Het Koninkrijk België,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
hierna „de lidstaten van de EG’’ genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie, en
de Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap’’ genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie,
enerzijds, en
de Democratische Volksrepubliek Algerije, hierna „Algerije’’ genoemd,
anderzijds,
Overwegende dat de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds1)PB L 265 van 10.10.2005, blz. 2., hierna „de Europees-mediterrane overeenkomst’’ genoemd, op 22 april 2002 in Valencia is ondertekend en op 1 september 2005 in werking is getreden;
Overwegende dat het Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie op 16 april 2003 in Athene is ondertekend en op 1 mei 2004 in werking is getreden;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003 de toetreding van de nieuwe overeenkomstsluitende partijen tot de Europees-mediterrane overeenkomst moet worden geregeld door de sluiting van een protocol bij die overeenkomst;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 21 van de Europees-mediterrane overeenkomst tussen de partijen overleg is gepleegd, teneinde de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Algerije in aanmerking te kunnen nemen,
Zijn het volgende overeengekomen: