Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende het internationale wegvervoer van personen en goederen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende het internationale wegvervoer van personen en goederen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van het Koninkrijk Marokko

Verlangend het internationale wegvervoer van personen en goederen tussen de beide Staten alsmede het transitovervoer over hun grondgebied te bevorderen, zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

De vervoersondernemingen die zijn gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden of in het Koninkrijk Marokko, zijn gerechtigd personen en goederen te vervoeren met voertuigen die zijn geregistreerd in een van beide Staten, hetzij tussen de grondgebieden van beide Overeenkomstsluitende Partijen, hetzij bij wijze van transitovervoer over het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, onder de in deze Overeenkomst vastgestelde voorwaarden.

I

PERSONENVERVOER

Artikel

2

Alle beroepsvervoer van personen, tussen de beide Staten of bij wijze van transitovervoer over hun grondgebied, is onderworpen aan een stelsel van voorafgaande vergunningen, met uitzondering van het vervoer bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De vergunningen voor personenvervoer dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 3 en 4 van deze Overeenkomst moeten door de vervoerder worden aangevraagd bij de bevoegde autoriteiten van de Staat van registratie.

II

GOEDERENVERVOER

Artikel

6

Alle goederenvervoer, tussen beide Staten of bij wijze van transitovervoer over hun grondgebied, is onderworpen aan een stelsel van voorafgaande vergunningen.

Artikel

7

Artikel

8

De bevoegde autoriteiten van de Staat waar de voertuigen zijn geregistreerd, verlenen de vergunningen voor rekening van de andere Overeenkomstsluitende Partij, in het kader van de contingenten die jaarlijks in overleg worden vastgesteld door de gemengde commissie bedoeld in artikel 22 hieronder.

Artikel

9

De bevoegde autoriteiten verlenen buiten het contingent vergunningen voor het volgende vervoer:

  • a)

    Het vervoer van beschadigde voertuigen.

  • b)

    Het begrafenisvervoer en het vervoer van lijken met voertuigen die speciaal zijn ingericht voor zodanig vervoer over de weg overeenkomstig de voorschriften op het gebied van de volksgezondheid.

  • c)

    Het vervoer van onderdelen en produkten bestemd voor de bevoorrading van in nood verkerende zeeschepen.

  • d)

    Het vervoer van kostbare goederen (bijvoorbeeld edele metalen) verricht met bijzondere voertuigen onder escorte van politie of andere veiligheidsdiensten.

  • e)

    Het vervoer van artikelen die nodig zijn voor medische hulpverlening in noodgevallen, met name bij natuurrampen.

  • f)

    De ledige rit met een voertuig bestemd voor het vervoer van goederen, bedoeld om een voertuig te vervangen dat in het buitenland onklaar is geraakt alsmede de voortzetting door het ter vervanging ingezette voertuig van het vervoer met de vergunning die is afgegeven voor het voertuig dat onklaar is geraakt.

  • g)

    Het vervoer van kunstvoorwerpen en kunstwerken voor tentoonstellingen en jaarbeurzen.

  • h)

    Het vervoer van materiaal, rekwisieten en dieren, bestemd voor of afkomstig van toneelvoorstellingen, muziekuitvoeringen, filmvoorstellingen, sportwedstrijden, circussen, jaarbeurzen of kermissen, alsmede materiaal, rekwisieten en dieren bestemd voor radio-opnamen, filmopnamen of televisie.

  • i)

    Verhuizingen.

Bovengenoemde opsomming kan worden gewijzigd in overleg tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen.

III

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

10

Artikel

11

De vervoersondernemingen, gevestigd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, mogen geen vervoer verrichten tussen twee plaatsen gelegen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel

12

De vervoersondernemingen gevestigd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, mogen geen vervoer verrichten tussen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en een derde Staat, tenzij laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij daartoe een vergunning heeft afgegeven.

Artikel

13

Indien het gewicht of de afmetingen van het voertuig of van de lading de op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij toegestane maxima overschrijdt, is voor het voertuig een bijzondere vergunning vereist, die wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Partij.

Op deze vergunning kan worden aangegeven dat het voertuig alleen mag rijden op een bepaald traject.

Artikel

14

Artikel

15

De vervoersondernemingen die vervoer verrichten, bedoeld in deze Overeenkomst, voldoen voor het vervoer, verricht op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, de op dat grondgebied geldende belastingen en heffingen onder de voorwaarden vastgesteld door het in artikel 23 van deze Overeenkomst bedoelde Protocol.

Artikel

16

Artikel

17

Onderdelen, bestemd voor de reparatie van een voertuig dat een in deze Overeenkomst bedoeld vervoer verricht, zijn vrijgesteld van douanerechten en -heffingen alsmede van invoerbeperkingen.

Niet gebruikte of vervangen onderdelen worden opnieuw uitgevoerd. De wijze van toepassing van dit artikel wordt nader aangeduid in het Protocol, bedoeld in artikel 23 van deze Overeenkomst.

Artikel

18

De vervoersondernemingen en hun personeel zijn verplicht de bepalingen van deze Overeenkomst, alsmede de op het grondgebied van iedere Overeenkomstsluitende Partij van kracht zijnde wetten en voorschriften betreffende het vervoer en het wegverkeer in acht te nemen.

Artikel

19

De interne wetgeving van iedere Overeenkomstsluitende Partij is van toepassing op alle kwesties die niet in deze Overeenkomst worden geregeld.

Artikel

20

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder begaan op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, zijn de bevoegde autoriteiten van de Staat waar het voertuig is geregistreerd, verplicht op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op hem een van de volgende strafmaatregelen toe te passen:

  • a)

    Waarschuwing

  • b)

    Gehele of gedeeltelijke intrekking - tijdelijk of definitief - van het recht vervoer te verrichten op het grondgebied van de Staat waar de overtreding is begaan.

De autoriteiten die de strafmaatregel nemen, zijn verplicht de autoriteiten die om die maatregel hebben verzocht, hiervan in kennis te stellen.

Artikel

21

De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen de diensten aan die bevoegd zijn tot het nemen van de in deze Overeenkomst omschreven maatregelen en tot het uitwisselen van alle noodzakelijke statistische of andere gegevens.

Artikel

22

Artikel

23

De Overeenkomstsluitende Partijen regelen de wijze van toepassing van deze Overeenkomst in een Protocol, dat deel uitmaakt van deze Overeenkomst en dat tegelijk met deze Overeenkomst wordt ondertekend.

De gemengde commissie, bedoeld in artikel 22 van deze Overeenkomst, is bevoegd om bedoeld Protocol voor zover nodig te wijzigen.

Artikel

24

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel

25

GEDAAN te Rabat op 5 april 1982 in twee originele exemplaren in de Arabische, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. Bij geschillen is de Franse tekst evenwel doorslaggevend.

Voor de Regering van het

Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) M. W. H. BARON

COLLOT D'ESCURY

Voor de Regering van het

Koninkrijk Marokko,

(w.g.) B. MANSOURI

Protocol

opgesteld krachtens artikel 23 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende het internationale wegvervoer van personen en goederen

Voor de toepassing van bedoelde Overeenkomst zijn de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Marokko als volgt overeengekomen:

I

PERSONENVERVOER

1. De in artikel 5 bedoelde aanvragen voor een vergunning moeten aan de bevoegde autoriteiten worden gericht uiterlijk eenentwintig dagen voor de datum waarop de reis zal plaatsvinden.

De aanvragen dienen de volgende gegevens te bevatten:

  • -

    naam en adres van degene die de rit organiseert,

  • -

    naam en adres van de vervoerder,

  • -

    registratienummer van het te gebruiken of de te gebruiken voertuigen,

  • -

    het aantal te vervoeren personen,

  • -

    datum waarop en plaats waar de grens zal worden overschreden bij binnenkomst op en het verlaten van het grondgebied, waarbij de trajecten dienen te worden opgegeven die met of zonder reizigers worden afgelegd.

2. De bevoegde autoriteiten van iedere Overeenkomstsluitende Partij verstrekken de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij de benodigde blanco vergunningen in een onderling overeen te komen aantal.

3. De bevoegde autoriteiten van iedere Overeenkomstsluitende Partij zenden aan de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een afschrift van de vergunningen die zij verstrekken.

4. De verklaringen dienen de volgende gegevens te bevatten:

  • -

    naam en adres van degene die de rit organiseert,

  • -

    naam en adres van de vervoerder,

  • -

    registratienummer van het te gebruiken voertuig of de te gebruiken voertuigen,

  • -

    aantal reizigers,

  • -

    datum van de rit,

  • -

    route.

II

GOEDERENVERVOER

1. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Overeenkomst mag geen discriminatie worden toegepast tussen de nationale vervoerders en de vervoerders van de andere Partij ten aanzien van de lading van retourvracht.

2. Bovendien worden, ten aanzien van artikel 14, de ritvergunningen en de termijnvergunningen vergezeld van een verslag dat met de vergunning moet worden teruggezonden aan de autoriteit die deze vergunning heeft afgegeven.

Dit verslag bevat de volgende gegevens:

  • -

    registratienummer van het voertuig dat het vervoer verricht

  • -

    het laadvermogen en het totale gewicht van de lading van het voertuig

  • -

    de plaats waar de goederen worden geladen en gelost

  • -

    de aard en het gewicht van de vervoerde goederen

  • -

    de aftekening door de douane wanneer het voertuig het grondgebied binnenkomt en het verlaat.

3. Contingent

Voor het eerste jaar waarin de Overeenkomst van toepassing is, wordt het jaarlijkse aantal heen- en terugritten die de vervoerders van de ene Staat mogen verrichten op het grondgebied van de andere Staat vastgesteld op 500.

Ten aanzien van het contingent telt iedere termijnvergunning voor 15 ritten.

III

ALGEMENE BEPALINGEN

1. De vergunningen en verklaringen zijn gelijk aan de modellen die in overleg zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteiten.

2. Op de vergunningen die geldig zijn voor het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden staan in de linkerbovenhoek de letters „NL” en op de vergunningen die geldig zijn voor het grondgebied van het Koninkrijk Marokko in de linkerbovenhoek de letters „MA”.

3. De vergunningen zijn genummerd en dragen het stempel van de autoriteit waardoor ze zijn afgegeven. Ze worden door de ondernemingen aan laatstbedoelde autoriteit teruggezonden binnen de in bedoelde vergunningen aan te geven termijnen.

4. De bevoegde autoriteiten zijn:

  • -

    voor het Koninkrijk der Nederlanden

    de Directeur-Generaal van het Verkeer, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1-6 Plesmanweg, 2500 EX Den Haag.

  • -

    Voor het Koninkrijk Marokko:

    de ,,Directeur des Transports Terrestres, Ministère des Transports", Rabat Agdal B.P. 717 Marokko.

5.

  • a)

    De bevoegde autoriteiten hebben gegevens uitgewisseld betreffende de in elk van beide Staten van kracht zijnde normen inzake gewicht en afmetingen.

  • b)

    de aanvragen voor bijzondere vergunningen bedoeld in artikel 13 moeten worden ingediend:

    • wat de Nederlandse vervoerders betreft, bij de „Directeur des Transports Terrestres, Ministère des Transports", B.P. 717 Rabat Agdal.

    • wat de Marokkaanse vervoerders betreft, bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer, Fruitweg 262, 2525 KJ Den Haag.

6. De bevoegde autoriteiten verstrekken elkaar binnen 3 maanden na het verstrijken van ieder kalenderjaar de statistische gegevens over het vervoer waarop de Overeenkomst van toepassing is.

Voor de regeling van het goederenvervoerscontingent wordt een overzicht opgesteld waarin worden vermeld:

  • de nummers van de eerste en de laatste termijnvergunning,

  • het aantal uitgevoerde ritten.

7. De ondernemingen worden, op basis van wederkerigheid, vrijgesteld van de volgende belastingen:

  • a)

    in Nederland: de motorrijtuigenbelasting bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966 (Stb. 332).

  • b)

    In Marokko: de „taxe relative au permis de circulation” (rijbewijsbelasting), bedoeld in het Décret Royal houdende wet no. 848-66 van 10 Joumada I 1388 (5 augustus 1968).

Losse onderdelen vallen gewoonlijk onder het stelsel van tijdelijke invoer; geregeld gebruikte onderdelen die bij het voertuig horen, worden vrijgesteld van borgstelling of consignatie.

GEDAAN te Rabat op 5 april 1982 in twee originele exemplaren in de Arabische, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. Bij geschillen is de Franse tekst evenwel doorslaggevend.

Voor de Regering van het

Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) M. W. H. BARON

COLLOT D'ESCURY

Voor de Regering van het

Koninkrijk Marokko,

(w.g.) B. MANSOURI