Overeenkomst inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela

Overeenkomst inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Venezuela

hierna aangeduid als de Overeenkomstsluitende Partijen,

geleid door de wens de van oudsher tussen hun landen bestaande vriendschapsbanden te versterken, de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat investeringen door onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreft,

in het besef dat overeenstemming omtrent de aan zulke investeringen toe te kennen behandeling, het kapitaalverkeer en de uitwisseling van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van de Overeenkomstsluitende Partijen zal stimuleren en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst

  • a.

    omvat de term „investeringen”: alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • i.

      roerende en onroerende goederen, alsmede alle andere zakelijke rechten met betrekking tot alle soorten vermogensbestanddelen;

    • ii.

      rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen;

    • iii.

      recht op geld, andere vermogensbestanddelen of op iedere prestatie die economische waarde heeft;

    • iv.

      rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en technische kennis; en

    • v.

      rechten verleend krachtens het publiekrecht, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen.

  • b.

    omvat de term „onderdanen”, met betrekking tot beide Overeenkomstsluitende Partijen:

    • i.

      natuurlijke personen die de nationaliteit van die Overeenkomstsluitende Partij bezitten;

    • ii.

      rechtspersonen die zijn opgericht in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij;

    • iii.

      rechtspersonen die niet zijn opgericht in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij, maar die al dan niet rechtstreeks onder toezicht staan van natuurlijke personen zoals omschreven in (i) of van rechtspersonen zoals omschreven in (ii) hierboven.

  • c.

    omvat de term „grondgebied”: de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Staat, voor zover die Staat overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden uitoefent.

Artikel

2

Elke Overeenkomstsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Overeenkomstsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Overeenkomstsluitende Partij dergelijke investeringen toe.

Artikel

3

Artikel

4

Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent elke Overeenkomstsluitende Partij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van investeringen op haar grondgebied een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die, welke wordt toegekend aan haar eigen onderdanen of aan die van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Partij toegekend:

  • a.

    krachtens een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting; of

  • b.

    uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling; of

  • c.

    op basis van wederkerigheid met een derde Staat.

Artikel

5

De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder onredelijke beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

  • a.

    winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;

  • b.

    gelden nodig

    • i.

      voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten, of

    • ii.

      om kapitaalgoederen te vervangen teneinde de continuïteit van een investering te waarborgen;

  • c.

    bijkomende gelden, noodzakelijk voor de ontwikkeling van een investering;

  • d.

    gelden voor terugbetaling van leningen;

  • f.

    inkomsten uit arbeid van natuurlijke personen;

  • g.

    de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering.

Artikel

6

Artikel

7

Aan onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij toekent aan haar eigen onderdanen of aan onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen.

Artikel

8

Indien de investeringen van een onderdaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij wet ingesteld stelsel verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar in de rechten van de genoemde onderdaan, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend.

Artikel

9

Artikel

10

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn vanaf de datum van inwerkingtreding daarvan tevens van toepassing op bestaande investeringen die voor die datum zijn gedaan, maar zijn niet van toepassing op geschillen betreffende een investering die ontstonden, of een vordering betreffende een investering die werd geregeld voor de inwerkingtreding ervan.

Artikel

11

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen dat overleg wordt gepleegd omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst. De andere Partij neemt dit overleg in welwillende overweging en biedt daartoe passende gelegenheid.

Artikel

12

Artikel

13

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel

14

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Caracas op 22 oktober 1991, in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) R. H. MEYS

Voor de Regering van de Republiek Venezuela

(w.g.) ROSARIO ORELLANA

Protocol

Bij de ondertekening van deze Overeenkomst inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela hebben de gemachtigde vertegenwoordigers van beide Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen, die een integrerend deel van deze Overeenkomst vormen:

1

Ad artikel 1, letter b, iii:

Een Overeenkomstsluitende Partij kan verlangen dat de in artikel 1, letter b, onder iii, bedoelde rechtspersonen bewijs overleggen van dat toezicht ten einde de in de bepalingen van deze Overeenkomst voorziene voordelen te kunnen genieten. Als aanvaardbaar bewijs kan bijvoorbeeld worden beschouwd:

  • a.

    dat de rechtspersoon een dochteronderneming is van een op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij opgerichte rechtspersoon;

  • b.

    dat de rechtspersoon economisch afhankelijk is van een op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij opgerichte rechtspersoon;

  • c.

    dat het percentage van zijn kapitaal dat eigendom is van natuurlijke personen of rechtspersonen van de andere Overeenkomstsluitende Partij hen in staat stelt toezicht uit te oefenen.

2

Ad artikel 3, eerste lid:

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat de behandeling van investeringen wordt geacht eerlijk en rechtvaardig te zijn zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien zij overeenkomt met de behandeling die wordt toegekend aan investeringen van hun eigen onderdanen, of aan investeringen van onderdanen van derde Staten, naar gelang welke van beide behandelingen voor de betrokken onderdaan gunstiger is, alsook met de minimumnormen voor de behandeling van buitenlandse onderdanen krachtens het internationale recht.

3

In geval van verschil van uitlegging van de drie gelijkelijk authentieke teksten van deze Overeenkomst wordt verwezen naar de Engelse tekst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Caracas op 22 oktober 1991, in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) R. H. MEYS

Voor de Regering van de Republiek Venezuela

(w.g.) ROSARIO ORELLANA