Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de vermindering van zwavelemissies of van de grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen met tenminste 30 procent

Protocol to the 1979 Convention on Long-range Transboundary Air Pollution on the reduction of sulphur emissions or their transboundary fluxes by at least 30 per cent

The Parties

Determined to implement the Convention on Long-range Transboundary Air Pollution,

Concerned that the present emissions of air pollutants are causing widespread damage, in exposed parts of Europe and North America, to natural resources of vital environmental and economic importance, such as forests, soils and waters, and to materials (including historical monuments) and, under certain circumstances, have harmful effects on human health,

Aware of the fact that the predominant sources of air pollution contributing to the acidification of the environment are the combustion of fossil fuels for energy production, and the main technological processes in various industrial sectors, as well as transport, which lead to emissions of sulphur dioxide, nitrogen oxides, and other pollutants,

Considering that high priority should be given to reducing sulphur emissions, which will have positive results environmentally, on the over-all economic situation and on human health,

Recalling the decision of the United Nations Economic Commission for Europe (ECE) at its thirty-ninth session, which stresses the urgency of intensifying efforts to arrive at co-ordinated national strategies and policies in the ECE region to reduce sulphur emissions effectively at national levels,

Recalling the recognition by the Executive Body for the Convention at its first session of the need to decrease effectively the total annual emissions of sulphur compounds or their transboundary fluxes by 1993-1995, using 1980 levels as the basis for calculations of reductions,

Recalling that the Multilateral Conference on the Causes and Prevention of Damage to Forests and Water by Air Pollution in Europe (Munich, 24-27 June 1984) had requested that the Executive Body for the Convention, as a matter of highest priority, adopt a proposal for a specific agreement on the reduction of annual national sulphur emissions or their transboundary fluxes by 1993 at the latest,

Noting that a number of Contracting Parties to the Convention have decided to implement reductions of their national annual sulphur emissions or their transboundary fluxes by at least 30 per cent as soon as possible and at the latest by 1993, using 1980 levels as the basis for calculation of reductions,

Recognizing, on the other hand, that some Contracting Parties to the Convention, while not signing the present Protocol at the time of its opening for signature, will nevertheless contribute significantly to the reduction of transboundary air pollution, or will continue to make efforts to control sulphur emissions, as stated in the document annexed to the report of the Executive Body at its third session,

Have agreed as follows:

Article

1

Definitions

For the purposes of the present Protocol,

Article

2

Basic provision

The Parties shall reduce their national annual sulphur emissions or their transboundary fluxes by at least 30 per cent as soon as possible and at the latest by 1993, using 1980 levels as the basis for calculation of reductions.

Article

3

Further reductions

The Parties recognize the need for each of them to study at the national level the necessity for further reductions, beyond those referred to in article 2, of sulphur emissions or their transboundary fluxes when environmental conditions warrant.

Article

4

Reporting of annual emissions

Each Party shall provide annually to the Executive Body its levels of national annual sulphur emissions, and the basis upon which they have been calculated.

Article

5

Calculations of transboundary fluxes

EMEP shall in good time before the annual meetings of the Executive Body provide to the Executive Body calculations of sulphur budgets and also of transboundary fluxes and depositions of sulphur compounds for each previous year within the geographical scope of EMEP, utilizing appropriate models. In areas outside the geographical scope of EMEP, models appropriate to the particular circumstances of Parties therein shall be used.

Article

6

National programmes, policies and strategies

The Parties shall, within the framework of the Convention, develop without undue delay national programmes, policies and strategies which shall serve as a means of reducing sulphur emissions or their transboundary fluxes, by at least 30 per cent as soon as possible and at the latest by 1993, and shall report thereon as well as on progress towards achieving the goal to the Executive Body.

Article

7

Amendments to the Protocol

Article

8

Settlement of disputes

If a dispute arises between two or more Parties as to the interpretation or application of the present Protocol, they shall seek a solution by negotiation or by any other method of dispute settlement acceptable to the parties to the dispute.

Article

9

Signature

Article

10

Ratification, acceptance, approval and accession

Article

11

Entry into force

Article

12

Withdrawal

At any time after five years from the date on which the present Protocol has come into force with respect to a Party, that Party may withdraw from it by giving written notification to the depositary. Any such withdrawal shall take effect on the ninetieth day after the date of its receipt by the depositary.

Article

13

Authentic texts

The original of the present Protocol, of which the English, French and Russian texts are equally authentic, shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed the present Protocol.

DONE at Helsinki this eighth day of July one thousand nine hundred and eighty-five.

Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de vermindering van zwavelemissies of van de grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen met ten minste 30 procent

De Partijen,

Vastbesloten het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand uit te voeren,

Bevreesd dat de huidige emissies van luchtverontreinigende stoffen uitgebreide schade veroorzaken, in daaraan blootgestelde delen van Europa en Noord-Amerika, aan de natuurlijke hulpbronnen die van vitaal belang zijn voor het milieu en de economie, zoals bossen, cultuurgronden en wateren, en aan materialen (met inbegrip van historische monumenten) en die, in bepaalde omstandigheden, schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van de mens,

Zich bewust van het feit dat de voornaamste bronnen van luchtverontreiniging die tot de verzuring van het milieu bijdragen, de verbranding van fossiele brandstoffen voor de opwekking van energie, en de belangrijkste technische processen in verschillende takken van de industrie en het vervoer zijn, die leiden tot de emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en andere verontreinigende stoffen,

Overwegend dat hoge prioriteit dient te worden toegekend aan de vermindering van de zwavelemissies, hetgeen uit het oogpunt van het milieu gunstige gevolgen zal hebben voor de algemene economische situatie en voor de gezondheid van de mens,

Herinnerend aan het besluit van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (ECE) tijdens haar negenendertigste zitting, dat de dringende noodzaak beklemtoont tot intensivering van de inspanningen om te komen tot gecoördineerde nationale strategieën en beleidsregels binnen het gebied van de Economische Commissie voor Europa voor een doeltreffende vermindering van zwavelemissies op nationaal niveau,

Herinnerend aan de erkenning door het Uitvoerend Orgaan voor het Verdrag tijdens zijn eerste zitting van de noodzaak tot doeltreffende vermindering van de totale jaarlijkse emissies van zwavelverbindingen of van de grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen tegen 1993-1995, waarbij de niveaus uit 1980 worden gebruikt als grondslag voor de berekening van de verminderingen,

Eraan herinnerend dat de Multilaterale Conferentie over de oorzaken en de voorkoming van schade aan bossen en water door luchtverontreiniging in Europa (München, 24-27 juni 1984) het Uitvoerende Orgaan voor het Verdrag heeft verzocht, als een zaak van de hoogste prioriteit, een voorstel te aanvaarden omtrent een speciale overeenkomst betreffende de vermindering van de nationale jaarlijkse zwavelemissies of van de grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen tegen uiterlijk 1993,

Constaterend dat een aantal Partijen bij het Verdrag hebben besloten hun nationale jaarlijkse zwavelemissies of hun grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen zo spoedig mogelijk en uiterlijk tegen 1993 met ten minste 30 procent te verminderen, waarbij de niveaus uit 1980 worden gebruikt als grondslag voor de berekening van de verminderingen,

Erkennend anderzijds dat enkele Partijen bij het Verdrag, hoewel zij dit Protocol niet ondertekenen ten tijde van de openstelling voor ondertekening, niettemin in aanzienlijke mate bijdragen tot de vermindering van de grensoverschrijdende luchtverontreiniging of blijven streven naar bestrijding van de zwavelemissies, zoals vermeld in het document dat als bijlage is gevoegd bij het rapport van het Uitvoerend Orgaan tijdens zijn derde zitting,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel

2

Grondbeginsel

De Partijen verminderen hun nationale jaarlijkse zwavelemissies of hun grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen zo spoedig mogelijk en uiterlijk tegen 1993 met ten minste 30 procent, waarbij de niveaus uit 1980 worden gebruikt als grondslag voor de berekening van de verminderingen.

Artikel

3

Verdere verminderingen

De Partijen erkennen dat elk van hen op nationaal niveau de noodzaak zal moeten bestuderen tot verdere verminderingen, boven de in artikel 2 bedoelde, van de zwavelemissies of van de grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen, indien de milieu-omstandigheden zulks vereisen.

Artikel

4

Rapportering van de jaarlijkse emissies

Elke Partij stelt het Uitvoerend Orgaan jaarlijks in kennis van de niveaus van haar nationale jaarlijkse zwavelemissies, alsmede van de grondslag waarop deze zijn berekend.

Artikel

5

Berekeningen van de grensoverschrijdende stromen

EMEP verstrekt het Uitvoerend Orgaan tijdig voor de jaarlijkse bijeenkomsten van dit Orgaan berekeningen van de omvang van de zwavelemissies, alsmede van de grensoverschrijdende stromen en de depositie van zwavelverbindingen, voor elk voorafgaand jaar binnen de geografische reikwijdte van EMEP opgesteld aan de hand van passende modellen. In gebieden buiten de geografische reikwijdte van EMEP dienen modellen die aangepast zijn aan de bijzondere omstandigheden van de Partijen in deze gebieden, te worden gebruikt.

Artikel

6

Nationale programma's, beleidsregels en strategieën

De Partijen stellen, in het kader van het Verdrag, zonder uitstel nationale programma's, beleidsregels en strategieën op die dienen als middel om de zwavelemissies of de grensoverschrijdende stromen van deze zwavelverbindingen zo spoedig mogelijk en uiterlijk tegen 1993 met ten minste 30 procent te verminderen en rapporteren daarover, alsmede over de vorderingen betreffende de verwezenlijking van het doel, aan het Uitvoerend Orgaan.

Artikel

7

Wijzigingen op het Protocol

Artikel

8

Regeling van geschillen

Indien een geschil ontstaat tussen twee of meer Partijen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van dit Protocol, trachten zij tot een oplossing te komen door middel van onderhandelingen of enige andere methode voor de regeling van geschillen die voor de partijen bij het geschil aanvaardbaar is.

Artikel

9

Ondertekening

Artikel

10

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

Artikel

11

Inwerkingtreding

Artikel

12

Opzegging

Na vijf jaar, te rekenen van de datum waarop dit Protocol in werking is getreden ten aanzien van een Partij, kan deze Partij te allen tijde dit Protocol opzeggen door middel van een aan de depositaris gerichte schriftelijke kennisgeving. Deze opzegging wordt van kracht op de negentigste dag na de datum waarop de depositaris deze kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel

13

Authentieke teksten

Het origineel van dit Protocol, waarvan de Engelse, de Franse en de Russische tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Helsinki, 8 juli 1985.