Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Preambule

De hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Geleid door de wens een eenvormige en zelfstandige werking te geven aan de Europese octrooien die voor hun grondgebieden zijn verleend krachtens het Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973,

Wensende een Gemeenschapsregeling voor octrooien tot stand te brengen, die bijdraagt tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en in het bijzonder tot het binnen de Gemeenschap opheffen van de concurrentievervalsingen die kunnen voortvloeien uit het territoriaal karakter van de nationale beschermende rechten,

Overwegende dat een van de fundamentele doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap is de verwijdering van hinderpalen voor het vrije verkeer van goederen;

Overwegende dat een van de meest geschikte middelen om deze doelstelling te verwezenlijken voor wat betreft het vrije verkeer van door octrooien beschermde goederen, is het tot stand brengen van een Gemeenschapsregeling voor octrooien;

Overwegende dat het tot stand brengen van zulk een Gemeenschapsregeling voor octrooien daarom niet te scheiden is van het verwezenlijken van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en derhalve verbonden is met de rechtsorde van de Gemeenschap;

Overwegende dat het daartoe voor de Hoge Verdragsluitende Partijen noodzakelijk is een Akkoord te sluiten, dat een bijzondere overeenkomst is in de zin van artikel 142 van het Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien, een verdrag betreffende regionale octrooien in de zin van artikel 45, eerste lid, van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien van 19 juni 1970 en een bijzondere overeenkomst in de zin van artikel 19 van het Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom, ondertekend te Parijs op 20 maart 1883 en laatstelijk herzien op 14 juli 1967;

Overwegende dat het voor de verwezenlijking van een gemeenschappelijke markt die soortgelijke voorwaarden als een nationale markt biedt, noodzakelijk is de rechtsinstrumenten in het leven te roepen waardoor ondernemingen hun produktie en distributie aan de Europese schaal kunnen aanpassen;

Overwegende dat het vraagstuk van een doelmatige regeling van rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsoctrooien en de vraagstukken voortvloeiende uit de in het op 15 december 1975 te Luxemburg ondertekende Gemeenschapsoctrooiverdrag bepaalde splitsing van bevoegdheid inzake inbreuk op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien, het beste kunnen worden opgelost door bevoegdheid ter zake van rechtsvorderingen betreffende inbreuk op een Gemeenschapsoctrooi te verlenen aan nationale rechterlijke instanties van eerste aanleg die zijn aangewezen als Gemeenschapsoctrooirechtbanken die tevens de geldigheid van het betwiste octrooi kunnen beoordelen en zo nodig dat octrooi kunnen wijzigen of nietig verklaren ; en dat van vonnissen van deze rechterlijke instanties beroep open moet staan bij nationale rechterlijke instanties van tweede aanleg die zijn aangewezen als Gemeenschapsoctrooirechtbanken;

Overwegende echter dat eenheid in de toepassing van het recht inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien de instelling vereist van een Gemeenschappelijk Hof van Beroep voor het Gemeenschapsoctrooi dat de Verdragsluitende Staten gemeen hebben (Gemeenschappelijk Hof van Beroep) dat in beroep oordeelt over inbreuk- en geldigheidsprocedures die door Gemeenschapsoctrooirechtbanken van tweede aanleg worden verwezen;

Overwegende dat krachtens hetzelfde vereiste van eenheid in de toepassing van het recht het Gemeenschappelijk Hof van Beroep de bevoegdheid krijgt te beslissen over beroepen van de nietigheidsafdelingen en de afdeling voor de administratie van octrooien van het Europees Octrooibureau, waarbij het in de plaats treedt van de nietigheidsafdelingen die zijn ingesteld bij het op 15 december 1975 ondertekende Gemeenschapsoctrooiverdrag;

Overwegende dat het van wezenlijk belang is dat de toepassing van dit Akkoord niet mag indruisen tegen de toepassing van de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in staat moet kunnen zijn de eenheid van de rechtsorde van de Gemeenschap te waarborgen,

Verlangend de voltooiing van de interne markt en het instellen van een Europese technologiegemeenschap te bevorderen door middel van een Gemeenschapsoctrooi,

Overtuigd derhalve dat het sluiten van dit Akkoord noodzakelijk is om de uitvoering van de taken van de Europese Economische Gemeenschap te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Inhoud van het Akkoord

Artikel

2

Verhouding tot de rechtsorde van de Gemeenschap

Artikel

3

Uitlegging van bepalingen betreffende de bevoegdheid

Artikel

4

Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie

Artikel

5

Bevoegdheid van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Behoudens de artikelen 2 en 3 ziet het Gemeenschappelijk Hof van Beroep toe op de eenheid in de uitlegging en toepassing van dit Akkoord en van de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen voor zover deze geen nationale bepalingen zijn.

Artikel

6

Ondertekening - Bekrachtiging

Artikel

7

Toetreding

Artikel

8

Deelneming door derde Staten

De Raad van de Europese Gemeenschappen kan met eenparigheid van stemmen elke Staat die partij is bij het Europees Octrooiverdrag en met de Europese Economische Gemeenschap een douane-unie of een vrijhandelszone vormt, uitnodigen onderhandelingen aan te knopen over deelneming aan het onderhavige Akkoord op basis van een bijzondere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Staten van het onderhavige Akkoord en de bedoelde derde Staat; in deze overeenkomst worden de voorwaarden voor en de wijze van toepassing van het onderhavige Akkoord voor deze Staat vastgesteld.

Artikel

9

Toepassing op de zee en de onderzeese gebieden

Dit Akkoord is van toepassing op de zee en de onderzeese gebieden die grenzen aan een grondgebied waarop het Akkoord van toepassing is en waarover een van de Verdragsluitende Staten soevereine rechten of rechtsmacht naar internationaal recht bezit.

Artikel

10

Inwerkingtreding

Dit Akkoord kan pas in werking treden wanneer het bekrachtigd is door de twaalf ondertekenende Staten. Het treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de Staat die als laatste deze handeling verricht. Indien het Europees Octrooiverdrag evenwel op een latere datum in werking treedt voor Staten die dit Akkoord hebben ondertekend, treedt het Akkoord op de laatste van deze data in werking.

Artikel

11

Waarnemers

Zolang dit Akkoord ten aanzien van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap die dit Akkoord niet heeft ondertekend, niet in werking is getreden, kan die Staat als waarnemer deelnemen aan vergaderingen van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie, hierna genoemd „Beperkte Commissie" en aan die van de Administratieve Commissie van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, hierna genoemd „Administratieve Commissie" en kan hij in elk van deze organen voor dit doel een vertegenwoordiger en een plaatsvervangend vertegenwoordiger benoemen.

Artikel

12

Tijdsduur

Dit Akkoord wordt voor onbeperkte tijd gesloten.

Artikel

13

Herziening

Indien een meerderheid van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap herziening van dit Akkoord verzoekt, roept de Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen een herzieningsconferentie bijeen. Deze Conferentie wordt voorbereid door de Beperkte Commissie of door de Administratieve Commissie, die elk handelt binnen de grenzen van haar bevoegdheid.

Artikel

14

Geschillen lussen Verdragsluitende Staten

Artikel

15

Begripsomschrijving

Voor de toepassing van dit Akkoord betekent „Verdragsluitende Staat" een Staat waarvoor het Akkoord in werking is getreden.

Artikel

16

Oorspronkelijk exemplaar van het Akkoord

Dit Akkoord, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de tien teksten gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zal de Regering van elke Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift hiervan doen toekomen.

Artikel

17

Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap in kennis van:

  • a.

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging en van toetreding;

  • b.

    de datum van inwerkingtreding van dit Akkoord;

  • c.

    elk voorbehoud en elke intrekking van een voorbehoud overeenkomstig artikel 83 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag;

  • d.

    elke kennisgeving die is ontvangen overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van het Geschillenprotocol.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekeningen onder dit Akkoord hebben gesteld.

GEDAAN te Luxemburg, de vijftiende december negentienhonderdnegenentachtig.

Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de Gemeenschappelijke Markt

(Gemeenschapsoctrooiverdrag)

EERSTE

DEEL

ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Gemeenschappelijk octrooirecht

Artikel

2

Gemeenschapsoctrooi

Artikel

3

Gezamenlijke aanwijzing

De aanwijzing, overeenkomstig artikel 79 van het Europees Octrooiverdrag, van de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag, kan slechts gezamenlijk geschieden. De aanwijzing van een of meer van deze Staten geldt als aanwijzing van al deze Staten.

Artikel

4

Instelling van bijzondere organen

De volgende voor de Verdragsluitende Staten gemeenschappelijke organen passen de in dit Verdrag voorgeschreven procedures toe:

  • a.

    bijzondere organen die bij het Europees Octrooibureau zijn ingesteld en die werken onder toezicht van een Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie;

  • b.

    het Gemeenschappelijk Hof van Beroep dat is ingesteld bij het Protocol betreffende de beslechting van geschillen inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien, hierna genoemd Geschillenprotocol.

Artikel

5

Nationale octrooien

Dit Verdrag laat onverlet het recht van de Verdragsluitende Staten, nationale octrooien te verlenen.

HOOFDSTUK

II

BIJZONDERE ORGANEN VAN HET EUROPEES OCTROOIBUREAU

Artikel

6

Bijzondere organen

De bijzondere organen zijn de volgende:

  • a.

    een afdeling voor de administratie van octrooien;

  • b.

    een of meer nietigheidsafdelingen.

Artikel

7

Afdeling voor de administratie van octrooien

Artikel

8

Nietigheidsafdelingen

Artikel

9

Verschoning en wraking

Artikel

10

Talen van procedures en publikaties

HOOFDSTUK

III

BEPERKTE COMMISSIE VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Artikel

11

Samenstelling

Artikel

12

Voorzitterschap

Artikel

13

Dagelijks Bestuur

Artikel

14

Vergaderingen

Artikel

15

Talen van de Beperkte Commissie

Artikel

16

Bevoegdheden van de Beperkte Commissie in bepaalde gevallen

Artikel

17

Stemrecht

Artikel

18

Wijze van stemmen

Artikel

19

Weging van de stemmen

Voor de aanvaarding of wijziging van het Reglement betreffende de taksen, alsmede voor de in artikel 21, sub a), bedoelde goedkeuring indien de financiële lasten van de Verdragsluitende Staten daardoor toenemen, vindt de stemming plaats overeenkomstig artikel 36 van het Europees Octrooiverdrag. Onder „Verdragsluitende Staten” in dat artikel worden dan de Staten verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.

HOOFDSTUK

IV

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel

20

Financiële verplichtingen en inkomsten

Artikel

21

Bevoegdheden van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur op begrotingsgebied

De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur heeft tot taak:

  • a.

    de ramingen van uitgaven en ontvangsten met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag jaarlijks goed te keuren en de eventuele wijzigingen in of aanvullingen op deze ramingen, haar door de Voorzitter van het Europees Octrooibureau voorgelegd, goed te keuren, en op de tenuitvoerlegging toe te zien;

  • b.

    de in artikel 47, tweede lid, van het Europees Octrooiverdrag bedoelde machtiging te verlenen, voor zover het uitgaven betreft die betrekking hebben op de uitvoering van het onderhavige Verdrag;

  • c.

    de jaarrekening van de Europese Octrooiorganisatie met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag en het deel van het rapport van de overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag benoemde accountants, dat op deze jaarrekening betrekking heeft, goed te keuren en de Voorzitter van het Europees Octrooibureau kwijting te verlenen.

Artikel

22

Reglement betreffende de taksen

In het Reglement betreffende de taksen worden in het bijzonder vastgesteld de bedragen van de taksen en de wijze waarop deze moeten worden betaald.

TWEEDE

DEEL

MATERIEEL OCTROOIRECHT

HOOFDSTUK

I

RECHT OP HET GEMEENSCHAPSOCTROOI

Artikel

23

Opeising van het recht op het Gemeenschapsoctrooi

Artikel

24

Gevolgen van verandering in hel houderschap

HOOFDSTUK

II

RECHTSGEVOLGEN VAN HET GEMEENSCHAPSOCTROOI EN VAN DE EUROPESE OCTROOIAANVRAGE

Artikel

25

Verbod van directe toepassing van de uitvinding

Het Gemeenschapsoctrooi geeft de octrooihouder het recht, iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, te verbieden:

  • a.

    een voortbrengsel waarop het octrooi betrekking heeft, te vervaardigen, aan te bieden, in het verkeer te brengen, te gebruiken, dan wel daartoe in te voeren of in voorraad te hebben;

  • b.

    een werkwijze waarop het octrooi betrekking heeft, toe te passen of, indien de derde weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is dat toepassing van de werkwijze verboden is zonder toestemming van de octrooihouder, voor toepassing op de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten aan te bieden;

  • c.

    een voortbrengsel dat rechtstreeks volgens de werkwijze waarop het octrooi betrekking heeft, is verkregen, aan te bieden, in het verkeer te brengen, te gebruiken, dan wel daartoe in te voeren of in voorraad te hebben.

Artikel

26

Verbod van indirecte toepassing van de uitvinding

Artikel

27

Beperking van de rechtsgevolgen van het Gemeenschapsoctrooi

De uit een Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten strekken zich niet uit tot:

  • a.

    handelingen die in de particuliere sfeer en voor niet-commercile doeleinden worden verricht;

  • b.

    proefnemingen die het onderwerp van de geoctrooieerde uitvinding betreffen;

  • c.

    de bereiding voor direct gebruik ten behoeve van individuele gevallen op medisch voorschrift van geneesmiddelen in apotheken, noch tot handelingen betreffende de aldus bereide geneesmiddelen;

  • d.

    het gebruik, aan boord van schepen van de niet bij dit Verdrag aangesloten landen van de Unie van Parijs tot bescherming van de industrile eigendom, van datgene wat het voorwerp van het octrooi uitmaakt in het schip zelf, de machines, het scheepswant, de tuigage en andere bijbehorende zaken, wanneer die schepen tijdelijk of bij toeval in de wateren van de Verdragsluitende Staten verblijven, mits bedoeld gebruik uitsluitend ten behoeve van het schip plaatsvindt;

  • e.

    het gebruik van datgene wat het voorwerp van het octrooi uitmaakt, in de constructie of werking van voor de voortbeweging in de lucht of te land dienende machines van de niet bij dit Verdrag aangesloten landen van de Unie van Parijs tot bescherming van de industrile eigendom, of van het toebehoren van deze machines, wanneer zij tijdelijk of bij toeval op het grondgebied van de Verdragsluitende Staten verblijven;

  • f.

    de handelingen vermeld in artikel 27 van het Verdrag van 7 december 1944 inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, wanneer deze handelingen betrekking hebben op een luchtvaartuig van een niet bij het onderhavige Verdrag aangesloten Staat, waarvoor genoemd artikel van toepassing is.

Artikel

28

Uitputting van de uit het Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten

De uit een Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten strekken zich niet uit tot handelingen die een door dit octrooi beschermd voortbrengsel betreffen en op de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten worden verricht, nadat dit voortbrengsel door de octrooihouder of met zijn uitdrukkelijke toestemming in een van die Staten in het verkeer is gebracht, tenzij er redenen bestaan die het volgens de regels van het Gemeenschapsrecht rechtvaardigen dat de uit het Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten zich tot die handelingen uitstrekken.

Artikel

29

Vertaling van de conclusies in de onderzoek en oppositieprocedure

Artikel

30

Vertaling van het Gemeenschapsoctrooischrift

Artikel

31

Rechtskracht van de vertalingen

De in de artikelen 29 en 30 bedoelde vertalingen die gemaakt zijn door personen die overeenkomstig het recht van een Verdragsluitende Staat daartoe gemachtigd zijn, worden in die Staat geacht in overeenstemming te zijn met het origineel, tenzij het tegendeel wordt bewezen.

Artikel

32

Rechten voortvloeiende uit een Europese octrooiaanvrage na publikatie

Artikel

33

Rechtsgevolgen van herroeping en nietigheid van het Gemeenschapsoctrooi

Artikel

34

Aanvullende toepassing van het nationaal recht inzake inbreuk

Artikel

35

Bewijslast

HOOFDSTUK

III

NATIONALE RECHTEN

Artikel

36

Oudere nationale rechten

Artikel

37

Recht van voorgebruik en van persoonlijk bezit

HOOFDSTUK

IV

HET GEMEENSCHAPSOCTROOI ALS DEEL VAN HET VERMOGEN

Artikel

38

Behandeling van het Gemeenschapsoctrooi als een nationaal octrooi

Artikel

39

Overgang

Artikel

40

Executieprocedure

Inzake executieprocedures betreffende een Gemeenschapsoctrooi zijn uitsluitend bevoegd de rechterlijke instanties en de andere autoriteiten van de overeenkomstig artikel 38 bepaalde Verdragsluitende Staat.

Artikel

41

Faillissementsprocedure en soortgelijke procedures

Artikel

42

Contractuele licenties

Artikel

43

Licenties van rechtswege

Artikel

44

De Europese octrooiaanvrage als deel van het vermogen

HOOFDSTUK

V

GEDWONGEN LICENTIES OP HET GEMEENSCHAPSOCTROOI

Artikel

45

Gedwongen licenties

Artikel

46

Gedwongen licenties wegens niet of onvoldoende toepassing

Gedwongen licenties op een Gemeenschapsoctrooi wegens niet of onvoldoende toepassing kunnen niet worden verleend, indien het voortbrengsel dat door het octrooi is beschermd en in een Verdragsluitende Staat is vervaardigd, op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat waarvoor zulk een licentie is gevraagd, in voldoende hoeveelheid in het verkeer wordt gebracht om aan de behoeften op het grondgebied van laatstgenoemde Staat te voldoen. Deze bepaling is niet van toepassing op gedwongen licenties die in het algemeen belang worden verleend.

Artikel

47

Gedwongen licenties ten behoeve van afhankelijke octrooien

De bepalingen van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat, die voorzien in de verlening van gedwongen licenties op oudere octrooien ten behoeve van jongere, afhankelijke octrooien, zijn tevens van toepassing op de verhouding tussen Gemeenschapsoctrooien en nationale octrooien, alsmede op de verhouding tussen Gemeenschapsoctrooien onderling.

DERDE

DEEL

INSTANDHOUDING, EINDE, BEPERKING EN NIETIGHEID VAN HET GEMEENSCHAPSOCTROOI

HOOFDSTUK

I

INSTANDHOUDING EN EINDE

Artikel

48

Jaartaksen

Artikel

49

Afstand

Artikel

50

Einde

HOOFDSTUK

II

BEPERKINGSPROCEDURE

Artikel

51

Verzoek tot beperking

Artikel

52

Behandeling van het verzoek

Artikel

53

Afwijzing van het verzoek, of beperking van het Gemeenschapsoctrooi

Artikel

54

Publikatie van een nieuw octrooischrift na de beperkingsprocedure

Nadat het Gemeenschapsoctrooi krachtens artikel 53, tweede lid, is beperkt, publiceert het Europees Octrooibureau, tegelijk met de vermelding van het besluit tot beperking, een nieuw octrooischrift van het Gemeenschapsoctrooi, dat in gewijzigde vorm de beschrijving, de conclusies en eventueel de tekeningen bevat. Artikel 30, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK

III

NIETIGHE1DSPROCEDURE

Artikel

55

Verzoek tot nietigverklaring

Artikel

56

Nietigheidsgronden

Artikel

57

Behandeling van het verzoek

Artikel

58

Nietigverklaring of instandhouding van het octrooi

Artikel

59

Publikatie van een nieuw octrooischrift na de nietigheidsprocedure

Nadat het Gemeenschapsoctrooi krachtens artikel 58, derde lid, is gewijzigd, publiceert het Europees Octrooibureau, tegelijk met de vermelding van de beslissing op het verzoek tot nietigverklaring, een nieuw octrooischrift van het Gemeenschapsoctrooi, dat in gewijzigde vorm de beschrijving, de conclusies en eventueel de tekeningen bevat. Artikel 30, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

60

Kosten

VIERDE

DEEL

BEROEPSPROCEDURE

Artikel

61

Beroep

VIJFDE

DEEL

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

62

Algemene bepalingen betreffende de procedure en vertegenwoordiging

Artikel

63

Register van Gemeenschapsoctrooien

Bij het Europees Octrooibureau wordt een register, genaamd „Register van Gemeenschapsoctrooien” gehouden, waarin alle gegevens worden aangetekend, waarvan dit Verdrag de inschrijving voorschrijft. Het Register is openbaar.

Artikel

64

Blad van Gemeenschapsoctrooien

Het Europees Octrooibureau geeft regelmatig een blad, genaamd „Blad van Gemeenschapsoctrooien” uit, dat de inschrijvingen in het Register van Gemeenschapsoctrooien bevat, alsmede alle andere gegevens waarvan dit Verdrag publikatie voorschrijft.

Artikel

65

Voorlichting van het publiek en officiële instanties

De artikelen 128, vierde lid, en 130 tot en met 132 van het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij onder „Verdragsluitende Staten” de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.

ZESDE

DEEL

BEVOEGDHEID EN PROCEDURE BIJ ANDERE RECHTSVORDERINGEN BETREFFENDE GEMEENSCHAPSOCTROOIEN DAN DIE BEDOELD IN HET GESCHILLENPROTOCOL

HOOFDSTUK

I

BEVOEGDHEID EN EXECUTIE

Artikel

66

Algemene bepalingen

Tenzij anders bepaald in het onderhavige Verdrag, zijn de bepalingen van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968, zoals gewijzigd bij de Verdragen houdende toetreding tot dat Verdrag van de tot de Europese Gemeenschappen toetredende landen, welk geheel van dat Verdrag en van deze Toetredingsverdragen hierna wordt genoemd „Bevoegdheids- en Executieverdrag”, van toepassing op andere rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsoctrooien dan die waarop het Geschillenprotocol van toepassing is, en op beslissingen op deze rechtsvorderingen.

Artikel

67

Bevoegdheid van nationale rechterlijke instanties inzake rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsoctrooien

De volgende rechterlijke instanties zijn uitsluitend bevoegd:

  • a.

    inzake gedwongen licenties op Gemeenschapsoctrooien, de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staat waarvan de nationale wetgeving op zulke licenties van toepassing is;

  • b.

    inzake rechtsvorderingen betreffende het recht op octrooi, waar werkgevers en werknemers tegenover elkaar staan, de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staat waarvan overeenkomstig artikel 60, eerste lid, tweede zin, van het Europees Octrooiverdrag de wetgeving het recht op een Europees octrooi bepaalt. Een bevoegdheidsovereenkomst is slechts geldig voor zover zij toelaatbaar is volgens de nationale wetgeving betreffende arbeidsovereenkomsten.

Artikel

68

Aanvullende bepalingen inzake bevoegdheid

Artikel

69

Aanvullende bepalingen inzake erkenning en tenuitvoerlegging

Artikel

70

Nationale autoriteiten

Ten aanzien van rechtsvorderingen betreffende het recht op een Gemeenschapsoctrooi of betreffende gedwongen licenties op een Gemeenschapsoctrooi, worden onder „rechterlijke instanties” in dit Verdrag en onder „gerechten” in het Bevoegdheids- en Executieverdrag ook verstaan de bevoegde autoriteiten die krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Staat bevoegd zijn uitspraak te doen ten aanzien van zulke rechtsvorderingen betreffende nationale octrooien die in de desbetreffende Staat zijn verleend. De Verdragsluitende Staten delen het Europees Octrooibureau mede aan welke autoriteit een zodanige bevoegdheid is verleend; het Europees Octrooibureau stelt de andere Verdragsluitende Staten daarvan in kennis.

HOOFDSTUK

II

PROCEDURE

Artikel

71

Procedureregels

Tenzij dit Verdrag anders bepaalt, zijn de rechtsvorderingen bedoeld in de artikelen 66, 67 en 68 onderworpen aan de procedureregels van het nationaal recht, die van toepassing zijn op gelijksoortige rechtsvorderingen inzake nationale octrooien.

Artikel

72

Verplichting van de nationale rechterlijke instantie

De nationale rechterlijke instantie waarbij een rechtsvordering betreffende een Gemeenschapsoctrooi wordt ingesteld anders dan die bedoeld in het Geschillenprocotol, moet dat octrooi als geldig beschouwen.

Artikel

73

Schorsing van de procedure

Artikel

74

Strafrechtelijke sancties op inbreuk

In geval van inbreuk op een Gemeenschapsoctrooi zijn de nationale strafbepalingen ten aanzien van inbreuk van toepassing, voor zover het handelingen betreft, die strafbaar zouden zijn indien zij inbreuk zouden maken op een nationaal octrooi.

ZEVENDE

DEEL

GEVOLGEN VOOR HET NATIONALE RECHT

Artikel

75

Verbod van dubbele bescherming

Artikel

76

Uitputting van de uit nationale octrooien voortvloeiende rechten

Artikel

77

Gedwongen licenties op een nationaal octrooi

Artikel 46 is van overeenkomstige toepassing op de verlening van gedwongen licenties wegens niet of onvoldoende exploitatie van een nationaal octrooi.

Artikel

78

Rechtsgevolgen van niet gepubliceerde nationale octrooiaanvragen en octrooien

Artikel

79

Nationale gebruiksmodellen en gebruikscertificaten

ACHTSTE

DEEL

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel

80

Toepassing van het Bevoegdheids- en Executieverdrag

De bepalingen van het Bevoegdheids- en Executieverdrag, die krachtens de voorgaande artikelen van toepassing zijn, worden ten aanzien van een Verdragsluitende Staat waarvoor dat Verdrag nog niet in werking is getreden, eerst van kracht wanneer het voor deze Staat in werking treedt.

Artikel

81

Keuze tussen Gemeenschapsoctrooi en Europees octrooi

Artikel

82

Latere keuze van een Gemeenschapsoctrooi

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op een Europees octrooi, verleend op een Europese octrooiaanvrage waarin alle Verdragsluitende Staten zijn aangewezen en die is ingediend voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, mits voor het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 97, tweede lid, sub b), van het Europees Octrooiverdrag de aanvrager bij het Europees Octrooibureau een schriftelijke verklaring indient dat hij een Gemeenschapsoctrooi wenst te verkrijgen.

Artikel

83

Voorbehoud betreffende gedwongen licenties

Artikel

84

Andere overgangsbepalingen

NEGENDE

DEEL

SLOTBEPALINGEN

Artikel

85

Uitvoeringsreglement

Reglement ter Uitvoering van het Gemeenschapsoctrooiverdrag

EERSTE

DEEL

BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET EERSTE DEEL VAN HET VERDRAG

HOOFDSTUK

I

ORGANISATIE VAN DE BIJZONDERE ORGANEN

Regel

1

Taakverdeling over de organen in eerste aanleg

Regel

2

Administratieve opbouw van de bijzondere organen

HOOFDSTUK

II

TALEN VAN DE BIJZONDERE ORGANEN

Regel

3

Procestaal

TWEEDE

DEEL

BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET TWEEDE DEEL VAN HET VERDRAG

Regel

4

Schorsing van de procedure

Regel 13 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing op beperkings- en nietigheidsprocedures.

Regel

5

Inschrijving van rechtsvorderingen inzake opeising van een Gemeenschapsoctrooi

De in artikel 23, vierde lid, genoemde inschrijvingen geschieden:

  • a.

    op verzoek van de griffier van de aangezochte rechterlijke instantie;

  • b.

    op verzoek van de eiser of van een andere belanghebbende.

Regel

6

Verzoek tot indiening van vertalingen in onderzoek- en oppositieprocedures

Regel

7

Toezending van vertalingen

Het Europees Octrooibureau schrijft in het Register van Gemeenschapsoctrooien de datum in waarop de in artikel 30 voorgeschreven vertalingen zijn ingediend. De afschriften van de vertalingen worden uiterlijk binnen drie dagen na het verstrijken van de in regel 6, derde lid, bedoelde termijn per post aan de centrale diensten voor de industrile eigendom van de betrokken Verdragsluitende Staten toegezonden.

Regel

8

Herziening van de vertaling

De in artikel 29, zesde lid, bedoelde herziene vertaling heeft pas rechtsgevolgen nadat de taks voor de publikatie ervan is betaald.

Regel

9

Inschrijving van overdrachten, en van licenties en andere rechten betreffende Gemeenschapsoctrooien in het Register

Regel

10

Licenties van rechtswege

DERDE

DEEL

BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET DERDE DEEL VAN HET VERDRAG

HOOFDSTUK

I

JAARTAKSEN

Regel

11

Betaling van jaartaksen

Regel

12

Termijn voor inschrijving van afstand

De in artikel 49, derde lid, bedoelde termijn bedraagt drie maanden te rekenen van de dag af waarop de octrooihouder het Europees Octrooibureau heeft aangetoond dat hij de licentiehouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen afstand te doen. Indien de octrooihouder vóór het verstrijken van deze termijn het Europees Octrooibureau aantoont dat de licentiehouder instemt met de afstand, kan deze onmiddellijk worden ingeschreven.

HOOFDSTUK

II

BEPERKINGSPROCEDURE

Regel

13

Termijn voor indiening van het verzoek tot beperking

Regel 12 is van overeenkomstige toepassing op de indiening van een verzoek om beperking van een Gemeenschapsoctrooi.

Regel

14

Inhoud van het verzoek tot beperking

Een verzoek tot beperking van een Gemeenschapsoctrooi dient de volgende gegevens te bevatten:

  • a.

    het nummer van het Gemeenschapsoctrooi waarvan de beperking wordt gevraagd, alsmede de naam van de octrooihouder en de korte aanduiding van de uitvinding;

  • b.

    de verlangde wijzigingen;

  • c.

    indien de octrooihouder een gemachtigde heeft aangewezen, diens naam en kantooradres, overeenkomstig regel 26, tweede lid, sub c), van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag.

Regel

15

Niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker tot beperking

Indien de nietigheidsafdeling vaststelt dat het verzoek tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi niet in overeenstemming is met artikel 51, eersteen derde lid, en met regel 14, geeft zij de octrooihouder hiervan kennis en verzoekt zij hem, de vastgestelde gebreken binnen een door haar te stellen termijn op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig zijn opgeheven, verklaart de nietigheidsafdeling de verzoeker niet ontvankelijk.

Regel

16

Behandeling van het verzoek tot beperking

Regel

17

Hervatting van de beperkingsprocedure

Indien de beperkingsprocedure is geschorst in verband met een nietigheidsprocedure die heeft geleid tot een in artikel 58, tweede of derde lid, bedoelde beslissing, deelt na publikatie van de vermelding van deze beslissing de nietigheidsafdeling de octrooihouder mede dat de procedure zal worden hervat nadat deze mededeling hem officieel is gedaan. Regel 13, vijfde lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing.

Regel

18

Andere conclusies, beschrijving en tekeningen in geval van beperking

Indien tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi voor een of meer Verdragsluitende Staten is besloten, kan het Gemeenschapsoctrooi voor die Staat of Staten eventueel andere conclusies bevatten met, zo de nietigheidsafdeling dit nodig acht, een beschrijving en tekeningen, welke afwijken van die voor de overige Verdragsluitende Staten.

Regel

19

Vorm van het nieuwe octrooischrift na de beperkingsprocedure

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau bepaalt de vorm waarin het nieuwe Gemeenschapsoctrooischrift wordt gepubliceerd, alsmede de vermeldingen die daarin moeten worden opgenomen.

HOOFDSTUK

III

NIETIGHEIDSPROCEDURE

Regel

20

Inhoud van het verzoek tot nietigverklaring

Het verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi dient de volgende gegevens te bevatten:

  • a.

    de naam van de verzoeker en het adres en de Staat van zijn woonplaats of zetel overeenkomstig regel 26, tweede lid, sub c), van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag;

  • b.

    het nummer van het octrooi waarvan de nietigverklaring wordt verzocht, alsmede de naam van de octrooihouder en de korte aanduiding van de uitvinding;

  • c.

    een verklaring waaruit blijkt in welke omvang de nietigverklaring van het octrooi wordt verzocht, en waarin de nietigheidsgronden waarop het verzoek berust, alsmede de feiten en bewijsmiddelen ter ondersteuning van deze gronden, worden aangegeven;

  • d.

    indien de verzoeker een gemachtigde heeft aangewezen, diens naam en kantooradres, overeenkomstig regel 26, tweede lid, sub c), van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag.

Regel

21

Zekerheidstelling voor de proceskosten

Zekerheid voor de proceskosten moet worden gesteld in een muntsoort waarin de taksen kunnen worden betaald. De zekerheid dient gesteld te worden bij een financiële instelling of bij een bank, die voorkomt op een lijst opgesteld door de Voorzitter van het Europese Octrooibureau. De zekerheidstelling is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de instelling of bank is gevestigd.

Regel

22

Niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker tot nietigverklaring

Regel

23

Voorbereiding van de behandeling van het verzoek tot nietigverklaring

Regel

24

Behandeling van het verzoek tot nietigverklaring

Regel

25

Voeging van verzoeken tot nietigverklaring

Regel

26

Andere conclusies, beschrijving en tekeningen in geval van nietigverklaring

Indien tot nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi voor een of meer Verdragsluitende Staten is besloten, is regel 18 van overeenkomstige toepassing.

Regel

27

Vorm van het nieuwe octrooischrift na de nietigheidsprocedure

Regel 19 is van toepassing op het nieuwe octrooischrift van het Gemeenschapsoctrooi als bedoeld in artikel 59.

Regel

28

Andere bepalingen voor de nietigheidsprocedure

De regels 59, 60 en 63 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing op onderscheidenlijk het opvragen van bescheiden, de ambtshalve voortzetting van de nietigheidsprocedure en de kosten van de nietigheidsprocedure.

VIERDE

DEEL

BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET VIJFDE DEEL VAN HET VERDRAG

Regel

29

Inschrijving in het Register van Gemeenschapsoctrooien

Regel

30

Andere publikaties van het Europees Octrooibureau

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau bepaalt de vorm waarin de vertalingen die overeenkomstig dit Verdrag door de aanvrager of de octrooihouder zijn ingediend en eventueel herziene vertalingen worden gepubliceerd; hij beslist of bijzonderheden van deze vertalingen in het Blad van Gemeenschapsoctrooien zullen worden opgenomen.

Regel

31

Andere gemeenschappelijke bepalingen

De regels 36 en 106 en de bepalingen van het Zevende Deel van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag, met uitzondering van de regels 85, derde lid, 86, 87, 92 en 96, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a.

    regel 69 niet van toepassing is op beslissingen betreffende verzoeken tot beperking of tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi;

  • b.

    de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur de wijze bepaalt, waarop regel 74, tweede en derde lid, wordt toegepast;

  • c.

    onder „Verdragsluitende Staten” de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.

VIJFDE

DEEL

BEPALING TER UITVOERING VAN HET ACHTSTE DEEL VAN HET VERDRAG

Regel

32

Keuze tussen Gemeenschapsoctrooi en Europees octrooi