Artikel
1
Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is
2
Voor de toepassing van de Overeenkomst betekent de uitdrukking „inwoner van een Staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn verblijf of plaats van leiding.
3
De uitdrukking „inwoner van beide Staten” betekent een persoon die gedurende hetzelfde tijdvak inwoner is van elk van de Staten.
4
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het derde lid inwoner van beide Staten is, wordt zijn positie bepaald overeenkomstig de volgende regels:
-
a)
hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in elk van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
-
b)
indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft;
-
c)
indien hij in elk van de Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;
-
d)
indien elk van de Staten hem beschouwt als zijn onderdaan of indien geen van de Staten hem beschouwt als zijn onderdaan, regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming overeenkomstig de bepalingen van artikel 20.