Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 10 november 2004 betreffende de voorrechten en immuniteiten die aan het Europees Defensieagentschap en zijn personeel worden verleend

Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 10 november 2004 betreffende de voorrechten en immuniteiten die aan het Europees Defensieagentschap en zijn personeel worden verleend

Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 10/11/2004 betreffende de voorrechten en immuniteiten die aan het Europees Defensieagentschap en zijn personeel worden verleend

De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen,

Overwegende hetgeen volgt:

  • 1.

    Op 12 juli 2004 heeft de Raad Gemeenschappelijk optreden 2004/551/GBVB betreffende de oprichting van het Europees DefensieagentschapPB L 245 van 17.7.2004, blz. 17. („het agentschap") vastgesteld.PB L 245 van 17.7.2004, blz. 17. („het agentschap") vastgesteld.

  • 2.

    Opdat het agentschap zijn werkzaamheden kan aanvatten, moeten aan dit agentschap van de Europese Unie en zijn personeel uitsluitend in het belang van het agentschap en van de Europese Unie de daartoe vereiste voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden verleend,

Besluiten:

Artikel

1

Immuniteit van rechtsvervolging en vrijstelling van huiszoeking, beslaglegging, vordering, verbeurdverklaring of iedere andere vorm van dwangmaatregel

De lokalen en gebouwen van het agentschap zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking, vordering, verbeurdverklaring of onteigening. De eigendommen en bezittingen van het agentschap kunnen niet worden getroffen door enige dwangmaatregel van bestuurlijke of gerechtelijke aard.

Artikel

2

Onschendbaarheid van archieven

De archieven van het agentschap zijn onschendbaar.

Artikel

3

Vrijstelling van belastingen en rechten

Artikel

4

Overdracht van defensiegoederen voor officieel gebruik door het agentschap

In verband met de overdracht tussen lidstaten van defensiegoederen bestemd voor officieel gebruik door het agentschap ter vervulling van zijn opdracht, functies en taken:

  • is het agentschap vrijgesteld van door de lidstaten opgelegde betalingen en aflossingen, met uitzondering van administratiekosten:

  • streven de lidstaten ernaar dergelijke overdrachten zoveel mogelijk en in overeenstemming met hun wetten en regelingen te vergemakkelijken, onverminderd hun uit het internationale recht voortvloeiende verplichtingen.

Artikel

5

Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot berichtenverkeer

De lidstaten staan het agentschap toe om vrijelijk en zonder het vereiste van toestemming op hun grondgebieden te communiceren voor alle officiële doeleinden, en zij beschermen dit recht. Het agentschap is gerechtigd codes te gebruiken en zijn officiële correspondentie en andere officiële berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, waarvoor dezelfde voorrechten en immuniteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen.

Artikel

6

Binnenkomst, verblijf en vertrek

Indien nodig vergemakkelijken de lidstaten de binnenkomst, het verblijf en het vertrek voor dienstdoeleinden van de in artikel 7 bedoelde personen. Dit laat de mogelijkheid onverlet om te verlangen dat bewijs wordt geleverd waaruit blijkt dat de personen die zich op de in dit artikel bedoelde behandeling beroepen, onder de in artikel 7 genoemde categorieën vallen.

Artikel

7

Voorrechten en immuniteiten van de personeelsleden van het agentschap

Artikel

8

Uitzonderingen op immuniteiten

De immuniteit die aan de in artikel 7 genoemde personen wordt verleend, strekt zich niet uit tot civiele vorderingen van derden wegens schade, lichamelijk letsel of overlijden ten gevolge van verkeersongelukken die door deze personen zijn veroorzaakt.

Artikel

9

Belastingen

Artikel

10

Bescherming van personeel

Indien de directeur van het agentschap daar om verzoekt, nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om de veiligheid en bescherming te waarborgen van de in dit besluit bedoelde personen wier veiligheid gevaar loopt als gevolg van ten behoeve van het agentschap verrichte werkzaamheden.

Artikel

11

Opheffing van immuniteiten

Artikel

12

Regeling van geschillen

Geschillen betreffende een weigering om de immuniteit op te heffen of betreffende een misbruik van immuniteit voor het agentschap of voor een persoon die uit hoofde van zijn officiële functie immuniteit geniet als omschreven in artikel 7, lid 1, worden met het oog op een regeling door de Raad besproken.

Artikel

13

Regeling voor bij het agentschap gedetacheerde nationale deskundigen

Het bepaalde in artikel 6, artikel 7, lid 1, artikel 8, artikel 11 en artikel 12 geldt ook voor nationale deskundigen die bij het agentschap zijn gedetacheerd overeenkomstig artikel 11, lid 3, punt 2, van het gemeenschappelijk optreden tot oprichting van het agentschap.

Artikel

14

Samenwerking met autoriteiten van de lidstaten

Met het oog op de toepassing van dit besluit werkt het agentschap samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Artikel

15

Evaluatie

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit of, indien dit eerder is, bij de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, evalueren de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, de bepalingen van dit besluit en, zo nodig, wijzigen zij deze of nemen zij een besluit over het verstrijken ervan.

Artikel

16

Territoriale toepassing

Artikel

17

Inwerkingtreding

Op de eerste dag van de tweede maand nadat tien lidstaten alsook de lidstaat waar het agentschap zijn zetel heeft het secretariaat-generaal van de Raad ervan in kennis hebben gesteld dat de voor de toepassing van dit besluit vereiste procedures in hun nationale rechtssystemen zijn voltooid, treedt dit besluit in werking voor de lidstaten die een dergelijke kennisgeving hebben gedaan. Onverminderd het nationale recht vindt dit besluit in deze lidstaten toepassing vanaf de datum van aanneming.

Voor elke andere lidstaat treedt dit besluit in werking op de eerste dag van de tweede maand na kennisgeving aan het secretariaat-generaal van de Raad dat de voor de toepassing ervan vereiste procedures in zijn nationaal rechtssysteem zijn voltooid.

Artikel

18

Bekendmaking

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

GEDAAN te Brussel, de tiende november tweeduizendvier.