Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek China

Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek China

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Volksrepubliek China,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens de van oudsher bestaande vriendschapsbanden tussen hun landen te versterken en de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat betreft investeringen door de investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij,

In het besef dat overeenstemming over de aan dergelijke investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van de Verdragsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel

2

Bevordering en toelating van investeringen

Elke Verdragsluitende Partij stimuleert investeerders van de andere Verdragsluitende Partij investeringen te doen op haar grondgebied en laat dergelijke investeringen in overeenstemming met haar wetten en voorschriften toe.

Artikel

3

Behandeling van investeringen

Artikel

4

Binnenkomst en verblijf van personeelsleden

Elke Verdragsluitende Partij neemt, binnen het kader van haar wetgeving, aanvragen voor visa en werkvergunningen voor investeerders van de andere Verdragsluitende Partij die zich bezighouden met activiteiten die verband houden met investeringen gedaan op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij in welwillende overweging.

Artikel

5

Onteigening

Artikel

6

Schadeloosstelling voor schade en verliezen

Aan investeerders van de ene Verdragsluitende Partij wier investeringen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verliezen lijden wegens oorlog, een nationale noodtoestand, oproer, ongeregeldheden of andere soortgelijke gebeurtenissen op het grondgebied van de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij wordt wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of andere regelingen betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke wordt toegekend aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat, naar gelang van welke het gunstigst is voor de betrokken investeerder.

Artikel

7

Repatriëring van investeringen en opbrengsten

Artikel

8

Subrogatie

Indien de ene Verdragsluitende Partij of een door haar aangewezen instantie een betaling doet aan haar investeerder als een schadeloosstelling gegeven ten aanzien van een investering gedaan op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, erkent de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij de overdracht van alle rechten en vorderingen van de schadeloos gestelde investeerder aan de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij of haar aangewezen instantie, voortvloeiend uit wet of overeenkomst, en het recht van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij of haar aangewezen instantie om krachtens subrogatie een dergelijk recht in dezelfde mate uit te oefenen als de investeerder.

Artikel

9

Beslechting van geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen

Artikel

10

Beslechting van geschillen tussen een investeerder en een Verdragsluitende Partij

Artikel

11

Overleg

Elk van beide Verdragsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen overleg te plegen over een aangelegenheid betreffende de uitlegging, toepassing en uitvoering van dit Verdrag. De andere Partij neemt dit voorstel in welwillende overweging en biedt passende gelegenheid voor dergelijk overleg.

Artikel

12

Toepassing

Het onderhavige Verdrag is tevens van toepassing op investeringen die vóór de inwerkingtreding ervan zijn gedaan door investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de betrokken Verdragsluitende Partij, die van kracht waren op het moment dat de investering werd gedaan. De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing ongeacht het bestaan van diplomatieke of consulaire betrekkingen tussen de Verdragsluitende Partijen.

Artikel

13

Overgang

Artikel

14

Toepassing en beëindiging van het Verdrag wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa en eveneens van toepassing op de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij anders is bepaald in de in artikel 15, eerste lid, bedoelde mededeling.

Met inachtneming van de bepalingen van artikel 15 is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van het Koninkrijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba afzonderlijk te beëindigen.

Artikel

15

Inwerkingtreding, werkingsduur en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Beijing op 26 november 2001, in de Nederlandse, de Chinese en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk gezaghebbend. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) A. JORRITSMA

Voor de Regering van de Volksrepubliek China

(w.g.) SHI GUANGSHENG

Protocol

Protocol bij het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek China.

Bij de ondertekening van het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek China, hebben de ondertekenende vertegenwoordigers overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen, die een integrerend deel uitmaken van het Verdrag.

Ad artikel 1

De term „investeringen” genoemd in artikel 1, eerste lid, omvat investeringen van rechtspersonen van een derde Staat die het eigendom zijn van of onder toezicht staan van investeerders van de ene Verdragsluitende Partij en die zijn gedaan op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de wetten en voorschriften van laatstgenoemde Partij. De desbetreffende bepalingen van dit Verdrag zijn alleen van toepassing op dergelijke investeringen, wanneer deze derde Staat geen recht heeft, of afstand doet van het recht, tot het eisen van schadeloosstelling nadat de investeringen door de andere Verdragsluitende Partij zijn onteigend.

Het Verdrag is ook van toepassing op herinvesteringen gedaan door investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en in overeenstemming met de wetten en voorschriften van die Partij.

Ad artikel 3, tweede en derde lid

Ten aanzien van de Volksrepubliek China, zijn het tweede en derde lid van artikel 3 niet van toepassing op:

  • a.

    bestaande, niet-conforme maatregelen die op haar grondgebied worden gehandhaafd;

  • b.

    de voortzetting van een niet-conforme maatregel bedoeld onder a;

  • c.

    een wijziging van een niet-conforme maatregel bedoeld in a voor zover de wijziging de non-conformiteit van de maatregel ten opzichte van die verplichtingen, zoals deze onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging bestond, niet vergroot.

Getracht zal worden de non-conforme maatregelen met voortvarendheid op te heffen.

Ad artikel 7

Ad artikel 10

Het Koninkrijk der Nederlanden neemt kennis van de verklaring dat de Volksrepubliek China vereist dat de betrokken investeerder de in de wetten en voorschriften van de Volksrepubliek China omschreven nationale bestuursrechtelijke herzieningsprocedure uitput, alvorens het geschil te onderwerpen aan internationale arbitrage uit hoofde van artikel 10, derde lid. De Chinese Volksrepubliek verklaart dat een dergelijke procedure een periode van maximaal drie maanden duurt.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) A. JORRITSMA

Voor de Regering van de Volksrepubliek China

(w.g.) SHI GUANGSHENG