Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aansluiting van de Nederlandse regionale weg N 297n en de Duitse rijksweg B 56n op de gemeenschappelijke landsgrens door de bouw van een grensbrug

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aansluiting van de Nederlandse regionale weg N 297n en de Duitse rijksweg B 56n op de gemeenschappelijke landsgrens door de bouw van een grensbrug

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aansluiting van de Nederlandse regionale weg N 297n en de Duitse rijksweg B 56n op de gemeenschappelijke landsgrens door de bouw van een grensbrug

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland

Geleid door de wens het wegverkeer tussen de beide Staten alsmede het doorgaand verkeer over hun grondgebieden te vereenvoudigen en het trans-Europese wegennet te completeren,

Verlangend de goede onderlinge betrekkingen als nabuurlanden te bevorderen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Onderwerp en doel van het Verdrag

Artikel

2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag hebben onderstaande begrippen de volgende betekenis:

  • 1.

    De „Grensbrug": is de brug over de Roode Beek in de omgeving van Selfkant/Echt-Susteren tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden; hiertoe behoren tevens de tot de grensbrug behorende voorzieningen, te weten de bermen, beschoeiingen, opritten alsmede afwaterings- en verlichtingsinstallaties en installaties ten behoeve van de verkeersveiligheid in de omgeving van de grensbrug.

  • 2.

    Onder de „uitvoering" vallen in het bijzonder opmeting, planning en ontwerp, aanbesteding, gunning, controle van het bouwbestek, bouw, bouwtoezicht en controle van de afrekening van de overeengekomen prestaties.

  • 3.

    Het „onderhoud" omvat alle voor de instandhouding, reparatie en renovatie van de grensbrug en de bijbehorende voorzieningen noodzakelijke werkzaamheden. Hiertoe behoren alle werkzaamheden ter waarborging van een deugdelijk gebruik en van de hiervoor vereiste technische staat van de grensbrug met inachtneming van het draagvermogen ervan zonder dat de afmetingen en de statische eigenschappen van de grensbrug hierdoor wezenlijk worden veranderd, alsmede de reiniging en ruimingswerkzaamheden tijdens de winter.

  • 4.

    „Bevoegde instantie" betekent in overeenstemming met het recht van de Verdragsluitende Staten de autoriteiten of bestuurlijke lichamen die in het bijzonder zijn belast met de verplichting tot financiering, planning, bouw of onderhoud van de grensbrug.

Artikel

3

Planning en uitvoering

Artikel

4

Bouwrecht en grondaankoop

Artikel

5

Opleveringskeuring

Na voltooiing van de bouwwerkzaamheden wordt de grensbrug door de bevoegde instantie van de Bondsrepubliek Duitsland in aanwezigheid van de aannemers gekeurd volgens het voor openbaar aanbestede bouwwerken geldende recht van de Bondsrepubliek Duitsland. Het Koninkrijk der Nederlanden wordt bij de opleveringskeuring vertegenwoordigd door zijn bevoegde instantie. De Bondsrepubliek Duitsland waakt over de vrijwaringstermijnen voor de grensbrug en doet vrijwaringsaanspraken mede namens het Koninkrijk der Nederlanden gelden.

Artikel

6

Onderhoud en verkeersveiligheid

Artikel

7

Kosten

Artikel

8

Betalingen

Artikel

9

Recht van toegang, tewerkstellingsvergunningen

Artikel

10

Belasting- en douanebepalingen

Artikel

11

Gegevensbescherming

Op de verstrekking en het gebruik van persoonsgegevens (hierna te noemen „gegevens") uit hoofde van dit Verdrag zijn behoudens het nationale recht van elke Verdragsluitende Staat de volgende bepalingen van toepassing:

  • 1.

    De ontvangende instantie van een Verdragsluitende Staat informeert de verstrekkende instantie van de andere Verdragsluitende Staat op verzoek over het gebruik van de verstrekte gegevens en de hiermee bereikte resultaten.

  • 2.

    Het gebruik van de gegevens door de ontvangende instantie is slechts toegestaan voor de in dit Verdrag genoemde doelen en onder de door de verstrekkende instantie opgelegde voorwaarden. Het gebruik ervan is voorts toegestaan ter voorkoming en vervolging van ernstige strafbare feiten alsmede ter afwending van aanzienlijke gevaren voor de openbare veiligheid.

  • 3.

    De verstrekkende instantie is verplicht erop toe te zien dat de te verstrekken gegevens juist zijn en dat de verstrekking ervan noodzakelijk is en in verhouding staat tot het ermee beoogde doel. Hierbij dienen de naar het desbetreffende nationale recht geldende bepalingen inhoudende een verbod op de verstrekking van de gegevens in acht genomen te worden. De verstrekking van de gegevens blijft achterwege indien de verstrekkende instantie reden heeft aan te nemen dat zulks in strijd met het doel van een nationale wet zou zijn of afbreuk zou doen aan voor bescherming vatbare belangen van de betrokken personen. Indien blijkt dat er onjuiste gegevens of gegevens zijn verstrekt die niet hadden mogen worden verstrekt, dient de ontvangende instantie hiervan onverwijld in kennis gesteld te worden. Zij is verplicht de gegevens onverwijld te corrigeren of te vernietigen.

  • 4.

    De betrokkene dient op verzoek geïnformeerd te worden over de ten aanzien van zijn persoon beschikbare gegevens alsmede over het hiermee beoogde gebruiksdoel. De verstrekking van dergelijke informatie kan worden geweigerd indien het staatsbelang om de informatie niet te verstrekken zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker. Voor het overige wordt het recht van de betrokkene op informatie bepaald door het nationale recht van de Verdragsluitende Staat op wiens grondgebied het verzoek om informatie wordt ingediend.

  • 5.

    De verstrekkende instantie wijst bij de verstrekking van de gegevens op de naar haar nationale recht geldende termijnen voor het bewaren van deze gegevens, na afloop waarvan de gegevens moeten worden gewist. De verstrekte gegevens dienen ongeacht bedoelde termijnen gewist te worden zodra ze niet meer nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.

  • 6.

    De verstrekkende en ontvangende instantie waarborgen dat verstrekking en ontvangst van de gegevens in een akte worden vastgelegd.

  • 7.

    De verstrekkende en ontvangende instantie zijn verplicht de verstrekte gegevens effectief tegen onbevoegde toegang, onbevoegde wijziging en onbevoegde openbaarmaking te beschermen.

  • 8.

    Indien iemand in verband met de verstrekking van gegevens uit hoofde van dit Verdrag wederrechtelijk schade wordt toegebracht, is de ontvangende instantie jegens hem verplicht de schade overeenkomstig haar nationale recht te vergoeden. Zij kan zich er tegenover de benadeelde niet op beroepen dat de schade door de verstrekkende instantie is veroorzaakt. Indien de ontvangende instantie schadevergoeding betaalt wegens schade die door het gebruik van onjuist of onterecht verstrekte gegevens is veroorzaakt, stelt de verstrekkende instantie de ontvangende instantie schadeloos voor het bedrag van de betaalde schadevergoeding.

Artikel

12

Gemeenschappelijke grensbrugcommissie

Artikel

13

Geschillenbeslechting

Artikel

14

Geldigheidsduur en wijzigingen van het Verdrag

Artikel

15

Inwerkingtreding

GEDAAN te Bonn, de 13e april 2005, in tweevoud, in de Nederlandse en Duitse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

K. M. H. PEIJS

Voor de Bondsrepubliek Duitsland

DR. PETER AMMON

DR. MANFRED STOLPE

Bijlage