Voorlopige Overeenstemming inzake aangelegenheden betreffende de diepzeemijnbouw

Voorlopige Overeenstemming inzake aangelegenheden betreffende de diepzeemijnbouw

Artikel

1

Artikel

2

De Partijen gaan, voor zover mogelijk, onverwijld over tot behandeling van de aanvragen. Hiertoe verricht elke Partij met redelijke spoed een eerste bestudering van elke aanvrage, teneinde vast te stellen of deze voldoet aan de minimumvoorwaarden inzake aanvragen krachtens haar nationale wetgeving, en stelt daarna vast of de aanvrager in aanmerking komt voor de verlening van een vergunning.

Artikel

3

Elke Partij stelt de andere Partijen onmiddellijk in kennis van elke aanvrage voor een vergunning die zij aanvaardt, met inbegrip van reeds ontvangen aanvragen, en van elke wijziging in een zodanige aanvrage. Elke Partij doet tevens de andere Partijen onmiddellijk kennisgeving, nadat zij stappen heeft ondernomen met betrekking tot een aanvrage voor een vergunning of stappen met betrekking tot een verleende vergunning.

Artikel

4

Geen der Partijen verleent vergunning tot of houdt zich zelf bezig met, exploitatie van de vaste minerale rijkdommen van de diepzeebodem vóór 1 januari 1988.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Partijen streven naar het volgen van een vaste lijn in hun eisen voor aanvragen en maatstaven voor het verrichten van werkzaamheden.

Artikel

9

De Partijen passen deze Overeenkomst toe overeenkomstig de desbetreffende nationale wetten en voorschriften.

Artikel

10

De Partijen regelen geschillen voortvloeiend uit de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst op passende wijze. De Partijen bij het geschil overwegen de mogelijkheid van bindende arbitrage en indien zij zulks overeenkomen, maken zij daarvan gebruik.

Artikel

11

Deze Overeenkomst, die mede de Aanhangsels I en II omvat, kan slechts worden gewijzigd met de schriftelijke instemming van alle Partijen.

Artikel

12

Artikel

13

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kunnen, met toestemming van alle Partijen, andere Staten worden uitgenodigd tot deze Overeenkomst toe te treden.

Artikel

14

Artikel

15

Deze Overeenkomst laat onverlet en is evenmin van invloed op, de positie van de Partijen of door een van de Partijen op zich genomen verplichtingen met betrekking tot het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee.

GEDAAN te Genève, op 3 augustus 1984, in achtvoud, in de Nederlandse, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse en de Japanse taal, waarbij elk van de teksten gelijkelijk authentiek is.

Aanhangsel

I

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

wordt onder „aanvrage voor een vergunning ingediend in overeenstemming met de overeenkomsten inzake de vrijwillige regeling van geschillen gesloten op 18 mei 1983 en 15 december 1983” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, letter (a), van deze Overeenkomst verstaan de oorspronkelijke aanvrage zoals gewijzigd ten gevolge van of teneinde uitvoering te geven aan deze overeenkomsten; wanneer er bij meer dan één Partij gelijkluidende aanvragen zijn ingediend, worden deze, voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, letter (a), van deze Overeenkomst, behandeld als één enkele aanvrage;

wordt onder aanvrager met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, letter (a), van deze Overeenkomst verstaan de oorspronkelijke aanvrager(s) met betrekking tot een aanvrage of in zijn/hun plaats de rechtverkrijgende(n) van deze aanvrager(s) zoals bepaald in artikel 7 van deze Overeenkomst, of de lasthebber(s) die namens deze aanvrager(s) optreedt/optreden;

wordt onder „overeenkomsten inzake de vrijwillige regeling van geschillen” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, letter (a), van deze Overeenkomst, verstaan de overeenkomsten tussen Association Française Pour l'Etude et la Recherche des Nodules (AFERNOD), Deep Ocean Resources Development Co., Ltd. (DORD), Kennecott Consortium (KCON), Ocean Mining Associates (OMA), Ocean Minerals Company (OMCO), Ocean Management, Inc. (OMI) of een van deze overeenkomsten;

wordt onder,,vergunning'” verstaan een vergunning tot het verrichten van diepzeemijnbouwwerkzaamheden;

wordt onder „diepzeemijnbouwwerkzaamheden” verstaan de werkzaamheden, andere dan verkenning, met betrekking tot de vaste minerale rijkdommen van de diepzeebodem in (een) aangegeven gebied(en);

wordt onder „vaste minerale rijkdommen” verstaan een laag of afzetting op of vlak onder de oppervlakte van de diepzeebodem, bestaande uit knollen die mangaan, nikkel, kobalt of koper bevatten; en

wordt onder „registratie” verstaan een registratie of andere handeling door een instantie die door de Partij in kwestie wordt erkend of aanvaard voor de verlening of bevestiging van een recht of vergunning tot het verrichten van diepzeemijnbouwwerkzaamheden.

Aanhangsel

II

Kennisgevingen

A

Een kennisgeving betreffende een aanvrage of wijziging, zoals bepaald in artikel 3 van deze Overeenkomst, dient te omvatten:

  • a.

    de identiteit van de aanvrager;

  • b.

    de coördinaten van het gebied waarop de aanvrage of wijziging betrekking heeft;

  • c.

    de datum en het tijdstip waarop de aanvrage of de wijziging werd ingediend (uitgedrukt in Greenwichtijd, afgerond op de dichtstbijzijnde minuut);

  • d.

    het soort vergunning dat wordt aangevraagd;

  • e.

    een opgave van de duur van de werkzaamheden waarop de aanvrage betrekking heeft; en

  • f.

    alle andere gegevens die de Partij die de kennisgeving doet, passend acht.

B

Een kennisgeving betreffende daarna verrichte handelingen of betreffende vergunningen dient alle vereiste gegevens te omvatten, een afschrift van de juridische documenten door middel waarvan die handelingen worden verricht, alsmede de datum van inwerkingtreding.

C

Elke kennisgeving betreffende de coördinaten van een gebied van de diepzeebodem dient de grens te omschrijven aan de hand van de geodetische coördinaten van de hoeken overeenkomstig het „World Geodetic System 1972” (WGS 72). Een lijn die de grens tussen hoeken aangeeft moet een geodetische lijn zijn.