Burgerrechtelijk Verdrag inzake Corruptie

Burgerrechtelijk Verdrag inzake Corruptie

Civil Law Convention on Corruption

Preamble

The member States of the Council of Europe, the other States and the European Community, signatories hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its members;

Conscious of the importance of strengthening international co-operation in the fight against corruption;

Emphasising that corruption represents a major threat to the rule of law, democracy and human rights, fairness and social justice, hinders economic development and endangers the proper and fair functioning of market economies;

Recognising the adverse financial consequences of corruption to individuals, companies and States, as well as international institutions;

Convinced of the importance for civil law to contribute to the fight against corruption, in particular by enabling persons who have suffered damage to receive fair compensation;

Recalling the conclusions and resolutions of the 19th (Malta, 1994), 21st (Czech Republic, 1997) and 22nd (Moldova, 1999) Conferences of the European Ministers of Justice;

Taking into account the Programme of Action against Corruption adopted by the Committee of Ministers in November 1996;

Taking also into account the feasibility study on the drawing up of a convention on civil remedies for compensation for damage resulting from acts of corruption, approved by the Committee of Ministers in February 1997;

Having regard to Resolution (97) 24 on the 20 Guiding Principles for the Fight against Corruption, adopted by the Committee of Ministers in November 1997, at its 101st Session, to Resolution (98) 7 authorising the adoption of the Partial and Enlarged Agreement establishing the ``Group of States against Corruption (GRECO)", adopted by the Committee of Ministers in May 1998, at its 102nd Session, and to Resolution (99) 5 establishing the GRECO, adopted on 1st May 1999;

Recalling the Final Declaration and the Action Plan adopted by the Heads of State and Government of the member States of the Council of Europe at their 2nd summit in Strasbourg, in October 1997,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

MEASURES TO BE TAKEN AT NATIONAL LEVEL

Article

1

Purpose

Each Party shall provide in its internal law for effective remedies for persons who have suffered damage as a result of acts of corruption, to enable them to defend their rights and interests, including the possibility of obtaining compensation for damage.

Article

2

Definition of corruption

For the purpose of this Convention, ``corruption" means requesting, offering, giving or accepting, directly or indirectly, a bribe or any other undue advantage or prospect thereof, which distorts the proper performance of any duty or behaviour required of the recipient of the bribe, the undue advantage or the prospect thereof.

Article

3

Compensation for damage

Article

4

Liability

Article

5

State responsibility

Each Party shall provide in its internal law for appropriate procedures for persons who have suffered damage as a result of an act of corruption by its public officials in the exercise of their functions to claim for compensation from the State or, in the case of a non-state Party, from that Party's appropriate authorities.

Article

6

Contributory negligence

Each Party shall provide in its internal law for the compensation to be reduced or disallowed having regard to all the circumstances, if the plaintiff has by his or her own fault contributed to the damage or to its aggravation.

Article

7

Limitation periods

Article

8

Validity of contracts

Article

9

Protection of employees

Each Party shall provide in its internal law for appropriate protection against any unjustified sanction for employees who have reasonable grounds to suspect corruption and who report in good faith their suspicion to responsible persons or authorities.

Article

10

Accounts and audits

Article

11

Acquisition of evidence

Each Party shall provide in its internal law for effective procedures for the acquisition of evidence in civil proceedings arising from an act of corruption.

Article

12

Interim measures

Each Party shall provide in its internal law for such court orders as are necessary to preserve the rights and interests of the parties during civil proceedings arising from an act of corruption.

CHAPTER

II

INTERNATIONAL CO-OPERATION AND MONITORING OF IMPLEMENTATION

Article

13

International co-operation

The Parties shall co-operate effectively in matters relating to civil proceedings in cases of corruption, especially concerning the service of documents, obtaining evidence abroad, jurisdiction, recognition and enforcement of foreign judgements and litigation costs, in accordance with the provisions of relevant international instruments on international co-operation in civil and commercial matters to which they are Party, as well as with their internal law.

Article

14

Monitoring

The Group of States against Corruption (GRECO) shall monitor the implementation of this Convention by the Parties.

CHAPTER

III

FINAL CLAUSES

Article

15

Signature and entry into force

Article

16

Accession to the Convention

Article

17

Reservations

No reservation may be made in respect of any provision of this Convention.

Article

18

Territorial application

Article

19

Relationship to other instruments and agreements

Article

20

Amendments

Article

21

Settlement of disputes

Article

22

Denunciation

Article

23

Notification

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any other signatories and Parties to this Convention of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Convention, in accordance with Articles 15 and 16;

  • d.

    any other act, notification or communication relating to this Convention.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, the 4th day of November 1999, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe, to the non-member States which have participated in the elaboration of this Convention, to the European Community, as well as to any State invited to accede to it.

Burgerrechtelijk Verdrag inzake Corruptie

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa, de andere Staten en de Europese Gemeenschap die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Zich bewust van het belang van het versterken van de internationale samenwerking bij het bestrijden van corruptie;

Benadrukkend dat corruptie een belangrijke bedreiging vormt voor de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, billijkheid en sociale rechtvaardigheid, de economische ontwikkeling belemmert en de goede en eerlijke werking van markteconomieën in gevaar brengt;

Erkennend de nadelige financiële gevolgen van corruptie voor individuen, ondernemingen en Staten alsmede voor internationale instellingen;

Overtuigd van het belang van de bijdrage van het burgerlijk recht aan de bestrijding van corruptie, met name door personen die schade hebben geleden in staat te stellen een billijke vergoeding daarvan te ontvangen;

Herinnerend aan de conclusies en resoluties van de 19e (Malta, 1994), 21e (Tsjechische Republiek, 1997) en 22e (Moldavië, 1999) Conferenties van de Europese Ministers van Justitie;

Rekening houdend met het Actieprogramma tegen Corruptie aangenomen door het Comité van Ministers in november 1996;

Tevens rekening houdend met het haalbaarheidsonderzoek naar het opstellen van een verdrag inzake civiele rechtsmiddelen ter verkrijging van vergoeding voor schade die het gevolg is van corrupte handelingen, goedgekeurd door het Comité van Ministers in februari 1997;

Gelet op Resolutie (97) 24 inzake de 20 Richtsnoeren voor de bestrijding van corruptie, door het Comité van Ministers aangenomen tijdens zijn 101ste zitting in november 1997, op Resolutie (98) 7 houdende toestemming voor de aanneming van het Gedeeltelijke en Uitgebreide Akkoord tot oprichting van de “Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO)”, aangenomen door het Comité van Ministers in mei 1998, tijdens zijn 102e zitting, en op Resolutie (99) 5 waarbij GRECO wordt opgericht, aangenomen op 1 mei 1999;

Herinnerend aan de Slotverklaring en het Actieplan aangenomen door de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de Raad van Europa tijdens hun tweede top te Straatsburg in oktober 1997,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

MAATREGELEN TE NEMEN OP NATIONAAL NIVEAU

Artikel

1

Doelstelling

Elke Partij voorziet in haar interne recht erin dat personen die schade hebben geleden als gevolg van corrupte handelingen over doeltreffende rechtsmiddelen beschikken, teneinde hen in staat te stellen hun rechten en belangen te doen gelden, met inbegrip van de mogelijkheid vergoeding te verkrijgen voor geleden schade.

Artikel

2

Omschrijving van corruptie

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „corruptie” het, indirect of direct, vragen om, aanbieden, verstrekken of aanvaarden van steekpenningen of enig ander niet-gerechtvaardigd voordeel, of de belofte daarvan, hetgeen een ondermijnende invloed heeft op de correcte uitoefening van de taken of het vereiste gedrag van de ontvanger van de steekpenningen, het niet-gerechtvaardigde voordeel of de belofte daarvan.

Artikel

3

Schadevergoeding

Artikel

4

Aansprakelijkheid

Artikel

5

Verantwoordelijkheid van de Staat

Elke Partij voorziet in haar interne recht in passende procedures voor personen die schade hebben geleden als gevolg van een corrupte handeling van haar ambtenaren bij de uitoefening van hun taken, om schadevergoeding te vorderen van de Staat of, in het geval van een Partij die geen Staat is, van de desbetreffende autoriteiten van die Partij.

Artikel

6

Eigen schuld

Elke Partij voorziet in haar interne recht dat de vergoeding wordt verminderd of niet wordt toegekend, daarbij alle omstandigheden in aanmerking nemend, indien de eiser door zijn of haar eigen schuld heeft bijgedragen aan de schade of aan de toename daarvan.

Artikel

7

Verjaringstermijnen

Artikel

8

Geldigheid van contracten

Artikel

9

Bescherming van werknemers

Elke Partij voorziet in haar interne recht erin dat werknemers die redelijke gronden hebben om te vermoeden dat er corruptie plaatsvindt en die hun vermoeden te goeder trouw melden aan de verantwoordelijke personen of autoriteiten op passende wijze worden beschermd tegen ongerechtvaardigde sancties.

Artikel

10

Jaarrekeningen en controle

Artikel

11

Verkrijging van bewijs

Elke Partij voorziet in haar interne recht in doeltreffende procedures voor de verkrijging van bewijs in burgerrechtelijke procedures die voortvloeien uit een corrupte handeling.

Artikel

12

Maatregelen tot bewaring van recht

Elke Partij voorziet in haar interne recht erin dat rechters maatregelen kunnen opleggen tot bewaring van de rechten en belangen van de partijen in burgerrechtelijke procedures die voortvloeien uit een corrupte handeling.

HOOFDSTUK

II

INTERNATIONALE SAMENWERKING EN TOEZICHT OP DE UITVOERING

Artikel

13

Internationale samenwerking

De Partijen werken op doeltreffende wijze samen ter zake van aangelegenheden die betrekking hebben op burgerrechtelijke procedures in gevallen van corruptie, met name wat betreft de betekening van documenten, het verkrijgen van bewijs in het buitenland, rechtsmacht, erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke uitspraken en gerechtskosten, overeenkomstig de bepalingen van de toepasselijke internationale instrumenten inzake de internationale samenwerking in burgerlijke en handelszaken waar zij partij bij zijn, alsmede overeenkomstig hun nationale wetgeving.

Artikel

14

Toezicht

De Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO) houdt toezicht op de uitvoering van dit Verdrag door de Partijen.

HOOFDSTUK

III

SLOTBEPALINGEN

Artikel

15

Ondertekening en inwerkingtreding

Artikel

16

Toetreding tot het Verdrag

Artikel

17

Voorbehouden

Ten aanzien van de bepalingen van dit Verdrag kunnen geen voorbehouden worden gemaakt.

Artikel

18

Territoriale toepassing

Artikel

19

Verhouding tot andere instrumenten en overeenkomsten

Artikel

20

Wijzigingen

Artikel

21

Beslechting van geschillen

Artikel

22

Opzegging

Artikel

23

Kennisgeving

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad van Europa en alle andere ondertekenaars en Partijen bij dit Verdrag in kennis van:

  • a.

    elke ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    elke datum van inwerkingtreding van dit Verdrag in overeenstemming met de artikelen 15 en 16;

  • d.

    iedere andere akte, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg op 4 november 1999, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan iedere lidstaat van de Raad van Europa, aan de niet-lidstaten die hebben deelgenomen aan de opstelling van dit Verdrag, aan de Europese Gemeenschap en aan iedere Staat die is uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden.