Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van het Koninkrijk Zweden,

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,

Zijn overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten:

TITEL

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op onderdanen van de Verdragsluitende Partijen, op personen op wie de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen van toepassing is dan wel is geweest, alsmede op personen die hun rechten van dergelijke personen afleiden.

Artikel

4

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden voor de toepassing van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de volgende personen met onderdanen van deze Verdragsluitende Partij gelijkgesteld:

  • a)

    onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij;

  • b)

    vluchtelingen en staatlozen als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 bij genoemd Verdrag, alsmede in het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954;

  • c)

    andere personen met betrekking tot rechten welke zij van een onderdaan van een Verdragsluitende Partij of van een in dit artikel bedoelde vluchteling of staatloze afleiden.

Artikel

5

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen pensioenen en andere uitkeringen, met uitzondering van werkloosheidsuitkeringen, niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont.

Artikel

6

De bepalingen van een wetgeving van een Verdragsluitende Partij inzake vermindering, schorsing of intrekking van uitkeringen van een tak van sociale zekerheid ingeval van samenloop met uitkeringen van een andere tak of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn eveneens op een rechthebbende van toepassing met betrekking tot uitkeringen welke krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of met betrekking tot inkomsten welke zijn verworven of werkzaamheden welke zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

TITEL

II

Bepalingen inzake de toe te passen wetgeving

Artikel

7

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 is op werknemers uitsluitend de wetgeving van de Verdragsluitende Partij van toepassing op het grondgebied waarvan zij hun arbeid verrichten. Deze bepaling geldt ook indien de woonplaats van de werknemer of van de werkgever zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevindt.

Artikel

8

Artikel

9

Dit Verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer en het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid genoemde wetgevingen.

Artikel

10

TITEL

III

Bijzondere bepalingen inzake de verschillende soorten prestaties.

Hoofdstuk

1

Ziekte, moederschap en geboorte

Artikel

11

Indien een persoon tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen, worden deze tijdvakken, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, samengeteld voorzover zij niet samenvallen.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De vergoeding van de kosten van de ingevolge de artikelen 12 en 13 verleende verstrekkingen wordt vastgesteld en vindt plaats overeenkomstig door de bevoegde autoriteiten vast te stellen regelen. Deze autoriteiten kunnen overeenkomen dat van vergoeding tussen de betrokken verzekeringsorganen wordt afgezien.

Artikel

15

Degene die eventueel met inachtneming van artikel 11, voldoet aan de door de wetgeving van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen, geniet deze uitkeringen, zelfs indien hij zich op het grondgebied van de andere Staat bevindt.

De uitkeringen worden door het bevoegde verzekeringsorgaan betaald overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving.

Hoofdstuk

2

Invaliditeit, ouderdom en nagelaten betrekkingen

Toepassing van de Nederlandse wetgeving

Artikel

16

Wanneer op een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen of op een in artikel 4 letter b) bedoelde persoon op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ontstaan, de Zweedse wetgeving inzake pensioenen van toepassing is en hij voordien gedurende ten minste in totaal 12 maanden krachtens de Nederlandse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering verzekerd is geweest, heeft hij recht op een uitkering krachtens laatstbedoelde wetgeving, welke overeenkomstig de in artikel 17 gestelde regels wordt berekend.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Wanneer op een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen of op een in artikel 4, letter b) bedoelde persoon op het tijdstip van zijn overlijden de Zweedse wetgeving inzake pensioenen van toepassing is en hij voordien gedurende ten minste in totaal 12 maanden krachtens de Nederlandse wetgeving inzake weduwen- en wezenverzekering verzekerd is geweest, heeft zijn weduwe of hebben de wezen recht op een uitkering krachtens laatstbedoelde wetgeving, welke overeenkomstig de in artikel 20 gestelde regels wordt berekend.

Artikel

20

Het in artikel 19 bedoelde uitkeringsbedrag wordt berekend naar verhouding van de totale duur van de tijdvakken van verzekering, door de overledene krachtens de Nederlandse wetgeving vervuld voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd, tot het tijdvak liggende tussen de datum waarop hij de 15-jarige leeftijd heeft bereikt en de datum van zijn overlijden, doch uiterlijk de datum waarop hij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

Artikel

21

Het in artikel 4 neergelegde beginsel van gelijkheid van behandeling is niet van toepassing ten aanzien van de vrijwillig voortgezette verzekering inzake ouderdom en nagelaten betrekkingen voorzover het de betaling van verlaagde premies betreft.

Toepassing van de Zweedse wetgeving

Artikel

22

Artikel

23

Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen of een in artikel 4, letter b) of c) bedoelde persoon over onvoldoende Zweedse tijdvakken van verzekering beschikt om te voldoen aan de voorwaarden voor het recht op een basispensioen overeenkomstig de bepalingen welke gelden voor Zweedse onderdanen die buiten Zweden wonen, worden de tijdvakken van verzekering welke krachtens de Nederlandse wetgeving zijn vervuld in aanmerking genomen voor zover deze niet samenvallen met Zweedse tijdvakken van verzekering.

Artikel

24

Hoofdstuk

3

Werkloosheid

Artikel

25

Artikel

26

De duur van de uitkeringen waarop ingevolge artikel 25 krachtens de Zweedse wetgeving aanspraak bestaat, wordt beperkt ten einde rekening te houden met de periode waarover in de laatste twaalf maanden onmiddellijk aan de indiening van de aanvraag voorafgaande, aan de werkloze uitkeringen werden betaald door een Nederlands verzekeringsorgaan.

Hoofdstuk

4

Kinderbijslag

Artikel

27

TITEL

IV

Diverse bepalingen

Artikel

28

De bevoegde autoriteiten kunnen regels vaststellen ter uitvoering van dit Verdrag. Voorts dragen zij er zorg voor dat op hun onderscheiden grondgebieden verbindingsorganen worden aangewezen om de uitvoering van dit Verdrag te vergemakkelijken.

Artikel

29

Artikel

30

De bevoegde autoriteiten houden elkaar op de hoogte van de maatregelen welke voor de uitvoering van dit Verdrag binnen hun grondgebied zijn getroffen.

Artikel

31

Elke vrijstelling van zegelrechten, griffie- of registratierechten, welke op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen is verleend voor bescheiden en documenten die aan de autoriteiten en verzekeringsorganen op het grondgebied van deze Partij dienen te worden overgelegd, geldt eveneens voor bescheiden en documenten, die ter uitvoering van dit Verdrag aan de autoriteiten en verzekeringsorganen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dienen te worden overgelegd. Documenten en bescheiden die ter uitvoering van dit Verdrag dienen te worden overgelegd zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke of consulaire autoriteiten.

Artikel

32

Artikel

33

Artikel

34

Artikel

35

TITEL

V

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

Beide Verdragsluitende Partijen stellen elkaar er schriftelijk van in kennis dat de constitutionele procedures in hun onderscheiden landen vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, zijn vervuld. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum van de laatste van deze kennisgevingen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Stockholm op 2 juli 1982 in de Nederlandse, de Zweedse en de Engelse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk gezaghebbend.

Voor het Koninkrijk

der Nederlanden,

(w.g.) P. W. VAN HEUSDE

Voor het Koninkrijk

Zweden,

(w.g.) KARIN SÖDER

Slotprotocol

Bij de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden (hierna genoemd „het Verdrag”) hebben de gevolmachtigden die dit Protocol hebben ondertekend, vastgesteld dat over het volgende overeenstemming bestaat:

Voorzover het de Nederlandse wetgeving inzake de ziekteverzekering (verstrekkingen) betreft, is Hoofdstuk 1 van Titel III van het Verdrag slechts van toepassing op personen die krachtens de Ziekenfondswet verzekerd zijn.

Dit Protocol vormt een wezenlijk bestanddeel van het Verdrag.

GEDAAN in tweevoud te Stockholm op 2 juli 1982, in de Nederlandse, de Zweedse en de Engelse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk gezaghebbend.

Voor het Koninkrijk

der Nederlanden,

(w.g.) P. W. VAN HEUSDE

Voor het Koninkrijk

Zweden,

(w.g.) KARIN SÖDER

Administratief Akkoord voor de toepassing van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden, ondertekend te Stockholm op 2 juli 1982

Overeenkomstig artikel 28 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden, ondertekend te Stockholm op 2 juli 1982, zijn de bevoegde autoriteiten van de twee Staten, te weten:

  • -

    voor Nederland, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,

  • -

    voor Zweden, de Zweedse Regering,

voor de toepassing van het Verdrag de volgende bepalingen overeengekomen:

TITEL

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Akkoord:

  • a)

    wordt onder „Verdrag” verstaan het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden, ondertekend te Stockholm op 2 juli 1982;

  • b)

    hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in dat artikel toegekende betekenis.

Artikel

2

Artikel

3

TITEL

II

Toepassing van de bijzondere bepalingen inzake de verschillende soorten prestaties

Hoofdstuk

1

Ziekte, moederschap en geboorte

Artikel

4

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder de term „het verzekeringsorgaan van de tijdelijke verblijfplaats”:

in Nederland, het Algemeen Nederlands Onderling Ziekenfonds U.A., Utrecht;

in Zweden, het regionale algemene verzekeringskantoor

en onder de term „verzekeringsorgaan van de woonplaats”:

in Nederland, een door de betrokkene gekozen ziekenfonds in zijn woonplaats,

in Zweden, het regionale algemene verzekeringskantoor.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

In de gevallen bedoeld in de artikelen 12 en 13 van het Verdrag wordt tussen de verzekeringsorganen afgezien van vergoeding van de kosten van verstrekkingen welke ingevolge deze artikelen zijn verleend. Indien er echter reden is te veronderstellen dat er een aanzienlijk verschil is ontstaan tussen de wederzijdse kosten, zullen er, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een van de Staten, opnieuw onderhandelingen plaatsvinden over de toekomstige regeling van deze zaak.

Artikel

9

Hoofdstuk

2

Invaliditeit, ouderdom en nagelaten betrekkingen

Artikel

10

Artikel

11

Tenzij artikel 34, eerste lid van het Verdrag wordt toegepast, worden de pensioenen rechtstreeks aan de rechthebbende uitbetaald.

Ingeval genoemd lid wordt toegepast moeten de achterstallige termijnen worden betaald aan het verzekeringsorgaan dat een hoger bedrag dan het verschuldigde pensioen heeft uitbetaald.

Artikel

12

Artikel 11 is wat Zweden betreft eveneens van toepassing op lijfrenten welke ingeval van een arbeidsongeval verschuldigd zijn.

Hoofdstuk

3

Werkloosheid

Artikel

13

Indien met toepassing van Titel III, Hoofdstuk 3 van het Verdrag, in geval van werkloosheid in de ene Staat een uitkering wordt aangevraagd, wordt het verzekeringsorgaan van de andere Staat, zonodig via het verbindingsorgaan van die Staat, om inlichtingen verzocht.

Hoofdstuk

4

Kinderbijslag

Artikel

14

Het bevoegde verzekeringsorgaan van de Staat op het grondgebied waarvan het kind woont, verstrekt het bevoegde verzekeringsorgaan van de andere Staat alle informatie welke voor de toepassing van artikel 27, tweede lid van het Verdrag nodig is.

TITEL

III

Slotbepalingen

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De kosten voortvloeiende uit medische onderzoeken, noodzakelijk voor de toekenning of herziening van prestaties, worden door het verzekeringsorgaan voor rekening waarvan zij zijn verricht, vergoed aan het verzekeringsorgaan dat ermee belast was, op basis van de door dit laatste orgaan toegepaste tarieven.

Artikel

18

Dit akkoord treedt gelijktijdig met het Verdrag in werking en kan volgens dezelfde regels worden opgezegd als het Verdrag.

GEDAAN in tweevoud te Stockholm op 2 juli 1982 in de Nederlandse, de Zweedse en de Engelse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk gezaghebbend.

Voor de bevoegde

Nederlandse autoriteiten,

(w.g.) P. W. VAN HEUSDE

Voor de bevoegde

Zweedse autoriteit,

(w.g.) KARIN SÖDER