Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië inzake sociale zekerheid

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië inzake sociale zekerheid

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Macedonië

(Hun Staten hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen’’)

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,

Hebben een verdrag gesloten met de volgende bepalingen:

DEEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is

Artikel

3

Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is het van toepassing op:

  • (1)

    personen op wie de wetgeving van een of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest;

  • (2)

    personen die rechten ontlenen aan een in het eerste lid van dit artikel genoemde persoon.

Artikel

4

Gelijkheid van behandeling

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, hebben personen op wie dit Verdrag van toepassing is wanneer zij verblijven of wonen op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, dezelfde rechten en verplichtingen als de onderdanen van die Verdragsluitende Partij wat betreft de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

Artikel

5

Betaling van prestaties in het buitenland

Artikel

6

Non-cumulatie van prestaties

Bepalingen in de wetgeving van een Verdragsluitende Partij inzake vermindering, schorsing of intrekking van prestaties uit een tak van sociale zekerheid waarbij sprake is van samenloop met prestaties uit een andere tak of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn ook van toepassing op de rechthebbende ten aanzien van prestaties verkregen krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij of ten aanzien van inkomsten verworven of werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

DEEL

II

VASTSTELLING VAN DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel

7

Algemene regels

Artikel

8

Werknemers

Artikel

9

Zelfstandigen

Een zelfstandige die zijn beroep uitoefent op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel

10

Gedetacheerde werknemers

Artikel 8, eerste lid, is van toepassing, met inachtneming van de volgende uitzonderingen en voorwaarden:

Indien een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werkzaam is, door zijn werkgever waaraan hij normaal verbonden is gedetacheerd wordt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij om aldaar voor die werkgever bepaalde werkzaamheden te verrichten, terwijl de betaalde dienstbetrekking met deze werkgever wordt gehandhaafd, blijft hij voor de duur van de werkzaamheden onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij alsof hij nog op het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij werkzaam was, mits de desbetreffende werkzaamheden niet meer belopen dan een periode van 24 maanden en de verklaring van detachering uiterlijk binnen de eerste drie maanden van deze periode is ingediend. Achtereenvolgende detacheringen van dezelfde werknemer door dezelfde werkgever gelden als één detachering, tenzij zij door perioden van ten minste twaalf maanden onderbroken zijn.

Artikel

11

Ambtenaren

Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op ambtenaren die van het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij worden gezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, echter zonder tijdslimiet.

Artikel

12

Bemanningsleden aan boord van schepen

Een persoon die als werknemer werkzaam is aan boord van een schip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn zetel of domicilie heeft.

Artikel

13

Personeel van diplomatieke en consulaire zendingen

Artikel

14

Gezinsleden

Indien een persoon ingevolge de artikelen 10, 11 of 13 onderworpen blijft aan de wetgeving van een Verdragsluitende Partij vanuit het grondgebied waarvan hij is gezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, zijn die artikelen van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van die persoon die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

Artikel

15

Uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 8 tot en met 14

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door deze autoriteiten aangewezen lichamen kunnen ten behoeve van bepaalde categorieën personen of bepaalde personen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 8 tot en met 14 overeenkomen en daarbij een verplichte verzekering krachtens de desbetreffende wetgeving invoeren.

DEEL

III

BIJZONDERE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE VERSCHILLENDE SOORTEN PRESTATIES

Hoofdstuk

1

Ziekte en moederschap

Artikel

16

Recht op prestaties bij ziekte en moederschap

Artikel

17

Woonplaats op het grondgebied van de andere dan de bevoegde staat

Artikel

18

Overbrenging van de woonplaats zonder recht op prestaties krachtens de wetgeving van de nieuwe woonstaat

Indien een persoon die verzekerd is krachtens de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen zijn woonplaats overbrengt naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, maar niet voldoet aan de voorwaarden voor recht op prestaties krachtens de wetgeving van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij, en indien die persoon krachtens de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij nog steeds recht zou hebben op die prestaties indien hij op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij zou wonen, zal hij dit recht toch behouden. In dat geval is artikel 20, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel

19

Tijdelijk verblijf in of overbrenging van de woonplaats naar de bevoegde staat

Artikel

20

Verblijf buiten het grondgebied van de bevoegde staat – terugkeer naar of overbrenging van de woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij tijdens ziekte of moederschap – verlening van belangrijke prestaties

Artikel

21

Prestaties voor gepensioneerden en hun gezinsleden

Artikel

22

Vergoedingen tussen organen onderling

Hoofdstuk

2

Arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

Artikel

23

Samentelling

Indien de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen het verkrijgen, behoud of herstel van het recht op een prestatie wegens arbeidsongeschiktheid of een ouderdoms- of nabestaandenpensioen afhankelijk stelt van het vervullen van verzekeringstijdvakken of tijdvakken van wonen, neemt het bevoegde orgaan van die Verdragsluitende Partij waar nodig de verzekeringstijdvakken of tijdvakken van wonen vervuld krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij in aanmerking, als waren zij vervuld krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Partij.

A.

Bepalingen voor de uitvoering van de wetgeving van Macedonië

Artikel

24

Artikel

25

Indien de persoon voldoet aan de voorwaarden voor het verwerven van het recht op een prestatie zonder samentelling van de in artikel 24 vermelde verzekeringstijdvakken, stelt het bevoegde orgaan van Macedonië het bedrag van de prestatie vast, dat uitsluitend wordt berekend op basis van de volgens de wetgeving van Macedonië vervulde verzekeringstijdvakken.

Artikel

26

Indien het recht op een prestatie volgens de wetgeving van Macedonië afhankelijk is van de samentelling van verzekeringstijdvakken volgens artikel 24, stelt het bevoegde orgaan van Macedonië het bedrag van de prestatie als volgt vast:

  • (1)

     Eerst bepaalt het het theoretische bedrag van de prestatie dat betaald zou worden wanneer alle samengetelde verzekeringstijdvakken vervuld zouden zijn volgens de wetgeving van Macedonië.

  • (2)

     Vervolgens stelt het, het werkelijke bedrag vast dat uitbetaald wordt, op basis van het theoretische bedrag als bedoeld in het eerste lid, naar verhouding van de duur van de verzekeringsperioden die vervuld zijn krachtens de door dat orgaan toegepaste wetgeving tot de totale verzekeringsduur als bedoeld in artikel 24.

  • (3)

     De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel worden niet toegepast wanneer de berekening van de prestatie uitsluitend volgens de Macedonische wetgeving gunstiger is voor de betrokkene.

  • (4)

     Indien de totale duur van het verzekeringstijdvak, samengeteld overeenkomstig artikel 24, de langste verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de door Macedonië toegepaste wetgeving voor het berekenen van het hoogste bedrag aan prestaties niet overschrijdt, neemt het bevoegde orgaan voor de berekening van de prestatie overeenkomstig het eerste en tweede lid het langste tijdvak in aanmerking in plaats van de samengetelde verzekeringstijdvakken.

Artikel

27

Voor de berekening van de prestatie neemt het bevoegde orgaan van Macedonië alleen het volgens de wetgeving van Macedonië ontvangen loon in aanmerking.

Artikel

28

In geval van later verkregen rechten op een prestatie volgens de Nederlandse wetgeving wordt de prestatie op basis van de artikelen 24 tot en met 27 niet opnieuw berekend.

B.

Bepalingen voor de uitvoering van de wetgeving van Nederland

Artikel

29

Bepalingen inzake de Nederlandse invaliditeitsuitkering

Wanneer een persoon op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, onderworpen was aan de wetgeving van Macedonië inzake pensioenen en recht had op een Macedonische invaliditeitsuitkering, en hij voordien in totaal een verzekeringstijdvak had vervuld van ten minste twaalf maanden krachtens de Nederlandse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering, heeft hij recht op een uitkering krachtens laatstgenoemde wetgeving, berekend volgens de regels van artikel 30.

Artikel

30

Artikel

31

Bepalingen inzake het Nederlandse ouderdomspensioen

Voor de echtgenoot/echtgenote van een persoon die onmiddellijk voorafgaand aan of op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag verplicht verzekerd was, vangt de periode van een jaar aan op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel

32

Bepalingen inzake de Nederlandse nabestaandenverzekering

Wanneer een persoon op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn of haar overlijden onderworpen was aan de Macedonische wetgeving inzake pensioenen en voordien in totaal een verzekeringstijdvak had vervuld van ten minste twaalf maanden krachtens de Nederlandse wetgeving inzake nabestaandenverzekering, hebben zijn weduwe of haar weduwnaar of wezen recht op uitkeringen krachtens deze wetgeving, berekend in overeenstemming met de regels van artikel 33.

Artikel

33

Het bedrag van de prestatie bedoeld in artikel 32 wordt berekend naar rato van de totale duur van de door de overledene vervulde verzekeringstijdvakken krachtens de Nederlandse wetgeving tussen de datum waarop hij of zij de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt en de datum waarop hij of zij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, tot het tijdvak tussen de datum waarop hij of zij de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt en de datum van overlijden, maar uiterlijk de datum waarop hij of zij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

Artikel

34

Wezenpensioen

Een persoon die woont op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen heeft ten aanzien van zijn of haar kinderen die wonen of verblijven op het grondgebied van Macedonië recht op het Nederlandse wezenpensioen als zouden deze kinderen wonen op het grondgebied van Nederland.

Hoofdstuk

3

Werkloosheid

Artikel

35

Indien de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen op een persoon van toepassing is geweest, worden de tijdvakken van verzekering of arbeid die overeenkomstig de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen in aanmerking moeten worden genomen, bij elkaar opgeteld voor het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op werkloosheidsuitkeringen, voor zover deze tijdvakken niet samenvallen.

Artikel

36

Een werknemer wonende op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die zijn woonplaats overbrengt naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en laatstelijk onderworpen was aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij heeft gedurende zijn verblijf op het grondgebied daarvan recht op een werkloosheidsuitkering krachtens de wetgeving van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij, indien:

  • a.

    hij voldoet aan de voorwaarden van de wetgeving van die Partij, rekening houdend met de samentelling van de in artikel 35 bedoelde verzekeringstijdvakken; en

  • b.

    hij gedurende de laatste twaalf maanden voor indiening van de aanvraag in totaal ten minste vier weken op het grondgebied van die Partij als werknemer heeft gewerkt.

Artikel

37

Het bepaalde in artikel 5 van dit Verdrag met betrekking tot de betaling van prestaties in het buitenland is niet van toepassing op prestaties ter zake van werkloosheid.

Hoofdstuk

4

Kinderbijslagen

Artikel

38

Kinderen woonachtig op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij

Een persoon op wie de wetgeving inzake kinderbijslagen van de ene Verdragsluitende Partij van toepassing is, heeft recht op kinderbijslagen krachtens die wetgeving zelfs indien het kind op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont.

Artikel

39

Samenloop van kinderbijslagen

Indien aan de voorwaarden voor het recht op kinderbijslagen is voldaan krachtens de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen, wordt het recht op kinderbijslagen alleen toegekend krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het kind woont.

DEEL

IV

HANDHAVING

Artikel

40

Verhaal van onverschuldigde betalingen

Artikel

41

Inning van premies of bijdragen

DEEL

V

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

42

Administratief akkoord

De bevoegde autoriteiten komen bepalingen voor de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van de kosten van geneeskundig onderzoek, overeen door middel van een administratief akkoord. Voorts wijzen zij verbindingsorganen op hun onderscheiden grondgebieden aan om de uitvoering van dit Verdrag te vergemakkelijken.

Artikel

43

Wederzijdse bijstand

Artikel

44

Taal

De bevoegde autoriteiten, verbindingsorganen en bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen corresponderen met elkaar in de Engelse of de Franse taal.

Artikel

45

Vrijstelling van kosten

Iedere vrijstelling van zegelrecht, notariële kosten of registratiekosten die op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen is verleend met betrekking tot verklaringen en documenten die bij autoriteiten of bevoegde organen op dat grondgebied moeten worden ingediend, geldt ook voor verklaringen en documenten die voor de toepassing van dit Verdrag moeten worden ingediend bij autoriteiten en bevoegde organen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. Documenten en verklaringen die voor de uitvoering van dit Verdrag moeten worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisering door diplomatieke of consulaire autoriteiten.

Artikel

46

Indiening van aanvragen, beroepschriften en andere documenten

Artikel

47

Munteenheid

Artikel

48

Beslechting van geschillen

DEEL

VI

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

49

Overgangsbepalingen met betrekking tot prestaties

Artikel

50

Vervallenverklaring van eerder Verdrag

Het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië, ondertekend te Belgrado op 11 mei 1977, wordt met betrekking tot de Verdragsluitende Partijen vervangen door dit Verdrag en houdt op van kracht te zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel

51

Grondgebied

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het grondgebied in Europa.

Artikel

52

Opzegging

Artikel

53

Het aan dit Verdrag gehechte Slotprotocol maakt een integrerend deel uit van dit Verdrag.

Artikel

54

Inwerkingtreding

Beide Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk en langs diplomatieke weg in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden procedures ter zake krachtens hun nationale wetgeving vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van de laatste kennisgeving.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te ’s-Gravenhage, op 17 oktober 2005, in de Nederlandse en de Macedonische taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

JAN PETER BALKENENDE

Voor de Regering van Macedonië

VLADO BUCHKOVSKI

SLOTPROTOCOL

Bij de ondertekening van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië inzake sociale zekerheid zijn de ondergetekende gevolmachtigden het volgende overeengekomen.

Toepassing van de Nederlandse wetgeving op ziektekostenverzekeringen

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Slotprotocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te ’s-Gravenhage, op 17 oktober 2005, in de Nederlandse en de Macedonische taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

JAN PETER BALKENENDE

Voor de Regering van Macedonië

VLADO BUCHKOVSKI

Administratief akkoord voor de uitvoering van het verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië

Ingevolge artikel 42 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië, ondertekend te ’s-Gravenhage, op 17 oktober 2005, zijn de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen, te weten:

  •  voor Nederland, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  •  voor Macedonië, het ministerie van Arbeid en Sociaal Beleid en het ministerie van Volksgezondheid;

voor de toepassing van het Verdrag de volgende bepalingen overeengekomen:

DEEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Akkoord:

  • (1)

    wordt verstaan onder „Verdrag’’, het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië inzake sociale zekerheid;

  • (2)

    hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de in dat artikel eraan toegekende betekenis.

Artikel

2

Verbindingsorganen

Artikel

3

Beroepswerkzaamheden op beide grondgebieden

Voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, van het Verdrag stelt een persoon die normaliter zijn werkzaamheden op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen uitvoert, indien hij in Nederland woont, het in artikel 2, eerste lid, onder A (3) van dit Akkoord aangewezen orgaan in kennis van deze situatie en indien hij op het grondgebied van Macedonië woont, het in artikel 2, eerst lid, onder B (1) aangewezen orgaan.

Artikel

4

Toepasselijke wetgeving

DEEL

II

TOEPASSING VAN DE BIJZONDERE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE VERSCHILLENDE SOORTEN PRESTATIES

Hoofdstuk

1

Ziekte en moederschap

Artikel

5

Organen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  •  de term „orgaan van de tijdelijke verblijfplaats’’: in Nederland, AGIS Zorgverzekeringen, Utrecht; met betrekking tot Macedonië, het Ziekteverzekeringsfonds van Macedonië, Skopje.

  •  de term „orgaan van de woonplaats’’, in Nederland, een door de betrokkene gekozen ziekenfonds in zijn woonplaats; met betrekking tot Macedonië, het Ziekteverzekeringsfonds van Macedonië, Skopje.

  •  de term „bevoegd orgaan’’: met betrekking tot Nederland

    • (1)

      voor verstrekkingen: het ziekenfonds waarbij de betrokkene is aangesloten ten tijde van de aanvraag om een prestatie;

    • (2)

      (2) voor uitkeringen: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

met betrekking tot Macedonië voor verstrekkingen en uitkeringen: het Ziekteverzekeringsfonds van Macedonië, Skopje.

Artikel

6

Verklaring inzake verzekeringstijdvakken

Artikel

7

Verstrekkingen tijdens wonen in de staat niet zijnde de bevoegde staat

Artikel

8

Verstrekkingen in geval van tijdelijk verblijf in of overbrenging van de woonplaats naar de bevoegde staat

In dat geval wordt het orgaan van de woonplaats aangemerkt als het bevoegde orgaan.

Artikel

9

Verstrekkingen in geval van tijdelijk verblijf in de staat niet zijnde de bevoegde staat

Artikel

10

Verlening van belangrijke verstrekkingen

Artikel

11

Verstrekkingen in geval van terugkeer naar of overbrenging van de woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij tijdens ziekte of moederschap

Artikel

12

Verstrekkingen aan gepensioneerden en hun gezinsleden die niet wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij krachtens wier wetgeving een pensioen wordt ontvangen en die recht hebben op prestaties

Artikel

13

Verstrekkingen voor gezinsleden die wonen op het grondgebied van een andere staat dan de staat waar de gepensioneerde woont

De bepalingen van artikel 12 zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden bedoeld in artikel 21, derde lid, van het Verdrag. In dat geval wordt de verklaring waaruit blijkt dat de gezinsleden recht hebben op prestaties afgegeven door het bevoegde orgaan, of, indien van toepassing, door het orgaan van de woonplaats van de gepensioneerde.

Artikel

14

Verstrekkingen voor gepensioneerden en hun gezinsleden die verblijven in een andere staat dan de staat waar zij wonen

Ten aanzien van de verlening van verstrekkingen aan gepensioneerden en hun gezinsleden gedurende een tijdelijk verblijf als bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van het Verdrag, zijn de bepalingen van de artikelen 9 en 10 van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt het orgaan van de woonplaats aangemerkt als het bevoegde orgaan.

Artikel

15

Vergoeding door het bevoegde orgaan of door het orgaan van de woonplaats van de ene Verdragsluitende Partij van kosten tijdens een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij

Artikel

16

Dagelijkse uitkeringen bij ziekte en moederschap

Artikel

17

Vergoeding van kosten van verstrekkingen in andere gevallen dan voorzien in de artikelen 18 en 19

Artikel

18

Vergoeding van kosten van verstrekkingen verleend aan gezinsleden die wonen in een andere staat dan de bevoegde staat of in een andere staat dan de staat waar de gepensioneerde woont

Artikel

19

Vergoeding van kosten van verstrekkingen verleend aan gepensioneerden en hun gezinsleden die niet wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij krachtens welker wetgeving een pensioen wordt ontvangen

Artikel

20

Overeenstemming over andere vergoedingsmethoden

De verbindingsorganen kunnen, met de instemming van de bevoegde autoriteiten, voor alle verstrekkingen of een deel ervan andere vergoedingsmethoden overeenkomen dan de in de artikelen 17, 18 en 19 voorziene methoden.

Artikel

21

Andere bepalingen inzake vergoedingen

Hoofdstuk 2

Verstrekkingen in geval van invaliditeit, ouderdom en overlijden

Artikel

22

Bevoegde organen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder de term „bevoegd orgaan’’ verstaan: met betrekking tot Macedonië:

het fonds voor pensioen- en invaliditeitsverzekeringen van Macedonië. met betrekking tot Nederland

  • a.

    wat betreft invaliditeitsuitkeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

  • b.

    wat betreft ouderdoms- en nabestaandenpensioenen: de Sociale verzekeringsbank, Amstelveen.

Artikel

23

Aanvraag om prestaties

Artikel

24

Verklaring inzake verzekeringstijdvakken

Teneinde te besluiten over het recht op of de berekening van een pensioen ingevolge deel III, hoofdstuk 2 van het Verdrag, geeft het bevoegde orgaan van de ene Verdragsluitende Partij op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij een verklaring af inzake de verzekeringstijdvakken die krachtens haar wetgeving zijn vervuld en verstrekt het zonodig andere informatie.

Artikel

25

Betaling van uitkeringen

Behalve waar artikel 40 van het Verdrag van toepassing is, worden pensioenen direct aan de rechthebbenden uitgekeerd.

Hoofdstuk 3

Werkloosheid en kinderbijslagen

Artikel

26

Uitwisseling van gegevens

Wanneer een persoon ingevolge deel III, hoofdstukken 3 en 4, van het Verdrag, een uitkering aanvraagt op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, worden inlichtingen ingewonnen bij het orgaan van de andere Verdragsluitende Partij via het verbindingsorgaan van die Verdragsluitende Partij.

DEEL

III

UITVOERING

Artikel

27

Verificatie van aanvragen en betalingen

Artikel

28

Identificatie

Om het recht op prestaties en de rechtmatigheid van betalingen ingevolge de Macedonische of de Nederlandse wetgeving vast te stellen, is een rechthebbende of een lid van zijn gezin verplicht zich te identificeren door overlegging van een officieel identiteitsbewijs aan het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan hij of zij woont of verblijft. Een officieel identiteitsbewijs is een paspoort of enig ander geldig identiteitsbewijs dat is afgegeven op het grondgebied waar de betrokken persoon woont of verblijft. Het bevoegde orgaan identificeert de rechthebbende of het lid van zijn gezin aan de hand van dit identiteitsbewijs. Het betrokken bevoegde orgaan stelt het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis dat de identiteit van de aanvrager, of van het lid van zijn gezin, is geverifieerd, door toezending van een afschrift van het identiteitsbewijs.

Artikel

29

Verificatie van medische informatie

Artikel

30

Bescherming van persoonsgegevens

DEEL

IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel

31

Wederzijdse bijstand

Artikel

32

Ter wille van de dienstverlening aan de cliënt mag het verbindingsorgaan van de ene Verdragsluitende Partij rechtstreeks contact opnemen met rechthebbenden die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel

33

Kosten van medisch onderzoek

De kosten van de verificatie en medische informatie zoals omschreven in artikel 29 worden gedragen door het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Partij die om de verificatie heeft verzocht, tenzij de rechthebbende aanspraak maakt op een prestatie van beide Verdragsluitende Partijen en de verificatie ten behoeve van beide organen wordt uitgevoerd. In het laatste geval worden de kosten van de verificatie gedragen door het bevoegde orgaan dat de verificatie heeft uitgevoerd.

Artikel

34

Inwerkingtreding

Dit Akkoord treedt tegelijk met het Verdrag in werking en kan in overeenstemming met dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op het Verdrag worden opgezegd.

GEDAAN in twee oorspronkelijke exemplaren te 's-Gravenhage, op 17 oktober 2005, in de Nederlandse en de Macedonische taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

JAN PETER BALKENENDE

Voor de Regering van Macedonië

VLADO BUCHKOVSKI