Overeenkomst inzake het onderhoud van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa en de Nieuwe Sloot/Grenzschloot, alsmede het onderhoud en het beheer van werken in en langs deze watergangen

Overeenkomst inzake het onderhoud van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa en de Nieuwe Sloot/Grenzschloot, alsmede het onderhoud en het beheer van werken in en langs deze watergangen

Het Wasser- und Bodenverband Unterhaltungsverband 114 - Vechte, Neuenhaus, verder te noemen „Unterhaltungsverband”, vertegenwoordigd door de voorzitter,

en

het waterschap Bargerbeek, Klazienaveen, verder te noemen „waterschap”, vertegenwoordigd door de voorzitter,

  • -

    overwegende, dat de waterhuishoudkundige situatie in het gebied van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa sinds de op 9 en 14.08.1929 en op 19.04 en 08.06.1956 gesloten overeenkomst tussen de Landkreis Grafschaft Bentheim en het waterschap Schoonebeekerdiep - rechtsopvolger is het waterschap Bargerbeek - betreffende de uitvoering van het plan ter verbetering van de afvoermogelijkheden van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa, alsmede de destijds afgesloten onderhoudsovereenkomst, sedert 1968 belangrijk gewijzigd is door de verruiming, waardoor de grondslagen voor genoemde overeenkomsten weggevallen zijn,

  • -

    overwegende, dat de rechten en plichten van de beide partijen, met betrekking tot de verruiming van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa, zich naar de volgende criteria moeten schikken:

    • 1.

      naar grootte van het neerslaggebied van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa aan weerszijden van de grens, in de procentuele verhouding

      Unterhaltungsverband : waterschap = 73 : 27

      • 1.1.

        voor de verruiming van de stroom van km 0,000 tot km 20,766

      • 1.2.

        voor de grondverwerving van het onder 1.1 genoemde traject

      • 1.3.

        voor de nieuwbouw van de

        Berendsbrug bij km 0,425

        Wilmsbrug bij km 9,454

        Almingsbrug bij km 16,462

      • 1.4.

        voor de stuwen bij km 8,580 en km 13,346

    • 2.

      naar het gelijkwaardige belang van de beide partijen, in de procentuele verhouding

      Unterhaltungsverband : waterschap = 50 : 50

      • 2.1.

        voor de bruggen bij de stuwen bij km 8,580 en km 17,338

      • 2.2

        voor de stuw bij km 5,488

      • 2.3.

        voor de grondverwerving (grondruiling aan weerskanten van de grens) in plaats van de bouw van nieuwe bruggen

    • 3.

      voor eventuele nieuw te bouwen bruggen ingeval grondruil aan weerszijden van de grens niet mogelijk is, in de verhouding

      Unterhaltungsverband : waterschap = 2 : 1

    • 4.

      voor het eenzijdige belang van het waterschap bij de bouw van de stuw bij km 17,338, in de procentuele verhouding

      Unterhaltungsverband : waterschap = 0 : 100

  • -

    met de wens om na de verruiming van het Schoonebeekerdiep/Grenzaa een nieuwe onderhoudsregeling te treffen en het Schoonebeekerdiep/Grenzaa, alsmede de Nieuwe Sloot/Grenzschloot zo in stand te houden, dat de onbelemmerde afvoer overeenkomstig de capaciteit van het natte profiel verzekerd is,

  • -

    in aanmerking genomen paragraaf 4, artikel 59, lid 2 van het op 8 april 1960 gesloten grensverdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden,

sluiten de volgende overeenkomst:

Artikel

1

Artikel

2

De voor het onderhoud maatgevende toestand van de in artikel 1 genoemde watergangen en objecten zijn vastgesteld in een door beide partijen ondertekend basisplan, dat - met eventuele toekomstige veranderingen - een onderdeel vormt van deze overeenkomst.

Het basisplan bestaat uit een overzichtskaart schaal 1 : 25.000, lengteprofielen, representatieve dwarsprofielen en tekeningen van de kunstwerken.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

GETEKEND te Coevorden, 8 maart 1983 in vijfvoud, elk in de Duitse en Nederlandse taal, waarbij iedere tekst in gelijke mate bindend is.

Voor het Unterhaltungsverband 114- Vechte,

(w.g.) SCHÖPPERT

Verbandsvorsteher

(w.g.) HEMKES

Geschäftsführer

Voor het waterschap Bargerbeek,

(w.g.) K. MEINDERS

voorzitter

(gez.) J. C. BRANDT

Secretaris

Bijlage

nr. 1

Onderhoud van de in artikel 1 (5) genoemde bruggen:

  • 1.

    Berendsbrug bij km 0,425

    Waterschap Bargerbeek.

  • 2.

    Brug Ossestraat/Lauensteinstraat bij km 7,541

    Volgens wettelijke bepaling in de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden. Momenteel ieder op eigen grondgebied door de Strassenbauverwaltung van het land Niedersachsen en door de gemeente Schoonebeek.

  • 3.

    Wilmsbrug bij km 9,454

    Volgens wettelijke bepaling in de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden. Momenteel ieder op eigen grondgebied door de gemeente Emlichheim en de gemeente Schoonebeek.

  • 4.

    Almingsbrug bij km 16,462

    Volgens wettelijke bepaling in de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden. Momenteel ieder op eigen grondgebied door de gemeente Ringe en de gemeente Schoonebeek.

  • 5.

    Brug over de stuw bij km 8,580

    Waterschap Bargerbeek.

  • 6.

    Brug over de stuw bij km 17,338

    Unterhaltungsverband 114-Vechte.

  • 7.

    Oude houten brug bij km 17,496 (Hüser)

    Waterschap Bargerbeek.

  • 8.

    Oude houten brug bij km 17,750 (Schepers)

    Waterschap Bargerbeek.

Bijlage

nr. 2

Bediening van de in artikel 3 genoemde stuwen:

  • 1.

    Stuw bij km 5,488

    Normaal stuwpeil = + 10,20 m NN = + 10,20 m NAP

    Hoogste stuwpeil = + 10,50 m NN = + 10,50 m NAP

    Stuw bij km 8,580

    Normaal stuwpeil = + 11,20 m NN = + 11,20 m NAP

    Hoogste stuwpeil = + 11,50 m NN = + 11,50 m NAP

    Stuw bij km 13,346

    Normaal stuwpeil = + 12,50 m NN = + 12,50 m NAP

    Hoogste stuwpeil = + 13,00 m NN = + 13,00 m NAP

    Stuw bij km 17,338

    Normaal stuwpeil = + 14,10 m NN = + 14,10 m NAP

    Hoogste stuwpeil = + 14,40 m NN = + 14,40 m NAP

  • 2.

    In de vegetatieperiode dienen de stuwhoogte en de duur van de opstuwing door de onder 1 genoemde stuwen volgens economische en door de weersgesteldheid bepaalde behoefte, in overeenstemming met de betrokkenen, afwijkend van het normale stuwpeil tot het hoogste stuwpeil geregeld te worden.

  • 3.

    In de periode van 15 oktober tot 14 april (vegetatieloze periode) mag niet worden gestuwd. In onderling overleg kan hiervan worden afgeweken.