Protocol inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Protocol

betreffende de beslechting van geschillen inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien

(Geschillenprotocol)

EERSTE

DEEL

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Gemeenschapsoctrooirechtbanken

Artikel

2

Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Artikel

3

Rechtspositie

Artikel

4

Voorrechten en immuniteiten

In het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep wordt bepaald onder welke voorwaarden het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, de rechters daarvan, de leden van de Administratieve Commissie, de ambtenaren en andere personeelsleden van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep en de overige in het Protocol nader genoemde personen die werkzaam zijn bij het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, op het grondgebied van elke Verdragsluitende Staat de voorrechten en immuniteiten genieten welke ter vervulling van hun taak nodig zijn.

Artikel

5

Plenum en griffie

Artikel

6

Benoeming van de rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Artikel

7

President van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Artikel

8

Leiding

De leiding van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep berust bij zijn President. De President is tegenover de Administratieve Commissie verantwoording verschuldigd voor het bestuur, het financiële beheer en de rekeningen van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep.

Artikel

9

Administratieve Commissie

Artikel

10

Uitgavendekking

Artikel

11

Beloning van de leden van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep en Personeelsstatuut

Artikel

12

Reglement voor de procesvoering van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Het Gemeenschappelijk Hof van Beroep stelt zijn reglement voor de procesvoering op waarin onder meer het taalgebruik van het Hof wordt bepaald. Het reglement voor de procesvoering wordt met eenparigheid van stemmen goedgekeurd door de Administratieve Commissie.

TWEEDE

DEEL

BEPALINGEN INZAKE INTERNATIONALE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN TENUITVOERLEGGING

Artikel

13

Toepassing van het Bevoegdheids- en Executieverdrag

Artikel

14

Bevoegdheid

DERDE

DEEL

EERSTE AANLEG

Artikel

15

Bevoegdheid ter zake van inbreuk en geldigheid

Artikel

16

Kennisgeving aan het Europees Octrooibureau

De Gemeenschapsoctrooirechtbank van eerste aanleg waarbij een tegenvordering tot nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi is ingesteld, deelt de datum van instelling van de tegenvordering tot nietigverklaring mee aan het Europees Octrooibureau. Het Europees Octrooibureau schrijft dit feit in het Gemeenschapsoctrooiregister in.

Artikel

17

Territoriale bevoegdheid

Artikel

18

Schorsing van de procedure

Indien de beslissing over een rechtsvordering die aanhangig is gemaakt bij een Gemeenschapsoctrooirechtbank van eerste aanleg en die betrekking heeft op een Europese octrooiaanvrage die kan leiden tot de verlening van een Gemeenschapsoctrooi, afhankelijk is van de octrooieerbaarheid van de uitvinding, kan deze beslissing alleen worden gegeven nadat het Europees Octrooibureau een Gemeenschapsoctrooi heeft verleend dan wel de Europese octrooiaanvrage heeft afgewezen.

Artikel

19

Beslissingen omtrent de geldigheid

Artikel

20

Gevolgen van beslissingen inzake de geldigheid

Een in kracht van gewijsde gegane beslissing van een Gemeenschapsoctrooirechtbank van eerste aanleg tot vernietiging of wijziging van een Gemeenschapsoctrooi heeft, behoudens artikel 56, derde lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag, in alle Verdragsluitende Staten de gevolgen bedoeld in artikel 33 van dat Verdrag.

VIERDE

DEEL

TWEEDE AANLEG

Artikel

21

Bevoegdheid van de Gemeenschapsoctrooirechtbanken van tweede aanleg

Artikel

22

Bevoegdheid van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep voor vragen die in beroep zijn behandeld door Gemeenschapsoctrooirechtbanken van tweede aanleg

Het Gemeenschappelijk Hof van Beroep heeft uitsluitende bevoegdheid om te beslissen over vragen die in beroep zijn behandeld door Gemeenschapsoctrooirechtbanken van tweede aanleg betreffende:

  • a.

    de rechtsgevolgen van het Gemeenschapsoctrooi en van de Europese octrooiaanvragen krachtens de artikelen 25 tot en met 33 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag, voor zover zich daarbij geen vragen van nationaal recht voordoen;

  • b.

    de geldigheid van het overeenkomstig artikel 15, tweede lid, betwiste Gemeenschapsoctrooi.

Artikel

23

Verwijzingen door een Gemeenschapsoctrooirechtbank van tweede aanleg naar het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Artikel

24

Aard van de procedure voor het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Het Gemeenschappelijk Hof van Beroep behandelt alle vragen die aan dit Hof worden voorgelegd en doet recht zowel ten aanzien van de feiten als van het recht.

Artikel

25

Beslissingen van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Artikel

26

Toepasselijk recht

Het Gemeenschappelijk Hof van Beroep past het bepaalde in het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien toe.

Artikel

27

Gevolgen van de beslissing

Een beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep is bindend bij de verdere behandeling van de zaak.

Artikel

28

Aanvullende bevoegdheid van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

VIJFDE

DEEL

DERDE AANLEG EN PREJUDICIELE BESLISSINGEN

Artikel

29

Beroep in cassatie bij nationale rechterlijke instanties

Het nationale recht inzake beroep in cassatie is van toepassing op beslissingen van Gemeenschapsoctrooirechtbanken van tweede aanleg over vragen waarvoor het Gemeenschappelijk Hof van Beroep geen uitsluitende bevoegdheid krachtens artikel 22 heeft.

Artikel

30

Procedure inzake prejudiciële beslissingen voor het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

ZESDE

DEEL

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE GEMEENSCHAPSOCTROOIRECHTBANKEN VAN EERSTE EN TWEEDE AANLEG

Artikel

31

Eisen waaraan de rechters moeten voldoen

De rechters van de Gemeenschapsoctrooirechtbanken moeten ervaring met octrooirecht hebben.

Artikel

32

Toepasselijk recht

Artikel

33

Procedure

Artikel

34

Specifieke bepalingen inzake samenhangende vorderingen

Artikel

35

Sancties

Artikel

36

Voorlopige en beschermende maatregelen

ZEVENDE

DEEL

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel

37

Procedures waarop het Protocol van toepassing is

Dit Protocol is alleen van toepassing op vorderingen die na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien zijn ingesteld.

Artikel

38

Toepassing van het Bevoegdheids- en Executieverdrag

De bepalingen van het Bevoegdheids- en Executieverdrag, die krachtens de voorgaande artikelen van toepassing zijn, worden ten aanzien van een Verdragsluitende Staat waarvoor dat Verdrag nog niet in werking is getreden, eerst van kracht wanneer het voor deze Staat in werking treedt.

Artikel

39

Benoeming van rechters in het Gemeenschappelijk Hof van Beroep gedurende een overgangsperiode

Bijlage

Gemeenschapoctrooirechtbanken

Verdragsluitende Staten

Naam van de rechterlijke instanties

a)

Eerste aanleg

Territoriale bevoegdheid

b)

Tweede aanleg

BELGIQUE

a)

Tribunal de première instance de

Bruxelles

Toute la Belgique

b)

Cour d'Appel de Bruxelles

Toute la Belgique

BELGIE

a)

Rechtbank van eerste aanleg

Hele Belgische grondgebied

Brussel

b)

Hof van Beroep te Brussel

Hele Belgische grondgebied

DANMARK

a)

- Østre landsret

Staden København

og øernes amter

- Vestre landsret

Jyllands amter

b)

Højesteret

Hele riget

a)

-Landgericht Braunschweig

- Land Niedersachsen

- Landgericht Düsseldorf

- Land Nordrhein-Westfalen

- Landgericht Frankfurt (Main)

- Länder Hessen und Rheinland-Pfalz

- Landgericht Hamburg

- Länder Bremen, Hamburg und Schleswig-Holstein

- Landgericht Mannheim

- Land Baden-Württemberg

- Landgericht München 1

- Oberlandesgerichtsbezirk München

- Landgericht Nürnberg-Fürth

- Oberlandesgerichtsbezirke Nürnberg und Bamberg

DEUTSCHLAND

- Landgericht Berlin

- Landgericht Saarbrcken

- Land Berlin

- Saarland

b)

- Oberlandesgericht Braunschweig

- Land Niedersachsen

- Oberlandesgericht Düsseldorf

- Land Nordrhein-Westfalen

- Oberlandesgericht Frankfurt (Main)

- Länder Hessen und Rheinland-Pfalz

- Oberlandesgericht Hamburg

- Länder Bremen, Hamburg und Schleswig-Holstein

- Oberlandesgericht Karlsruhe

- Land Baden-Württemberg

- Oberlandesgericht München

- Oberlandesgerichtsbezirk München

- Oberlandesgencht Nürnberg

- Oberlandesgenchtsbezirke Nürnberg und Bamberg

- Kammergencht Berlin

- Land Berlin

- Oberlandesgericht Saarbrücken

- Saarland

ΕΛΛΑΔΑ

α)

- Πρωτοδικείο Αθηνών

- Περιφέρειες τυν Εφετείων Αθηνύν, Πειραιώς, Πατρών, Ναυπλίου, Κρήτης και Δωδε κανήσου

- Πρωτοδικείο θεσσαλονίκηζ

- Περιφέρειες τυν Εφετείων θεσσαλονίκης, Θράκης, Αιγαίου, Λαρίσσης, Ιωαννίνων και Κερκύρας

ß)

- Εφετείο Αθηνών

- Περιφέρειες των Εφετείων Αθηνών, Πειραιώς, Πατρών, Ναυπλι ου, Κρήτης και Δωδεκανήσου

- Εφετείο θεσσαλονίκης

- Περιφέρειες των Εφετείων θεσσαλονίκης, Θράκης, Αιγαίου, Λαρίσοης, Ιωαννίνων και Κερκύρας

FRANCE

Les ressorts des Cours d'appel de:

a)

- Tribunal de Marseille

- Aix-en-Provence, Bastia, Nîmes

- Tribunal de Bordeaux

- Agen, Bordeaux, Poitiers

- Tribunal de Strasbourg

- Colmar

- Tribunal de Lille

- Amiens. Douai

- Tribunal de Limoges

- Bourges, Limoges, Riom

- Tribunal de Lyon

- Chambéry, Lyon, Grenoble

- Tribunal de Nancy

- Besançon. Dijon, Nancy

- Tribunal de Paris

- Orléans, Paris. Versailles, Reims, Rouen, Basse Terre, Fort-de-France, Saint-Denis (Réunion), Nouméa, Papeete

- Tribunal de Rennes

- Angers, Caen, Rennes

- Tribunal de Toulouse

- Pau, Montpellier, Toulouse

b)

- Cour d'appel d'Aix

- Aix-en-Provence, Bastia, Nîmes

- Cour d'appel de Bordeaux

- Agen, Bordeaux, Poitiers

- Cour d'appel de Colmar

- Colmar

- Cour d'appel de Douai

- Amiens, Douai

- Cour d'appel de Limoges

- Bourges, Limoges, Riom

- Cour d'appel de Lyon

- Chambéry, Lyon, Grenoble

- Cour d'appel de Nancy

- Besançon, Dijon, Nancy

- Cour d'appel de Paris

- Orléans, Paris, Versailles,

Reims, Rouen, Basse Terre, Fort-de-France, Saint-Denis (Réunion), Nouméa, Papecle

FRANCE

Les ressorts des Cours d'appel de:

- Cour d'appel de Rennes

- Angers, Caen, Rennes

- Cour d'appel de Toulouse

- Pau, Montpellier, Toulouse

EIRE

a)

An Ard-Chúirt

Eire go huile

b)

An Chúirt Uachtarach

Eire go huile

IRELAND

a)

The High Court

All of Ireland

b)

The Supreme Court

All of Ireland

ITALIA

a)

- Tribunale di Torino

- Piemonte, Liguria, Val

d'Aosta

- Tribunale di Milano

- Lombardia, Veneto,

Trentino-Alto Adige,

Friuli-Venezia Giulia

- Tribunale di Bologna

- Emilia-Romagna, Toscana,

Marche

- Tribunale di Roma

- Lazio, Umbria, Campania,

Abruzzi, Molise

- Tribunale di Bari

- Puglia, Basilicata, Calabria

- Tribunale di Palermo

- Sicilia

- Tribunale di Cagliari

- Sardegna

b)

- Corte d'appello di Torino

- Piemonte, Liguria, Val

d'Aosta

- Corte d'appello di Milano

- Lombardia, Veneto,

Trentino-Alto Adige,

Friuli-Venezia Giulia

- Corte d'appello di Bologna

- Emilia-Romagna, Toscana,

Marche

- Corte d'appello di Roma

- Lazio, Umbria, Campania.

Abruzzi, Molise

- Corte d'appello di Bari

- Puglia, Basilicata, Calabria

- Corte d'appello di Palermo

- Sicilia

- Corte d'appello di Cagliari

- Sardegna

LUXEMBOURG

a)

Tribunal d'arrondissement de

Tout le Luxembourg

Luxembourg ou de Diekirch

b)

Cour d'appel du Grand-Duché

Tout le Luxembourg

NEDERLAND

a)

Arrondissementsrechtbank te

's-Gravenhage

Hele Nederlandse grondgebied

b)

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Hele Nederlandse grondgebied

UNITED KINGDOM

a)

- The Patent Court

- England and Wales

- The Outer House of the Court of Session

- Scotland

- The High Court

- Northern Ireland

b)

- The Court of Appeal

- England and Wales

- The Inner House of the Court of Session

- Scotland

- The Court of Appeal

- Northern Ireland

Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van het gemeenschappelijk Hof van Beroep

(Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten)

Artikel

1

Artikel

2

De archieven van het Hof en documenten die het Hof toebehoren of die onder zich heeft, zijn onschendbaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Goederen die door het Hof worden ingevoerd of uitgevoerd voor het verrichten van zijn officiële werkzaamheden, zijn vrijgesteld van alle in- en uitvoerrechten en -heffingen, andere dan rechten of herringen die betrekking hebben op verleende diensten, alsmede van alle in- en uitvoerverboden en -beperkingen.

Artikel

7

Geen vrijstelling op grond van de artikelen 5 en 6 wordt verleend ten gerieve van de rechters, de ambtenaren en andere personeelsleden van het Hof persoonlijk.

Artikel

8

Artikel

9

De verzending van geschriften door of aan het Hof wordt op geen enkele wijze beperkt.

Artikel

10

Het Hof kan, zonder onderworpen te zijn aan enige controle, regeling of uitstel van betaling:

  • a.

    gelden en deviezen van elke aard ontvangen en bezitten en rekeningen aanhouden in elke munt van de Lid-Staten van de Gemeenschap of in Europese rekeneenheden,

  • b.

    zijn gelden en deviezen vrijelijk overmaken van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen naar een andere Lid-Staat of naar een derde staat.

Artikel

11

Artikel

12

De Verdragsluitende Staten nemen alle gepaste maatregelen waardoor het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de rechters, ambtenaren en andere personeelsleden van het Hof worden vergemakkelijkt.

Artikel

13

Artikel

14

De rechters, de ambtenaren en de andere personeelsleden van het Hof:

  • a.

    genieten, ook nadat zij hun functies beëindigd hebben, vrijstelling van rechtsvervolging met betrekking tot handelingen, waaronder begrepen gesproken en geschreven woorden, door hen in de uitoefening van hun functie verricht; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding begaan door een rechter, een ambtenaar of een ander personeelslid van het Hof, noch in geval van schade die is veroorzaakt door een motorvoertuig dat toebehoort aan of bestuurd werd door een rechter, een ambtenaar of een ander personeelslid;

  • b.

    zijn vrijgesteld van alle verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst;

  • c.

    genieten onschendbaarheid met betrekking tot al hun officiële papieren en documenten;

  • d.

    genieten, evenals hun inwonende gezinsleden, dezelfde faciliteiten ten aanzien van vrijstelling van alle maatregelen die de immigratie beperken en de inschrijving van vreemdelingen regelen, als die welke in het algemeen worden toegekend aan personeelsleden van internationale organisaties;

  • e.

    genieten dezelfde voorrechten met betrekking tot deviezenregelingen als die welke in het algemeen worden toegekend aan personeelsleden van internationale organisaties;

  • f.

    genieten bij een internationale crisis, wat terugkeer naar hun vaderland betreft, dezelfde faciliteiten als die welke aan diplomatieke vertegenwoordigers worden toegekend; hun inwonende gezinsleden genieten dezelfde faciliteiten;

  • g.

    zijn gerechtigd om de eerste maal dat zij hun werkzaamheden in de betrokken Staat aanvangen, hun huisraad en persoonlijke bezittingen vrij van rechten in te voeren, en bij het beëindigen van hun functie in die Staat hun huisraad en persoonlijke bezittingen vrij van rechten uit te voeren, met inachtneming van de voorwaarden welke de Regering van de Staat op het grondgebied waarvan dit recht wordt uitgeoefend als noodzakelijk beschouwt en met uitzondering van de goederen welke in die Staat zijn aangeschaft en waarvoor aldaar een uitvoerverbod bestaat.

Artikel

15

Artikel

16

De Administratieve Commissie bepaalt op welke categorieën ambtenaren en andere personeelsleden het bepaalde in artikel 14, geheel of gedeeltelijk, en het bepaalde in artikel 15 van toepassing is. De namen, hoedanigheden en adressen van ambtenaren en andere personeelsleden van die categorieën, alsmede van de rechters, worden op gezette tijden aan de Verdragsluitende Staten medegedeeld.

Artikel

17

Indien het Hof een eigen systeem voor sociale verzekering instelt, zijn het Hof en de rechters, ambtenaren en andere personeelsleden van het Hof vrijgesteld van alle verplichte bijdragen aan nationale sociale verzekeringsorganen, behoudens de overeenkomsten die het Hof met de Verdragsluitende Staten sluit overeenkomstig het bepaalde in artikel 23.

Artikel

18

Artikel

19

Ingeval tegen een rechter wiens immuniteit is opgeheven, een strafvervolging wordt ingesteld, kan hij in elk der Lid-Staten slechts worden berecht door de instantie, welke bevoegd is tot berechting van de leden van het hoogste nationale rechterlijke college.

Artikel

20

Artikel

21

Elke Verdragsluitende Staat behoudt het recht alle voorzorgen te treffen die nodig zijn in het belang van zijn veiligheid.

Artikel

22

Geen enkele Verdragsluitende Staat is verplicht de in de artikelen 13 en 14, sub b, e en g, bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan zijn eigen onderdanen en ingezetenen.

Artikel

23

Het Hof kan, bij besluit van de Administratieve Commissie, met een of meer Verdragsluitende Staten aanvullende overeenkomsten aangaan ten einde uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Protocol met betrekking tot die Staat of die Staten, alsmede andere regelingen treffen ter waarborging van een goede werking van het Hof en ter bescherming van zijn belangen.

Protocol

betreffende het Statuut van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep

Artikel

1

Het krachtens artikel 2 van het Protocol betreffende de beslechting van geschillen, inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien, hierna genoemd „Geschillenprotocol”, ingestelde Gemeenschappelijk Hof van Beroep, hierna genoemd „Hof”, wordt samengesteld en oefent zijn functies uit overeenkomstig de bepalingen van het Geschillenprotocol en van dit Protocol.

DEEL

I

RECHTERS

Artikel

2

Alvorens zijn ambt te aanvaarden, moet iedere rechter in openbare zitting de eed afleggen dat hij zijn functie zal uitoefenen in volkomen onpartijdigheid en geheel overeenkomstig zijn geweten en dat hij niets van het geheim der beraadslagingen openbaar zal maken.

Artikel

3

De rechters mogen geen politieke functie of bestuursambt uitoefenen.

Zij mogen geen beroepswerkzaamheid al dan niet tegen beloning verrichten, tenzij van deze bepaling door de Administratieve Commissie bij uitzondering afwijking is toegestaan.

Bij hun ambtsaanvaarding verbinden zij zich plechtig om gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode.

In geval van twijfel beslist het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Artikel

4

Behalve door periodieke vervanging of door overlijden eindigt de ambtsuitoefening van een rechter door ontslag.

Ingeval een rechter ontslag vraagt, richt hij daartoe tot de President van het Hof een brief die aan de Voorzitter van de Administratieve Commissie wordt doorgezonden. Door laatstbedoelde kennisgeving ontstaat een vacature.

Behoudens in gevallen waarin artikel 5 toepassing vindt, blijft elke rechter zitting hebben totdat zijn opvolger in functie treedt.

Artikel

5

Een rechter kan slechts van zijn ambt worden ontheven of van zijn recht op pensioen of van andere als zodanig geldende gunsten vervallen worden verklaard, wanneer hij, naar het oordeel van een drie vierde meerderheid van de rechters van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft opgehouden aan de gestelde voorwaarden of aan de uit zijn ambt voortvloeiende verplichtingen te voldoen.

De ontheffingsprocedure wordt ingeleid door de instantie die daartoe in het reglement voor de procesvoering wordt aangewezen.

De President van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen geeft van de beslissing kennis aan de Voorzitter van de Administratieve Commissie.

Wordt beslist dat een rechter van zijn ambt wordt ontheven, dan ontstaat door laatstbedoelde kennisgeving een vacature.

Artikel

6

De rechters wier ambtsuitoefening vóór het verstrijken van hun mandaat eindigt, worden voor de verdere duur van het mandaat vervangen.

DEEL

II

ORGANISATIE

Artikel

7

In het belang van de dienst worden aan het Hof ambtenaren en andere personeelsleden verbonden. Zij ressorteren onder de President van het Hof.

Artikel

8

De rechters zijn verplicht verblijf te houden in de plaats waar het Hof zijn zetel heeft.

Artikel

9

Het Hof is permanent in functie. De rechterlijke vakanties worden door het Hof met inachtneming van de eisen van de dienst vastgesteld.

Artikel

10

Het voltallige Hof en zijn kamers kunnen slechts in oneven getal op geldige wijze beslissen.

De beslissingen van het voltallige Hof zijn geldig wanneer het kleinste oneven aantal leden boven de helft van het ledental van het Hof zitting houdt.

De beslissingen van de kamers zijn geldig wanneer zij door drie rechters zijn genomen; in geval van verhindering van een der rechters van een kamer kan overeenkomstig de in het reglement voor de procesvoering vastgestelde bepalingen, een beroep worden gedaan op een rechter van een andere kamer.

Artikel

11

De rechters mogen niet deelnemen aan de berechting van enige zaak waarin zij vroeger zijn opgetreden als raadsman of advocaat van een van beide partijen, of waarover zij geroepen zijn geweest zich uit te spreken als lid van een rechtbank, van een commissie van onderzoek of in enige andere hoedanigheid.

Wanneer een rechter om een bijzondere reden meent niet te kunnen deelnemen aan de berechting of het onderzoek van een bepaalde zaak, deelt hij dit aan de President mee. Ingeval de President van oordeel is dat een rechter om een bijzondere reden niet over een bepaalde zaak dient te zitten, stelt hij de betrokkene hiervan in kennis.

Een rechter kan door elke partij worden gewraakt om een van de in eerste alinea genoemde redenen of op verdenking van partijdigheid.

Partijen kunnen geen wijziging in de samenstelling van het Hof of van een van zijn kamers verlangen met een beroep op de nationaliteit van een rechter, of op het feit dat in het Hof of in een van zijn kamers een rechter van zijn nationaliteit ontbreekt.

Levert de toepassing van dit artikel moeilijkheden op, dan beslist het Hof.

Artikel

12

De Partijen worden voor het Hof vertegenwoordigd door een bij de balie van een van de Verdragsluitende Staten ingeschreven advocaat.

De advocaat kan zich doen bijstaan door een technisch raadsman die een op de lijst van het Europees Octrooibureau ingeschreven erkende gemachtigde is, die overeenkomstig artikel 62 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag bevoegd is voor de bijzondere organen van het Europees Octrooibureau op te treden, of door een technisch raadsman die in een Verdragsluitende Staat erkend is als octrooigemachtigde. Deze technische raadsman kan overeenkomstig het reglement voor de procesvoering bij de mondelinge behandeling het woord voeren.

De advocaten en technische raadslieden die voor het Hof verschijnen, genieten de voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies nodige rechten en waarborgen overeenkomstig de in het reglement voor de procesvoering vast te stellen bepalingen.

Ten aanzien van de advocaten en technische raadslieden die voor het Hof optreden, bezit het Hof overeenkomstig de in het reglement voor de procesvoering vast te stellen bepalingen de bevoegdheden, welke ter zake gewoonlijk aan gerechtshoven en rechtbanken worden toegekend.

Artikel

13

De procedure voor het Hof bestaat uit twee gedeelten: de schriftelijke en de mondelinge behandeling.

De schriftelijke behandeling omvat het toezenden aan de bij de procedure betrokkenen van de verzoekschriften, memoriën, verweerschriften en andere opmerkingen en conclusies alsmede van alle stukken en documenten welke ter ondersteuning in het geding worden gebracht of van hun voor eensluidend gewaarmerkte afschriften.

De toezending geschiedt door tussenkomst van de griffie in de volgorde en binnen de termijnen als bepaald in het reglement voor de procesvoering.

De mondelinge behandeling bestaat uit de voorlezing van het rapport van de rechter-rapporteur, het horen door het Hof van advocaten en technische raadslieden, en zo nodig, het horen van getuigen en deskundigen.

Artikel

14

Het Hof kan partijen verzoeken alle stukken over te leggen en alle inlichtingen te verstrekken, welke het wenselijk acht. In geval van weigering neemt het Hof hiervan akte.

Artikel

15

Nieuw bewijsmateriaal kan voor het Hof worden aangevoerd overeenkomstig het reglement voor de procesvoering.

Artikel

16

Het Hof is bevoegd te allen tijde een deskundig onderzoek op te dragen aan personen, lichamen, bureaus, commissies of organen te zijner keuze.

Artikel

17

Getuigen kunnen worden gehoord overeenkomstig de bepalingen van het reglement voor de procesvoering.

Artikel

18

Ten aanzien van gebrekige getuigen en deskundigen geniet het Hof dezelfde bevoegdheden als op dit gebied in de regel zijn toegekend aan gerechtshoven en rechtbanken, en kan het Hof geldboeten opleggen overeenkomstig het reglement voor de procesvoering.

Artikel

19

Getuigen en deskundigen kunnen onder ede worden gehoord zoals in het reglement voor de procesvoering bepaald is of op de wijze die in de nationale wetgeving van de getuige of de deskundige voorgeschreven is.

Artikel

20

Het Hof kan bevelen dat een getuige of deskundige door de rechterlijke instantie van zijn woonplaats wordt gehoord.

Dit bevel wordt ter uitvoering gericht tot de bevoegde rechterlijke instantie overeenkomstig het reglement voor de procesvoering. De stukken ter uitvoering van de rogatoire commissie worden op dezelfde wijze aan het Hof teruggezonden.

Het Hof draagt de kosten, maar deze kunnen waar nodig ten laste van partijen worden gebracht.

Artikel

21

Elke Verdragsluitende Staat beschouwt iedere schending van de eed van getuigen en deskundigen als het overeenkomstige strafbare feit bedreven voor een nationale rechtbank die in burgerlijke zaken recht doet. Op aangifte van het Hof vervolgt hij de daders van dit strafbare feit voor de bevoegde nationale rechterlijke instantie.

Artikel

22

De zittingen zijn openbaar, tenzij het Hof ambtshalve of op verzoek van partijen om gewichtige redenen anders beslist.

Artikel

23

Tijdens een mondelinge behandeling kan het Hof de deskundigen, de getuigen en de partijen zelf, horen. Deze laatste kunnen evenwel slechts pleiten bij monde van haar vertegenwoordigers.

Artikel

24

Van iedere zitting wordt proces-verbaal opgemaakt, dat door de President en een lid van de griffie wordt ondertekend.

Artikel

25

De rol der terechtzitting wordt door de President vastgesteld.

Artikel

26

De beraadslagingen van het Hof zijn en blijven geheim.

Artikel

27

De beslissing van het Hof is met redenen omkleed. Zij vermeldt de namen van de rechters die hebben beslist.

Artikel

28

De beslissing van het Hof wordt ondertekend door de President en een lid van de griffie. Zij wordt uitgesproken ter openbare zitting.

Artikel

29

Het Hof kan eenieder die aannemelijk maakt belang te hebben bij de beslissing van een voor het Hof aanhangig rechtsgeding, toestaan zich in dat rechtsgeding te voegen.

De conclusies van het verzoek tot voeging kunnen slechts strekken tot ondersteuning van de conclusies van een der partijen.

Artikel

30

Termijnen wegens afstand worden in het reglement voor de procesvoering vastgesteld.

Verval van instantie wegens het verstrijken van een procestermijn kan niet worden tegengeworpen wanneer de betrokkene toeval of overmacht aantoont.

Artikel

31

In geval van moeilijkheden nopens de betekenis en de strekking van een beslissing van het Hof krachtens artikel 28 van het Geschillenprotocol heeft het Hof tot taak dit uit te leggen, op verzoek van een der partijen welke haar belang ter zake aannemelijk maakt.

Artikel

32

Op de herziening van een overeenkomstig artikel 25 van het Geschillenprotocol gegeven beslissing van het Hof is van toepassing het recht van de Verdragsluitende Staat waarin de Gemeenschapsoctrooirechtbank van tweede aanleg die zich tot het Hof heeft gewend, gevestigd is. Artikel 23 van het Geschillenprotocol is ook op de herzieningsprocedure van toepassing.

Op de herziening van een overeenkomstig artikel 28 van het Geschillenprotocol gegeven beslissing van het Hof is artikel 62, eerste lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag in samenhang met artikel 125 van het Europees Octrooiverdrag van toepassing.

Artikel

33

Tenzij in het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien of in het nationale recht anders is bepaald, zullen het Hof en de rechterlijke of andere bevoegde instanties van de Verdragsluitende Staten elkaar op verzoek bijstaan door elkaar gegevens te verstrekken of inzage in dossiers te geven.

Artikel

34

Het in artikel 12 van het Geschillenprotocol bedoelde reglement voor de procesvoering van het Hof bevat, behalve de bepalingen van dit Protocol, alle andere bepalingen die nodig zijn voor de toepassing en voor zover nodig, de aanvulling van dit Protocol.

Protocol

inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien, gedaan te Luxemburg op 15 december 1989,

Overwegende dat het van belang is dat het stelsel van Gemeenschapsoctrooien kan worden toegepast wanneer de interne markt een feit wordt,

Overwegende dat er een procedure moet zijn waardoor dit doel bereikt kan worden indien zich moeilijkheden voordoen die de tijdige voltooiing van de in artikel 10 van het Akkoord bedoelde formaliteiten verhinderen, waarbij het einddoel evenwel de toepassing van het stelsel voor alle ondertekenende Staten blijft,

Overwegende dat, indien van deze procedure gebruik wordt gemaakt, de werking van het door het Akkoord opgezette stelsel zou vereisen dat nog vóór de inwerkingtreding van het Akkoord ten aanzien van alle ondertekenende Staten, bevoegdheden inzake Gemeenschapsoctrooien worden verleend aan bepaalde Instellingen van de Europese Gemeenschappen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Indien het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien, gedaan te Luxemburg op 15 december 1989, hierna genoemd „het Akkoord”, op 31 december 1991 niet in werking is getreden, wordt een Conferentie van de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap door de Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen bijeengeroepen. Deze Conferentie wordt gemachtigd om met eenparigheid van stemmen het aantal Lid-Staten vast te stellen dat het Akkoord bekrachtigd moet hebben, alvorens het in werking kan treden.

Artikel

2

Indien de Conferentie overeenkomstig het vorige artikel een besluit neemt, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a.

    met betrekking tot Gemeenschapsoctrooien heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de bevoegdheid die bij het Akkoord aan het Hof wordt verleend. Het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Economische Gemeenschap en het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie zijn van toepassing. Het reglement voor de procesvoering van het Hof wordt zo nodig overeenkomstig artikel 188 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap aangepast en aangevuld;

  • b.

    de andere in het Akkoord bedoelde Instellingen van de Europese Gemeenschappen alsmede de Rekenkamer, oefenen de bevoegdheden uit die bij het Akkoord aan die lichamen worden verleend;

  • c.

    bekrachtigingen na de inwerkingtreding van het Akkoord worden van kracht op de eerste dag van de derde maand na de nederlegging van de akte van bekrachtiging. Indien evenwel het Gemeenschapsoctrooiverdrag voor de betrokken Staat op een later tijdstip in werking treedt, treedt het Akkoord voor die Staat op de laatste datum in werking;

  • d.

    zolang het Akkoord ten aanzien van een ondertekenende Staat niet in werking is getreden, kan die Staat als waarnemer deelnemen aan vergaderingen van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie, hierna genoemd „Beperkte Commissie” en aan die van de Administratieve Commissie van het Gemeenschappelijk Hof Van Beroep, en kan hij in elk van deze organen voor dit doel een vertegenwoordiger en een plaatsvervangend vertegenwoordiger benoemen. Die Staat kan evenwel als volwaardig lid in het betrokken orgaan deelnemen indien:

    • -

      dat orgaan optreedt overeenkomstig artikel 13, tweede zin, van het Akkoord; of

    • -

      de Beperkte Commissie haar bevoegdheid bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag, uitoefent;

  • e.

    zolang het Akkoord voor een van de ondertekenende Staten nog niet van kracht is, wordt het bij de verdeelsleutel van artikel 20, lid 3, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag voor die Staat vastgestelde percentage evenredig over de Verdragsluitende Staten verdeeld. Na de inwerkingtreding van het Akkoord voor de betrokken Staat, blijft deze bepaling van kracht voor de verdeling van de ontvangsten uit jaartaksen die gend zijn voor Gemeenschapsoctrooien die niet gelden op het grondgebied van die Staat;

  • f.

    een percentage van de verdeelsleutel van artikel 20, derde lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag voor een ondertekenende Staat die het Akkoord nog niet heeft bekrachtigd op het tijdstip waarop het in werking treedt, mag niet eerder volgens de procedure van artikel 20, vierde en vijfde lid, van dit Verdrag worden gewijzigd dan vijf jaar nadat het Akkoord voor die Staat in werking getreden is;

  • g.

    wanneer het Akkoord voor een Staat van kracht wordt nadat het in werking is getreden, is artikel 82 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag van overeenkomstige toepassing op de aanvrage om een Europees octrooi waarop het Akkoord van toepassing is en waarin deze Staat aangewezen is;

  • h.

    een voorbehoud dat een ondertekenende Staat overeenkomstig artikel 83, eerste lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag heeft gemaakt, geldt uiterlijk tot het eind van het tiende jaar nadat het Akkoord voor alle ondertekenende Staten in werking getreden is. Artikel 83, tweede lid, is eveneens van toepassing.

Artikel

3

Artikel

4

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na nederlegging van de akte van bekrachtiging door de laatste van de twaalf ondertekenende Staten die deze handeling verricht.

Artikel

5

Dit Protocol, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan de Regering van elke Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Protocol hebben gesteld.

GEDAAN te Luxemburg, de vijftiende december negentienhonderdnegenentachtig.

Verklaring betreffende een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Op het tijdstip van de ondertekening van het Protocol betreffende een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien, komen de Regeringen van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap overeen dat, indien het Protocol op 31 december 1991 nog niet in werking is getreden, door de Voorzitter van de Raad der Europese Gemeenschappen een Conferentie van de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap wordt bijeengeroepen om met eenparigheid van stemmen te bepalen op welke wijze de Gemeenschapsregeling voor octrooien in werking kan treden bij de voltooiing van de interne markt.