PREAMBULE
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
(PP1) Opnieuw bevestigend de bepalingen van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 (in het bijzonder de artikelen 26, 38, 42 en 44 van het Eerste Verdrag van Genève) en, waar van toepassing, de Aanvullende Protocollen daarbij van 8 juni 1977 (in het bijzonder de artikelen 18 en 38 van Aanvullend Protocol I en artikel 12 van Aanvullend Protocol II), betreffende het gebruik van onderscheidende emblemen,
(PP2) Geleid door de wens voornoemde bepalingen aan te vullen teneinde de beschermende waarde en het universele karakter ervan te bevorderen,
(PP3) Vaststellend dat dit Protocol het erkende recht van de Hoge Verdragsluitende Partijen onverlet laat de emblemen te blijven gebruiken die zij hanteren overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van de Verdragen van Genève en, waar van toepassing, de Aanvullende Protocollen daarbij,
(PP4) In herinnering roepend dat de verplichting personen en objecten die beschermd worden door de Verdragen van Genève en de Aanvullende Protocollen daarbij te ontzien voortvloeit uit hun beschermde status uit hoofde van het internationale recht en niet afhankelijk is van het gebruik van de onderscheidende emblemen, tekens of seinen,
(PP5) Benadrukkend dat geen religieuze, etnische, raciale, regionale of politieke betekenis van de emblemen beoogd wordt,
(PP6) Het belang benadrukkend dat gewaarborgd wordt dat de verplichtingen die verband houden met de in de Verdragen van Genève erkende emblemen ten volle geëerbiedigd worden evenals, indien van toepassing, de Aanvullende Protocollen daarbij,
(PP7) In herinnering roepend dat in artikel 44 van het Eerste Verdrag van Genève onderscheid wordt gemaakt tussen het gebruik van de emblemen tot bescherming en tot aanduiding,
(PP8) Voorts in herinnering roepend dat de nationale verenigingen die werkzaamheden verrichten op het grondgebied van een andere Staat erop toe dienen te zien dat de emblemen die zij binnen het kader van die werkzaamheden beogen te gebruiken in het land waar de werkzaamheden plaatsvinden alsmede in het land of de landen van doorvoer mogen worden gebruikt,
(PP9) Erkennend de moeilijkheden die bepaalde Staten en nationale verenigingen kunnen ondervinden bij het gebruik van de bestaande onderscheidende emblemen,
(PP10) Indachtig de beslissing van het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halvemaanverenigingen en de Internationale Rode Kruis- en de Rode Halvemaanbeweging hun huidige namen en emblemen te handhaven,
Zijn het volgende overeengekomen: