Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs

Het Koninkrijk der Nederlanden en

de Vlaamse Gemeenschap van België,

hierna te noemen: de Verdragsluitende Partijen,

Overwegende dat:

de Verdragsluitende Partijen de uitdrukkelijke wens hebben geuit te komen tot een Accreditatieorganisatie die zowel Nederlandse als Vlaamse opleidingen binnen het hoger onderwijs zal accrediteren;

een accreditatieorgaan bij de Nederlandse Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is ingesteld;

het wenselijk is dat die Accreditatieorganisatie naar Nederlands en Belgisch recht over de bevoegdheden beschikt die noodzakelijk of nuttig zijn voor de vervulling van haar opdracht, binnen de grenzen die daarvoor zijn gesteld in dit Verdrag en de nationale regelgeving;

de Verdragsluitende Partijen ieder voor hun eigen hoger onderwijs verantwoordelijk blijven voor de inrichting en de kwaliteit van dat onderwijs;

de Verdragsluitende Partijen de wederzijdse grondwettelijke vrijheden van het onderwijs volledig respecteren en dat dit Verdrag slechts binnen die kaders uitgelegd kan worden;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

1

ACCREDITATIEORGANISATIE EN OPDRACHT

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

HOOFDSTUK

2

INRICHTING ACCREDITATIEORGANISATIE

Artikel

4

De Accreditatieorganisatie bestaat in ieder geval uit een Bestuur en een Adviesraad.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Adviesraad heeft tot taak de Accreditatieorganisatie gevraagd of ongevraagd te adviseren over het algemene beleid van de Accreditatieorganisatie.

HOOFDSTUK

3

UITVOERING TAAK ACCREDITATIEORGANISATIE

Artikel

9

De Accreditatieorganisatie oordeelt binnen de termijnen en met inachtneming van de vormen en procedures zoals omschreven bij of krachtens Nederlandse wet of Vlaams decreet.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

HOOFDSTUK

4

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel

13

Artikel

14

De Verdragsluitende Partijen stellen aan de Accreditatieorganisatie voor uitvoering van haar opdracht de benodigde financiële middelen ter beschikking in een zodanige regeling dat het Koninkrijk der Nederlanden 60% en de Vlaamse Gemeenschap van België 40% van de kosten draagt.

Artikel

15

HOOFDSTUK

5

SLOTBEPALINGEN

Artikel

16

Elk geschil tussen de Verdragsluitende Partijen over de uitleg en de toepassing van het Verdrag, dat niet door onderhandelingen kan worden opgelost, kan op verzoek van één der Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie arbiters. De bepalingen over de samenstelling en procedure van het gerecht zijn opgenomen in de Bijlage bij dit Verdrag, die een geïntegreerd onderdeel vormt van dit Verdrag.

Artikel

17

Het Comité van Ministers stelt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag en vervolgens telkens na vier jaar een verslag op over de werking en het functioneren van de Accreditatieorganisatie. De Nederlandse Minister zendt deze verslagen naar het Nederlandse parlement en de Vlaamse Minister naar het Vlaamse parlement.

Artikel

18

Dit Verdrag treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand, volgend op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de constitutionele eisen is voldaan.

Artikel

19

Dit Verdrag is van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

GEDAAN te Den Haag, op 3 september 2003, in tweevoud.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) M. J. A. VAN DER HOEVEN

(w.g.) A. D. S. M. NIJS

Voor de Vlaamse Gemeenschap van België

(w.g.) M. VAN DER POORTEN

Bijlage

– Samenstelling en procedure van het gerecht, bedoeld in artikel 16

1

Het gerecht, bedoeld in artikel 16 van dit Verdrag, bestaat uit drie arbiters, van wie elke Verdragsluitende Partij er één benoemt. De twee aldus gekozen arbiters bereiken overeenstemming over de derde arbiter. Deze derde arbiter mag geen onderdaan zijn of in dienst zijn van het Koninkrijk der Nederlanden of het Koninkrijk België. Elk van de Verdragsluitende Partijen wijst een arbiter aan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum waarop één van de Verdragsluitende Partijen van de andere Partij een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechtelijke beslissing wordt verzocht. Over de derde arbiter wordt binnen een volgende termijn van dertig dagen overeenstemming bereikt. Indien één van de Verdragsluitende Partijen haar eigen arbiter niet aanwijst binnen de termijn van dertig dagen of indien over de derde arbiter niet binnen de genoemde termijn overeenstemming is bereikt, kan de Secretaris-Generaal van het Permanente Hof van Arbitrage door één van de Partijen worden verzocht een arbiter of arbiters te benoemen.

2

Het gerecht regelt zijn eigen werkwijze.

3

Het gerecht beslist bij meerderheid van stemmen.

4

De kosten van het gerecht worden door beide Verdragsluitende Partijen, elk voor de helft, gedragen. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van zijn vertegenwoordiging in het geding.