Protocol nr. 14 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentale vrijheden, betreffende wijziging van het controlesysteem van het Verdrag

Protocol no. 14 to the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms, amending the control system of the Convention

Preamble

The member States of the Council of Europe, signatories to this Protocol to the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms, signed at Rome on 4 November 1950 (hereinafter referred to as "the Convention"),

Having regard to Resolution No. 1 and the Declaration adopted at the European Ministerial Conference on Human Rights, held in Rome on 3 and 4 November 2000;

Having regard to the Declarations adopted by the Committee of Ministers on 8 November 2001, 7 November 2002 and 15 May 2003, at their 109th, 111th and 112th Sessions, respectively;

Having regard to Opinion No. 251 (2004) adopted by the Parliamentary Assembly of the Council of Europe on 28 April 2004;

Considering the urgent need to amend certain provisions of the Convention in order to maintain and improve the efficiency of the control system for the long term, mainly in the light of the continuing increase in the workload of the European Court of Human Rights and the Committee of Ministers of the Council of Europe;

Considering, in particular, the need to ensure that the Court can continue to play its pre-eminent role in protecting human rights in Europe,

Have agreed as follows:

Article

1

Wijzigt artikel 22 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

2

Wijzigt artikel 23 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

3

Wijzigt artikel 24 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

4

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Article

5

Wijzigt artikel 26 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

6

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Article

7

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Article

8

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Article

9

Wijzigt artikel 29 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

10

Wijzigt artikel 31 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

11

Wijzigt artikel 32 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

12

Wijzigt artikel 35 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

13

Wijzigt artikel 36 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

14

Wijzigt artikel 38 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

15

Wijzigt artikel 39 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

16

Wijzigt artikel 46 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Article

17

Wijzigt artikel 59 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950

Final and transitional provisions

Article

18

Article

19

This Protocol shall enter into force on the first day of the month following the expiration of a period of three months after the date on which all Parties to the Convention have expressed their consent to be bound by the Protocol, in accordance with the provisions of Article 18.

Article

20

Article

21

The term of office of judges serving their first term of office on the date of entry into force of this Protocol shall be extended ipso jure so as to amount to a total period of nine years. The other judges shall complete their term of office, which shall be extended ipso jure by two years.

Article

22

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of Europe of:

  • a)

    any signature;

  • b)

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance or approval;

  • c)

    the date of entry into force of this Protocol in accordance with Article 19; and

  • d)

    any other act, notification or communication relating to this Protocol.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 13th day of May 2004, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe.

Protocol nr. 14 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, betreffende wijziging van het controlesysteem van het Verdrag

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa, die dit Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna te noemen „het Verdrag") hebben ondertekend,

Gelet op Resolutie nr. 1 en de Verklaring aangenomen op de Europese Ministeriële Conferentie inzake de rechten van de mens die op 3 en 4 november 2000 plaatsvond te Rome;

Gelet op de Verklaringen aangenomen door het Comité van Ministers op 8 november 2001, 7 november 2002 en 15 mei 2003 tijdens respectievelijk de honderdnegende, honderdelfde en honderdtwaalfde zitting;

Gelet op opinie nr. 251 (2004) aangenomen door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 28 april 2004;

Overwegende dat het dringend noodzakelijk is een aantal bepalingen van het Verdrag te wijzigen teneinde de doeltreffendheid van het controlesysteem voor de lange termijn te handhaven en te verbeteren, voornamelijk gezien de toenemende werkdruk van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en van het Comité van Ministers van de Raad van Europa;

In het bijzonder overwegende de noodzaak te waarborgen dat het Hof zijn preëminente rol bij de bescherming van de mensenrechten in Europa kan blijven spelen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

2

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

3

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

4

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

5

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

6

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

7

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

8

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

9

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

10

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

11

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

12

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

13

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

14

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

15

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

16

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Artikel

17

Wijzigt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Rome, 04-11-1950.

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

18

Artikel

19

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop alle Partijen bij het Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht.

Artikel

20

Artikel

21

De ambtstermijn van rechters die op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol hun eerste ambtsperiode vervullen wordt van rechtswege verlengd tot een termijn van in totaal negen jaar. De overige rechters voltooien hun ambtstermijn die van rechtswege met twee jaar zal worden verlengd.

Artikel

22

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt alle lidstaten van de Raad van Europa in kennis van:

  • a.

    alle ondertekeningen;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;

  • c.

    de datum van inwerkingtreding van dit Protocol in overeenstemming met artikel 19; en

  • d.

    iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, op 13 mei 2004, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan iedere lidstaat van de Raad van Europa.