Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek ten Oosten van de Uruguay,

teneinde hun betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid te regelen,

zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Materiële werkingssfeer

Artikel

3

Personele werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing op personen op wie de wetgeving van een of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest, alsmede op hun gezinsleden of nabestaanden voorzover zij rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel

4

Gelijke behandeling

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de volgende personen die wonen of verblijven op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij als haar eigen onderdanen:

  • a.

    onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij;

  • b.

    vluchtelingen;

  • c.

    gezinsleden en nabestaanden, ongeacht hun nationaliteit, van de onder a en b genoemde personen wat betreft de rechten die zij ontlenen aan die personen.

Artikel

5

Betaling van prestaties

TITEL

II

BEPALINGEN INZAKE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel

6

Algemene regel

Artikel

7

Bijzondere bepalingen

Artikel

8

Uitzonderingen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door deze autoriteiten aangewezen lichamen kunnen, in onderlinge overeenstemming, voor werknemers of zelfstandigen uitzonderingen vaststellen.

TITEL

III

BEPALINGEN MET BETREKKING TOT PENSIOENUITKERINGEN

HOOFDSTUK

1

SAMENTELLING

Artikel

9

Samentelling van verzekeringstijdvakken

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de verkrijging, het behoud of het herstel van het recht op pensioenuitkeringen afhankelijk stelt van de vervulling van bepaalde verzekeringstijdvakken, houdt het bevoegde orgaan waar nodig rekening met de verzekeringstijdvakken die overeenkomstig de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij binnen dit stelsel zijn vervuld als waren zij vervuld volgens haar eigen wetgeving, mits deze tijdvakken niet samenvallen.

HOOFDSTUK

2

RECHT OP EN BETALING VAN PENSIOENEN

Artikel

10

Pensioenuitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid, en voor nabestaanden

Het recht op pensioenuitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid, en voor nabestaanden wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die van toepassing is op de verzekerde of de uitkeringsgerechtigde op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt.

Artikel

11

Beoordeling van arbeidsongeschiktheid

HOOFDSTUK

3

TOEPASSING VAN DE WETGEVING VAN URUGUAY

Artikel

12

Stelsel van pensioenuitkeringen

Artikel

13

Beoordeling van het recht op en betaling van pensioenen

De werknemer die gedurende achtereenvolgende of afwisselende perioden onderworpen is geweest aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen kan aanspraak maken op de pensioenuitkeringen die in dit Hoofdstuk worden geregeld, overeenkomstig de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij stelt de aanspraak vast en berekent de pensioenuitkering, waarbij uitsluitend de verzekeringstijdvakken die door genoemde Verdragsluitende Partij zijn erkend in aanmerking worden genomen.

  • 2.

    Tegelijkertijd stelt het bevoegde orgaan de aanspraak vast op pensioenuitkeringen door zelf de verzekeringstijdvakken samen te tellen die ingevolge de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn vervuld. Wanneer de samentelling heeft plaatsgevonden en de aanspraak op pensioenuitkeringen is vastgesteld, wordt het te betalen bedrag berekend onder toepassing van de volgende regels:

    • a.

      Het bedrag van de pensioenuitkeringen waarop de betrokken Verdragsluitende Partij aanspraak kan maken wordt berekend alsof alle samengetelde verzekeringstijdvakken ingevolge haar eigen wetgeving waren vervuld (theoretisch pensioen).

    • b.

      Het bedrag van de pensioenuitkering wordt vastgesteld door op het theoretisch pensioen dat ingevolge haar nationale wetgeving is geraamd, dezelfde verhouding toe te passen als die welke bestaat tussen het verzekeringstijdvak dat in een Verdragsluitende Partij is vervuld en de som van het aantal verzekeringstijdvakken dat in beide Partijen is vervuld (pro rata pensioen).

  • 3.

    De pensioengerechtigde heeft recht op het overeenkomstig de punten 1 en 2 berekende hoogste bedrag.

Artikel

14

Samentelling van tijdvakken van betaling van premie of bijdrage in bijzondere of verbeterde stelsels

Artikel

15

Aanpassing van pensioenuitkeringen

De pensioenuitkeringen die onder toepassing van de bepalingen van Titel III van dit Verdrag worden erkend, worden periodiek aangepast met dezelfde bedragen als de pensioenuitkeringen die uit hoofde van de nationale wetgeving worden erkend. Met betrekking tot de pensioenuitkeringen die zijn geraamd volgens de „pro rata temporis’’ formule, zoals voorzien in artikel 13, tweede lid, kan deze aanpassing echter worden berekend onder toepassing van dezelfde verhoudingsregel die werd toegepast om het pensioenbedrag vast te stellen.

HOOFDSTUK

4

TOEPASSING VAN DE WETGEVING VAN NEDERLAND

Artikel

16

Ouderdom- en nabestaandenpensioenen en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

TITEL

IV

OVERIGE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

17

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

18

Rechtsgevolgen van de afgifte van documenten

Artikel

19

Administratieve bijstand

Artikel

20

Vrijstelling van belastingen, rechten en verzoeken om certificering

Artikel

21

Formaliteiten en waarborgen inzake pensioenuitkeringen

Artikel

22

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

Artikel

23

Beslechting van geschillen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen verrichten alle redelijke inspanningen om geschillen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag en het Administratief Akkoord met wederzijdse instemming op te lossen.

Artikel

24

Taal

HOOFDSTUK

2

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel

25

Berekening van aan de inwerkingtreding van dit Verdrag voorafgaande tijdvakken

De voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de wetgeving van elke Verdragsluitende Partij vervulde verzekeringstijdvakken worden in aanmerking genomen ten behoeve van de vaststelling van het recht op pensioenuitkeringen dat uit hoofde van dit Verdrag wordt erkend.

Artikel

26

Gebeurtenissen en tijdvakken voorafgaand aan de inwerkingtreding

HOOFDSTUK

3

SLOTBEPALINGEN

Artikel

27

Duur van dit Verdrag

Artikel

28

Goedkeuring en inwerkingtreding

Artikel

29

Territoriale toepassing

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag en het Administratief Akkoord slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel

30

Opzegging

Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd bij schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In het geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij is ontvangen.

GEDAAN in tweevoud te Montevideo, op 11 oktober 2005, in de Nederlandse en Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

ROBERT HANS MEYS

Voor de Republiek ten Oosten van de Uruguay

EDUARDO BONOMI

Administratief akkoord voor de uitvoering van het verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Ingevolge de bepalingen van artikel 22, eerste lid, letter a, van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay, ondertekend te Montevideo, op 11 oktober 2005, zijn de bevoegde autoriteiten:

voor het Koninkrijk der Nederlanden:

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

en voor de Republiek ten Oosten van de Uruguay:

de Banco de Previsión Social,

voor de toepassing van het Verdrag het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Bevoegde organen

De in artikel 1, eerste lid, letter e, van het Verdrag bedoelde bevoegde organen zijn:

  • 1.

    in Uruguay, overheids-, semi-overheids- en particuliere socialezekerheidsinstituten of -organisaties, die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 2, eerste lid, letter A van het Verdrag genoemde wetgeving.

  • 2.

    in Nederland:

    • a.

      wat betreft arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: het Uitvoerings-instituut werknemersverzekeringen;

    • b.

      wat betreft ouderdoms- alsmede nabestaandenpensioenen: de Sociale verzekeringsbank;

    • c.

      wat betreft de wetgeving inzake sociale bijstand: de organisatie die daartoe door de bevoegde autoriteit van Nederland is aangewezen.

HOOFDSTUK

II

TOEPASSING VAN TITEL II VAN HET VERDRAG

Artikel

3

Verbindingsorganen

De verbindingsorganen voor de toepassing van de bepalingen met betrekking tot gedetacheerde werknemers ingevolge artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van het Verdrag zijn:

  •  met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de Sociale verzekeringsbank;

  •  met betrekking tot de Republiek ten Oosten van de Uruguay: de Socialezekerheidsbank.

Artikel

4

Gedetacheerde werknemers

In het geval van werknemers die naar het grondgebied van een andere staat worden gezonden, zoals voorzien in artikel 7, eerste lid van het Verdrag, geeft het verbindingsorgaan van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de werkgever is gevestigd op verzoek van de werkgever of van de werknemer een verklaring af waaruit blijkt dat de werknemer voor de duur van zijn werkzaamheden op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij onderworpen blijft aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij. Een afschrift van voornoemde verklaring dient aan het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij te worden gezonden. De verklaring wordt afgegeven volgens het overeengekomen model.

Artikel

5

Verlenging van de detachering

In het geval van een verlenging van de periode van de detachering, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden de verzoeken om verlenging eveneens ingediend bij het verbindingsorgaan van de Verdragsluitende Partij waar de werkgever die de werknemer detacheert is gevestigd, en dienen de verzoeken te worden ingediend voor het verstrijken van de toegestane detacheringsperiode.

De werknemer is daarentegen vanaf het moment van het verstrijken van de oorspronkelijke periode automatisch onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij werkzaam blijft.

Het verbindingsorgaan dat het verzoek om verlenging ontvangt, brengt het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij op de hoogte van de beslissing van de bevoegde autoriteit of van het door die autoriteit aangewezen lichaam.

HOOFDSTUK

III

BEPALINGEN INZAKE PENSIOENUITKERINGEN

Artikel

6

Indienen van een aanvraag

HOOFDSTUK

IV

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

7

Formulieren en procedures

Artikel

8

Identificatie

Artikel

9

Verificatie van aanvragen en betalingen

Artikel

10

Verificatie van inlichtingen in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid

Artikel

11

Uitwisseling van statistieken

De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen wisselen jaarlijks statistieken uit betreffende betalingen die elke Verdragsluitende Partij uit hoofde van dit Akkoord heeft gedaan. Deze statistieken bevatten gegevens over het aantal uitkeringsgerechtigden en het totale bedrag van de pensioenuitkeringen, per soort prestatie.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Dit Administratief Akkoord treedt tegelijk met het Verdrag in werking en blijft gedurende dezelfde tijd van kracht.

GEDAAN in tweevoud te Montevideo, op 11 oktober 2005, in de Nederlandse en Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden

ROBERT HANS MEYS

Voor de bevoegde autoriteit van de Republiek ten Oosten van de Uruguay