Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Republiek Bulgarije betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling

Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Republiek Bulgarije betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan

A. Brief van de Republiek Bulgarije

Mevrouw/Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de teksten van, respectievelijk, de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen en (België, Oostenrijk of Luxemburg) betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen en (andere EU-lidstaat dan België, Oostenrijk en Luxemburg) betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van Aruba en (andere EU-lidstaat dan België, Oostenrijk en Luxemburg) betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van Aruba en (België, Oostenrijk of Luxemburg) betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling. Deze teksten, die het resultaat zijn van de onderhandelingen die met de Nederlandse Antillen en Aruba zijn gevoerd over een Overeenkomst inzake belastingheffing op inkomsten uit spaargelden, zijn respectievelijk als bijlage I, II, III en IV toegevoegd aan het resultaat van de besprekingen van de Groep op hoog niveau van de Raad van Ministers van de Europese Unie van 12 maart 2004 (doc. 7660/1/04 REV 1 FISC 68 + COR 1).

In het licht van de bovengenoemde teksten heb ik de eer u de Overeenkomst betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling in aanhangsel 1 bij deze brief voor te stellen, en in overweging te geven dat wij er ons wederzijds toe verbinden zo spoedig mogelijk de interne grondwettelijke formaliteiten voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst te vervullen en elkaar onverwijld van de voltooiing daarvan in kennis te stellen.

In afwachting van de voltooiing van deze interne procedures en van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm vanrentebetaling, stel ik u voor dat de Republiek Bulgarije en het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen deze Overeenkomst, binnen de grenzen van onze respectieve binnenlandse grondwettelijke voorschriften, voorlopig toepassen vanaf de datum van toetreding van de Republiek Bulgarije tot de Europese Unie.

Ik stel hierbij voor dat, indien het bovenstaande voor uw regering aanvaardbaar is, deze brief en uw bevestiging tezamen een Overeenkomst vormen tussen de Republiek Bulgarije en het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen.

Hoogachtend,

Voor de Republiek Bulgarije

P. V. ORESHARSKI

Minister van Financiën

GEDAAN te Sofia, op 28 september 2006, in de Bulgaarse, de Nederlandse en de Engelse taal in drie exemplaren.

Aanhangsel

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Republiek Bulgarije betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling

Overwegende hetgeen volgt:

  • 1.

    Artikel 17, lid 2, van Richtlijn 2003/48/EG (hierna genoemd „de richtlijn”) van de Raad van de Europese Unie (hierna genoemd „de Raad”) betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling bepaalt dat de lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen en bekendmaken die nodig zijn om te voldoen aan deze richtlijn, waarvan de bepalingen vanaf 1 januari 2005 worden toegepast mits:

    • -

      de Zwitserse Bondsstaat, het Vorstendom Liechtenstein, de Republiek San Marino, het Vorstendom Monaco en het Vorstendom Andorra vanaf diezelfde datum maatregelen toepassen die gelijkwaardig zijn aan de maatregelen waarin de richtlijn voorziet, zulks overeenkomstig de overeenkomsten die zij met de Europese Gemeenschap hebben gesloten na met eenparigheid van stemmen genomen besluiten van de Raad;

    • -

      alle overeenkomsten of andere regelingen van kracht zijn waarin wordt bepaald dat alle betrokken afhankelijke of geassocieerde gebieden vanaf die datum automatische gegevensuitwisseling toepassen zoals voorgeschreven in hoofdstuk II van de richtlijn (of tijdens de in artikel 10 bepaalde overgangsperiode een bronbelasting toepassen die strookt met de in artikelen 11 en 12 vervatte voorwaarden).

  • 2.

    De Raad heeft de toepassingsdatum van de richtlijn op 19 juli 2004 bij Beschikking 2004/587/EG gewijzigd van 1 januari 2005 in 1 juli 2005.

  • 3.

    De Raad heeft op 24 juni 2005:

    • -

      akte genomen van de bevestiging die hij heeft ontvangen van de 25 lidstaten van de EU, 5 Europese derde landen (Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino, Zwitserland), 3 direct van de Britse Kroon afhankelijke gebieden (Guernsey, eiland Man, Jersey), 7 afhankelijke en geassocieerde gebieden in het Caribisch gebied (de Nederlandse Antillen, Aruba, Anguilla, de Britse Maagdeneilanden, de Caymaneilanden, Montserrat en de Turks- en Caicoseilanden), dat zij de bepalingen van de richtlijn inzake de belastingheffing op spaargelden met ingang van 1 juli 2005 zullen toepassen („Licht op groen”);

    • -

      de nota „Licht op groen” (doc. 10038/05 FISC 69) aangenomen, waardoor de toepassing, door alle 40 betrokken verdragspartners, van de overeengekomen spaarbelastingmaatregelen met ingang van 1 juli 2005 een feit werd;

    • -

      het Raadssecretariaat gemachtigd de nota „Licht op groen” en de informatie betreffende de bilaterale overeenkomsten inzake spaarbelasting en de richtlijn spaarbelasting ter kennis te brengen van de betrokken derde landen en gebieden en van het publiek.

  • 4.

    De Nederlandse Antillen liggen niet in het belastinggebied van de Europese Unie maar zijn voor de toepassing van de richtlijn een met de Europese Unie geassocieerd gebied en als zodanig niet aan het bepaalde in de richtlijn gebonden. Het Koninkrijk der Nederlanden is evenwel bereid om ten behoeve van de Nederlandse Antillen, op basis van een overeenkomst tussen de Nederlandse Antillen en Nederland, met de lidstaten van de Europese Unie overeenkomsten te sluiten, houdende dat vanaf 1 juli 2005 tijdens de in artikel 10 van de richtlijn vastgestelde overgangsperiode een bronbelasting wordt toegepast die strookt met de in artikelen 11 en 12 van de richtlijn vervatte voorwaarden en na het verstrijken van de overgangsperiode automatische gegevensuitwisseling wordt toegepast zoals voorgeschreven in hoofdstuk II van de richtlijn.

  • 5.

    De in het vorige punt bedoelde overeenkomst tussen de Nederlandse Antillen en Nederland geldt op voorwaarde dat de lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen hebben vastgesteld die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijn en dat aan de voorschriften van artikel 17 van de richtlijn is voldaan.

  • 6.

    Door middel van de onderhavige Overeenkomst stemmen de Nederlandse Antillen ermee in de bepalingen van de richtlijn met betrekking tot uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in de Republiek Bulgarije toe te passen, onverminderd hetgeen overigens hierin is bepaald, en de Republiek Bulgarije stemt ermee in de richtlijn toe te passen met betrekking tot uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in de Nederlandse Antillen.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Regering van de Republiek Bulgarije, geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten die het mogelijk maakt dat inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling die in een van de overeenkomstsluitende staten worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun woonplaats in de andere overeenkomstsluitende staat hebben, effectief worden belast overeenkomstig het recht van laatstgenoemde overeenkomstsluitende staat, in overeenstemming met de richtlijn en met de hierboven door de overeenkomstsluitende staten geuite voornemens, zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Toepassingsgebied

Artikel

2

Definities

Artikel

3

Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde

Voor de toepassing van de artikelen 4 tot en met 6 bepaalt elke overeenkomstsluitende staat de procedures die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen en draagt zorg voor de toepassing van deze procedures binnen zijn grondgebied. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, leden 2 en 3, van de richtlijn, met dien verstande dat, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, wat betreft het bepaalde in lid 2, onder a), en in lid 3, onder a), de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie krachtens de toepassing van de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Nederlandse Antillen beschikt. De bestaande vrijstellingen of ontheffingen die in voorkomend geval op verzoek aan uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in de Republiek Bulgarije zijn verleend, zijn evenwel niet langer van toepassing en aan die uiteindelijk gerechtigden worden geen verdere vrijstellingen of ontheffingen van dien aard verleend.

Artikel

4

Automatische gegevensuitwisseling

Artikel

5

Overgangsbepalingen

Artikel

6

Verdeling van belastingopbrengsten

Artikel

7

Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting

Artikel

8

Voorkomen van dubbele belasting

De Republiek Bulgarije zorgt ervoor dat het heffen van bronbelasting als bedoeld in artikel 5 niet leidt tot dubbele belasting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, leden 2 en 3, van de richtlijn, of zorgt voor restitutie van de bronbelasting.

Artikel

9

Andere bronbelastingen

De Overeenkomst belet de overeenkomstsluitende staten niet om, naast de bronbelasting als bedoeld in artikel 5, overeenkomstig hun nationale wetten en verdragen tot voorkoming van dubbele belasting, ook andere bronbelastingen te heffen.

Artikel

10

Omzetting

De overeenkomstsluitende staten dienen vóór de datum van toetreding van de Republiek Bulgarije tot de Europese Unie de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze Overeenkomst te voldoen.

Artikel

11

Bijlage

De teksten van de richtlijn en van artikel 7 van Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen, zoals die van toepassing zijn op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst en waarnaar in deze Overeenkomst wordt verwezen, zijn als bijlage aan deze Overeenkomst gehecht en maken integraal deel daarvan uit. De tekst van artikel 7 van Richtlijn 77/799/EEG in deze bijlage wordt vervangen door de tekst van dat artikel in de gewijzigde Richtlijn 77/799/EEG indien deze gewijzigde richtlijn in werking treedt vóór de datum waarop de bepalingen van deze Overeenkomst van kracht worden.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag, of waar nodig op de derde dag, na de laatste van de data waarop de respectieve regeringen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat de in hun respectieve staten voorgeschreven grondwettelijke formaliteiten zijn vervuld en de bepalingen ervan vinden toepassing vanaf datum van toetreding van de Republiek Bulgarije tot de Europese Unie.

Artikel

13

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van beide overeenkomstsluitende staten wordt beëindigd. Elke overeenkomstsluitende staat kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst kennis te geven van beëindiging. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn voor tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gegeven.

Deze Overeenkomst is opgesteld in de Bulgaarse, de Nederlandse en de Engelse taal, alle teksten zijnde gelijkelijk authentiek. In geval van verschil van interpretatie tussen de teksten in de verschillende talen, is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden ten

behoeve van de Nederlandse Antillen

E. T. M. DE LANNOOY

Voor de Republiek Bulgarije

P. V. ORESHARSKI

Bijlage

Artikel

7

Geheimhouding

Nr.

II

B. Brief van de Nederlandse Antillen

Mijnheer,

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, welke als volgt luidt:

(zoals in A)

Ik heb de eer u te bevestigen dat de inhoud van deze brief voor de Nederlandse Antillen aanvaardbaar is.

Hoogachtend,

Voor de Nederlandse Antillen

E. T. M. DE LANNOOY

GEDAAN te Willemstad, op 20 oktober 2006, in de Bulgaarse, de Nederlandse en de Engelse taal in drie exemplaren.