Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel ne bis in idem

Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel ne bis in idem

Preambule

De Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, hierna aangeduid als „Lid-Staten”,

Gelet op de nauwe banden die tussen hun volken bestaan,

Rekening houdende met de ontwikkelingen in de richting van het wegnemen van de belemmeringen voor het vrije verkeer van personen tussen de Lid-Staten,

Geleid door de wens hun samenwerking in strafrechtelijke aangelegenheden uit te breiden op basis van wederzijds vertrouwen, begrip en respect,

Ervan overtuigd dat de wederzijdse erkenning van de regel „ne bis in idem” ten aanzien van buitenlandse rechterlijke beslissingen de belichaming vormt van een dergelijk vertrouwen, begrip en respect,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Een persoon die bij onherroepelijk vonnis in een Lid-Staat is berecht, kan in een andere Lid-Staat niet worden vervolgd ter zake van dezelfde feiten, op voorwaarde dat ingeval een straf of maatregel is opgelegd, deze reeds is ondergaan of feitelijk ten uitvoer wordt gelegd, dan wel op grond van de wetten van de veroordelende Staat niet meer ten uitvoer gelegd kan worden.

Artikel

2

Artikel

3

Indien in een Lid-Staat een nieuwe vervolging wordt ingesteld tegen een persoon die ter zake van dezelfde feiten bij onherroepelijk vonnis in een andere Lid-Staat is berecht, dient iedere periode van vrijheidsbeneming die wegens deze feiten in laatstgenoemde Lid-Staat werd ondergaan op de eventueel opgelegde straf of maatregel in mindering te worden gebracht. Voorzover de nationale wetgeving dit toelaat, wordt tevens rekening gehouden met andere reeds ondergane straffen of maatregelen dan vrijheidsbeneming.

Artikel

4

Artikel

5

Bovenstaande bepalingen vormen geen beletsel voor de toepassing van verdergaande nationale bepalingen inzake de regel „ne bis in idem" in geval van buitenlandse rechterlijke beslissingen.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België zal alle Lid-Staten in kennis stellen van elke ondertekening, nederlegging van akten, verklaring of kennisgeving.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België zal aan de Regering van elke Lid-Staat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezenden.

GEDAAN te Brussel, de vijfentwintigste mei negentienhonderd zevenentachtig in alle officiële talen van de Europese Gemeenschappen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar dat zal worden nedergelegd in de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België.