Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

Geleid door de wens de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer in de Eemsmonding te bevorderen;

Gelet op het op 8 april 1960 te 's-Gravenhage totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding, met Bijlagen en Slotprotocol (Eems-Dollardverdrag);

Zijn ter uitvoering van artikel 34, eerste lid, van dit Verdrag het volgende overeengekomen:

Artikel

1

In de Eemsmonding, zoals nader aangeduid in paragraaf 1 van Bijlage B bij het Eems-Dollardverdrag, gelden in afwijking van en als aanvulling op de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee de in Bijlage A vervatte verkeersvoorschriften („Scheepvaartreglement Eemsmonding”).

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Deze Overeenkomst treedt in werking na één maand, volgend op de dag waarop beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar door middel van een diplomatieke nota hebben meegedeeld dat aan de vereiste binnenlandse voorwaarden voor de inwerkingtreding is voldaan.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 22 december 1986 in tweevoud, in de Nederlandse en Duitse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

(w.g.) WERNER DOLLINGER

(w.g.) OTTO VON DER GABLENTZ

Bijlage

A

Scheepvaartreglement Eemsmonding

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Verkeerstekens

Artikel

3

Optische tekens en geluidsseinen

Optische tekens van schepen

Artikel

4

Algemeen

Artikel

5

Optische tekens van schepen

Artikel

6

Optische tekens van kleine schepen

Artikel

7

Motorschepen die met behulp van een sleepboot worden voortbewogen

Een manoeuvreerbaar motorschip dat varende is en voorzien is van een gereed voor het gebruik zijnde motor en dat wordt bijgestaan door één of meer sleepboten (assisteren), dient de krachtens de Internationale Bepalingen voorgeschreven optische tekens van een alleenvarend motorschip te voeren.

Artikel

8

Schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren

Artikel

9

Beperkt manoeuvreerbare schepen die in het vaarwater bezig zijn met baggeren of met werkzaamheden onder water

Artikel

10

Schepen, drijvende inrichtingen, alsmede moeilijk te onderscheiden schepen en voorwerpen die zijn gemeerd

Artikel

11

Schepen van de openbare dienst

Geluidsseinen van schepen

Artikel

12

Aandachtsseinen

In alle gevallen waarin de verkeerssituatie dit vereist, in het bijzonder bij het invaren van andere vaarwaters en havens, bij het uitvaren van havens en sluizen en bij het verlaten van lig- en ankerplaatsen, dient een lange stoot te worden gegeven als aandachtssein.

Artikel

13

Gevaars- en waarschuwingsseinen

Vaarvoorschriften

Artikel

14

Beginselen

Artikel

14a

Veiligheidszones

Veiligheidszones mogen niet bevaren worden; dit geldt niet voor schepen die voor de verzorging van installaties of inrichtingen zijn ingezet.

Artikel

15

Verplichting om aan de rechterzijde te varen; uitzonderingen

Artikel

16

Oplopen

Artikel

17

Ontmoeten van schepen

Artikel

18

Voorrang voor de scheepvaart in het vaarwater

Artikel

19

Snelheid

Artikel

20

Slepen en duwen

Slepen en duwstellen mogen niet meer gesleepte schepen, drijvende inrichtingen of drijvende voorwerpen of duwbakken omvatten dan de sleepboten of duwboten, rekening houdend met de verkeerssituatie en de gesteldheid van de vaarweg, veilig kunnen geleiden.

Artikel

21

Vaarbeperkingen en vaarverboden

Artikel

21a

Snelle schepen

De bevoegde autoriteit kan voorwaarden stellen voor het bevaren van de Eemsmonding met snelle schepen.

Artikel

22

Waterskiën, varen met waterscooters en plankzeilen

Voorschriften voor stilliggen

Artikel

23

Ankeren

Artikel

24

Aanleggen en meren

Artikel

25

Overslag

Artikel

26

Ankeren, aanleggen, meren van en voorbijvaren aan schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren

Overige bepalingen

Artikel

27

Gedrag bij scheepsongevallen en bij verlies van voorwerpen

Artikel

28

Vergunningen

Artikel

29

Meldingen

Artikel

30

Vrijstelling voor schepen van de openbare dienst

De schepen van de openbare dienst zijn vrijgesteld van de naleving van de voorschriften van dit Scheepvaartreglement, voor zover zulks voor de uitvoering van opdrachten van overheidswege, daarbij naar behoren rekening houdend met de openbare orde en veiligheid, dringend geboden is.

Scheepvaartreglement Eemsmonding

Aanhangsel 1

Inhoud

Hoofdstuk 1

Verkeerstekens

A Verbodstekens

B Gebodstekens

C Waarschuwingstekens en aanwijzingstekens

D Bijkomende tekens

E Markering van het vaarwater

Hoofdstuk II

Optische tekens van de schepen

Hoofdstuk I

Verkeerstekens

C.5 Varen met waterscooters

Wateroppervlakken in het vaarwater waarop het varen met waterscooters is toegestaan.

[Rechthoekig blauw bord met een wit symbool van een waterscooter]

Het systeem wordt gebruikt voor alle vaste en drijvende verkeerstekens (met uitzondering van vuurtorens, geleidelichten, sectorlichten, lichtschepen en grote navigatieboeien) ter markering van de zijden van het vaarwater, gevaren, bijzondere gebieden en plaatsen, alsmede nieuwe gevaren.

De volgende karakters van de lichten worden gebruikt:

- flikkerlicht (Q): ononderbroken flikkeringen; 50-60 schitteringen per minuut

- snel flikkerlicht (VQ): ononderbroken snelle flikkeringen ; 100-120 schitteringen per minuut

- lang schitterlicht (LFI): schittering van meer dan 2 seconden

- schitterlicht (FI): schittering is van kortere duur dan de onderbreking

- isofaselicht (Iso): schittering is van gelijke duur als de onderbreking

- onderbroken licht (Oc): schittering is van langere duur dan de onderbreking

Bovendien worden groepen lichten gebruikt, zoals b.v. Q(6)+ FLI, hetgeen overeenkomt met een groep van 6 ononderbroken flikkeringen en een lange schittering.

E.2.1

Stuurboordzijde van het vaarwater

Kleur: groen

Vorm: spitse ton, lichtboei, kopbaken (evtl. zonder kleur) of steekbaken met naar onderen samengebonden takken (zonder kleur)

Opschrift (indien aanwezig):

doorlopende oneven nummering - van zee uit beginnend -, eventueel met toegevoegde kleine letters, eventueel te zamen met de (ook afgekorte) naam van het vaarwater

Topteken (indien aanwezig):

groene kegel, met de punt naar boven, of naar beneden gekeerde bezem

Licht (indien aanwezig):

kleur: groen

karakter: naar keuze, uitgezonderd de karakters overeenkomstig het bepaalde in E.2.3 en E.2.4

(evtl. zonder kleur) of steekbaken (zonder kleur)

Opschrift (indien aanwezig):

doorlopende even nummering -van zee uit beginnend -,eventueel met toegevoegde kleine letters, eventueel te zamen met de (ook afgekorte) naam van het vaarwater

Topteken (indien aanwezig):

rode cilinder of naar boven gekeerde bezem

Licht (indien aanwezig):

kleur: rood

karakter: naar keuze, uitgezonderd de karakters overeenkomstig het bepaalde in E.2.3. en E.2.4

E.2.3

Markering van aftakkingen of uitmondingen

E.2.3.1

Markering met laterale tekens

a) Stuurboordzijde van het doorgaande vaarwater/bakboordzijde van de aftakking of de uitmonding

Kleur: groen met een horizontale rode band

Vorm: spitse ton, lichtboei of drijfbaken

Opschrift (indien aanwezig): onder de doorlopende oneven nummering van de laterale tekens van het doorgaande vaarwater, door een horizontale balk gescheiden, de naam - eventueel afgekort - en het eerste nummer van de aftakking of het laatste nummer van de uitmonding

Topteken: groene kegel, met de punt naar boven, of naar beneden gekeerde bezem

Licht (indien aanwezig):

kleur: groen karakter: FI(2+1)

b) Bakboordzijde van het doorgaande vaarwater/stuurboordzijde van de aftakking of de uitmonding

Kleur: rood met horizontale groene band

Vorm: stompe ton, lichtboei, sparboei of kopbaken

Opschrift (indien aanwezig):

onder de doorlopende even nummering van de laterale tekens van het doorgaande vaarwater, door een horizontale balk gescheiden, de naam - eventueel afgekort - en het eerste nummer van de aftakking of het laatste nummer van de uitmonding

Topteken: rode cilinder of naar boven gekeerde bezem

Licht (indien aanwezig):

kleur: rood - karakter: FI(2+1)

De markeringen van de stuurboordzijde van het doorgaande vaarwater/stuurboordzijde van de aftakking of de uitmonding en van de bakboordzijde van het doorgaande vaarwater/bakboordzijde van de aftakking of de uitmonding kunnen geschieden met behulp van laterale tekens (E.2.1. of E.2.2). Deze tekens worden dan voorzien van een opschrift, zoals hierboven vermeld, alsmede van een topteken.

E.2.3.2.

Markering met kardinale tekens

Aftakkingen of uitmondingen kunnen ook met kardinale tekens (tekens E.3.1 tot en met E.3.4) zijn gemarkeerd.

E.3

Gevaren

Een algemeen gevaar is in de regel met een of meer kardinale tekens gemarkeerd waarop voor de onderscheiden kwadranten de referentierichting met betrekking tot de positie van de gevaren wordt aangegeven.

E.3.1

Kardinale tekens noordelijk kwadrant:

Kleur: zwart boven geel

Vorm: lichtboei, bakenton, sparboei of kopbaken

Opschrift (indien aanwezig): vermelding van de referentierichting, evtl. afgekort, en/of de kompasrichting

Topteken:

twee zwarte kegels boven elkaar, met punten naar boven

Licht (indien aanwezig):

– kleur: wit

– karakter: VQ of Q

E.3.2

Kardinale tekens oostelijk kwadrant:

Kleur: zwart met een brede horizontale gele band

Vorm: lichtboei, bakenton, sparboei of kopbaken

Opschrift (indien aanwezig): vermelding van de referentierichting, evtl. afgekort, en/of de kompasrichting

Topteken:

twee zwarte kegels boven elkaar, met de punten in tegengestelde richting

Licht (indien aanwezig):

– kleur: wit

– karakter: VQ(3) of Q(3)

E.3.4.

Kardinale tekens westelijk kwadrant:

Kleur: geel met een brede horizontale zwarte band

Vorm: lichtboei, bakenton, sparboei of kopbaken

Opschrift (indien aanwezig): vermelding van de referentierichting, evtl. afgekort, en/of kompasrichting

Topteken:

twee zwarte kegels boven elkaar, met de punten naar elkaar gekeerd

Licht (indien aanwezig):

– kleur: wit

– karakter: VQ(9) of Q (9)

E.3.5.

Afzonderlijke gevaren

Het gevaar kan aan alle zijden worden voorbijgevaren

Kleur: zwart met een brede horizontale rode band

Vorm: lichtboei, bakenton, sparboei of drijfbaken

Opschrift (indien aanwezig):

naam van het gevaar

Topteken:

twee zwarte ballen boven elkaar

Licht (indien aanwezig):

– kleur: wit

– karakter: FI(2)

E.3.6.

Nieuwe gevaren

Markering als algemene of afzonderlijke gevaren, doch wegens bijzondere omstandigheden ten minste één teken dubbel en eventueel met een radarbaken, voorzien van het karakter „D”.

E.4

Markering van het middenvaarwater

Kleur: rode en witte verticale balken

Vorm: bolton, lichtboei, sparboei of kopbaken (evtl. zonder kleur)

Opschrift:

doorlopende letters van het alfabet en/of nummering, eventueel met de (ook afgekorte) naam van het vaarwater

Topteken (indien aanwezig):

rode bal

Licht (indien aanwezig):

kleur: wit

karakter: Iso, Oc, LFI om de 10 seconden of het morseteken „A"

E.5

Markering van bijzondere gebieden en plaatsen

De betekenis ervan dient uit de zeekaarten of andere nautische publikaties en eventueel ook uit het opschrift van het teken te blijken

Kleur: geel

Vorm: boei van een willekeurige vorm of kopbaken

Opschrift (indien aanwezig):

de desbetreffende betekenis met zwarte letters

Topteken (indien aanwezig) liggend geel kruis

Licht (indien aanwezig):

kleur: geel

karakter: naar keuze, doch niet de in E.3 en E.4 gebruikte lichtkarakters

E.6

Reden

E.6.1

Markering algemene reden

Kleur: geel

Vorm: ton of lichtboei

Opschrift: met zwarte letters voluit vermelde of afgekorte naam van de rede en eventueel nummer

Topteken (indien aanwezig): liggend geel kruis

Licht (indien aanwezig):

kleur: geel

karakter: naar keuze, doch niet de in E.3 en E.4 gebruikte lichtkarakters

Indien de rede grenst aan de stuurboord- of de bakboordzijde van een vaarwater, is deze zijde van de rede aangeduid met de desbetreffende markering van de vaarwaterzijden (teken E.2.1 of E.2.2), waarbij onder een horizontale balk tevens nog de voluit vermelde of afgekorte naam van de rede en eventueel een nummer worden aangegeven.

E.7

Meerboei

Boei waaraan mag worden gemeerd

Kleur: geel

Vorm: boei van willekeurige vorm

Opschrift:

met zwarte letters het woord „meren” of een afkorting daarvan

Hoofdstuk II

Optische tekens van de schepen

Verklaring

De in dit hoofdstuk weergegeven optische tekens dienen slechts ter

verduidelijking; de beschrijving in het Reglement is beslissend.

Afbeelding van de optische tekens

vast licht in de aangegeven kleur, zichtbaar over de gehele horizon (rondom schijnend licht),

Aanhangsel

2

Stoffenlijst van de te melden goederen bij het vervoer waarvan de schepen bijzondere gevaren opleveren (artikel 21, eerste lid, en artikel 29, tweede lid)

Vervallen

Bijlage

B

Voorschriften, verkeersregels en maatregelen, als bedoeld in artikel 2 van de Overeenkomst.

  • 1.

    Kleine tankers tot 1000 brt.

    • 1.1.

      Bij een zicht van 1000 meter of minder is het niet toegestaan de Eems te bevaren.

    • 1.2.

      Er moet tenminste een bevoegde loods aan boord zijn.

    • 1.3.

      Tenminste 24 uur voor het aanlopen van de Eems of ten laatste na het verlaten van de laatste haven dient een schriftelijke melding bij de bevoegde autoriteit plaats te vinden.

    • 1.4.

      Voor het aanlopen van de Eems dienen tijdig de volgende gegevens gemeld te worden aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 18 en door vertrekkende schepen via VHF-kanaal 21:

      Naam, positie, afmetingen en bestemmingshaven van het schip.

    • 1.5.

      Tijdens de vaart op de Eems dient het schip zich te melden bij het passeren van de volgende posities:

      • -

        boei H 1 (Huibertgat) of boei 1 (Westereems) of boei Riffgat of boei Oostereems;

      • -

        boei H11 (Huibertgat) of boei 11 (Westereems) (alleen voor binnenkomende schepen);

      • -

        boei 19 (Fischerbalje) (alleen door via het Huibertgat vertrekkende schepen) aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 18;

      • -

        boei 41 aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 20;

      • -

        boei 65 (alleen voor binnenkomende schepen, gelijktijdig met de aankomstmelding van schepen die de haven Emden binnenlopen) aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 21;

      • -

        Gandersum aan „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 21;

      • -

        het binnenlopen van en het vertrekken uit de havens aan de Eems, alsmede bij aankomst op en vertrek van reden, lig- en overslagplaatsen via de plaatselijk bereikbare VHF-kanalen 18, 20 en 21.

      Daarbij dienen de volgende gegevens te worden gemeld: Naam, positie en snelheid van het schip en de passeertijd.

    • 1.6.

      Er moet voortdurend worden uitgeluisterd naar de radarcentrale aan de Knock:

      • -

        op „Eems-Revier-Radio” via VHF kanaal 18 op de Westereems en in het Randselgat tussen boei 1 en boei 35, in het Huibertgat tussen boei H1 en boei 15 (H15/A2) en op de Oude Eems tussen boei H13a (Oude Eems 1) en boei 33 (Oude Eems 11);

      • -

        op „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 20 tussen boei 35 en boei 37;

      • -

        op „Eems-Revier-Radio” via VHF-kanaal 21 tussen boei 57 en boei 86.

      De aanwijzingen van de bevoegde autoriteit zijn steeds op te volgen.

    • 1.7.

      De tankdeksels dienen gesloten te zijn.

    • 1.8.

      Het roer dient door een betrouwbare en geoefende roerganger bediend te worden. Het gebruik van een stuurautomaat is niet toegestaan.

    • 1.9.

      Bij een zicht van minder dan 2000 m moet een goedwerkend radartoestel in bedrijf zijn. Het beeldscherm moet door een terzake kundig persoon voortdurend geobserveerd worden.

  • 2.

    Tankers van 1000 brt. tot 30.000 m3 laadvermogen

    • 2.1.

      Binnen een veiligheidszone van 2 zeemijlen vooruit en 2 zeemijlen achter de tanker mogen zich noch meelopende geulgebonden schepen noch meelopende schepen geladen met gevaarlijke stoffen in bulk bevinden.

    • 2.2.

      Het is aan de niet onder 2.1 vallende schepen toegestaan de tanker op te lopen, waarbij echter een passeerafstand van boordwand tot boordwand van tenminste 60 meter in acht dient te worden genomen. Hetzelfde geldt voor een tanker die niet onder 2.1 vallende schepen oploopt.

    • 2.3.

      Tegemoetkomende vaartuigen dienen bij het passeren een dwarsafstand van boordwand tot boordwand van tenminste 60 meter in acht te nemen.

    • 2.4.

      In afwijking van het bepaalde onder 2.2 en 2.3 mogen schepen van meer dan 3000 ton draagvermogen en schepen geladen met gevaarlijke stoffen in bulk de tanker noch oplopen noch ontmoeten in het riviergedeelte Gaatje Bocht tussen de boeien 49 en 55.

    • 2.5.

      Getijgebonden schepen van en naar de haven van Delfzijl hebben in de Gaatje Bocht voorrang boven een tanker na overleg met de radarcentrale aan de Knock.

    • 2.6.

      Varen op de Eems is slechts toegestaan, indien twee op de brug te bedienen marifooninstallaties, geschikt voor de verbinding met de radarcentrale en met andere schepen, bedrijfsklaar beschikbaar zijn.

    • 2.7.

      Het aanlopen en verlaten van de Eemsmond door tankers mag uitsluitend via het Huibertgat plaatsvinden.

  • 3.

    Tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m

    • 3.1.

      Deze regeling geldt voor tankers met een laadvermogen van meer dan 30.000 m3, met dien verstande dat zich max. 30.000 m3 (± 15.000 ton) lading aan boord mag bevinden.

    • 3.2.

      Op de Eems moeten twee bevoegde loodsen aan boord zijn.

      De radarcentrale aan de Knock moet bezet zijn door een bevoegde loods: tijdens de vaart moet gebruik gemaakt worden van begeleiding door de radarcentrale.

    • 3.3.

      Bij het oplopen of passeren dient ten opzichte van het andere vaartuig een dwarsafstand van boordwand tot boordwand ter grootte van 3 maal de breedte van de tanker, echter tenminste 90 m. in acht te worden genomen.

    • 3.4.

      Bij het ontmoeten en oplopen van tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 dienen de volgende aanvullende voorschriften in acht te worden genomen:

      • -

        Tussen de boeien 47 en 57 (Gaatje Bocht) is het ontmoeten en oplopen van een tanker met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 verboden. Getijgebonden schepen dient voorrang gegeven te worden;

      • -

        Tussen de boeien 57 en 69 is het getijgebonden schepen en tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 verboden elkaar te ontmoeten;

      • -

        Tussen de boeien 68 en 69 en de haveningang van Emden mag geen enkel schip een tanker met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 ontmoeten of oplopen.

      De hier bedoelde ontmoetings- en oploopverboden gelden omgekeerd ook voor tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 ten opzichte van de aldaar genoemde schepen.

    • 3.5.

      Tussen de boei 57 en de haveningang van Emden dienen twee sleepboten met een vermogen van ten minste 736 kW (1000 pk) beschikbaar te zijn. Op ieder moment moet de sleepverbinding tot stand gebracht kunnen worden.

    • 3.6.

      Op de Eems mag de scheepssnelheid tussen de boeien H1 en 30 niet groter zijn dan 14 zeemijl per uur en tussen de boeien 30 en 57 niet groter dan 12 zeemijl per uur.

    • 3.7.

      Het is verboden de Eems te bevaren bij een zodanige windkracht dat het veilig manoeuvreren in gevaar wordt gebracht. Een en ander is ter beoordeling van de bevoegde autoriteit.

    • 3.8.

      De Eems mag alleen bevaren worden indien aan boord:

      • -

        twee radartoestellen

      • -

        een deccaplaatsbepalingstoestel

      • -

        een elektronische snelheidsmeter (b.v. dopplerlog)

      • -

        een draaisnelheidsindicator

      bedrijfsklaar beschikbaar zijn.

    • 3.9.

      Tijdens de eerste 3,5 uur van de vloedfase is het binnenlopen van en het vertrekken uit de haven Emden niet toegestaan. Vervolgens is tot ongeveer 4 uur na hoogwater via de radarcentrale aan de Knock een afstemming nodig met binnenkomende en vertrekkende getijschepen en schepen van meer dan 3000 ton draagvermogen.

  • 4.

    Algemene voorschriften

    • 4.1.

      Tankers mogen de Eems pas bevaren indien begeleiding door een patrouillevaartuig beschikbaar is, met dien verstande dat zulks geldt

      • -

        voor tankers met een laadvermogen van 2500 m3 tot 10.000 m3 op het traject tussen boei 44 en Emden en omgekeerd;

      • -

        voor tankers met een laadvermogen van 10.000 m3 tot 30.000 m3 op het traject tussen boei 15 en Emden en omgekeerd;

      • -

        voor tankers met een laadvermogen groter dan 30.000 m3 op het traject tussen de verkenningston Huibertgat en Emden en omgekeerd.

    • 4.2.

      Bovengenoemde voorschriften zijn, met uitzondering van oordeel 4.1, eveneens van toepassing op de vaart naar zee van nietontgaste tankers.

    • 4.3.

      Voor de bij onderdeel 2 bedoelde tankers gelden bovendien de bepalingen van onderdeel 1.

    • 4.4.

      Voor de bij onderdeel 3 bedoelde tankers gelden bovendien de bepalingen van de onderdelen 1 en 2.

    • 4.5.

      Bovengenoemde voorschriften gelden zowel voor de dag- als de nachtvaart.