Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

De wens koesterende de bestaande op 2 april 1957 te Ottawa ondertekende Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada ter vermijding van dubbele belasting en ter voorkoming van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen van inkomsten, zoals deze is gewijzigd bij de op 28 oktober 1959 te Ottawa ondertekende Aanvullende Overeenkomst en zoals deze nader is gewijzigd bij de op 3 februari 1965 te Ottawa ondertekende Aanvullende Overeenkomst, te vervangen door een nieuwe Overeenkomst;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

REIKWIJDTE VAN DE OVEREENKOMST

Artikel

1

Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zeevaart en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Vermogenswinsten

Artikel

14

Zelfstandige arbeid

Artikel

15

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

16

Bestuurders- en commissarissenbeloningen

Artikel

17

Artiesten en sportbeoefenaars

Artikel

18

Pensioenen, lijfrenten, sociale verzekeringsuitkeringen en alimentatieuitkeringen

Artikel

19

Overheidsfuncties

Artikel

20

Studenten

Betalingen die een student, een leerling of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon, die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een van de Staten inwoner was van de andere Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die Staat niet belastbaar, mits die betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat.

Artikel

21

Inkomsten uit nalatenschappen en trusts

Artikel

21a

Overige inkomsten

HOOFDSTUK

V

VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

Artikel

22

Vermijding van dubbele belasting

HOOFDSTUK

V

WERKZAAMHEDEN BUITENGAATS

Artikel

23

Werkzaamheden buitengaats

HOOFDSTUK

VI

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel

24

Non-discriminatie

Artikel

25

Regeling voor onderling overleg

Artikel

26

Uitwisseling van inlichtingen

De bevoegde autoriteiten van de Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van deze Overeenkomst of van de nationale wetgeving van de Staten met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, voor zover de heffing van die belastingen niet in strijd is met de Overeenkomst. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door artikel 1. Alle door een van de Staten ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op belastingen. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekend maken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.

Artikel

26A

Bijstand bij invordering

Artikel

26B

Beperking van de artikelen 26 en 26A

In geen geval worden de bepalingen van de artikelen 26 en 26A aldus uitgelegd dat zij een van de Staten de verplichting opleggen:

  • a.

    administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de administratieve praktijk van die of van de andere Staat;

  • b.

    inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in de administratie van die of van de andere Staat; of

  • c.

    inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).

Artikel

27

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

Artikel

28

Diverse bepalingen

Artikel

29

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

30

Inwerkingtreding

Artikel

31

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten wordt beëindigd. Elk van de Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van het vijfde jaar na het jaar van de inwerkingtreding een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn:

  • (a)

    met betrekking tot aan de bron geheven belastingen op bedragen betaald of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op dat waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan;

  • (b)

    met betrekking tot andere belastingen voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op dat waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te 's-Gravenhage, de 27e mei 1986, in de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

(w.g.) H. E. KONING

Voor de Regering van Canada,

(w.g.) LAWRENCE A. H. SMITH

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

I

Ad Artikel 3, eerste lid, letter e

In de Franse tekst van de Overeenkomst, omvat de uitdrukking „société” mede een „corporation” in de zin van het Canadese recht.

II

Ad Artikelen 3, 5 en 8

De aanlegplaats of -plaatsen die in een van de Staten zijn gelegen waarvan geregeld gebruik wordt gemaakt bij het vervoer door schepen van goederen of passagiers uitsluitend tussen plaatsen in een van de Staten, vormen voor de onderneming welke die schepen exploiteert, een vaste inrichting in die Staat.

IIA

ad Artikel 4

Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „inwoner van een van de Staten” ook omvat:

  • a.

    de Regering van die Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, of een instelling of instantie van die Regering, dat onderdeel of dat lichaam;

  • b.

    een trust, een lichaam of een andere organisatie, die of dat in het algemeen is vrijgesteld van belasting in een van de Staten en inwoner is van die Staat overeenkomstig de wetgeving van die Staat, en die of dat opgericht en uitsluitend werkzaam is voor het beheer of het verstrekken van voordelen uit een of meer fondsen of krachtens een of meer regelingen, ingesteld voor het verstrekken van pensioen- of uittredingsuitkeringen of andere werknemersvoordelen;

  • c.

    een trust, een lichaam of een andere organisatie, die of dat uitsluitend werkzaam is voor godsdienstige, liefdadige, wetenschappelijke, opvoedkundige of openbare doeleinden, en die of dat in het algemeen is vrijgesteld van belasting in een van de Staten en inwoner is van die Staat overeenkomstig de wetgeving van die Staat.

III

Ad Artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.

V

Ad Artikel 6

In het geval dat een van de Staten ophoudt inwoners van de andere Staat, die in eerstbedoelde Staat aan belasting zijn onderworpen ter zake van inkomsten uit aldaar gelegen onroerende goederen, toe te staan de belasting over die inkomsten, overeenkomstig en met inachtneming van de nationale wetgeving van de eerstbedoelde Staat, naar een netto grondslag te berekenen, kan een inwoner van de andere Staat, die aldus aan belasting is onderworpen ter zake van die inkomsten, de belasting over die inkomsten berekenen overeenkomstig en met inachtneming van de nationale wetgeving van de eerstbedoelde Staat, zoals die gold op het tijdstip waarop die Staat ophield de berekening toe te staan. Interest op enige vordering, verzekerd door hypotheek, of op een andere schuld verzekerd door in een van de Staten gelegen onroerende goederen, wordt geacht uit die Staat afkomstig te zijn, in de mate waarin die interest, ingevolge enige berekening als bedoeld in de voorgaande zin, als aftrekpost in aanmerking is genomen bij de berekening van de belasting over de inkomsten van een inwoner van de andere Staat uit in de eerstbedoelde Staat gelegen onroerende goederen.

VA

Ad Artikelen 5, 6, 7, 14 en 23

Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als een onroerende zaak die is gelegen in de Staat op wiens zeebodem en ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten worden geacht te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij, of voordelen uit, vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.

VI

Ad Artikel 7

Het is wel te verstaan dat in het geval van voordelen uit toezicht, levering, installatie-, of constructiewerkzaamheden, alleen dat deel daarvan aan een vaste inrichting wordt toegerekend, dat voortvloeit uit het werkelijk verrichten van die werkzaamheden door die vaste inrichting. Dienovereenkomstig worden voordelen behaald met de levering van goederen, al dan niet in verband met deze werkzaamheden, aan die vaste inrichting, door het hoofdkantoor, door een andere vaste inrichting of door een derde persoon, niet aan die vaste inrichting toegerekend.

VII

Ad Artikelen 10, 11 en 12 en 21

Indien belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11, 12 en 21 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

VIII

Ad Artikel 11, derde lid

De uitdrukking „instantie” betekent iedere eenheid in het leven geroepen of opgericht door de Regering van een van beide Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam van een van beide Staten, ten einde werkzaamheden van publiekrechtelijke aard uit te voeren.

IX

Ad Artikel 12, vierde lid

Vergoedingen voor technische diensten, daaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor contracten inzake bouw- of constructiewerkzaamheden met inbegrip van de daartoe behorende blauwdrukken, dan wel voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard worden niet beschouwd als vergoedingen voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap, behalve voorzover de bedragen van die vergoedingen zijn gebaseerd op produktie, verkoop, verrichtingen, voordelen of een andere soortgelijke grondslag die verband houdt met het gebruik van deze inlichtingen.

X

Ad Artikel 13, vierde lid

De uitdrukking „daarmee gelieerde personen” betekent in het geval van lichamen, gelieerde lichamen, zoals bedoeld in letter (d) van het zevende lid van artikel 10 en in het geval van een natuurlijke persoon, zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie.

XI

Ad Artikelen 15 en 16

Het is wel te verstaan dat de uitdrukkingen „salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen” en „directeursbeloningen (,directors' fees') en andere beloningen” alle inkomsten omvatten uit een dienstbetrekking of functie.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te 's-Gravenhage, de 27e mei 1986, in de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

(w.g.) H. E. KONING

Voor de Regering van Canada,

(w.g.) LAWRENCE A. H. SMITH

Convention between the Kingdom of the Netherlands and Canada for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income

The Government of the Kingdom of the Netherlands

and

The Government of Canada,

Desiring to replace by a new convention the existing Convention between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of Canada for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income, signed at Ottawa on 2 April 1957, as modified by the Supplementary Convention signed at Ottawa on 28 October 1959 and as further modified by the Supplementary Convention signed at Ottawa on 3 February 1965;

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

SCOPE OF THE CONVENTION

Article

1

Personal scope

This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the States.

Article

2

Taxes covered

CHAPTER

II

DEFINITIONS

Article

3

General definitions

Article

4

Resident

Article

5

Permanent establishment

CHAPTER

III

TAXATION OF INCOME

Article

6

Income from immovable property

Article

7

Business profits

Article

8

Shipping and air transport

Article

9

Associated enterprises

Article

10

Dividends

Article

11

Interest

Article

12

Royalties

Article

13

Capital gains

Article

14

Independent personal services

Article

15

Dependent personal services

Article

16

Directors' fees

Article

17

Artistes and athletes

Article

18

Pensions, annuities, social security payments and alimony

Article

19

Government service

Article

20

Students

Payments which a student, apprentice or business trainee who is or was immediately before visiting one of the States a resident of the other State and who is present in the first-mentioned State solely for the purpose of his education or training receives for the purpose of his maintenance, education or training shall not be taxed in that State, provided that such payments arise from sources outside that State.

Article

21

Income from estates and trusts

Article

21a

Other income

CHAPTER

IV

ELIMINATION OF DOUBLE TAXATION

Article

22

Elimination of double taxation

CHAPTER

V

OFFSHORE ACTIVITIES

Article

23

Offshore Activities

CHAPTER

VI

SPECIAL PROVISIONS

Article

24

Non-discrimination

Article

25

Mutual agreement procedure

Article

26

Exchange of information

The competent authorities of the States shall exchange such information as is necessary for carrying out the provisions of this Convention or of the domestic laws of the States concerning taxes covered by the Convention insofar as the taxation thereunder is not contrary to the Convention. The exchange of information is not restricted by Article 1. Any information received by one of the States shall be treated as secret in the same manner as information obtained under the domestic laws of that State and shall be disclosed only to persons or authorities (including courts and administrative bodies) involved in the assessment or collection of, the enforcement or prosecution in respect of, or the determination of appeals in relation to, taxes. Such persons or authorities shall use the information only for such purposes. They may disclose the information in public court proceedings or in judicial decisions.

Article

26A

Assistance in collection

Article

26B

Limitation of Articles 26 and 26A

In no case shall the provisions of Articles 26 and 26A be construed so as to impose on one of the States the obligation:

  • a)

    to carry out administrative measures at variance with the laws or the administrative practice of that or of the other State;

  • b)

    to supply information which is not obtainable under the laws or in the normal course of the administration of that or of the other State; or

  • c)

    to supply information which would disclose any trade, business, industrial, commercial, or professional secret or trade process, or information, the disclosure of which would be contrary to public policy (ordre public).

Article

27

Diplomatic agents and consular officers

Article

28

Miscellaneous rules

Article

29

Territorial extension

CHAPTER

VII

FINAL PROVISIONS

Article

30

Entry into force

Article

31

Termination

This Convention shall remain in force until terminated by one of the States. Either State may terminate the Convention, through diplomatic channels, by giving notice of termination at least six months before the end of any calendar year after the expiration of the fifth year after the year of the entry into force. In such event the Convention shall cease to have effect:

  • (a)

    in respect of tax withheld at the source on amounts paid or credited on or after the first day of January in the calendar year next following that in which the notice of termination has been given;

  • (b)

    in respect of other taxes for taxation years beginning on or after the first day of January in the calendar year next following that in which the notice of termination has been given.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague this 27th day of May 1986, in duplicate, in the English, French and Netherlands languages, each version being equally authentic.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) H. VAN DEN BROEK

(sd.) H. E. KONING

For the Government of Canada,

(sd.) LAWRENCE A. H. SMITH

Protocol

At the moment of signing the Convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income, this day concluded between the Kingdom of the Netherlands and Canada, the undersigned have agreed that the following provisions shall form an integral part of the Convention.

I

With reference to Article 3, paragraph 1(e)

In the French version of the Convention, the term “société” includes a “corporation” within the meaning of Canadian law.

II

With reference to Articles 3, 5 and 8

The landing site or sites situated in one of the States regularly used in the transportation by ships of goods or passengers exclusively between places in one of the States, shall, for the enterprise operating such ships, constitute a permanent establishment in that State.

IIA

With reference to Article 4

It is understood that the term “resident of one of the States” also includes:

  • a)

    the Government of that State or a political subdivision or local authority thereof or any agency or instrumentality of any such Government, subdivision or authority;

  • b)

    a trust, company or other organization constituted and operated exclusively to administer or provide benefits under one or more funds or plans established to provide pension, retirement or other employee benefits that is generally exempt from tax in one of the States and is a resident of that State according to the laws of that State;

  • c)

    a trust, company or other organization that is operated exclusively for religious, charitable, scientific, educational, or public purposes and that is generally exempt from tax in one of the States and that is a resident of that State according to the laws of that State.

III

With reference to Article 4

An individual living aboard a ship without any real domicile in either of the States shall be deemed to be a resident of the State in which the ship has its home harbour.

V

With reference to Article 6

In the event that one of the States ceases to permit residents of the other State who are liable to tax in the first-mentioned State on income from immovable property situated therein to compute, in accordance with and subject to the domestic legislation of the first-mentioned State, the tax on such income on a net basis, then a resident of the other State who is so liable to tax on such income may compute the tax on such income in accordance with and subject to the domestic legislation of the first-mentioned State as it read at the time that State ceased to permit the computation. Interest on any mortgage or other indebtedness secured by immovable property situated in one of the States shall be deemed to arise in that State to the extent that, pursuant to any computation referred to in the preceding sentence, such interest is deducted in computing the tax on income of a resident of the other State from immovable property situated in the first-mentioned State.

VA

With reference to Articles 5, 6, 7, 14 and 23

It is understood that exploration and exploitation rights of natural resources shall be regarded as immovable property situated in the State the seabed and subsoil of which they are related to, and that these rights shall be deemed to pertain to the property of a permanent establishment in that State. Furthermore, it is understood that the aforementioned rights include rights to interests in, or to the benefits of, assets to be produced by such exploration or exploitation.

VI

With reference to Article 7

It is understood that in the case of profits from survey, supply, installation or construction activities, only so much of them shall be attributable to a permanent establishment as results from the actual performance of such activities by that permanent establishment. Accordingly, profits from deliveries of goods, whether or not in connection with these activities, to that permanent establishment by the head office, another permanent establishment or a third person shall not be attributed to that permanent establishment.

VII

With reference to Articles 10, 11, 12 and 21

Where tax has been levied in excess of the amount of tax chargeable under the provisions of Articles 10, 11, 12 and 21, applications for the refund of the excess amount of tax have to be lodged with the competent authority of the State having levied the tax, within a period of three years after the expiration of the calendar year in which the tax has been levied.

VIII

With reference to Article 11, paragraph 3

The term “instrumentality” means any entity created or organized by the Government of either State or political subdivision or local authority of either State in order to carry out functions of a governmental nature.

IX

With reference to Article 12, paragraph 4

Payments received as a consideration for technical services, including studies or surveys of a scientific, geological or technical nature, or for engineering contracts including blueprints related thereto, or for consultancy or supervisory services shall be deemed not to be payments received as a consideration for information concerning industrial, commercial or scientific experience, except to the extent that the amounts of such payments are based on production, sales, performance, profits or any other similar basis related to the use of the said information.

XI

With reference to Articles 15 and 16

It is understood that the terms “salary, wages and other similar remuneration” and “directors' fees or other remuneration” include all income from an employment or office.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Protocol.

DONE at The Hague this 27th day of May 1986, in duplicate, in the English, French and Netherlands languages, each version being equally authentic.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) H. VAN DEN BROEK

(sd.) H. E. KONING

For the Government of Canada,

(sd.) LAWRENCE A. H. SMITH