Akkoord tussen de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belgische Minister van Sociale Voorzorg inzake ziekengeld-, moederschaps- en invaliditeitsverzekering

Akkoord tussen de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belgische Minister van Sociale Voorzorg inzake ziekengeld-, moederschaps- en invaliditeitsverzekering

Akkoord tussen de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belgische Minister van Sociale Voorzorg inzake ziekengeld-, moederschaps- en invaliditeitsverzekering

De ondergetekenden:

enerzijds de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en

anderzijds de Belgische Minister van Sociale Voorzorg,

Verlangende de verschillende regelingen ter verwezenlijking van de aanspraken op ziekengeld, moederschapsuitkering en invaliditeitsuitkering welke in de betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voortvloeien uit Verordening nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, dan wel uit het op 29 augustus 1947 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag tussen Nederland en België betreffende de toepassing der wederzijdse wetgeving op het punt der sociale verzekering, te ordenen in een gecoördineerd Akkoord,

Gelet op de artikelen 18, lid 9, 26, lid 7, 105, lid 2 en 120, lid 1 van Verordening nr. 574/72,

Gehoord het advies van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers,

Zijn overeengekomen als volgt:

TITEL

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Akkoord wordt verstaan onder:

  • a.

    bevoegd orgaan: de voor België en voor Nederland blijkens bijlage 2 van Verordening (EEG) nr. 574/72 aangewezen organen voor ziekengeld- en invaliditeitsverzekering;

  • b.

    orgaan van de woon- of verblijfplaats: de voor België en Nederland blijkens bijlage 3 van Verordening (EEG) nr. 574/72 aangewezen organen voor ziekengeld- en invaliditeitsverzekering;

  • c.

    RIZIV: het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering te Brussel;

  • d.

    GAK: het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam;

  • e.

    districtskantoor: districtskantoor van het GAK;

  • f.

    bedrijfsvereniging: bedrijfsvereniging waarbij de werkgever van de verzekerde is aangesloten;

  • g.

    BBZ: Stichting Bureau voor Belgische Zaken, de sociale verzekering betreffende te Breda;

  • h.

    ziekengeld:

    • -

      voor België: de uitkering voor primaire arbeidsongeschiktheid,

    • -

      voor Nederland: het ziekengeld;

  • i.

    invaliditeitsuitkering:

    • -

      voor België: de invaliditeitsuitkering,

    • -

      voor Nederland: de arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en krachtens de algemene arbeidsongeschiktheidswet;

  • j.

    Technische Commissie: de commissie, bedoeld in artikel 32 van dit Akkoord.

Artikel

2

De bepalingen van dit Akkoord zijn van toepassing op werknemers, op wie de wettelijke regelingen van Nederland of België van toepassing zijn, en op gerechtigden op ziekengeld of invaliditeitsuitkering, alsmede op aanvragers van deze uitkeringen.

TITEL

II

Ziekte en moederschap

HOOFDSTUK

1

Recht op ziekengeld

Artikel

3

Werknemers die verzekerd zijn ingevolge de Belgische wetgeving hebben recht op ziekengeld ten laste van de Belgische verzekeringsorganen indien:

  • 1.

    zij arbeidsgeschikt zijn op het tijdstip, waarop hun verzekering ingevolge de Belgische wetgeving is aangevangen; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld wanneer deze werknemers aantonen dat zij in het tijdvak van een maand dat voorafgaat aan dat tijdstip als Nederlands verzekerde daadwerkelijk arbeid in loondienst hebben verricht;

  • 2.

    zij de voorwaarden vervullen om Belgisch ziekengeld te genieten, waarbij rekening wordt gehouden met verzekeringstijdvakken die in Nederland en België zijn vervuld.

Artikel

4

Werknemers die verzekerd zijn ingevolge de Nederlandse wetgeving hebben recht op ziekengeld ten laste van de Nederlandse bedrijfsvereniging indien:

  • 1.

    zij arbeidsgeschikt zijn op het tijdstip, waarop hun verzekering ingevolge de Nederlandse wetgeving is aangevangen; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld wanneer deze werknemers aantonen dat zij in het tijdvak van een maand dat voorafgaat aan dat tijdstip als Belgisch verzekerde daadwerkelijk arbeid in loondienst hebben verricht;

  • 2.

    zij de voorwaarden vervullen om Nederlands ziekengeld te genieten, waarbij voor het recht op uitkeringen bij moederschap rekening wordt gehouden met verzekeringstijdvakken die in België en Nederland zijn vervuld.

Artikel

5

HOOFDSTUK

2

Medische en administratieve controle in het kader van de ziekengeldverzekering

Afdeling

1

In België wonende of verblijvende werknemers die aanspraak maken op Nederlands ziekengeld

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De in België wonende of verblijvende werknemer die aanspraak maakt op Nederlands ziekengeld is onderworpen aan de controlevoorschriften van de bedrijfsvereniging.

Artikel

9

Afdeling

2

In Nederland wonende of verblijvende werknemers die aanspraak maken op Belgisch ziekengeld

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De rapporten opgesteld naar aanleiding van de controle, bedoeld in artikel 11, worden aan het bevoegde Belgische orgaan gezonden binnen drie werkdagen nadat de controle werd verricht. Voor het opstellen en verzenden van deze rapporten wordt gebruik gemaakt van formulieren waarvan het model wordt vastgesteld door de Technische Commissie.

Artikel

13

Artikel

14

Indien het bevoegde Belgische orgaan beslist de uitkeringen te weigeren of te schorsen omdat de werknemer zich niet heeft gehouden aan de voorschriften waarvan hem een exemplaar is uitgereikt door het districtskantoor, geeft het van zijn beslissing kennis aan de werknemer en zendt het daarna gelijktijdig een afschrift aan bedoeld districtskantoor. Het model van die kennisgeving wordt vastgesteld door de Technische Commissie.

Artikel

15

Het bevoegde Belgische orgaan behoudt het recht de werknemer die in Nederland woont of verblijft te doen onderzoeken door een daartoe door dat orgaan aangewezen arts dan wel hem voor controle in België op te roepen.

Artikel

16

Ingeval een werknemer die in het genot is van Belgisch ziekengeld van het bevoegde Belgische orgaan de toestemming heeft verkregen om hetzij tijdelijk in Nederland te verblijven, hetzij zijn woonplaats naar Nederland over te brengen of om aldaar een voor zijn gezondheidstoestand passende behandeling te ondergaan, kan het bevoegde Belgische orgaan het ter plaatse bevoegde districtskantoor verzoeken om voor de controle zorg te dragen.

In dat geval zijn volgende bepalingen van toepassing:

  • a)

    wanneer het bevoegde Belgische orgaan om administratieve controle verzoekt, wordt deze door het bevoegde districtskantoor uitgevoerd binnen 4 werkdagen na de ontvangst van het verzoek;

  • b)

    wanneer het bevoegde Belgische orgaan om medische controle verzoekt, wordt naar aanleiding van deze controle door de controlerend geneeskundige een medisch verslag opgesteld binnen 14 dagen na de ontvangst van het verzoek.

De artikelen 11 - leden 1 en 4, 12, 13 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling

3

Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de Afdelingen 1 en 2

Artikel

17

Indien naar aanleiding van een controle, bedoeld in de artikelen 9, 11 en 16 wordt vastgesteld dat de werknemer:

  • -

    niet arbeidsongeschikt is;

  • -

    geschikt is om de arbeid te hervatten;

geeft het orgaan dat de controle verricht de werknemer van die vaststelling kennis op de manier voorzien in de wetgeving van het land van de woon- of verblijfplaats met een formulier dat wordt vastgesteld door de Technische Commissie en waarin de wijze en de termijnen van beroep van het bevoegde land zijn aangeduid. Het orgaan van de woon- of verblijfplaats zendt aan het bevoegde orgaan een afschrift van deze kennisgeving.

Artikel

18

Indien het bevoegde orgaan beslist dat:

  • -

    de werknemer niet arbeidsongeschikt is;

  • -

    de werknemer geschikt is om de arbeid te hervatten;

zendt het zijn beslissing aan de werknemer op de wijze als voorzien in de door dit orgaan toegepaste regeling en zendt hiervan een afschrift aan het orgaan van de woon- of verblijfplaats.

Artikel

19

Indien in een zelfde geval onderscheidenlijk door het orgaan van de woon- of verblijfplaats en door het bevoegde orgaan voor het einde van de arbeidsongeschiktheid twee verschillende data zijn vastgesteld, geeft de door het bevoegde orgaan vastgestelde datum de doorslag.

TITEL

III

Invaliditeit

HOOFDSTUK

1

Recht op invaliditeitsuitkering

Artikel

20

HOOFDSTUK

2

Medische en administratieve onderzoeken in het kader van de invaliditeitsverzekering

Afdeling

1

Werknemers die aanspraak maken op invaliditeitsuitkering van één land

Artikel

21

Indien een werknemer aanspraak maakt op invaliditeitsuitkering van één van beide landen en hij in het andere land woont of verblijft, stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats op verzoek van het bevoegde orgaan medische en administratieve onderzoeken in. Deze onderzoeken worden binnen een maand na ontvangst van het verzoek daartoe, ingesteld.

Artikel

22

Artikel

23

Onverminderd het bepaalde in artikel 21 is het bevoegde orgaan gerechtigd om in het andere land onderzoeken in te stellen of de verzekerde ter controle op te roepen.

Afdeling

2

Werknemers die aanspraak maken op invaliditeitsuitkeringen van beide landen

Artikel

24

Indien een werknemer aanspraak maakt op invaliditeitsuitkeringen van beide landen, zendt elk orgaan van alle rapporten, zowel medische als administratieve, welke voor de uitvoering van zijn wettelijke regeling worden opgemaakt, een afschrift aan het bevoegde orgaan van het andere land.

Artikel

25

Artikel

26

Het bepaalde in de artikelen 21 tot en met 23 is van overeenkomstige toepassing.

TITEL

IV

Administratieve dienstverlening

Artikel

27

Indien iemand ten onrechte uitkeringen heeft ontvangen van een orgaan van één van beide landen en dit orgaan gerechtigd is deze uitkeringen terug te vorderen, terwijl het niet mogelijk is deze uitkeringen te verrekenen met uitkeringen die hem verschuldigd zijn krachtens de wetgeving van het andere land, verleent in België het RIZIV en in Nederland het BBZ desgevraagd aan dat orgaan hulp bij de terugvordering van deze uitkeringen. Daartoe verzoekt het RIZIV of het BBZ de betrokkene het ten onrechte genoten bedrag door zijn tussenkomst terug te betalen.

Artikel

28

Indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een ongeval waarvoor mogelijk een derde aansprakelijk is, verstrekt:

  • a)

    indien het ongeval in België heeft plaatsgevonden: het RIZIV;

  • b)

    indien het ongeval in Nederland heeft plaatsgevonden: de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging,

aan het bevoegde orgaan hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van dit orgaan alle inlichtingen die nuttig zouden kunnen zijn, zoals de omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond en de naam en het adres van de derde die vermoedelijk aansprakelijk is.

Artikel

29

Indien een orgaan van één van beide landen een gerechtelijke procedure aanhangig wil maken in het andere land, verstrekt het RIZIV of het BBZ desgevraagd de nodige inlichtingen over de wijze waarop juridische bijstand kan worden verkregen.

TITEL

V

Financiële bepalingen

Artikel

30

Noodzakelijke reis- en verblijfkosten welke een werknemer heeft moeten maken om aan een oproep van een bevoegd orgaan in een ander land dan waar hij woont of verblijft te voldoen, worden hem door dat orgaan vergoed, voorzover de nationale wetgeving van dat land daarin voorziet.

Artikel

31

TITEL

VI

Diverse bepalingen

Artikel

32

Er wordt een „Technische Commissie voor Uitkeringen" ingesteld, welke, naast de opdrachten welke uit de bepalingen van dit Akkoord voortvloeien, tot taak heeft te waken over de toepassing van dit Akkoord en, in voorkomend geval, bijzondere aangelegenheden te regelen.

Artikel

33

De Technische Commissie bestaat uit acht leden, voor de helft aangewezen voor elk der beide landen door de Minister onder wiens bevoegdheid de toepassing van dit Akkoord valt. Deze leden kunnen zich bij de vergaderingen van de Commissie doen vergezellen door deskundigen. De Commissie vergadert beurtelings in het ene en in het andere land onder voorzitterschap van een lid van de afvaardiging van het land waar de vergadering plaatsheeft.

Artikel

34

GEDAAN in tweevoud te Brussel, op 12 augustus 1982 in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beiden teksten gelijkelijk authentiek.

De Nederlandse Minister van

Sociale Zaken en

Werkgelegenheid,

(w.g.) L. DE GRAAF

L. de Graaf

Voor de Belgische Minister van

Sociale Voorzorg,, afwezig

De Minister van Economische Zaken,

(w.g.) M. EYSKENS

M. Eyskens