Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen

Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Geleid door de wens uitvoering te geven aan artikel 220 van het Verdrag, krachtens hetwelk zij zich ertoe hebben verbonden met elkaar in onderhandeling te treden ter verzekering, voor hun onderdanen, van de afschaffing van dubbele belasting,

Gezien het belang, gelegen in de afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen,

Hebben besloten het onderhavige verdrag te sluiten, en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

Philippe de Schoutheete te Tervarent,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

Niels Helveg Petersen,

Minister van Economische Zaken;

de President van de Bondsrepubliek Duitsland:

Theo Waigel,

Minister van Financiën;

Jürgen Trumpf,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van de Helleense Republiek:

Ioannis Palaiokrassas,

Minister van Financiën;

Zijne Majesteit de Koning van Spanje:

Carlos Solchaga Catalán,

Minister van Economische Zaken en Financiën;

de President van de Franse Republiek:

Jean Vidal,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van Ierland:

Albert Reynolds,

Minister van Financiën;

de President van de Italiaanse Republiek:

Stefano de Luca,

Staatssecretaris van Financiën;

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

Jean-Claude Juncker,

Minister van Begroting, Minister van Financiën,

Minister van Arbeid;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

P. C. Nieman,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van de Portugese Republiek:

Miguel Beleza,

Minister van Financiën;

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

David H. A. Hannay KCMG,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

Die, in het kader van de Raad bijeen, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

HOOFDSTUK

I

TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Artikel

1

Artikel

2

HOOFDSTUK

II

ALGEMENE BEPALINGEN

DEEL

1

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel

3

DEEL

2

BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE WINSTCORRECTIES TUSSEN VERBONDEN ONDERNEMINGEN EN OP DE TOEREKENING VAN WINST AAN EEN VASTE INRICHTING

Artikel

4

De volgende beginselen dienen in acht te worden genomen bij de toepassing van dit Verdrag:

  • 1.

    Indien:

    • a.

      een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een onderneming van een andere Verdragsluitende Staat, of

    • b.

      dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van een andere Verdragsluitende Staat,

    en, in het ene of in het andere geval, tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mag winst die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

  • 2.

    Indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in een andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, wordt in elk van de Staten aan die vaste inrichting de winst toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is.

Artikel

5

Indien een Verdragsluitende Staat het voornemen heeft de winst van een onderneming te corrigeren conform de beginselen van artikel 4, stelt hij de onderneming tijdig in kennis van zijn voornemen en geeft hij haar de gelegenheid de andere onderneming in te lichten, zodat deze de andere Verdragsluitende Staat op haar beurt kan inlichten.

De Verdragsluitende Staat die dergelijke inlichtingen verstrekt, mag niet worden verhinderd de beoogde correctie uit te voeren.

Indien beide ondernemingen en de andere Verdragsluitende Staat na die kennisgeving de correctie aanvaarden, zijn de artikelen 6 en 7 niet van toepassing.

DEEL

3

REGELING VOOR ONDERLING OVERLEG EN ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Het definitieve karakter van de beslissingen die de betrokken Verdragsluitende Staten nemen met betrekking tot de belastingheffing van winsten die voortvloeien uit een transactie tussen verbonden ondernemingen, vormt geen beletsel om de in de artikelen 6 en 7 bedoelde procedure toe te passen.

Artikel

14

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt dubbele belastingheffing op winst geacht te zijn afgeschaft, indien ofwel:

  • a.

    de winst is opgenomen in de fiscale winstberekening in slechts één Staat; of

  • b.

    de op deze winst te heffen belasting in één Staat wordt verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de op deze winst in de andere Staat geheven belasting.

HOOFDSTUK

III

SLOTBEPALINGEN

Artikel

15

Dit Verdrag laat onverlet verdergaande verplichtingen met betrekking tot het afschaffen van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen, voortvloeiend uit andere verdragen waarbij de Verdragsluitende Staten partij zijn of zullen zijn of uit de nationale wetgeving van die Staten.

Artikel

17

Dit Verdrag wordt door de Verdragsluitende Staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen.

Artikel

18

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat die deze handeling als laatste verricht. Het Verdrag is van toepassing op de procedures bedoeld in artikel 6, lid 1, die na de inwerkingtreding zijn ingeleid.

Artikel

19

De Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van:

  • a.

    het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging;

  • b.

    de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag;

  • c.

    de in artikel 9, lid 4, bedoelde lijst van door de Verdragsluitende Staten aangewezen onafhankelijke personen, alsmede de wijzigingen daarin.

Artikel

20

Dit Verdrag wordt voor vijf jaar gesloten. Het wordt met telkens vijf jaar verlengd, mits geen van de verdragsluitende staten uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende periode daartegen schriftelijk bezwaar maakt bij de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

21

Iedere Verdragsluitende Staat kan te allen tijde verzoeken om herziening van dit Verdrag. In dat geval roept de Voorzitter van de Raad der Europese Gemeenschappen een conferentie voor de herziening bijeen.

Artikel

22

Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de tien teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de drieëntwintigste juli negentienhonderd negentig.

Slotakte

De gevolmachtigden van de Hoge Verdragsluitende Partijen,

bijeen te Brussel, op drieëntwintig juli negentienhonderd negentig, voor de ondertekening van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting ingeval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen,

hebben, bij de ondertekening van voornoemd Verdrag:

  • a.

    de volgende aan deze slotakte gehechte gemeenschappelijke verklaringen goedgekeurd:

    • -

      verklaring met betrekking tot artikel 4, punt 1,

    • -

      verklaring met betrekking tot artikel 9, lid 6,

    • -

      verklaring met betrekking tot artikel 13;

  • b.

    akte genomen van de volgende aan deze slotakte gehechte eenzijdige verklaringen:

    • -

      verklaring van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot artikel 7,

    • -

      individuele verklaringen van de verdragsluitende Staten met betrekking tot artikel 8,

    • -

      verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot artikel 16.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden hun handtekening onder deze slotakte hebben gezet.

GEDAAN te Brussel, de drieëntwintigste juli negentienhonderd negentig.

Gemeenschappelijke Verklaringen

Verklaring met betrekking tot artikel 4, punt 1

Artikel 4, punt 1, heeft zowel betrekking op het geval waarin een transactie rechtstreeks tussen twee juridisch onderscheiden ondernemingen tot stand komt, als op het geval waarin een transactie tot stand komt tussen de ene onderneming en de in een derde Verdragsluitende Staat gelegen vaste inrichting van de andere onderneming.

Verklaring met betrekking tot artikel 9, lid 6

De Lid-Staten behouden de volledige vrijheid ten aanzien van de aard en de draagwijdte van de passende bepalingen die zij vaststellen om inbreuken op de geheimhoudingsplicht tegen te gaan.

Verklaring met betrekking tot artikel 13

Wanneer in een of meer betrokken Verdragsluitende Staten de beslissingen betreffende belastingen waarop de procedures van de artikelen 6 en 7 van toepassing zijn, na afsluiting van de procedure van artikel 6 of na de in artikel 12 bedoelde beslissing zijn gewijzigd, en daaruit dubbele belasting in de zin van artikel 1 voortvloeit, mede gelet op de toepassing van het resultaat van deze procedure of beslissing, zijn de artikelen 6 en 7 van toepassing.

Eenzijdige Verklaringen

Verklaring met betrekking tot artikel 7

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk verklaren dat zij artikel 7, lid 3, zullen toepassen.

Individuele verklaringen van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot artikel 8

België

Onder de uitdrukking „ernstig strafbaar” («pénalité grave») moet worden verstaan strafrechtelijke of administratieve sancties in geval van

  • ofwel, misdrijven van gemeen recht die zijn gepleegd met het oog op belastingontduiking,

  • ofwel, overtredingen van de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen of van de ter uitvoering daarvan genomen besluiten die zijn begaan met bedrieglijke opzet of met het oogmerk om te schaden.”

Denemarken

Van „ernstig strafbaar” is sprake in geval van straffen wegens opzettelijke inbreuken op het gemene strafrecht of de lex specialis in gevallen die niet administratief kunnen worden afgedaan.

Inbreuken op de fiscale wetgeving kunnen in het algemeen administratief worden afgedaan wanneer de inbreuk geacht wordt niet te zullen leiden tot een straf die een boete te boven gaat.

Bondsrepubliek Duitsland

Als „ernstig strafbare” inbreuken op de fiscale voorschriften zijn te beschouwen alle inbreuken op de fiscale wetgeving waarop vrijheidsstraffen, geldstraffen of administratieve boetes zijn gesteld.

Griekenland

Volgens de Griekse belastingwetgeving is een onderneming „ernstig strafbaar”:

  • 1.

    Wanneer zij geen aangifte doet of onjuiste aangiften doet betreffende belastingen, heffingen of bijdragen die zij overeenkomstig de bestaande bepalingen verplicht is in te houden en aan de Schatkist af te dragen, dan wel betreffende de belasting over de toegevoegde waarde of de omzetbelasting of de speciale heffing op luxe-artikelen, voor zover het totale bedrag van genoemde belastingen, heffingen en bijdragen dat zij gehouden is aan te geven en af te dragen aan de Schatkist wegens transacties of andere handelingen die hebben plaatsgevonden binnen een tijdsbestek van een half kalenderjaar, meer is dan 600 000 drachmen, of meer is dan 1 000 000 drachmen voor een tijdsbestek van een heel kalenderjaar.

  • 2.

    Wanneer zij geen belastingaangifte doet van inkomsten, voor zover zij over het niet aangegeven inkomstenbedrag een belasting verschuldigd is van meer dan 300 000 drachmen.

  • 3.

    Wanneer zij geen belastingbescheiden zoals bedoeld in de belastingwetgeving, overlegt.

  • 4.

    Wanneer zij bescheiden in de zin van het voorgaande punt 3 overlegt die onjuistheden bevatten, wat betreft de hoeveelheid of de eenheidsprijs of de waarde, voor zover uit die onjuistheden een verschil voortvloeit van meer dan 10% van de totale hoeveelheid of de totale waarde van de goederen of de dienstverlening of de transactie in het algemeen.

  • 5.

    Wanneer zij onjuiste boeken en belastingstukken houdt, voor zover de onjuistheid wordt geconstateerd bij een normale controle waarvan de uitkomst bevestigd wordt, hetzij via een administratieve regeling van het geschil, hetzij ingevolge het verstrijken van de termijn om beroep aan te tekenen, hetzij met een definitieve uitspraak van de administratieve rechtbank, en voorzover er in de gecontroleerde bedrijfsperiode een verschil in de bruto-inkomsten van meer dan 20% blijkt te zijn ten opzichte van die welke zijn aangegeven, welk verschil in ieder geval niet minder dan 1 000 000 drachmen bedraagt.

  • 6.

    Wanneer zij niet aan de verplichting voldoet boeken en bescheiden als bedoeld in de betreffende bepalingen van de belastingwetgeving te houden.

  • 7.

    Wanneer zij, voor de verkoop van goederen of voor dienstverlening, valse, fictieve of vervalste facturen c.q. andere belastingbescheiden als bedoeld in bovenstaand punt 3, overlegt.

    Als vervalst wordt met name beschouwd het belastingstuk dat op een of andere manier is geperforeerd of gestempeld, terwijl deze handeling in de desbetreffende boeken van de bevoegde belastinginstantie niet geregistreerd is en voor zover het niet registreren bekend is aan degene die gehouden is het belastingstuk te verifiëren. Ook wordt een belastingstuk als vervalst beschouwd wanneer de inhoud en de overige gegevens van het origineel of de kopie daarvan, afwijken van hetgeen vermeld staat op het strookje van datzelfde stuk.

    Als fictief wordt met name het belastingstuk beschouwd dat verstrekt is voor een transactie, goederenverkeer of elke andere geheel of gedeeltelijk onbestaande reden, of voor een transactie die is verricht door andere personen dan die welke zijn vermeld in het belastingstuk.

  • 8.

    Wanneer zij willens en wetens handelt en op enigerlei wijze betrokken is bij de vervaardiging van valse belastingbescheiden of kennis draagt van het feit dat de bescheiden vals of fictief zijn, en op enigerlei wijze betrokken is bij het verstrekken daarvan, dan wel de valse of fictieve of vervalste belastingbescheiden aanvaardt met het doel een belastbare materie te verhelen.

Spanje

Onder „ernstige strafbare feiten” worden verstaan feiten waarop administratieve sancties zijn gesteld wegens ernstige fiscale inbreuken, alsmede strafrechtelijke sancties wegens delicten begaan jegens de belastingautoriteiten.

Frankrijk

Als „ernstig strafbaar” worden beschouwd feiten waarop strafrechtelijke sancties zijn gesteld, alsmede fiscale sancties zoals sancties wegens het niet-indienen van een aangifte na aanmaning, kwade trouw, frauduleuze handelingen, verzet tegen fiscale controle, verborgen bezoldigingen of uitkeringen, of rechtsmisbruik.

Ierland

„Ernstige strafbare feiten” omvatten feiten waarop sancties zijn gesteld wegens:

  • a.

    het niet-indienen van een aangifte,

  • b.

    het al dan niet opzettelijk indienen van een onjuiste aangifte,

  • c.

    het niet-bijhouden van een juiste boekhouding,

  • d.

    het weigeren stukken en bescheiden ter beschikking van de inspectie te stellen,

  • e.

    het beletten van personen die daartoe bij de wet zijn gemachtigd, om hun taak uit te oefenen,

  • f.

    het nalaten belastbare feiten aan te geven,

  • g.

    het afleggen van een valse verklaring om belastingaftrek te verkrijgen.

Per 3 juli 1990 waren deze feiten in de volgende wettelijke bepalingen strafbaar gesteld:

  • deel XXXV van de Income Tax Act van 1967;

  • afdeling 6 van de Finance Act van 1968;

  • deel XIV van de Corporation Tax Act van 1976;

  • afdeling 94 van de Finance Act van 1983.

Alle latere bepalingen die daarvoor in de plaats komen of daarin wijzigingen aanbrengen, behoren eveneens tot deze categorie.

Italië

Onder „ernstige strafbare feiten” worden verstaan onrechtmatige handelingen die in de zin van een nationale wet een fiscaal delict opleveren.

Luxemburg

Luxemburg beschouwt als „ernstige strafbare feiten” die feiten die de andere verdragsluitende Staat als zodanig voor de toepassing van artikel 8 heeft opgegeven.

Nederland

Onder een zware straf wordt verstaan een door de rechter opgelegde straf wegens het opzettelijk begaan van een van de in artikel 68, eerste lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde feiten.

Portugal

Onder de omschrijving „ernstig strafbaar” vallen strafrechtelijke sancties alsmede de overige fiscale straffen voor strafbare feiten die met fraude gepaard gaan of waarvoor een boete geldt van meer dan 1 000 000 (1 miljoen escudos).

Verenigd Koninkrijk

Voor het Verenigd Koninkrijk zijn feiten „ernstig strafbaar” als daarop strafrechtelijke of administratieve sancties zijn gesteld wegens het bedrieglijk of nalatig indienen met fiscale oogmerken van bescheiden, verzoeken tot vrijstelling, aftrek of terugbetaling, dan wel verklaringen.

Verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot artikel 16

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland behoudt zich het recht voor om de bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging te verklaren dat het Verdrag ook van toepassing is op het Land Berlijn.