the second month following the date on which the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Lithuania have informed each other that the formalities required for the entry into force have been complied with.

The Royal Netherlands Embassy avails itself of this opportunity to renew to the Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania the assurances of its highest consideration.

Ministry of Foreign Affairs

of the Republic of Lithuania

VILNIUS

Attachment: 1

Attachment

1

Definitions

In this Agreement:

  • a.

    ``Liaison officer" means: any official stationed at Europol in accordance with Article 14 of the Agreement;

  • b.

    ``Government" means the Government of the Kingdom of the Netherlands;

  • c.

    ``Host State authorities" means such State, municipal or other authorities of the Kingdom of the Netherlands as may be appropriate in the context of and in accordance with the laws and customs applicable in the Kingdom of the Netherlands;

  • d.

    ``Sending State" means the Republic of Lithuania;

  • e.

    ``Archives of the liaison officer" means all records, correspondence, documents, manuscripts, computer and media data, photographs, films, video and sound recordings belonging to or held by the liaison officer, and any other similar material which in the unanimous opinion of the Sending State and the Government forms part of the archives of the liaison officer.

2

Privileges and immunities

3

Entry, stay and departure

4

Employment

Members of the family forming part of the household of the liaison officer not having the nationality of an EU Sending State shall be exempt from the obligation to obtain working permits for the duration of the secondment of the liaison officer.

5

Inviolability of archives

The archives of the liaison officer wherever located and by whomsoever held shall be inviolable.

6

Personal Protection

The Host State authorities shall, if so requested by the Sending State, take all reasonable steps in accordance with their national laws to ensure the necessary safety and protection of the liaison officer, as well as members of his family who form part of his household, whose security is endangered due to the performance of the tasks of the liaison officer at Europol.

7

Facilities and immunities in respect of communication

8

Notification

9

Settlement of Disputes

10

Territorial scope

With respect to the Kingdom of the Netherlands, this Agreement shall apply to the part of the Kingdom in Europe only.

Nr.

II

Ministry of Foreign Affairs

of the Republic of Lithuania

Vilnius, 30 April 2004

5-224/2004

The Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania presents its compliments to the Royal Netherlands Embassy and has the honour to acknowledge receipt of the Embassy's Note 215/VIL/04 of 28 April 2004, which reads as follows:

(Zoals in Nr. I)

The Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania has the honour to inform the Royal Netherlands Embassy that the Government of the Republic of Lithuania agrees to the contents of the above-mentioned Note, and that the Embassy's Note and this Note expressing the agreement of the Government of the Republic of Lithuania shall constitute an Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Lithuania, which shall be applied provisionally from the day on which this affirmative note has been received by the Embassy, and which shall enter into force on the first day of the second month following the day on which both Parties have informed each other in writing that the legal requirements for entry into force have been complied with.

The Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania avails itself of this opportunity to renew to the Royal Netherlands Embassy the assurances of its highest consideration.

Attachment

The Royal Netherlands Embassy

Vilnius

Attachment: 1

(Zoals in Nr. I)

Nr.

I

Ambassade van het

Koninkrijk der Nederlanden

Vilnius, 28 april 2004

Nota nr. 215/VIL/04

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen haar complimenten aan en heeft de eer onder verwijzing naar het Samenwerkingsverdrag tussen de Republiek Litouwen en de Europese Politiedienst van 30 oktober 2003 (hierna te noemen het Samenwerkingsverdrag), en gelet op artikel 41, tweede lid, van de Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst, 26 juli 1995), voor te stellen dat ten aanzien van de voorrechten en immuniteiten benodigd voor de goede taakvervulling van de verbindingsofficieren bij Europol, bedoeld in artikel 14 en Bijlage 3 van het Samenwerkingsverdrag overeenstemming wordt bereikt zoals vervat in het Aanhangsel.

Indien dit voorstel aanvaardbaar is voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen, stelt de Ambassade voor dat deze nota en de bevestigende nota van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen een verdrag zullen vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Litouwen, dat voorlopig zal worden toegepast vanaf de datum van ontvangst door de Ambassade van deze bevestigende nota en dat in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Litouwen elkaar hebben medegedeeld dat aan de voor de inwerkingtreding vereiste formaliteiten is voldaan.

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen opnieuw te verzekeren van haar zeer bijzondere hoogachting.

Minister van Buitenlandse Zaken

van de Republiek Litouwen

VILNIUS

Aanhangsel: 1

Aanhangsel

1

Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „verbindingsofficier", elke functionaris die in overeenstemming met artikel 14 van het Samenwerkingsverdrag bij Europol wordt geplaatst;

  • b.

    „Regering", de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • c.

    „autoriteiten van de gastheerstaat", autoriteiten van de centrale of gemeentelijke overheid of andere autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden, naar gelang het geval is, in het kader van en in overeenstemming met de wetten en gebruiken die in het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing zijn;

  • d.

    „zendstaat", de Republiek Litouwen;

  • e.

    „archief van de verbindingsofficier", alle dossiers, correspondentie, documenten, manuscripten, computer- en mediagegevens, foto's, films, video- en geluidsopnamen die toebehoren aan of in het bezit zijn van de verbindingsofficier, alsmede enig ander soortgelijk materiaal dat naar het unanieme oordeel van de zendstaat en de Regering deel uitmaakt van het archief van de verbindingsofficier.

2

Voorrechten en immuniteiten

3

Binnenkomst, verblijf en vertrek

4

Tewerkstelling

Gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van de verbindingsofficier die niet de nationaliteit van een EU-zendstaat hebben, zijn voor de duur van de detachering van de verbindingsofficier vrijgesteld van de verplichting een werkvergunning te verkrijgen.

5

Onschendbaarheid van het archief

Het archief van de verbindingsofficier, waar dit zich ook bevindt en wie het ook onder zich heeft, is onschendbaar.

6

Persoonlijke bescherming

Indien de zendstaat daarom verzoekt, nemen de autoriteiten van de gastheerstaat in overeenstemming met hun nationale wetten alle redelijke maatregelen om de nodige veiligheid en bescherming te waarborgen van de verbindingsofficier, alsmede van de gezinsleden die deel uitmaken van zijn huishouding, wier veiligheid in het geding is als gevolg van de taakvervulling van de verbindingsofficier bij Europol.

7

Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot berichtenverkeer

8

Kennisgeving

9

Beslechting van geschillen

10

Territoriale reikwijdte

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa.

Nr.

II

Ministerie van Buitenlandse Zaken

van de Republiek Litouwen

Vilnius, 30 april 2004

5-224/2004

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen biedt de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van nota 215/VIL/04 van 28 april 2004, die als volgt luidt:

(Zoals in Nr. 1)

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen heeft de eer de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden ervan in kennis te stellen dat de Regering van de Republiek Litouwen instemt met de inhoud van de bovengenoemde nota en dat de nota van de Ambassade en deze nota waarin de Regering van de Republiek Litouwen haar instemming kenbaar maakt een verdrag zullen vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Litouwen, dat voorlopig zal worden toegepast vanaf de datum van ontvangst door de Ambassade van deze bevestigende nota en dat in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop beide Partijen elkaar hebben medegedeeld dat aan de voor de inwerkingtreding vereiste formaliteiten is voldaan.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Litouwen maakt van deze gelegenheid gebruik om de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden opnieuw te verzekeren van zijn zeer bijzondere hoogachting.

De Koninklijke Nederlandse Ambassade

Vilnius

Aanhangsel: 1

Aanhangsel

(Zoals in Nr. 1)