Verdrag inzake de verlening van bijstand in het geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen

Convention on Assistance in the Case of a Nuclear Accident or Radiological Emergency

The States Parties to this Convention,

Aware that nuclear activities are being carried out in a number of States,

Noting that comprehensive measures have been and are being taken to ensure a high level of safety in nuclear activities, aimed at preventing nuclear accidents and minimizing the consequences of any such accident, should it occur,

Desiring to strengthen further international co-operation in the safe development and use of nuclear energy,

Convinced of the need for an international framework which will facilitate the prompt provision of assistance in the event of a nuclear accident or radiological emergency to mitigate its consequences,

Noting the usefulness of bilateral and multilateral arrangements on mutual assistance in this area,

Noting the activities of the International Atomic Energy Agency in developing guidelines for mutual emergency assistance arrangements in connection with a nuclear accident or radiological emergency,

Have agreed as follows:

Article

1

General provisions

Article

2

Provision of assistance

Article

3

Direction and control of assistance

Unless otherwise agreed:

  • (a)

    the overall direction, control, co-ordination and supervision of the assistance shall be the responsibility within its territory of the requesting State. The assisting party should, where the assistance involves personnel, designate in consultation with the requesting State, the person who should be in charge of and retain immediate operational supervision over the personnel and the equipment provided by it. The designated person should exercise such supervision in cooperation with the appropriate authorities of the requesting State;

  • (b)

    the requesting State shall provide, to the extent of its capabilities, local facilities and services for the proper and effective administration of the assistance. It shall also ensure the protection of personnel, equipment and materials brought into its territory by or on behalf of the assisting party for such purpose;

  • (c)

    ownership of equipment and materials provided by either party during the periods of assistance shall be unaffected, and their return shall be ensured;

  • (d)

    a State Party providing assistance in response to a request under paragraph 5 of article 2 shall co-ordinate that assistance within its territory.

Article

4

Competent authorities and points of contact

Article

5

Functions of the Agency

The States Parties request the Agency, in accordance with paragraph 3 of article 1 and without prejudice to other provisions of this Convention, to:

  • (a)

    collect and disseminate to States Parties and Member States information concerning:

    • (i)

      experts, equipment and materials which could be made available in the event of nuclear accidents or radiological emergencies;

    • (ii)

      methodologies, techniques and available results of research relating to response to nuclear accidents or radiological emergencies;

  • (b)

    assist a State Party or a Member State when requested in any of the following or other appropriate matters:

    • (i)

      preparing both emergency plans in the case of nuclear accidents and radiological emergencies and the appropriate legislation;

    • (ii)

      developing appropriate training programmes for personnel to deal with nuclear accidents and radiological emergencies;

    • (iii)

      transmitting requests for assistance and relevant information in the event of a nuclear accident or radiological emergency;

    • (iv)

      developing appropriate radiation monitoring programmes, procedures and standards;

    • (v)

      conducting investigations into the feasibility ofestablishing appropriate radiation monitoring systems;

  • (c)

    make available to a State Party or a Member State requesting assistance in the event of a nuclear accident or radiological emergency appropriate resources allocated for the purpose of conducting an initial assessment of the accident or emergency.

  • (d)

    offer its good offices to the States Parties and Member States in the event of a nuclear accident or radiological emergency;

  • (e)

    establish and maintain liaison with relevant international organizations for the purposes of obtaining and exchanging relevant information and data, and make a list of such organizations available to States Parties, Member States and the aforementioned organizations.

Article

6

Confidentiality and public statements

Article

7

Reimbursement of costs

Article

8

Privileges, immunities and facilities

Article

9

Transit of personnel, equipment and property

Each State Party shall, at the request of the requesting State or the assisting party, seek to facilitate the transit through its territory of duly notified personnel, equipment and property involved in the assistance to and from the requesting State.

Article

10

Claims and compensation

Article

11

Termination of assistance

The requesting State or the assisting party may at any time, after appropriate consultations and by notification in writing, request the termination of assistance received or provided under this Convention. Once such a request has been made the parties involved shall consult with each other to make arrangements for the proper conclusion of the assistance.

Article

12

Relationship to other international agreements

This Convention shall not affect the reciprocal rights and obligations of States Parties under existing international agreements which relate to the matters covered by this Convention, or under future international agreements concluded in accordance with the object and purpose of this Convention.

Article

13

Settlement of disputes

Article

14

Entry into force

Article

15

Provisional application

A State may, upon signature or at any later date before this Convention enters into force for it, declare that it will apply this Convention provisionally.

Article

16

Amendments

Article

17

Denunciation

Article

18

Depositary

Article

19

Authentic texts and certified copies

The original of this Convention, of which the Arabic, Chinese, English, French, Russian and Spanish texts are equally authentic, shall be deposited with the Director General of the International Atomic Energy Agency who shall send certified copies to States Parties and all other States.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized, have signed this Convention, open for signature as provided in paragraph 1 of article 14.

ADOPTED by the General Conference of the International Atomic Energy Agency meeting in special session at Vienna on the 26th day of September one thousand nine hundred and eighty six.

Verdrag inzake de verlening van bijstand in het geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen

De Staten die Partij bij dit Verdrag zijn,

Zich ervan bewust dat in een aantal Staten werkzaamheden op nucleair gebied worden verricht,

Gelet op het feit dat uitgebreide maatregelen zijn en worden getroffen ter verzekering van een grote mate van veiligheid bij de werkzaamheden op nucleair gebied en gericht op het voorkomen van nucleaire ongevallen en op het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen van een zodanig ongeval, indien dit zich voordoet,

Geleid door de wens de internationale samenwerking bij het op veilige wijze ontwikkelen en gebruiken van kernenergie verder uit te breiden.

Overtuigd van de noodzaak een internationaal kader te scheppen om de onmiddellijke verlening van bijstand in geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen te vergemakkelijken ter verzachting van de gevolgen daarvan,

Gezien het nut van bilaterale en multilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand op dit gebied,

Gezien de werkzaamheden van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie bij de ontwikkeling van richtlijnen voor overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand bij calamiteiten in verband met een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Verlening van bijstand

Artikel

3

Leiding van en toezicht op de bijstand

Tenzij anders overeengekomen:

  • a)

    berust de algehele leiding, controle en coördinatie van en toezicht op de bijstand binnen zijn grondgebied bij de verzoekende Staat. De bijstandverlenende partij zou, indien bij de bijstandverlening personeel is betrokken, in overleg met de verzoekende Staat de persoon dienen aan te wijzen die de leiding heeft van en het rechtstreekse operationele toezicht uitoefent op het personeel en de door de Staat ter beschikking gestelde uitrusting. De aangewezen persoon zou dit toezicht dienen uit te oefenen in samenwerking met de desbetreffende autoriteiten van de verzoekende Staat;

  • b)

    verleent de verzoekende Staat, naar de mate van zijn vermogen, faciliteiten en diensten ter plaatse voor een passende en doeltreffende uitvoering van de bijstand. Deze Staat zorgt voorts voor de bescherming van de personeelsleden, de uitrusting en de materialen die daartoe op zijn grondgebied zijn gebracht door of ten behoeve van de bijstandverlenende partij;

  • c)

    worden de eigendomsrechten met betrekking tot de uitrusting en de materialen die door elk der partijen tijdens de perioden van bijstandverlening ter beschikking zijn gesteld, niet aangetast en wordt de teruggave van de uitrusting en de materialen gewaarborgd;

  • d)

    coördineert een Staat die Partij bij dit Verdrag is en bijstand verleent ingevolge een verzoek krachtens het bepaalde in het vijfde lid van artikel 2, deze bijstand binnen zijn grondgebied.

Artikel

4

Bevoegde autoriteiten en contactpunten

Artikel

5

Taken van de Organisatie

De Staten die Partij bij dit Verdrag zijn, verzoeken de Organisatie overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van artikel 1 en behoudens de overige bepalingen van dit Verdrag, om

  • a)

    informatie betreffende:

    • (i)

      deskundigen, uitrusting en materialen die eventueel bereikbaar kunnen worden gesteld in geval van nucleaire ongevallen of calamiteiten met radioactieve stoffen;

    • (ii)

      methoden, technieken en beschikbare resultaten van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot, de behandeling van nucleaire ongevallen of calamiteiten met radioactieve stoffen;

    te verzamelen en toe te zenden aan de Staten die Partij bij dit Verdrag zijn, en aan de Lidstaten;

  • b)

    een Staat die Partij bij dit Verdrag is, op een Lidstaat bijstand te verlenen, wanneer daarom wordt verzocht, in een van de volgende of andere passende aangelegenheden:

    • (i)

      het ontwikkelen zowel van rampenplannen in het geval van nucleaire ongevallen en calamiteiten met radioactieve stoffen, als van passende wetgeving;

    • (ii)

      het opstellen van passende opleidingsprogramma's voor het personeel met betrekking tot de behandeling van nucleaire ongevallen en noodsituaties als gevolg van radioactiviteit;

    • (iii)

      het doorzenden van verzoeken om bijstand en van relevante informatie in het geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen;

    • (iv)

      het ontwikkelen van passende programma's, procedures en normen voor het meten van radioactiviteit;

    • (v)

      het uitvoeren van onderzoek met betrekking tot de mogelijkheid om passende systemen voor het meten van radioactiviteit op te zetten;

  • c)

    aan een Staat die Partij bij dit Verdrag is, of aan een Lidstaat die bijstand verzoekt in geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen, passende hulpmiddelen ter beschikking te stellen voor het uitvoeren van een eerste beoordeling van het ongeval of de calamiteit;

  • d)

    haar goede diensten aan te bieden aan de Staten die Partij bij dit Verdrag zijn, en aan de Lidstaten in geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen;

  • e)

    contacten te leggen en te onderhouden met de relevante internationale organisaties voor het verkrijgen en uitwisselen van relevante informatie en gegevens, en een lijst van deze organisaties op te stellen en ter beschikking te stellen van de Staten die Partij bij dit Verdrag zijn, de Lidstaten en de eerdergenoemde organisaties.

Artikel

6

Vertrouwelijkheid en publieke bekendmaking

Artikel

7

Vergoeding van de kosten

Artikel

8

Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten

Artikel

9

Doorgang van personeel, uitrusting en goederen

Op verzoek van de verzoekende Staat of de bijstandverlenende partij tracht elke Staat die Partij bij dit Verdrag is, de doorgang over zijn grondgebied van naar behoren aangemelde leden van het personeel, uitrusting en goederen, betrokken bij de bijstandverlening, naar en vanuit de verzoekende Staat te vergemakkelijken.

Artikel

10

Vorderingen en schadeloosstelling

Artikel

11

Beëindiging van de bijstand

De verzoekende Staat of de bijstandverlenende partij kan te allen tijde, na passend overleg en door middel van een schriftelijke kennisgeving, verzoeken de krachtens dit Verdrag ontvangen bijstand te beëindigen onderscheidenlijk de verleende bijstand te mogen beëindigen. Zodra dit verzoek is gedaan, plegen de betrokken partijen overleg met elkaar om regelingen te treffen voor de passende beëindiging van de bijstand.

Artikel

12

Verhouding tot andere internationale overeenkomsten

Dit Verdrag tast de wederzijdse rechten en verplichtingen van de Partij bij dit Verdrag zijnde Staten krachtens bestaande internationale overeenkomsten die betrekking hebben op de in dit Verdrag voorziene aangelegenheden, of krachtens toekomstige internationale overeenkomsten die worden gesloten in overeenstemming met het onderwerp en het doel van dit Verdrag, niet aan.

Artikel

13

Regeling van geschillen

Artikel

14

Inwerkingtreding

Artikel

15

Voorlopige toepassing

Een Staat kan, bij ondertekening of op een later tijdstip voordat dit Verdrag voor deze Staat in werking treedt, verklaren dit Verdrag voorlopig toe te passen.

Artikel

16

Wijzigingen

Artikel

17

Opzegging

Artikel

18

Depositaris

Artikel

19

Authentieke teksten en gewaarmerkte afschriften

Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, die een gewaarmerkt afschrift toezendt aan alle Staten die Partij bij dit Verdrag zijn, en aan alle overige Staten.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag, dat overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 14 is opengesteld voor ondertekening, hebben ondertekend.

AANGENOMEN door de Algemene Conferentie van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, in bijzondere zitting te Wenen bijeen op 26 september negentienhonderd zes en tachtig.