Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Suriname,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de veiligheid en de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid van de Verdragsluitende Partijen;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van door de Verdragsluitende Partijen met elkaar overeengekomen internationaal rechtelijke bepalingen;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Wereld Douane Organisatie, in respectievelijk december 1953, juli 2000 en juni 2002;

Gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;

zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „douaneadministratie": wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, één van de centrale administraties die in de respectieve delen van het Koninkrijk verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving, en wat de Republiek Suriname betreft, de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen;

  • b.

    „douanerechten": alle rechten, belastingen of heffingen die geheven worden alsmede restituties en exportsubsidies die verleend worden op grond van de douanewetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen, met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;

  • c.

    „douanevordering": elk bedrag aan douanerechten dat niet in een van de Verdragsluitende Partijen kan worden geïnd alsmede verhogingen, administratieve boeten, renten en kosten die betrekking hebben op die douanerechten;

  • d.

    „douanewetgeving": alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

  • e.

    „functionaris": elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door een van de douaneadministraties;

  • f.

    „inbreuk op de douanewetgeving": elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;

  • g.

    „informatie": alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;

  • h.

    „persoon": elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;

  • i.

    „persoonsgegevens": alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • j.

    „aangezochte administratie": de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;

  • k.

    „verzoekende administratie": de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;

  • l.

    „aangezochte Verdragsluitende Partij": de Verdragsluitende Partij wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;

  • m.

    „verzoekende Verdragsluitende Partij": de Verdragsluitende Partij wier douaneadministratie om bijstand verzoekt.

HOOFDSTUK

II

REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

INFORMATIE

Artikel

3

Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving

Artikel

4

Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving

Artikel

5

Informatie over de rechtmatigheid van het grensoverschrijdende goederenverkeer

Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie ervan op de hoogte:

  • a.

    of goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij;

  • b.

    of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij en de douaneregeling waaronder de goederen eventueel zijn geplaatst.

Artikel

6

Systematisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, op voorwaarden die worden neergelegd in een nadere regeling overeenkomstig artikel 20, informatie die onder dit Verdrag valt op een systematische wijze verstrekken.

Artikel

7

Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, op voorwaarden die worden neergelegd in een nadere regeling overeenkomstig artikel 20, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK

IV

BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel

8

Invordering van douanevorderingen

Artikel

9

Toezicht en informatie

Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht op en verstrekt zij informatie over:

  • a.

    goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

  • b.

    vervoermiddelen waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

  • c.

    panden of terreinen op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

  • d.

    personen van wie bekend is dat zij een inbreuk hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij een inbreuk maken op de douanewetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten.

Artikel

10

Gecontroleerde aflevering

De douaneadministraties kunnen binnen het kader van hun nationale wettelijke en administratieve bepalingen, door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve landen van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien een douaneadministratie niet bevoegd is bedoelde toestemming te verlenen, tracht die administratie samenwerking te bewerkstelligen met de nationale autoriteiten die daartoe wel bevoegd zijn of draagt zij de zaak aan hen over.

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen om ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege van de verzoekende Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK

V

TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel

12

HOOFDSTUK

VI

UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel

13

Verkrijgen van informatie

Artikel

14

Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij

Door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van het onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:

  • a.

    ten kantore van de aangezochte administratie kennisnemen van documenten en andere informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving, en daarvan afschriften verkrijgen;

  • b.

    aanwezig zijn bij een door de aangezochte administratie geleid onderzoek op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij dat van belang is voor de verzoekende administratie; de functionarissen van de verzoekende Verdragsluitende Partij hebben daarbij uitsluitend een adviserende rol.

Artikel

15

Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende Verdragsluitende Partij op uitnodiging van de aangezochte administratie

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende Verdragsluitende Partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende administratie uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen. Aan de aanwezigheid van deze functionarissen op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij kan de aangezochte administratie voorwaarden verbinden.

Artikel

16

Bezoeken van functionarissen

HOOFDSTUK

VII

VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel

17

HOOFDSTUK

VIII

ONTHEFFING

Artikel

18

HOOFDSTUK

IX

KOSTEN

Artikel

19

HOOFDSTUK

X

UITVOERING VAN HET VERDRAG

Artikel

20

De douaneadministraties van de Verdragsluitende Partijen besluiten gezamenlijk, binnen het kader van dit Verdrag, over nadere uitvoeringsregelingen.

HOOFDSTUK

XI

GESCHILLENREGELING

Artikel

21

HOOFDSTUK

XII

TERRITORIALE TOEPASSING

Artikel

22

HOOFDSTUK

XIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

23

Inwerkingtreding

Artikel

24

Duur en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Paramaribo, op 25 oktober 2004, in de Nederlandse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

J. G. WIJN

Voor de Republiek Suriname

H. S. HILDENBERG

Bijlage

Bepalingen van toepassing op de douaneadministraties van de Verdragsluitende Partijen bij de uitwisseling van persoonsgegevens

1

De douaneadministraties van de Verdragsluitende Partijen mogen de verstrekte persoonsgegevens alleen gebruiken voor het aangegeven doel en overeenkomstig de door de verstrekkende douaneadministratie gestelde voorwaarden.

2

De ontvangende administratie licht de verstrekkende douaneadministratie op haar verzoek in over het gebruik dat van de verstrekte persoonsgegevens is gemaakt en over de daarmee bereikte resultaten.

3

Persoonsgegevens worden slechts verstrekt aan de bevoegde douaneautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen. Toezending ervan aan andere autoriteiten mag alleen plaatsvinden met voorafgaande toestemming van de verstrekkende douaneadministratie.

4

De verstrekkende douaneadministratie waarborgt dat de persoonsgegevens zowel nauwkeurig zijn als noodzakelijk en niet te uitvoerig in verhouding tot het doel waarvoor zij dienen te worden verstrekt. Verboden inzake het verstrekken van persoonsgegevens krachtens nationaal recht worden in acht genomen. Indien aan het licht komt dat onnauwkeurige gegevens of gegevens die niet verstrekt mogen worden zijn verstrekt, wordt de ontvanger terstond ingelicht en is deze verplicht de desbetreffende gegevens te verbeteren of te vernietigen.

5

De betrokken natuurlijke persoon wordt op verzoek ingelicht over de omtrent hem aanwezige persoonsgegevens en over het beoogde gebruik ervan. Een dergelijke verplichting bestaat niet voorzover het openbaar belang bij het niet inlichten van de betrokken natuurlijke persoon zwaarder weegt dan het belang van die natuurlijke persoon te worden ingelicht. Het recht te worden ingelicht wordt voor het overige beheerst door nationaal recht.

6

Indien enig persoon wordt geschaad door een onrechtmatig handelen bij de verstrekking van persoonsgegevens uit hoofde van dit Verdrag, is de ontvangende douaneadministratie aansprakelijk jegens genoemde persoon overeenkomstig het nationale recht. In haar verweer jegens genoemde persoon kan zij zich er niet op beroepen dat de schade is veroorzaakt door de verstrekkende douaneadministratie.

7

Bij het verstrekken van persoonsgegevens vermeldt de verstrekkende douaneadministratie de krachtens nationaal recht toepasselijke termijnen waarna die gegevens dienen te worden vernietigd.

8

De douaneadministraties van de Verdragsluitende Partijen zijn verplicht de verstrekking en ontvangst van persoonsgegevens te registreren.

9

De douaneadministraties van de Verdragsluitende Partijen zijn verplicht de verstrekte persoonsgegevens doeltreffend te beschermen tegen ongeoorloofde toegang, tegen niet door de verstrekkende douaneadministratie toegestane wijzigingen en tegen ongeoorloofde toezending aan derde partijen.