Protocol bij het op 20 juni 1960 gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Belgie betreffende de verbetering van het Kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden

Protocol bij het op 20 juni 1960 gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het Kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België,

Wensende zodanige voorzieningen te treffen dat schepen met de maximale afmetingen van 256 m lengte, 34 m breedte en 12,25 m diepgang op een zo veilig en zo doelmatig mogelijke wijze het Nederlandse gedeelte van het kanaal van Terneuzen naar Gent met het daarin gelegen sluizencomplex kunnen passeren,

Gelet op de bepalingen van het op 20 juni 1960 gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden,

Zijn overeengekomen als volgt:

Titel

I

Uit te voeren werken

Artikel

1

Artikel

2

In onderling overleg wordt een onderzoek gedaan naar de verbetering van de vaart met specifieke autoschepen en wordt, in aanvulling op dan wel in combinatie met de in artikel 1, eerste lid, bedoelde werken, overgegaan tot het treffen van de voorzieningen die op grond van dit onderzoek noodzakelijk blijken. Deze werken worden in beginsel voor 1 januari 1988 tot uitvoering gebracht.

Artikel

3

De Belgische Minister die het Bestuur der Waterwegen onder zijn bevoegdheid heeft en de Nederlandse Minister belast met de zaken van de Waterstaat stellen in onderling overleg de bijzonderheden vast met betrekking tot het ontwerp en de uitvoering van de in de artikelen 1, eerste lid, en 2 bedoelde werken. Zij kunnen, indien zulks noodzakelijk of wenselijk blijkt, deze werken aanvullen of wijzigen.

Titel

II

Voorbereiding en uitvoering van de werken

Artikel

4

Titel

III

Onderhoud en vernieuwing van de werken

Artikel

5

Titel

IV

Kostenverdeling

Artikel

6

Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7 en 8 vindt de verdeling van de kosten, verbonden aan de in de artikelen 1, eerste lid, en 2 bedoelde werken, als volgt plaats:

  • a)

    de kosten van de voorbereiding en de uitvoering van de werken, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b), c) en d), alsmede onder f) voor zover bij deze werken behorende, komen voor 80% ten laste van België en voor 20% ten laste van Nederland;

  • b)

    de kosten van de voorbereiding en de uitvoering van de werken, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a) en e), alsmede onder f) voor zover bij deze werken behorende, en bedoeld in artikel 2 komen voor 100% ten laste van België.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Behoudens het bepaalde in artikel 8 van dit Protocol en in artikel 55, eerste lid, van het Verdrag komen de kosten verbonden aan het onderhoud en de bediening van de in de artikelen 1, eerste lid, en 2 bedoelde werken ten laste van Nederland.

Titel

V

Regeling der betalingen

Artikel

10

De in artikel 6, 7 en 8 bedoelde kosten worden door de Nederlandse Regering voor zoveel nodig rechtstreeks voldaan.

Artikel

11

Artikel

12

De genoemde Belgische Minister laat binnen de vier weken na de ontvangst door de Nederlandse Minister van een declaratie weten of hij instemt met de voor Belgische rekening komende bedragen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, zulks onverminderd het bepaalde van artikel 11, eerste lid.

Artikel

13

Indien declaraties tot een bedrag van 90% van de (gewijzigde) aannemingssom door de genoemde Nederlandse Minister aan de genoemde Belgische Minister zijn gezonden, zal de Belgische Regering, voor wat betreft de resterende declaraties en de daarbij behorende kosten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, niet eerder aan de in artikel 11, eerste lid, genoemde verplichtingen zijn gehouden, dan nadat over de in deze en in de eerdere declaraties voorkomende bedragen overeenstemming is bereikt tussen de in artikel 4 van het Verdrag genoemde hoofdambtenaren.

Titel

VI

Bijzondere tijdelijke regeling

Artikel

14

Titel

VII

Aanvullende bepaling

Artikel

15

De vaart met grotere schepen dan die bedoeld in artikel 1, eerste lid, kan, in uitzonderlijke gevallen, worden toegelaten na verkregen toestemming van de bevoegde Nederlandse autoriteiten. De nadere voorwaarden waaronder deze toelating wordt verleend worden per geval na overleg door deze autoriteiten vastgesteld.

Titel

VIII

Slotbepaling

Artikel

16

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de beide Regeringen elkaar hebben medegedeeld dat aan de in hun land geldende grondwettelijke vereisten is voldaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, 5 februari 1985, in tweevoud, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het

Koninkrijk der Nederlanden,

(s.) H. VAN DEN BROEK

Voor de Regering van het

Koninkrijk België,

(s.) F. BAEKELANDT