Artikel
1
Begripsomschrijvingen
1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
a.
„grondgebied’’, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; met betrekking tot de Republiek Bolivia: het grondgebied van de Republiek;
-
b.
„bevoegde autoriteit’’, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; met betrekking tot de Republiek Bolivia betreffende artikel 2, tweede lid, onder a, b en c: het ministerie van Gezondheid en Sport; en betreffende artikel 2, tweede lid, onder d, e, f, g en h: het ministerie van Financiën;
-
c.
„bevoegd orgaan’’, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c en g: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, e en f: de Sociale Verzekeringsbank; betreffende de wetgeving inzake sociale bijstand: de instelling die daartoe is aangewezen door de Nederlandse bevoegde autoriteit; met betrekking tot de Republiek Bolivia betreffende de onderdelen van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c: el Instituto Nacional de Seguros de Salud (het Nationaal Instituut voor Ziekteverzekeringen), en betreffende de onderdelen bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, e, f, g en h: la Superintendencia de Pensiones, Valores y Seguros (de Toezichthouder op Pensioenen, Fondsen, Effecten en Verzekeringen);
of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemde organen;
-
d.
„instantie’’, elke organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van onder meer de bevolkingsregisters, geboorte-, overlijdens- en huwelijksregisters, belastingautoriteiten, arbeidsbureaus, scholen en andere onderwijsinstellingen, kadasterregisters, handelsautoriteiten, politie, gevangeniswezen en immigratiediensten;
-
e.
„wetgeving’’, de wetgeving genoemd in artikel 2;
-
f.
„uitkering’’, elke uitkering in natura (met betrekking tot ziekte) of in geld (met betrekking tot een duurzame socialezekerheidsuitkering) op grond van de desbetreffende wetgeving;
-
g.
„uitkeringsgerechtigde’’, een persoon die als zodanig wordt gedefinieerd of erkend door de wetgeving van de Verdragsluitende Partijen en een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;
-
h.
„gezinslid’’, een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt door de wetgeving;
-
i.
„wonen’’, regulier wonen;
-
j.
„verblijven’’, tijdelijk wonen.