Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging

Convention on the Law Applicable to Succession to the Estates of Deceased Persons

The States signatory to this Convention,

Desiring to establish common provisions concerning the law applicable to succession to the estates of deceased persons,

Have resolved to conclude a Convention for this purpose and have agreed upon the following provisions:

CHAPTER

I

SCOPE OF THE CONVENTION

Article

1

Article

2

The Convention applies even if the applicable law is that of a non-Contracting State.

CHAPTER

II

APPLICABLE LAW

Article

3

Article

4

If the law applicable according to Article 3 is that of a non-Contracting State, and if the choice of law rules of that State designate, with respect to the whole or part of the succession, the law of another non-Contracting State which would apply its own law, the law of the latter State applies.

Article

5

Article

6

A person may designate the law of one or more States to govern the succession to particular assets in his estate. However, any such designation is without prejudice to the application of the mandatory rules of the law applicable according to Article 3 or Article 5, paragraph 1.

Article

7

CHAPTER

III

AGREEMENTS AS TO SUCCESSION

Article

8

For the purposes of this Chapter an agreement as to succession is an agreement created in writing or resulting from mutual wills which, with or without consideration, creates, varies or terminates right in the future estate or estates of one or more persons parties to such agreement.

Article

9

Article

10

Article

11

The parties may agree by express designation to subject the agreement, so far as its material validity, the effects of the agreement, and the circumstances resulting in the extinction of the effects are concerned, to the law of a State in which the person or any one of the persons whose future estate is involved has his habitual residence or of which he is a national at the time of the conclusion of the agreement.

Article

12

CHAPTER

IV

GENERAL PROVISIONS

Article

13

Where two or more persons whose successions are governed by different laws die in circumstances in which it is uncertain in what order their deaths occurred, and where those laws provide differently for this situation or make no provision at all, none of the deceased persons shall have any succession rights to the other or others.

Article

14

Article

15

The law applicable under the Convention does not affect the application of any rules of the law of the State where certain immovables, enterprises or other special categories of assets are situated, which rules institute a particular inheritance regime in respect of such assets because of economic, family or social considerations.

Article

16

Where under the law applicable by virtue of the Convention there is no heir, devisee or legatee under a disposition of property upon death, and no physical person is an heir by operation of law, the application of the law so determined does not preclude a State or an entity appointed thereto by that State from appropriating the assets to the estate that are situated in its territory.

Article

17

In this Convention, and subject to Article 4, law means the law in force in a State other than its choice of law rules.

Article

18

The application of any of the laws determined by the Convention may be refused only where such application would be manifestly incompatible with public policy(ordre public).

Article

19

Article

20

For purposes of identifying the law applicable under this Convention, where a State has two or more legal systems applicable to the succession of deceased persons for different categories of persons, any reference to the law of such State shall be construed as referring to the legal system determined by the rules in force in that State. In the absence of such rules, the reference shall be construed as referring to the legal system with which the deceased had the closest connection.

Article

21

A Contracting State in which different systems of law or sets of rules of law apply to succession shall not be bound to apply the rules of the Convention to conflicts solely between the laws of such different systems or sets of rules of law.

Article

22

Article

23

Article

24

CHAPTER

V

FINAL CLAUSES

Article

25

Article

26

Article

27

Article

28

Article

29

After the entry into force of an instrument revising this Convention a State may only become Party to the Convention as revised.

Article

30

Article

31

The depositary shall notify the State Members of the Hague Conference on Private International Law and the States which have acceded in accordance with Article 26 of the following

  • a)

    the signatures and ratifications, acceptance, approvals and accessions referred to in Article 25 and 26;

  • b)

    the date on which the Convention enters into force in accordance with Article 28;

  • c)

    the declarations referred to in Article 27;

  • d)

    the reservations and withdrawals of reservations referred to in Article 24;

  • e)

    the denunciations referred to in Article 30.

IN WΠΉNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague, on the first day of August 1989, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Government of the Kingdom of the Netherlands, and of which a certified copy shall be sent, through diplomatic channels, to each of the States Members of the Hague Conference on Private International Law at the date of its Sixteenth Session.

Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging

De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op erfopvolging,

Hebben besloten hiertoe een Verdrag te sluiten en zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Artikel

1

Artikel

2

Het Verdrag is van toepassing zelfs als het toepasselijk recht dat van een niet-Verdragsluitende Staat is.

HOOFDSTUK

II

HET TOEPASSELIJKE RECHT

Artikel

3

Artikel

4

Indien het ingevolge artikel 3 toepasselijk recht het recht van een niet-Verdragsluitende Staat is, en indien de verwijzingsregels van die Staat ten aanzien van het geheel of een gedeelte van de nalatenschap verwijst naar het recht van een andere niet-Verdragsluitende Staat die zijn eigen recht zou toepassen, is het recht van die andere Staat van toepassing.

Artikel

5

Artikel

6

Een persoon kan het recht van één of meer Staten aanwijzen als het recht dat de vererving van bepaalde goederen in zijn nalatenschap beheerst. Deze aanwijzing laat evenwel de toepassing van de dwingende bepalingen van het ingevolge artikel 3 of artikel 5, eerste lid, toepasselijke recht onverlet.

Artikel

7

HOOFDSTUK

III

OVEREENKOMSTEN INZAKE ERFOPVOLGING

Artikel

8

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk is een overeenkomst inzake erfopvolging een schriftelijke of uit wederkerige testamentaire beschikkingen voortvloeiende overeenkomst die, met of zonder tegenprestatie, rechten op de toekomstige nalatenschap van één of meer personen die partij zijn bij een zodanige overeenkomst, in het leven roept, wijzigt of doet vervallen.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De partijen kunnen door een uitdrukkelijke aanwijzing overeenkomen dat de overeenkomst, voor zover het betreft haar materiële geldigheid, de gevolgen en de omstandigheden die het tenietgaan daarvan meebrengen, onderworpen is aan het recht van een Staat waar de persoon of één van de personen wiens nalatenschap zij betreft, op het tijdstip waarop de overeenkomst werd gesloten zijn gewone verblijfplaats heeft of waarvan hij op dat tijdstip de nationaliteit bezit.

Artikel

12

HOOFDSTUK

IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

13

Wanneer twee of meer personen wier erfopvolging door verschillende rechtsstelsels wordt beheerst, overlijden onder omstandigheden waaronder onzeker is in welke volgorde zij zijn overleden, en wanneer deze situatie in die rechtsstelsels op uiteenlopende wijze is geregeld of in het geheel niet is geregeld, heeft geen van de overleden personen rechten ten aanzien van de nalatenschap van de ander of anderen.

Artikel

14

Artikel

15

Het ingevolge het Verdrag toepasselijke recht maakt geen inbreuk op bijzondere erfrechtsregimes waaraan bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen in de Staat waar zij zich bevinden zijn onderworpen uit hoofde van hun economische of maatschappelijke bestemming, dan wel hun belang voor de familie.

Artikel

16

Wanneer er volgens het ingevolge het Verdrag toepasselijke recht geen erfgenaam of legataris is uit hoofde van een uiterste wilsbeschikking, noch een natuurlijke persoon die wettelijk erfgenaam is, belet de toepassing van het aldus bepaalde recht niet dat een Staat of een daartoe door die Staat aangewezen instantie zich de goederen uit de nalatenschap die zich op zijn grondgebied bevinden, toeëigent.

Artikel

17

In dit Verdrag wordt, behoudens het bepaalde in artikel 4, onder recht verstaan de rechtsregels die in een Staat gelden, met uitzondering van de verwijzingsregels.

Artikel

18

De toepassing van een door dit Verdrag aangewezen recht kan slechts worden geweigerd indien deze kennelijk in strijd zou zijn met de openbare orde.

Artikel

19

Artikel

20

Wanneer een Staat ter zake van erfopvolging twee of meer rechtsstelsels heeft die van toepassing zijn op verschillende categorieën van personen, wordt ter bepaling van het volgens dit Verdrag toepasselijke recht elke verwijzing naar het recht van een dergelijke Staat beschouwd als een verwijzing naar het rechtsstelsel dat wordt aangewezen door de regels die in die Staat van kracht zijn. Bij gebreke van dergelijke regels wordt de verwijzing beschouwd als verwijzing naar het rechtsstelsel waarmee de overledene de nauwste banden had.

Artikel

21

Een Verdragsluitende Staat waarin verschillende rechtsstelsels of meer dan één geheel van rechtsregels van toepassing zijn op erfopvolging, is niet gehouden de regels van het Verdrag toe te passen op conflicten uitsluitend tussen deze verschillende rechtsstelsels of rechtsregels.

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

HOOFDSTUK

V

SLOTBEPALINGEN

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Na inwerkingtreding van een akte waarbij dit Verdrag wordt herzien, kan een Staat slechts Partij worden bij het Verdrag in zijn herziene vorm.

Artikel

30

Artikel

31

De depositaris geeft aan de Lidstaten van de Haagsche Conferentie voor Internationaal Privaatrecht en aan de Staten die zijn toegetreden in overeenstemming met artikel 26 kennis van:

  • a.

    de in de artikelen 25 en 26 bedoelde ondertekeningen, bekrachtigingen, aanvaardingen, goedkeuringen en toetredingen;

  • b.

    de datum waarop het Verdrag in werking zal treden overeenkomstig de bepalingen van artikel 28;

  • c.

    de in artikel 27 bedoelde verklaringen;

  • d.

    de in artikel 24 bedoelde voorbehouden en de intrekking daarvan;

  • e.

    de in artikel 30 bedoelde opzeggingen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gevolmachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, op 1 augustus 1989, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in de archieven van de regering van het Koninkrijk der Nederlanden, en waarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift langs diplomatieke weg zal worden toegezonden aan elk der Lidstaten van de Haagsche Conferentie voor Internationaal Privaatrecht ten tijde van haar Zestiende Zitting.