Europees Verdrag inzake de algemene gelijkstelling van tijdvakken van universitaire studie

European Convention on the general equivalence of periods of university study

The member States of the Council of Europe and the other States party to the European Cultural Convention, signatory hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its members;

Having regard to the European Convention on the Equivalence of Periods of University Study, opened for signature in Paris on 15 December 1956, which applies to the field of modern languages;

Convinced that an important contribution would be made to European understanding if a larger number of students in all disciplines could spend periods of study abroad and if examinations passed and courses taken by such students during these periods of study could be recognised by their institution of origin;

Being resolved to establish, for this purpose, the principle of the general equivalent of periods of university study,

Have agreed as follows:

Article

1

For the purpose of the present Convention, the term "institutions of higher education" shall denote:

  • a)

    universities;

  • b)

    other institutions of higher education recognised for the purpose of this Convention by the competent authorities of the Party in whose territory they are situated.

Article

2

Article

3

To the extent that the institutions of higher education are themselves the competent authority in the matter on their territory, Parties shall transmit the text of the present Convention to the authorities of these institutions and shall encourage the favourable consideration and application by them of the principles mentioned in Article 2.

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council, the other Parties to the European Cultural Convention, any State which has acceded and the European Economic Community, if it has acceded to this Convention of:

  • a)

    any signature;

  • b)

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c)

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 6 and 7;

  • d)

    any other act, notification or communication relating to this Convention.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Rome, this 6th day of November 1990, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe, to the other States party to the European Cultural Convention, and to any State or to the European Economic Community invited to accede to this Convention.

Europees Verdrag inzake de algemene gelijkstelling van tijdvakken van universitaire studie

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die Partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag, die het onderhavige Verdrag hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn leden tot stand te brengen;

Gelet op het Europees Verdrag inzake de gelijkstelling van tijdvakken van universitaire studie, voor ondertekening opengesteld te Parijs op 15 december 1956, dat van toepassing is op het gebied van de moderne talen;

Ervan overtuigd dat een belangrijke bijdrage zou worden geleverd tot een goede verstandhouding tussen de volken van Europa, indien een groter aantal studenten in alle studierichtingen tijdvakken van studie in het buitenland zou kunnen doorbrengen en indien de door die studenten tijdens die tijdvakken afgelegde examens en gevolgde cursussen door hun eigen instelling zouden kunnen worden erkend;

Vastbesloten hiertoe het beginsel van de algemene gelijkstelling van tijdvakken van universitaire studie in te stellen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag worden onder „instellingen voor hoger onderwijs” verstaan:

  • a.

    universiteiten;

  • b.

    andere instellingen voor hoger onderwijs die voor de toepassing van dit Verdrag als zodanig worden erkend door de bevoegde autoriteiten van de Partij op het grondgebied waarvan zij gevestigd zijn.

Artikel

2

Artikel

3

Voor zover de instellingen voor hoger onderwijs zelf de ter zake bevoegde autoriteit zijn op hun grondgebied, doen de Partijen de tekst van dit Verdrag toekomen aan de autoriteiten van deze instellingen, en moedigen zij die autoriteiten aan de in artikel 2 vervatte beginselen welwillend in overweging te nemen en toe te passen.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad, de andere Partijen bij het Europees Cultureel Verdrag, iedere Staat die tot dit Verdrag is toegetreden, alsmede de Europese Economische Gemeenschap, indien zij tot dit Verdrag is toegetreden, in kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van dit Verdrag in overeenstemming met de artikelen 6 en 7;

  • d.

    iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN TE Rome, op 6 november 1990, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet hiervan een gewaarmerkt afschrift toekomen aan elke lidstaat van de Raad van Europa, aan de andere Staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag, en aan iedere Staat of aan de Europese Economische Gemeenschap die wordt uitgenodigd toe te treden tot dit Verdrag.