Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen

Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, en Noord-Ierland (Lid-Staten der Europese Gemeenschappen) en het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland,

De President van de Helleense Republiek,

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

De President van de Franse Republiek,

De President van Ierland,

De President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

De President van de Portugese Republiek,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voort te zetten,

Vastbesloten, in de geest van deze verdragen, op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,

Overwegende dat artikel 237 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap alsmede artikel 205 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, aan de Europese Staten de mogelijkheid bieden lid van deze Gemeenschappen te worden;

Overwegende dat het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek hebben verzocht lid te worden van deze Gemeenschappen;

Overwegende dat de Raad der Europese Gemeenschappen, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten;

Hebben besloten in gemeenschappelijk overleg de voorwaarden voor deze toelating en de in de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan te brengen aanpassingen vast te stellen, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning de Belgen,

De heer Wilfried Martens,

Eerste Minister

De heer Leo Tindemans,

Minister van Buitenlandse Betrekkingen

De heer Paul Noterdaeme,

Ambassadeur;

Parmanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

De heer Poul Schlüter,

Eerste Minister

De heer Uffe Ellemann-Jensen,

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer Jakob Esper Larsen,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

De President van de Bondsrepubliek Duitsland,

De heer Hans-Dietrich Genscher,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

De heer Gisbert Poensgen,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

De President van de Helleense Republiek,

De heer Yannis Haralambopoulos,

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer Theodoros Pagalos,

Staatssecretaris bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken belast met EEG-aangelegenheden

De heer Alexandre Zafiriou,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

De heer Felipe Gonzalez Marquez,

Minister President

De heer Fernando Moran Lopez,

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer Manuel Marin Gonzalez,

Staatssecretaris voor de betrekkingen met de Europese Gemeenschappen

De heer Gabriel Ferran de Alfaro,

Ambassadeur;

Hoofd van de Missie bij de Europese Gemeenschappen

De President van de Franse Republiek,

De heer Laurent Fabius,

Eerste Minister

De heer Roland Dumas,

Minister van Buitenlandse Betrekkingen

Mevrouw Catherine Lalumiere,

Gedelegeerd Minister belast met Europese Zaken

De heer Luc de La Barre de Nanteuil,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

De President van Ierland,

Dr. Garret Fitzgerald, T.D.

Eerste Minister

De heer Peter Barry, T.D.

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer Andrew O'Rourke,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

De President van de Italiaanse Republiek,

De heer Bettino Craxi,

Minister President

De heer Giulio Andreotti,

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer Pietro Calamia,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

De heer Jacques F. Poos,

Vice-Minister-President;

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer Joseph Weyland,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

Drs. Ruud F. M. Lubbers,

Minister President;

Minister van Algemene Zaken

De heer Hans van den Broek,

Minister van Buitenlandse Zaken

De heer H. J. Ch. Rutten,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

De President van de Portugese Republiek,

Dr. Mário Soares,

Eerste Minister

Dr. Rui Machete,

Vice-Eerste-Minister

Dr. Jaime Gama,

Minister van Buitenlandse Zaken

Dr. Ernâni Lopez,

Minister van Financiën en het Plan

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Sir Geoffrey Howe Q. C. M. P.

Staatssecretaris voor Buitenlandse en Gemenebest Zaken

Sir Michael Butler,

Ambassadeur;

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen

Die na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de regeringen der andere ondertekenende Staten.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld.

GEDAAN te Lissabon, de twaalfde juni negentienhonderd vijfentachtig.

Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal en de aanpassingen van de Verdragen

EERSTE

DEEL

BEGINSELEN

Artikel

1

In de zin van deze Akte:

  • -

    worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen” bedoeld het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij Verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden; worden met de uitdrukkingen „EGKS-Verdrag”, „EEG-Verdrag” en „EGA-Verdrag” bedoeld de desbetreffende aldus aangevulde of gewijzigde oorspronkelijke Verdragen;

  • -

    worden met de uitdrukking „huidige Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

  • -

    wordt met de uitdrukking „Gemeenschap in haar huidige samenstelling” bedoeld de Gemeenschap bestaande uit de huidige Lid-Staten;

  • -

    wordt met de uitdrukking „Gemeenschap in haar uitgebreide samenstelling” bedoeld de Gemeenschap in haar samenstelling zowel na de toetreding van 1972 als na de toetreding van 1979;

  • -

    wordt met de uitdrukking „nieuwe Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek.

Artikel

2

Onmiddellijk bij de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen van de Gemeenschappen vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor de nieuwe Lid-Staten en in deze Staten toepasselijk onder de voorwaarden voorzien in deze Verdragen en in deze Akte.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel 234 van het EEG-Verdrag en de artikelen 105 en 106 van het EGA-Verdrag zijn voor de nieuwe Lid-Staten van toepassing op de overeenkomsten en akkoorden gesloten voor hun toetreding.

Artikel

6

De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen.

Artikel

7

De door de Instellingen van de Gemeenschappen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing.

Artikel

8

De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen van de Gemeenschappen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen.

Artikel

9

Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen.

TWEEDE

DEEL

AANPASSING DER VERDRAGEN

TITEL

I

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Hoofdstuk

1

De Vergadering

Artikel

10

Wijzigt de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in de Vergadering door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen; Brussel, 20 september 1976.

Hoofdstuk

2

De Raad

Artikel

11

Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.

Artikel

12

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.

Artikel

13

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.

Artikel

14

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Hoofdstuk

3

De Commissie

Artikel

15

Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.

Artikel

16

Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.

Hoofdstuk

4

Het Hof van Justitie

Artikel

17

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome; 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Artikel

18

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Artikel

19

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome; 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Hoofdstuk

5

De Rekenkamer

Artikel

20

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Hoofdstuk

6

Het Economisch en Sociaal Comité

Artikel

21

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Hoofdstuk

7

Het Raadgevend Comité EGKS

Artikel

22

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.

Hoofdstuk

8

Het wetenschappelijk en technisch Comité

Artikel

23

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

TITEL

II

ANDERE AANPASSINGEN

Artikel

24

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957.

Artikel

25

DERDE

DEEL

AANPASSING VAN DE BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN

Artikel

26

Ten aanzien van de besluiten genoemd in de lijst die voorkomt in bijlage I van deze Akte vinden de aanpassingen plaats die in die bijlage worden omschreven.

Artikel

27

De ingevolge de toetreding noodzakelijke aanpassingen van de in de lijst die voorkomt in bijlage II van deze Akte genoemde besluiten, worden verricht overeenkomstig de in die bijlage vervatte richtsnoeren en volgens de procedure en op de wijze bepaald in artikel 396.

VIERDE

DEEL

OVERGANGSMAATREGELEN

TITEL

I

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

28

Artikel

29

Voor de toepassing van artikel 2, tweede alinea, van het Verdrag tot Instelling van één Raad en één Commissie welke de Gemeenschappen gemeen hebben is de in artikel 11 van de onderhavige Akte vastgestelde volgorde van de nieuwe Lid-Staten van toepassing zodra de laatste periode van het Voorzitterschap in de volgorde van de Lid-Staten vastgesteld in voornoemd artikel 2 in de vóór de toetreding geldende versie, is verstreken.

TITEL

II

OVERGANGSMAATREGELEN BETREFFENDE SPANJE

Hoofdstuk

1

Vrij verkeer van goederen

Afdeling

I

Tariefbepalingen

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

In geen geval worden binnen de Gemeenschap douanerechten toegepast die hoger zijn dan die welke gelden ten opzichte van derde landen waarvoor de meestbegunstigingsclausule geldt.

Ingeval de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden gewijzigd of geschorst of ingeval het Koninkrijk Spanje artikel 40 toepast, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de nodige maatregelen nemen ter handhaving van de communautaire preferentie.

Ingeval de rechten van het eengemaakte EGKS-tarief worden gewijzigd of geschorst of ingeval het Koninkrijk Spanje artikel 40 toepast, kan de Commissie de nodige maatregelen nemen ter handhaving van de communautaire preferentie.

Artikel

33

Het Koninkrijk Spanje kan de heffing van de rechten die worden toegepast op uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ingevoerde produkten geheel of gedeeltelijk schorsen. Zij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis.

De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de heffing van de rechten die worden toegepast op uit Spanje ingevoerde produkten geheel of gedeeltelijk schorsen.

Artikel

34

De uit artikel 30 voortvloeiende tariefcontingenten met verlaagde rechten die gelden bij de invoer in Spanje van bepaalde nieuwe personenvoertuigen van post ex 87.02 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief worden onmiddellijk bij de toetreding afgeschaft voor uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ingevoerde voertuigen.

Met ingang van 1 januari 1986 opent het Koninkrijk Spanje jaarlijkse tariefcontingenten met een verlaagd recht voor de invoer van automobielen voor personenvervoer, met explosiemotor of verbrandingsmotor, met uitzondering van touringcars en autobussen, van post 87.02 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. Het bepaalde in protocol nr. 6 is van toepassing op de toelating van deze automobielen tot de tariefcontingenten.

Artikel

35

De in het verkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje bestaande heffingen van gelijke werking als invoerrechten worden afgeschaft op 1 maart 1986.

Met ingang van 1 maart 1986 worden geen invoerrechten van fiscale aard toegepast.

Artikel

36

De in het verkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje bestaande uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking worden op 1 maart 1986 afgeschaft.

Artikel

37

Artikel

38

De in het gemeenschappelijk douanetarief van de Gemeenschap vermelde autonome rechten zijn de autonome rechten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. De conventionele rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van de EEG en van het eengemaakte EGKS-tarief zijn de conventionele rechten van de EEG en de EGKS in hun huidige samenstelling, met uitzondering van de aanpassingen die daarin aangebracht zullen worden om rekening te houden met het feit dat de rechten van het Spaanse en Portugese tarief over het geheel genomen hoger zijn dan de rechten van de tarieven van de EEG en de EGKS in hun huidige samenstelling.

Deze aanpassingen, waarover zal worden onderhandeld in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel, zullen binnen de grenzen van de door artikel XXIV van die Overeenkomst geboden mogelijkheden blijven.

Artikel

39

Artikel

40

Bij de aanpassing van zijn tarief aan het gemeenschappelijk douanetarief en aan het eengemaakte EGKS-tarief staat het het Koninkrijk Spanje vrij om zijn douanerechten in een sneller ritme te wijzigen dan is bepaald in artikel 37. Het stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis.

Artikel

41

Gedurende het tijdvak van afschaffing van de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en het Koninkrijk Spanje en het tijdvak waarin de rechten van het Spaanse douanetarief worden aangepast aan die van het gemeenschappelijk douanetarief en het eengemaakte EGKS-tarief, mag het Koninkrijk Spanje ten opzichte van derde landen de tariefcontingenten openen die met ingang van 1 januari 1985 daadwerkelijk werden toegepast.

Indien dergelijke contingenten worden geopend, is artikel 37 gedurende het tijdvak waarin deze contingenten zijn geopend, van toepassing voor de vaststelling van de rechten die van toepassing zijn op de uit de derde landen ingevoerde produkten, met dien verstande dat de hoeveelheden of waarden waarvoor deze rechten gelden, beperkt zijn tot de daadwerkelijke omvang van de invoer in het kader van deze per 1 januari 1985 geopende contingenten. Gedurende het tijdvak waarin deze contingenten zijn geopend, gelden voor uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ingevoerde produkten rechten die zijn verlaagd overeenkomstig artikel 31 zonder beperking naar hoeveelheid of waarde.

Indien dergelijke contingenten niet worden geopend, past het Koninkrijk Spanje op produkten die worden ingevoerd uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, de rechten toe die zouden worden toegepast in geval van opening van deze contingenten. De hoeveelheden of de waarden waarvoor deze rechten gelden, zijn beperkt tot de daadwerkelijke omvang van de invoer uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling in het kader van deze per 1 januari 1985 geopende contingenten.

Afdeling

II

Afschaffing van kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking

Artikel

42

De kwantitatieve in- en uitvoerbeperkingen, alsmede alle tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en het Koninkrijk Spanje bestaande maatregelen van gelijke werking worden op 1 januari 1986 afgeschaft.

Artikel

43

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

In afwijking van artikel 42 kunnen de huidige Lid-Staten tot het einde van het in artikel 52 bedoelde tijdvak de kwantitatieve beperkingen handhaven bij de uitvoer van schroot, resten en afvallen van werken van gietijzer, van ijzer of van staal van post 73.03 van het gemeenschappelijk douanetarief die zij vóór de toetreding ten opzichte van het Koninkrijk Spanje toepasten, mits deze regeling niet beperkender is dan de regeling die geldt voor de uitvoer naar derde landen.

Artikel

47

Artikel

48

Artikel

49

In afwijking van artikel 42 wordt het in Protocol nr. 9 bedoelde stelsel toegepast op het handelsverkeer in bepaalde textielprodukten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje.

Afdeling

III

Overige bepalingen

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de toetreding, voltooit het Koninkrijk Spanje de herstructurering van zijn ijzer- en staalindustrie overeenkomstig het bepaalde in Protocol nr. 10.

Met instemming van de Raad kan de Commissie de hierboven bedoelde periode verkorten en de voorschriften van genoemd Protocol wijzigen aan de hand van:

  • -

    de mate waarin de Spaanse herstructureringsplannen voortgang vinden, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbaarheid van de ondernemingen;

  • -

    de maatregelen in deze sector die na de datum van toetreding in de Gemeenschap van kracht zijn. In dat geval zou de regeling die na de toetreding van toepassing is op Spaanse leveranties naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling niet mogen leiden tot wezenlijke verschillen in de behandeling van enerzijds Spanje en anderzijds de andere Lid-Staten.

Artikel

53

Afdeling

IV

Handelsverkeer tussen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek

Artikel

54

Het Koninkrijk Spanje past in zijn handelsverkeer met de Portugese Republiek de artikelen 30 tot en met 53 toe, behoudens de in Protocol nr. 3 neergelegde voorwaarden.

Hoofdstuk

2

Vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal

Afdeling

I

Werknemers

Artikel

55

Artikel 48 van het EEG-Verdrag is, voor wat betreft het vrije verkeer van werknemers tussen Spanje en andere Lid-Staten, slechts van toepassing onder voorbehoud van de overgangsbepalingen neergelegd in de artikelen 56 tot en met 59 van deze Akte.

Artikel

56

Artikel

57

Artikel

58

Voor zover bepaalde voorschriften van Richtlijn 68/360/EEG inzake de opheffing van de beperkingen van de verplaatsing en het verblijf van de werknemers der Lid-Staten en van hun familie binnen de Gemeenschap onlosmakelijk zijn verbonden met die voorschriften van Verordening (EEG) nr. 1612/68 waarvan de toepassing krachtens artikel 56 wordt uitgesteld, zijn het Koninkrijk Spanje en andere Lid-Staten bevoegd van deze voorschriften af te wijken voor zover zulks noodzakelijk is voor de toepassing van de afwijkende bepalingen die in artikel 56 omtrent voornoemde verordening zijn neergelegd.

Artikel

59

Het Koninkrijk Spanje en de andere Lid-Staten treffen, daarin bijgestaan door de Commissie, de nodige maatregelen opdat uiterlijk op 1 januari 1993 de toepassing van het besluit van de Commissie van 8 december 1972 betreffende het uniforme systeem dat krachtens artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad is ingesteld het zogenaamde ,,SEDOC”-systeem, en van het besluit van de Commissie van 14 december 1972 betreffende „het communautaire schema” voor het inwinnen en verspreiden van de inlichtingen bedoeld in artikel 14, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad tot Spanje kan worden uitgebreid.

Artikel

60

Afdeling

II

Kapitaalverkeer

Artikel

61

Artikel

62

Door het Koninkrijk Spanje kunnen worden uitgesteld:

  • a)

    tot en met 31 december 1988, de vrijmaking van de directe investeringen, verricht door ingezetenen van Spanje in ondernemingen van de andere Lid-Staten, die de verwerving en de eigendom van effecten tot doel hebben,

  • b)

    tot en met 31 december 1990, de vrijmaking van de directe investeringen, verricht door ingezetenen van Spanje in ondernemingen van de andere Lid-Staten, die de verwerving, het bezit of de exploitatie van onroerend goed tot doel hebben.

Artikel

63

Het Koninkrijk Spanje kan de vrijmaking van investeringen in onroerend goed, verricht door ingezetenen van Spanje in de andere Lid-Staten, tot en met 31 december 1990 uitstellen voor zover deze investeringen geen verband houden met de emigratie in het kader van het vrije verkeer van werknemers of het recht van vestiging.

Artikel

64

Het Koninkrijk Spanje kan de vrijmaking van de verwerving in de andere Lid-Staten door ingezetenen van Spanje van ter beurze verhandelbare buitenlandse effecten uitstellen tot en met 31 december 1988.

De verwerving van:

  • -

    deze effecten door verzekeringsmaatschappijen, depositobanken en industriebanken tot 10% van de stijging van hun eigen middelen,

  • -

    deze effecten door beleggingsfondsen en -maatschappijen onder de voorwaarden, neergelegd in de nationale voorschriften betreffende fondsen en maatschappijen voor belegging in effecten,

  • -

    vastrentende effecten, uitgegeven door de Europese Gemeenschappen en de Europese Investeringsbank,

wordt evenwel onmiddellijk bij de toetreding vrijgemaakt.

Artikel

65

Het Koninkrijk Spanje zal, indien de omstandigheden zulks toelaten, de vrijmaking van het kapitaalverkeer als bedoeld in de artikelen 62, 63 en 64 verwezenlijken vóór het verstrijken van de in die artikelen vermelde termijn.

Artikel

66

Voor de toepassing van de bepalingen van deze afdeling kan de Commissie overgaan tot raadpleging van het Monetair Comité en elk dienstig voorstel bij de Raad indienen.

Hoofdstuk

3

Afdeling

I

Landbouw

Algemene bepalingen

Artikel

67

Onderafdeling

1

- Aanpassing en compensatie van prijzen

Artikel

68

Tot aan de eerste van de in artikel 70 bedoelde prijsaanpassingen, worden de prijzen die in Spanje moeten worden toegepast, overeenkomstig de in de gemeenschappelijke marktordening van de betrokken sector neergelegde regels, vastgesteld op een peil dat overeenstemt met het peil van de prijzen die gedurende een voor elk produkt te bepalen representatieve periode in Spanje waren vastgesteld onder het voordien geldende nationale stelsel.

Indien voor een bepaald produkt geen omschrijving van de Spaanse prijs bestaat, wordt de in Spanje toe te passen prijs vastgesteld aan de hand van de tijdens een te bepalen representatieve periode daadwerkelijk op de Spaanse markten genoteerde prijzen.

Bij afwezigheid van gegevens omtrent de prijzen voor bepaalde produkten op de Spaanse markt wordt bij de berekening van de in Spanje toe te passen prijs evenwel uitgegaan van de prijzen in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor soortgelijke produkten of groepen van produkten, of produkten waarmede zij concurreren.

Artikel

69

Artikel

70

Artikel

71

Indien op de datum van toetreding of tijdens de toepassingsperiode van de overgangsmaatregelen de prijs op de wereldmarkt voor een bepaald produkt hoger is dan de gemeenschappelijke prijs, kan in Spanje de gemeenschappelijke prijs voor het betrokken produkt worden toegepast, behalve indien de in Spanje toegepaste prijs hoger is dan de gemeenschappelijke prijs.

Artikel

72

De verschillen in het peil van de prijzen waarvoor in afdeling II naar dit artikel wordt verwezen, worden gecompenseerd volgens onderstaande regels:

  • 1.

    Voor de produkten waarvoor de prijzen worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 68 en 70 zijn de in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje en tussen Spanje en derde landen toepasselijke compenserende bedragen gelijk aan het verschil tussen de prijzen die voor Spanje zijn vastgesteld, en de gemeenschappelijke prijzen.

    Het overeenkomstig bovengenoemde voorschriften bepaalde compenserende bedrag wordt in voorkomend geval gecorrigeerd om ook rekening te houden met de invloed van de nationale steunmaatregelen die het Koninkrijk Spanje mag handhaven uit hoofde van artikel 80.

  • 2.

    Er wordt geen compenserend bedrag vastgesteld indien de toepassing van punt 1 leidt tot een bedrag van geringe betekenis.

  • 3.
    • a)

      In het handelsverkeer tussen Spanje en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden de compenserende bedragen geheven door de invoerende Staat of toegekend door de uitvoerende Staat.

    • b)

      In het handelsverkeer tussen Spanje en derde landen worden de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid toegepaste heffingen of andere belastingen bij invoer, alsmede, behoudens uitdrukkelijke afwijking, de restituties bij uitvoer, naargelang van het geval, verlaagd of verhoogd met de compenserende bedragen die gelden in het handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

    De douanerechten kunnen evenwel niet met het compenserende bedrag worden verlaagd.

  • 4.

    Ten aanzien van produkten waarvoor het recht van het gemeenschappelijk douanetarief is geconsolideerd in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, wordt rekening gehouden met de consolidering.

  • 5.

    Het door een Lid-Staat overeenkomstig punt 1 geheven of toegekende compenserende bedrag mag niet hoger zijn dan het totale bedrag dat door dezelfde Lid-Staat wordt geheven bij invoer uit derde landen die in aanmerking komen voor de meestbegunstigingsclausule.

    De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen van deze regel afwijken, met name om verleggingen van het handelsverkeer en distorsies van de mededinging te voorkomen.

  • 6.

    De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, voor zover zulks nodig is voor de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, afwijken van artikel 51, lid 1, eerste alinea, voor de produkten waarvoor compenserende bedragen van toepassing zijn.

Artikel

73

Indien de prijs op de wereldmarkt voor een bepaald produkt hoger is dan de prijs die wordt aangehouden voor de berekening van de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingestelde belasting bij invoer, verminderd met het compenserende bedrag dat wordt afgetrokken van de belasting bij invoer krachtens artikel 72, of wanneer de restitutie bij uitvoer naar derde landen lager is dan het compenserende bedrag of wanneer er geen restitutie van toepassing is, kunnen passende maatregelen worden getroffen om de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening te waarborgen.

Artikel

74

Onderafdeling

2

- Vrij verkeer en douane-unie

Artikel

75

Ten aanzien van de produkten uit derde landen waarvan de invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling is onderworpen aan de toepassing van douanerechten gelden de volgende bepalingen:

  • 1.

    Onverminderd de punten 4 en 5, worden de douanerechten bij invoer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

    • -

      op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,5% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 75% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 62,5% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 50% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 37,5% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 25% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 12,5% van het basisrecht,

    • -

      op 1 januari 1993 worden alle rechten afgeschaft.

    Niettemin:

    • a)

      vindt de tariefafbraak voor produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 plaats tijdens een overgangsperiode van tien jaar volgens onderstaande regels:

      • -

        voor produkten waarvoor een rentereferentieprijs wordt vastgesteld, worden de rechten geleidelijk afgeschaft in elf jaarlijkse gedeelten volgens onderstaand ritme:

        • ·

          op 1 maart 1986: 10%;

        • ·

          op 1 januari 1987: 10%;

        • ·

          op 1 januari 1988: 10%;

        • ·

          op 1 januari 1989: 10%;

        • ·

          op 1 januari 1990: 25%;

        • ·

          op 1 januari 1991: 15%;

        • ·

          op 1 januari 1992: 4%;

        • ·

          op 1 januari 1993: 4%;

        • ·

          op 1 januari 1994: 4%;

        • ·

          op 1 januari 1995: 4%;

        • ·

          op 1 januari 1996: 4%;

      • -

        voor de andere produkten worden de douanerechten geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

        • ·

          op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 90,9% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 81,8% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 72,7% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 63,6% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 54,5% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 45,4% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 36,3% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 27,2% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 18,1% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 9% van het basisrecht,

        • ·

          op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft;

    • b)

      voor produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees worden de douanerechten geleidelijk afgeschaft in acht etappes van 12,5% aan het begin van elk der acht verkoopseizoenen volgend op de toetreding;

    • c)

      voor oliehoudende zaden en vruchten van post 12.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief en voor de produkten van de posten 12.02 en 23.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief worden de douanerechten bij invoer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

      • -

        op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 90,9% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 81,8% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 72,7% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 63,6% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 54,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 45,4% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 36,3% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 27,2% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 18,1% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 9% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft;

    • d)

      voor de in artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening nr. 136/66/ EEG bedoelde produkten, met uitzondering van de produkten van de posten 12.02 en 23.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief, passen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en het Koninkrijk Spanje hun respectieve basisrechten en heffingen van gelijke werking ongewijzigd toe gedurende de periode waarin in Spanje bepaalde controleregelingen als bedoeld in artikel 94 van toepassing zijn.

      Bij het verstrijken van deze periode worden de heffingen van gelijke werking als douanerechten volledig afgeschaft en worden de douanerechten volgens onderstaand ritme afgeschaft:

      • -

        op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 83,3% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 66,6% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 49,9% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 33,2% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 16,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft.

  • 2.

    Onverminderd de punten 4 en 5, zijn de volgende bepalingen van toepassing met het oog op de invoering door het Koninkrijk Spanje van het gemeenschappelijk douanetarief:

    • a)

      voor de volgende produkten:

      • -

        produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 805/68,

      • -

        produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 en waarvoor voor het gehele verkoopseizoen of een gedeelte daarvan een referentieprijs wordt vastgesteld,

      • -

        produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 337/79 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnbouwmarkt en waarvoor een referentieprijs wordt vastgesteld,

      past het Koninkrijk Spanje per 1 maart 1986 de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe;

    • b)

      voor oliehoudende zaden en vruchten van post 12.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief en alle produkten van de posten 12.02 en 23.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief wijzigt het Koninkrijk Spanje, met het oog op de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief, zijn tarief ten opzichte van derde landen als volgt:

      • aa)

        voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;

      • bb)

        in de andere gevallen past het Koninkrijk Spanje een recht toe waarbij het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief volgens onderstaand ritme wordt verkleind:

        • -

          op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 90,9% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 81,8% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 72,7% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 63,6% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 54,5% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 45,4% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 36,3% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 27,2% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 18,1% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 9% van het aanvankelijke verschil.

      Het Koninkrijk Spanje past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 januari 1996;

    • c)

      voor de in artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening nr. 136/66/ EEG bedoelde produkten, met uitzondering van de produkten van de posten 12.02 en 23.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief, past het Koninkrijk Spanje zijn respectieve basisrechten en heffingen van gelijke werking ongewijzigd toe gedurende de periode waarin in Spanje bepaalde controleregelingen als bedoeld in artikel 94 van toepassing zijn.

      Bij het verstrijken van deze periode schaft het Koninkrijk Spanje de heffingen van gelijke werking als douanerechten volledig af en wijzigt het zijn tarief ten opzichte van derde landen als volgt:

      • aa)

        voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;

      • bb)

        in de andere gevallen verkleint het Koninkrijk Spanje het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief volgens onderstaand ritme:

        • -

          op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 83,3% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 66,6% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 49,9% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 33,2% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 16,5% van het aanvankelijke verschil.

      Het Koninkrijk Spanje past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe met ingang van 1 januari 1996;

    • d)

      voor de andere produkten:

      • aa)

        past het Koninkrijk Spanje het recht van gemeenschappelijk douanetarief volledig toe met ingang van 1 maart 1986, indien zijn basisrechten lager zijn dan of gelijk zijn aan die van het gemeenschappelijk douanetarief, met uitzondering van:

        • -

          natuurhonig van post 04.06 van het gemeenschappelijk douanetarief en ruwe en niet tot verbruik van bereide tabak en afvallen van tabak van post 24.01 van het gemeenschappelijk douanetarief, voor welke produkten het Koninkrijk Spanje het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief verkleint in acht etappes van 12,5%, te beginnen op 1 maart 1986 en vervolgens op 1 januari van de jaren 1987 tot en met 1993,

        • -

          cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand, van post 18.01 van het gemeenschappelijk douanetarief, waarvoor het Koninkrijk Spanje het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief verkleint volgens onderstaand ritme:

          • ·

            op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 83,3% van het aanvankelijke verschil,

          • ·

            op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 66,6% van het aanvankelijke verschil,

          • ·

            op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 49,9% van het aanvankelijke verschil,

          • ·

            op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 33,2% van het aanvankelijke verschil,

          • ·

            op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 16,5% van het aanvankelijke verschil.

        Het Koninkrijk Spanje past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe met ingang van 1 januari 1991;

      • bb)

        wijzigt het Koninkrijk Spanje, indien de Spaanse basisrechten hoger zijn dan de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, zijn tarief ten opzichte van derde landen als volgt:

        • i)

          voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;

        • ii)

          in de overige gevallen past het Koninkrijk Spanje een recht toe waarbij het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief wordt verkleind in acht gelijke gedeelten van 12,5% en wel op de volgende data:

          • ·

            1 maart 1986,

          • ·

            1 januari 1987,

          • ·

            1 januari 1988,

          • ·

            1 januari 1989,

          • ·

            1 januari 1990,

          • ·

            1 januari 1991,

          • ·

            1 januari 1992.

      Het Koninkrijk Spanje past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 januari 1993.

  • 3.

    In de zin van de punten 1 en 2 is het basisrecht het in artikel 30 omschreven recht.

    Niettemin:

    • -

      is voor de in bijlage VIII bedoelde produkten het basisrecht het aldaar naast elk produkt vermelde recht,

    • -

      wordt voor oliehoudende zaden en vruchten van post 12.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief en voor de produkten van de posten 12.02 en 23.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief, die onder het voordien geldende nationale stelsel bij invoer in Spanje waren onderworpen aan de heffing van zogenaamde „regulerende” of „variabele compenserende” rechten, het basisrecht vastgesteld op een overeenkomstig artikel 91 te bepalen peil dat representatief is voor het verkoopseizoen 1984/1985.

  • 4.

    Ten aanzien van produkten die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, kan volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG of, naargelang van het geval, van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarrkten, worden besloten dat:

    • a)

      het Koninkrijk Spanje, op zijn verzoek, overgaat tot

      • -

        afschaffing van de in punt 1 bedoelde douanerechten, of tot aanpassing van de douanerechten die van toepassing zijn op andere produkten dan die welke in punt 2 a) worden bedoeld, in een sneller ritme dan aldaar is voorzien,

      • -

        volledige of gedeeltelijke schorsing van de in punt 1 bedoelde douanerechten die van toepassing zijn op uit de huidige Lid-Staten ingevoerde produkten,

      • -

        volledige of gedeeltelijke schorsing van de douanerechten die van toepassing zijn op uit derde landen ingevoerde produkten voor andere produkten dan bedoeld in punt 2 onder a);

    • b)

      de Gemeenschap in haar huidige samenstelling overgaat tot

      • -

        afschaffing van de in punt 1 bedoelde douanerechten in een sneller ritme dan aldaar is voorzien,

      • -

        volledige of gedeeltelijke schorsing van de in punt 1 bedoelde douanerechten die van toepassing zijn op uit Spanje ingevoerde produkten.

    Voor produkten die niet onder een gemeenschappelijke marktordening vallen:

    • a)

      is geen enkel besluit nodig voor toepassing door het Koninkrijk Spanje van de in de eerste alinea, onder a), eerste en tweede streepje bedoelde maatregelen; het Koninkrijk Spanje stelt de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis van de genomen maatregelen;

    • b)

      kan de Commissie de douanerechten die van toepassing zijn op uit Spanje ingevoerde produkten volledig of gedeeltelijk schorsen.

    De douanerechten die voortvloeien uit een versnelde aanpassing of die welke geschorst zijn, mogen niet lager zijn dan die welke worden toegepast bij invoer van dezelfde produkten uit de andere Lid-Staten.

  • 5.

    In geval van bijzondere moeilijkheden op de markt van de produkten die vallen onder de posten 15.17 B II en 23.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief, kan het Koninkrijk Spanje volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG worden gemachtigd om:

    • a)

      de krachtens punt 1, onder c), toe te passen verlaging van de rechten bij invoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling uit te stellen;

    • b)

      de krachtens punt 2, onder b) toe te passen verkleining van het verschil tussen zijn basisrechten en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief uit te stellen;

    • c)

      gedurende het tijdvak dat strikt noodzakelijk is om een einde te maken aan de ondervonden moeilijkheden, de onder a) en b) bedoelde invoerrechten te verhogen.

Artikel

76

Artikel

77

Onverminderd artikel 94, kan het Koninkrijk Spanje, volgens nog te bepalen voorschriften, kwantitatieve beperkingen toepassen bij de invoer uit derde landen:

  • a)

    voor de volgende produkten tot en met 31 december 1989:

    Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief

    Omschrijving

    07.01

    Groenten en moeskruiden, vers of gekoeld:

    B. Kool en spruitjes:

    I. Bloemkool

    G. Wortelen, rapen, kroten, schorseneren, knolselderij, radijs en andere dergelijke eetbare wortelen en knollen:

    ex II. Wortelen en rapen:

    - Wortelen

    ex H. Uien, sjalotten en knoflook:

    - Uien en knoflook

    M. Tomaten

    08.02

    Citrusvruchten, vers of gedroogd:

    A. Sinaasappelen

    B. Mandarijnen, tangerines, en satsuma's daaronder begrepen; clementines, wilkings en andere dergelijke kruisingen van citrusvruchten:

    ex II. andere

    - Mandarijnen, tangerines en satsuma's daaronder begrepen

    C. Citroenen

    08.04

    Druiven, rozijnen en krenten:

    A. Druiven:

    I. voor tafelgebruik

    Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief

    Omschrijving

    08.06

    Appelen, peren en kweeperen, vers:

    A. Appelen

    B. Peren

    08.07

    Steenfruit, vers:

    A. Abrikozen

    ex B. Perziken, nectarines daaronder begrepen:

    - Perziken

  • b)

    voor de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 bedoelde produkten en voor volgende produkten tot en met 31 december 1995:

    Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief

    Omschrijving

    02.04

    Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren:

    ex A. van tamme duiven en van tamme konijnen

    - Vlees van tamme konijnen

    11.01

    Meel van granen:

    A. van tarwe of van mengkoren

    11.02

    Gries en griesmeel; grutten, gort en parelgort en andere gepelde, geparelde, gebroken of geplette granen of granen in vlokken, met uitzondering van rijst bedoeld bij post 10.06; graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen:

    A. Gries en griesmeel

    B. gepelde granen, ook indien gesneden of gebroken

    C. geparelde granen

    D. enkel gebroken granen

    ex E. geplette granen; vlokken:

    - geplette granen

    G. Graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen

    Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief

    Omschrijving

    11.08

    Zetmeel; inuline:

    A. Zetmeel:

    III. Tarwezetmeel

    11.09

    Tarwegluten, ook indien gedroogd

  • c)

    voor de produkten die zijn onderworpen aan de in artikel 81 bedoelde aanvullende regeling van toepassing bij invoer in Spanje uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, met uitzondering van de produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 1035/72.

Artikel

78

Onderafdeling

3

- Steun

Artikel

79

Artikel

80

Onderafdeling

4

- Aanvullende regeling voor het handelsverkeer

Artikel

81

Artikel

82

Artikel

83

Artikel

84

Artikel

85

Onderafdeling

5

- Andere bepalingen

Artikel

86

Alle voorraden produkten die zich op 1 maart 1986 op het grondgebied van Spanje in het vrije verkeer bevinden en die de normaal geachte overdrachtshoeveelheid overschrijden, moeten door het Koninkrijk Spanje te zijnen laste worden afgebouwd in het kader van nader te omschrijven communautaire procedures en binnen termijnen die moeten worden bepaald overeenkomstig artikel 91. Het begrip „normale overdrachtshoeveelheid” wordt voor elk produkt omschreven aan de hand van de criteria en doelstellingen van elke gemeenschappelijke marktordening.

Artikel

87

Bij het vaststellen van het peil van de verschillende bedragen waarin in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is voorzien, andere dan de prijzen bedoeld in artikel 68, wordt rekening gehouden met het toegepaste compenserende bedrag, of, bij gebreke daarvan, met het geconstateerde of economisch gerechtvaardigde prijsverschil en, in voorkomend geval, met de invloed van het douanerecht, behalve:

  • -

    indien er geen gevaar voor verstoring van het handelsverkeer bestaat, of

  • -

    indien het voor de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid noodzakelijk of wenselijk is dat dit bedrag, dit verschil of deze invloed niet in aanmerking wordt genomen.

Artikel

88

Artikel

89

Artikel

90

Artikel

91

Afdeling

II

Bepalingen betreffende bepaalde gemeenschappelijke marktordeningen

Onderafdeling

1

- Oliën en vetten

Artikel

92

Artikel

93

Artikel

94

Artikel

95

Artikel

96

Gedurende de verkoopseizoenen 1986/1987 tot en met 1994/1995 worden voor in Spanje geproduceerd kool-, raap- en zonnebloemzaad specifieke garantiedrempels vastgesteld.

Deze specifieke garantiedrempels worden vastgesteld aan de hand van criteria die daadwerkelijk vergelijkbaar zijn met de criteria die worden aangehouden voor de vaststelling van de garantiedrempels in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, waarbij de hoogste produktie in aanmerking wordt genomen welke is geconstateerd tijdens een van de verkoopseizoenen 1982/1983, 1983/1984 en 1984/1985.

Indien een specifieke garantiedrempel wordt overschreden, worden medeverantwoordelijkheidsboetes toegepast volgens soortgelijke regels als die welke in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden toegepast en met hetzelfde plafond.

Artikel

97

Onderafdeling

2

- Melk en zuivelprodukten

Artikel

98

Artikel

99

Onderafdeling

3

- Rundvlees

Artikel

100

Artikel 68 is van toepassing op de gegarandeerde prijs in Spanje en op de interventieaankoopprijs in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling welke gelden voor vergelijkbare kwaliteiten die zijn vastgesteld aan de hand van het communautaire indelingsschema voor geslachte volwassen runderen. De artikelen 70 en 72 zijn van toepassing op de in Spanje geldende interventieaankoopprijs.

Artikel

101

Het compenserende bedrag voor de andere in artikel 1 in lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 805/68 bedoelde produkten wordt vastgesteld met behulp van nader te bepalen coëfficiënten.

Artikel

102

Artikel 79 is van toepassing op de premie voor het aanhouden van het zoogdierenbestand.

Onderafdeling

4

- Tabak

Artikel

103

Onderafdeling

5

- Vlas en hennep

Artikel

104

Artikel 79 is van toepassing op de steun voor vezelvlas en hennep.

Onderafdeling

6

- Hop

Artikel

105

De in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 bedoelde steun voor hopproducenten wordt met ingang van de eerste oogst volgend op de toetreding volledig toegepast in Spanje.

Onderafdeling

7

- Zaaigoed

Artikel

106

Artikel 79 is van toepassing op de steun voor het in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2358/71 bedoelde zaaigoed.

Onderafdeling

8

- Zijderupsen

Artikel

107

Artikel 79 is van toepassing op de steun voor zijderupsen.

Onderafdeling

9

- Suiker en isoglucose

Artikel

108

De artikelen 68, 70 en 72 zijn van toepassing op de interventieprijs voor witte suiker en de basisprijs voor suikerbieten.

Het compenserende bedrag wordt evenwel, voor zover zulks nodig is voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening, gecorrigeerd ten belope van de invloed van de bijdrage voor de verevening van de opslagkosten.

Artikel

109

Voor ruwe suiker en voor andere produkten dan verse suikerbieten, genoemd in artikel 1, lid 1, onder b), alsmede voor de produkten genoemd in artikel 1, lid 1, onder d) en f), van Verordening (EEG) nr. 1785/81 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, kunnen compenserende bedragen worden vastgesteld voor zover zulks noodzakelijk is ter voorkoming van gevaar voor verstoring van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje.

In dat geval worden de compenserende bedragen afgeleid van het compenserende bedrag dat van toepassing is op het betrokken basisprodukt, met behulp van nader te bepalen coëfficiënten.

Artikel

110

Uiterlijk tot en met 31 december 1995 mag het Koninkrijk Spanje een nationale aanpassingssteun toekennen aan producenten van A- en B-bieten als omschreven in Verordening (EEG) nr. 1785/81. Het bedrag van deze steun mag niet meer bedragen dan 23,64 % van de basisprijs voor suikerbieten die door de Gemeenschap voor het betrokken verkoopseizoen is vastgesteld.

Onderafdeling

10

- Granen

Artikel

111

Artikel

112

Het specifieke minimumgewicht van gerst dat in Spanje ter interventie kan worden aanvaard, wordt respectievelijk vastgesteld:

  • -

    voor de periode van 1 maart 1986 tot het einde van het verkoopseizoen 1986/1987: op 60 kg/hl,

  • -

    voor het verkoopseizoen 1987/1988: op 61 kg/hl,

  • -

    voor het verkoopseizoen 1988/1989: op 62 kg/hl.

De korting die wordt toegepast op de in Spanje geldende interventieprijs van gerst bedraagt:

  • -

    4% voor de periode van 1 maart 1986 tot het einde van het verkoopseizoen 1986/1987,

  • -

    3% voor het verkoopseizoen 1987/1988,

  • -

    2% voor het verkoopseizoen 1988/1989.

Artikel

113

Artikel 79 is van toepassing op de in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 bedoelde steun voor durum tarwe.

Onderafdeling

11

- Varkensvlees

Artikel

114

Onderafdeling

12

- Eieren

Artikel

115

Onderafdeling

13

- Slachtpluimvee

Artikel

116

Onderafdeling

14

- Rijst

Artikel

117

Onderafdeling

15

- Verwerkte groenten en fruit

Artikel

118

Voor de produkten die in aanmerking komen voor de steunregeling bedoeld in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 516/77 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten zijn in Spanje de volgende bepalingen van toepassing:

  • 1.

    Tot aan de eerste aanpassing van de prijzen bedoeld in artikel 70 wordt de in artikel 3ter van Verordening (EEG) nr. 516/77 bedoelde minimumprijs vastgesteld op de grondslag:

    • -

      van de prijs die voor het voor de verwerking bestemde produkt in Spanje werd vastgesteld onder het voordien geldende nationale stelsel, of

    • -

      bij ontstentenis van deze prijs, van de prijzen die voor het voor de verwerking bestemde produkt in Spanje aan de producenten werden betaald en die gedurende een nader te bepalen representatieve periode werden geconstateerd.

  • 2.

    Indien de in onder 1 bedoelde minimumprijs:

    • -

      lager is dan de gemeenschappelijke prijs, wordt de prijs in Spanje aan het begin van elk verkoopseizoen volgend op de toetreding, gewijzigd volgens de regels van artikel 70,

    • -

      hoger is dan de gemeenschappelijke prijs, wordt laatstgenoemde prijs vanaf de toetreding voor Spanje aangehouden.

  • 3.
    • a)

      Gedurende de eerste vier verkoopseizoenen die volgen op de toetreding, wordt voor op basis van tomaten verwerkte produkten het bedrag van de in Spanje toegekende communautaire steun afgeleid van de steun berekend voor de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, met inachtneming van het verschil tussen de minimumprijzen voor de producent die voortvloeien uit de toepassing van punt 2, alvorens laatstgenoemde steun eventueel wordt verlaagd ingevolge de overschrijding van de garantiedrempel die voor deze produkten in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling is vastgesteld.

      In geval van overschrijding van de drempel in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt, indien zulks nodig blijkt te zijn om normale concurrentievoorwaarden te waarborgen tussen de Spaanse industrieën en die van de Gemeenschap, volgens de procedure van artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 516/77 besloten dat een compenserend bedrag, dat ten hoogste gelijk is aan het verschil tussen de voor Spanje vastgestelde steun die zou zijn afgeleid van de vastgestelde communautaire steun, wordt toegepast overeenkomstig artikel 72, punt 3, onder a), en door het Koninkrijk Spanje wordt geheven bij de uitvoer naar derde landen. Bij het verstrijken van de in Verordening (EEG) nr. 1320/85 bedoelde regeling worden evenwel geen compenserende bedragen geheven wanneer het bewijs wordt geleverd dat het Spaanse produkt niet in aanmerking is gekomen voor de in Spanje toegekende communautaire steun.

      De in Spanje toepasselijke steun mag in geen geval het bedrag van de in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling toegekende steun overschrijden.

    • b)

      Gedurende de eerste vier verkoopseizoenen volgend op de toetreding, wordt de toekenning van de communautaire steun in Spanje voor elk verkoopseizoen beperkt tot een hoeveelheid verwerkte produkten die overeenstemt met een hoeveelheid verse tomaten van:

      • -

        370000 ton voor de vervaardiging van tomatenpasta,

      • -

        209000 ton voor de vervaardiging van hele tomaten zonder schil,

      • -

        88 000 ton voor de vervaardiging van andere produkten op basis van tomaten.

      Aan het einde van deze periode worden de hierboven vastgestelde hoeveelheden, aangepast aan de hand van de eventuele wijziging van de communautaire drempels tijdens deze periode, in aanmerking genomen voor de vaststelling van de communautaire drempels.

  • 4.

    Het bedrag van de communautaire steun die in Spanje wordt toegekend, wordt gedurende het vijfde en zesde verkoopseizoen volgend op de toetreding voor produkten op basis van tomaten en gedurende de zes verkoopseizoenen volgend op de toetreding voor de andere produkten afgeleid van de voor de Gemeenschap in haar huidige samenstelling vastgestelde steun, met inachtneming van het verschil tussen de minimumprijzen die voortvloeien uit de toepassing van punt 2.

    Voor andere produkten dan produkten op basis van tomaten wordt, indien de verwerkingskosten die gedurende een nader te bepalen representatieve periode onder de voordien geldende nationale regeling voor een produkt in Spanje worden geconstateerd, ten minste 10% lager zijn dan de verwerkingskosten in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, de in Spanje voor dit produkt toegekende steun evenwel afgeleid mede met inachtneming van het verschil tussen de geconstateerde verwerkingskosten. De in Spanje geconstateerde verwerkingskosten worden geleidelijk aangepast aan de in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geconstateerde kosten, volgens dezelfde regels als die waarin artikel 70 voorziet voor de aanpassing van de prijzen.

  • 5.

    De communautaire steun wordt in Spanje volledig toegepast met ingang van het begin van het zevende verkoopseizoen volgend op de toetreding.

  • 6.

    Voor perziken op siroop wordt de toekenning van de communautaire steun in Spanje gedurende de vier eerste verkoopseizoenen volgend op de toetreding beperkt tot een hoeveelheid van 80 000 ton eindprodukt, uitgedrukt in nettogewicht.

  • 7.

    Voor de toepassing van het onderhavige artikel verwijzen de minimumprijs, de verwerkingskosten en de steun die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gelden, naar de bedragen die gelden in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, met uitzondering van Griekenland.

Artikel

119

De in Spanje toepasselijke minimumprijs en financiële compensatie bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 2601/69 betreffende bijzondere maatregelen ten einde het verwerken van bepaalde variëteiten sinaasappelen te stimuleren en in de artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 1035/77 houdende bijzondere maatregelen voor de verbetering van de afzet van op basis van citroenen verwerkte produkten worden als volgt vastgesteld:

  • 1.

    Tot aan de eerste aanpassing van de in artikel 70 bedoelde prijzen wordt de toepasselijke minimumprijs vastgesteld op basis van de prijzen die in Spanje worden betaald aan de producenten van citrusvruchten die bestemd zijn voor de verwerking en die gedurende een nader te bepalen representatieve periode worden geconstateerd. De financiële compensatie is de compensatie die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geldt, in voorkomend geval verminderd met het verschil tussen enerzijds de gemeenschappelijke minimumprijs en anderzijds de in Spanje geldende minimumprijs.

  • 2.

    Voor de volgende prijsvaststellingen wordt de in Spanje geldende minimumprijs aangepast aan de gemeenschappelijke minimumprijs volgens het bepaalde in artikel 70. De financiële compensatie die tijdens de eerste aanpassingsetappe in Spanje van toepassing is, is de compensatie van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, in voorkomend geval verminderd met het verschil tussen enerzijds de gemeenschappelijke minimumprijs en anderzijds de in Spanje geldende minimumprijs.

  • 3.

    Wanneer de minimumprijs die voortvloeit uit de toepassing van punt 1 of punt 2 hoger is dan de gemeenschappelijke minimumprijs, kan evenwel laatstgenoemde prijs definitief voor Spanje worden aangehouden.

  • 4.

    Gedurende de eerste vier verkoopseizoenen volgend op de toetreding zijn de hoeveelheden die in aanmerking komen voor steun voor de verwerking, beperkt tot een hoeveelheid verwerkte produkten die overeenkomt met een hoeveelheid grondstoffen van:

    • -

      30000 ton voor sinaasappelen van de soort „bianca comune”

    • -

      7600 ton voor sinaasappelen van gepigmenteerde soorten

    • -

      26000 ton voor citroenen.

Onderafdeling

16

- Gedroogde voedergewassen

Artikel

120

Onderafdeling

17

- Erwten, tuin- en veldbonen en niet-bittere lupine

Artikel

121

Onderafdeling

18

- Wijn

Artikel

122

Artikel

123

Artikel

124

Met het oog op de toepassing tot het einde van het wijnoogstjaar 1989/1990 van de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde verplichte distillatie, wordt het totaal van de gemiddelde produkties van tafelwijn en produkten voorafgaande aan tafelwijn bestemd voor de verplichte distillatie, die tijdens de drie achtereenvolgende referentiewijnoogstjaren in de verschillende produktiegebieden in Spanje zijn verkregen, vastgesteld op 27,5 miljoen hectoliter.

Artikel

125

Artikel

126

Artikel

127

Tot en met 31 december 1990 mag in Spanje vervaardigde tafelwijn die op de markt van deze Lid-Staat ter consumptie wordt aangeboden, een totaal zuurgehalte, uitgedrukt in wijnsteenzuur, hebben van ten minste 3,5 g/l.

Artikel

128

Tot het einde van het wijnoogstjaar 1992/1993 wordt het in Spanje toepasselijke bedrag van de steun voor geconcentreerde druivemost en gerectificeerde geconcentreerde druivemost, bedoeld in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 337/79, vastgesteld met inachtneming van het verschil tussen de kosten in deze Lid-Staat van de door bedoelde produkten verkregen verrijking en de verrijking verkregen door saccharose.

Artikel

129

Tot en met 31 december 1995 is het gebruik van de samengestelde benamingen „British Sherry”, „Irish Sherry” en „Cyprus Sherry” op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en van Ierland toegestaan. In de loop van 1995 heroverweegt de Raad deze maatregel en stelt hij volgens de procedure van artikel 43 van het EEG-Verdrag, op voorstel van de Commissie, wijzigingen van deze maatregel vast met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen.

Onderafdeling

19

- Schape- en geitevlees

Artikel

130

In de sector schapevlees is artikel 68 van toepassing op de basisprijs.

Afdeling

III

Groenten en fruit

Artikel

131

Voor groenten en fruit vallende onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 geldt een specifieke overgang in twee fasen:

  • -

    de eerste fase, de zogeheten fase van verificatie van de convergentie, begint op 1 maart 1986 en loopt af op 31 december 1989,

  • -

    de tweede fase begint op 1 januari 1990 en loopt af op 31 december 1995.

De overgang van de eerste naar de tweede fase verloopt automatisch.

Onderafdeling

1

- De eerste fase

A)

Interne Spaanse markt

Artikel

132

Artikel

133

Artikel

134

Artikel

135

Gedurende de eerste fase past het Koninkrijk Spanje de volgende disciplines toe:

  • 1.

    Een prijsdiscipline:

    • a)

      Het Koninkrijk Spanje stelt onmiddellijk bij de toetreding institutionele prijzen vast voor produkten waarvoor gemeenschappelijke prijzen bestaan, zulks volgens criteria die zo dicht mogelijk liggen bij die welke in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten zijn omschreven, aan de hand van een nader te bepalen referentieperiode en op een niveau dat overeenstemt met de economische realiteit.

    • b)

      Wanneer deze Spaanse prijzen, uitgedrukt in Ecu, lager zijn dan of gelijk zijn aan de gemeenschappelijke prijzen, mogen de jaarlijkse prijsverhogingen in principe in waarde de verhoging van de gemeenschappelijke prijzen niet overschrijden.

      De Spaanse prijzen mogen in geen geval het peil van de gemeenschappelijke prijzen overschrijden.

    • c)

      Wanneer de Spaanse prijzen, uitgedrukt in Ecu, hoger zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, mogen zij niet worden verhoogd ten opzichte van het vorige peil. Voorts past het Koninkrijk Spanje zijn prijzen aan voor zover zulks nodig is om te voorkomen dat het verschil tussen zijn prijzen en de gemeenschappelijke prijzen groter wordt.

    • d)

      Het Koninkrijk Spanje kan zijn prijzen aanpassen indien de interventies op de markt een niet gerechtvaardigde omvang bereiken. In dat geval treedt de aangepaste prijs in de plaats van de oorspronkelijke prijs voor de toepassing van de onder b, en c), bedoelde voorschriften.

    • e)

      De Commissie ziet erop toe dat de bovengenoemde voorschiften worden nageleefd. Overschrijdingen van het prijspeil dat voortvloeit uit deze voorschriften, worden niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van het prijspeil dat als aanvangsniveau moet worden aangehouden voor de in artikel 148 bedoelde aanpassing van de prijzen tijdens de tweede fase.

  • 2.

    Een steundiscipline:

    Uit hoofde van deze discipline mag het Koninkrijk Spanje gedurende de eerste fase zijn nationale steunmaatregelen handhaven.

    Tijdens deze periode ziet het Koninkrijk Spanje er evenwel op toe dat nationale steunmaatregelen die niet in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht in zekere mate worden afgebouwd en dat in de ordening van zijn interne markt geleidelijk het schema van de communautaire steunmaatregelen wordt ingevoerd zonder dat het niveau van deze steunmaatregelen het gemeenschappelijke niveau overschrijdt.

  • 3.

    Een produktiediscipline:

    Uit hoofde van deze discipline past het Koninkrijk Spanje dezelfde produktiediscipline toe als die welke, in voorkomend geval, van toepassingzijn in de andere Lid-Staten of in de Lid-Staten die zich ten aanzien van een dergelijke discipline in een vergelijkbare situatie bevinden.

B)

Regeling die van toepassing is in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje

Artikel

136

Artikel

137

Artikel

138

Gedurende de eerste fase kent het Koninkrijk Spanje voor de in artikel 131 bedoelde produkten die worden uitgevoerd naar de huidige Lid-Staten, in beginsel geen steun of uitvoersubsidie toe.

Indien de toekenning van deze steun of subsidies wenselijk blijkt, is het bedrag ervan evenwel beperkt tot ten hoogste het verschil tussen de institutionele prijzen of, bij gebreke daarvan, tussen de in Spanje en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geconstateerde prijzen en, in voorkomend geval, tot de invloed van de douanerechten.

De vaststelling van deze steun of subsidies mag pas plaatsvinden nadat de raadplegingsprocedure van artikel 142 is afgewikkeld.

Artikel

139

Artikel

140

Artikel

141

Artikel

142

Het Koninkrijk Spanje kan de in artikel 138 bedoelde steun of subsidies en de Gemeenschap kan de in artikel 141 bedoelde restituties pas toepassen indien vooraf overleg is gevoerd volgens de volgende procedure:

  • 1.

    Over elk ontwerp betreffende de vaststelling van:

    • -

      subsidies bij uitvoer uit Spanje naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling of naar derde landen, dan wel

    • -

      restituties bij uitvoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Spanje

    wordt van gedachten gewisseld in het kader van periodieke vergaderingen van het bij Verordening (EEG) nr. 1035/72 ingestelde Comité van Beheer.

  • 2.

    De vertegenwoordiger van de Commissie legt het onder 1 bedoelde ontwerp ter behandeling voor aan het Comité; deze behandeling heeft met name betrekking op de economische aspecten van de overwogen uitvoer, alsmede op de situatie en het prijspeil op de Spaanse markt, de markt van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de wereldmarkt.

  • 3.

    Het Comité brengt over het ontwerp advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie. Het spreekt zich uit met een meerderheid van vierenvijftig stemmen.

    Het advies wordt onverwijld medegedeeld aan de autoriteit die bevoegd is ter zake van de vaststelling, te weten, al naargelang van het geval, het Koninkrijk Spanje of de Commissie.

C)

Regeling van toepassing in het handelsverkeer tussen Spanje en derde landen

Artikel

143

Voor de in artikel 131 bedoelde produkten en onder voorbehoud van artikel 137, past het Koninkrijk Spanje met ingang van 1 maart 1986 de communautaire voorschriften toe betreffende de regeling die van toepassing is bij invoer in de Gemeenschap van uit derde landen ingevoerde produkten.

Wat de referentieprijs betreft, past het Koninkrijk Spanje bij invoer uit derde landen evenwel de regeling toe die door de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt toegepast krachtens artikel 140, lid 2.

Artikel

144

Tot en met 31 december 1989 mag het Koninkrijk Spanje, overeenkomstig volgens de procedure van artikel 91 te bepalen regels, kwantitatieve beperkingen handhaven bij invoer uit derde landen voor in artikel 137, lid 2, bedoelde produkten.

Artikel

145

Het Koninkrijk Spanje mag voor de in artikel 131 bedoelde produkten de geleidelijke toepassing bij invoer van door de Gemeenschap aan bepaalde derde landen toegekende autonome of conventionele preferenties uitstellen tot het begin van de tweede fase.

Artikel

146

Onderafdeling

2

- De tweede fase

Artikel

147

Met ingang van de tweede fase zijn de communautaire voorschriften betreffende de in artikel 131 bedoelde produkten in Spanje volledig van toepassing onder voorbehoud van de artikelen 75, 81, 82, 83 en 85 en van de artikelen 148 tot en met 153.

Artikel

148

Artikel

149

Indien de toepassing van artikel 148, lid 1, in Spanje leidt tot een prijspeil dat afwijkt van het peil van de gemeenschappelijke prijzen, worden de in Spanje geldende prijzen met ingang van het begin van het verkoopseizoen 1990/1991 in zes etappes aan de gemeenschappelijke prijzen aangepast, met toepassing mutatis mutandis van artikel 70.

De gemeenschappelijke prijzen worden in Spanje toegepast op het tijdstip van de zesde aanpassing.

Artikel

150

Artikel 76, lid 1, en de artikelen 80, 87 en 90 zijn met ingang van 1 januari 1990 van toepassing in Spanje.

De in artikel 90 genoemde datum 31 december 1987 wordt evenwel vervangen door de datum 31 december 1991.

Artikel

151

Indien tijdens de eerste fase in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid een steun wordt ingesteld, wordt deze steun in Spanje ingevoerd of wordt het peil van de in Spanje bestaande soortgelijke steun in zes etappes aangepast aan het gemeenschappelijke niveau, waarbij artikel 79 van overeenkomstige toepassing is.

Artikel

152

Hoofdstuk

4

Visserij

Afdeling

I

Algemene bepalingen

Artikel

154

Artikel

155

Afdeling

II

Toegang tot de wateren en de visbestanden

Artikel

156

Met het oog op hun integratie in de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 170/83, geldt de in deze afdeling omschreven regeling voor de toegang tot de wateren die vallen onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de huidige Lid-Staten en die worden bestreken door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), voor schepen die de vlag van Spanje voeren en ingeschreven en/of geregistreerd zijn in een haven gelegen op het grondgebied waarop het gemeenschappelijk visserijbeleid van toepassing is.

Artikel

157

Alleen de in artikelen 158, 159 en 160 bedoelde vaartuigen mogen visserijactiviteiten uitoefenen en zulks uitsluitend in de zones en onder de voorwaarden omschreven in die artikelen.

Artikel

158

Artikel

159

Artikel

160

Artikel

161

Artikel

162

Voor 31 december 1992 dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de situatie en de vooruitzichten van de visserij in de Gemeenschap, aan de hand van de toepassing van de artikelen 158 en 161. Op basis van dit verslag worden de noodzakelijke aanpassingen van de regeling bedoeld in artikel 158, in artikel 159, lid 2, eerste alinea, en in artikel 161, leden 1, 2 en 3, met inbegrip van de aanpassingen inzake de toegang tot andere gebieden dan die welke in artikel 158, lid 1, zijn vermeld, voor 31 december 1983 vastgesteld volgens de procedure van artikel 43 van het EEG-Verdrag. Deze aanpassingen worden van kracht op 1 januari 1996.

Artikel

163

Artikel

164

Artikel

165

Artikel

166

De in de artikelen 156 tot en met 164 omschreven regeling, met inbegrip van de aanpassingen die door de Raad krachtens artikel 162 kunnen worden vastgesteld, blijft van toepassing tot het verstrijken van de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 170/83 bedoelde periode.

Afdeling

III

Externe visbestanden

Artikel

167

Artikel

168

Afdeling

IV

Gemeenschappelijke ordening der markten

Artikel

169

Artikel

170

Artikel

171

Artikel

172

Gedurende de periode waarin de prijzen worden aangepast, worden de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3796/81 bedoelde aanpassingscoëfficiënten die in 1984 golden voor sardines, niet gewijzigd.

Afdeling

V

Regeling voor het handelsverkeer

Artikel

173

Artikel

174

Artikel

175

Artikel

176

Hoofdstuk

5

Buitenlandse betrekkingen

Afdeling

I

Gemeenschappelijke handelspolitiek

Artikel

177

Artikel

178

Afdeling

II

Overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en bepaalde derde landen

Artikel

179

Artikel

180

Artikel

181

Artikel

182

Het Koninkrijk Spanje zegt de op 26 juni 1979 ondertekende overeenkomst met de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie per 1 januari 1986 op.

Afdeling

III

Textiel

Artikel

183

Hoofdstuk

6

Financiële bepalingen

Artikel

184

Artikel

185

De „landbouwheffingen” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder a), van het besluit van 21 april 1970, omvatten eveneens de ontvangsten afkomstig van alle bedragen die worden vastgesteld bij invoer in het handelsverkeer tussen Spanje en de andere Lid-Staten en tussen Spanje en derde landen uit hoofde van de artikelen 67 tot en met 153 en van artikel 50, lid 3, en van artikel 53.

Deze ontvangsten omvatten evenwel pas met ingang van 1 januari 1990 de compenserende heffingen die worden vastgesteld voor groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en die in Spanje worden ingevoerd.

Deze ontvangsten omvatten niet de eventuele bedragen die bij invoer op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla worden geheven.

Artikel

186

De „douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder b), van het besluit van 21 april 1970, omvatten tot en met 31 december 1992 de douanerechten die worden berekend alsof het Koninkrijk Spanje in het handelsverkeer met derde landen onmiddellijk bij de toetreding de rechten toepaste die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en de verlaagde rechten die voortvloeien uit door de Gemeenschap toegepaste tariefpreferenties. Voor de douanerechten inzake oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, alsmede voor groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen, geldt dezelfde regel tot en met 31 december 1995.

Deze ontvangsten omvatten evenwel pas met ingang van 1 januari 1990 de aldus berekende douanerechten voor groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en die in Spanje worden ingevoerd.

In geval van toepassing van de door de Commissie uit hoofde van artikel 50, lid 3, van deze Akte vastgestelde bepalingen, komen de douanerechten, in afwijking van de eerste alinea, overeen met het bedrag dat wordt berekend volgens het in deze bepalingen vastgestelde recht van de compenserende heffing voor produkten uit derde landen die bij de vergadering worden gebruikt.

Deze ontvangsten omvatten niet de eventuele bedragen die bij invoer op de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla worden geheven.

Het Koninkrijk Spanje berekent deze douanerechten maandelijks op de grondslag van de douane-aangiften van dezelfde maand. Zij worden onder de voorwaarden van Verordening (EEG/Euratom/EGKS) nr. 2891/77 ter beschikking van de Commissie gesteld voor de aldus berekende douanerechten, aan de hand van de vaststellingen die in de loop van de betreffende maand zijn gedaan.

Met ingang van 1 januari 1993 is het totaalbedrag van de vastgestelde douanerechten volledig verschuldigd. Wat betreft groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en voor oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, is het totaalbedrag van deze rechten evenwel vanaf 1 januari 1996 volledig verschuldigd.

Artikel

187

Het bedrag van de rechten die zijn geconstateerd uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting van de toegevoegde waarde is volledig verschuldigd vanaf 1 januari 1986.

Dit bedrag wordt berekend en gecontroleerd alsof de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla onder de territoriale werkingssfeer vallen van de zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.

De Gemeenschap restitueert het Koninkrijk Spanje uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen in de loop van de maand die volgt op het ter beschikking stellen aan de Commissie, een evenredig gedeelte van het bedrag van de stortingen uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting over de toegevoegde waarde, zulks volgens onderstaande regels:

87% in 1986

70% in 1987

55% in 1988

40% in 1989

25% in 1990

5% in 1991.

Het percentage van deze degressieve restitutie is niet van toepassing op het bedrag dat overeenstemt met het aandeel van Spanje in de financiering van de verlaging ten gunste van het Verenigd Koninkrijk bedoeld in artikel 3, lid 3, onder b) en c), van het Besluit van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschappen.

Artikel

188

Om te voorkomen dat de terugbetaling van de voorschotten die voor 1 januari 1986 door de Lid-Staten aan de Gemeenschap zijn verleend, ten laste komt van het Koninkrijk Spanje, ontvangt het Koninkrijk Spanje een financiële compensatie uit hoofde van deze terugbetaling.

TITEL

III

OVERGANGSMAATREGELEN BETREFFENDE PORTUGAL

Hoofdstuk

1

Vrij verkeer van goederen

Afdeling

I

Tariefbepalingen

Artikel

189

Artikel

190

Artikel

191

In geen geval worden de binnen de Gemeenschap douanerechten toegepast die hoger zijn dan die welke gelden ten opzichte van derde landen waarvoor de meestbegunstigingsclausule geldt.

In geval de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden gewijzigd of geschorst, de Portugese Republiek artikel 201 toepast, of in Portugal voor een zelfde tariefpost specifieke rechten ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en rechten ad valorem ten opzichte van derde landen bestaan, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de nodige maatregelen nemen ter handhaving van de communautaire preferentie.

Ingeval de rechten van het eengemaakte EGKS-tarief worden gewijzigd of geschorst, de Portugese Republiek artikel 201 toepast, of in Portugal voor een zelfde tariefpost specifieke rechten ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en rechten ad valorem ten opzichte van derde landen bestaan, kan de Commissie de nodige maatregelen nemen ter handhaving van de communautaire preferentie.

Artikel

192

De Portugese Republiek kan de heffing van de rechten die worden toegepast op uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ingevoerde produkten geheel of gedeeltelijk schorsen. Zij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis.

De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de heffing van de rechten die worden toegepast op uit Portugal ingevoerde produkten geheel of gedeeltelijk schorsen.

Artikel

193

De heffingen van gelijke werking als invoerrechten die bestaan in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal worden op 1 maart 1986 afgeschaft.

Artikel

194

De volgende door Portugal in haar handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling toegepaste heffingen worden geleidelijk afgeschaft volgens het onderstaande ritme:

  • a)

    de heffing van 0,4% ad valorem, toegepast op:

    • -

      tijdelijk ingevoerde goederen,

    • -

      wederingevoerde goederen (met uitzondering van containers),

    • -

      goederen die worden ingevoerd onder het stelsel van actieve veredeling, gekenmerkt door de teruggave, na uitvoer van de verkregen produkten, van de rechten die zijn geheven bij de invoer van de verwerkte goederen („drawback”),

    wordt:

    • -

      op 1 januari 1987 verlaagd tot 0,2%,

    • -

      op 1 januari 1988 afgeschaft;

  • b)

    de heffing van 0,9% ad valorem, die wordt toegepast op goederen die ter verbruik worden ingevoerd, wordt

    • -

      op 1 januari 1989 verlaagd tot 0,6%,

    • -

      op 1 januari 1990 verlaagd tot 0,3% en

    • -

      op 1 januari 1991 afgeschaft.

Artikel

195

De uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking die bestaan in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal, worden op 1 maart 1986 afgeschaft.

Artikel

196

Artikel

197

Artikel

198

De in het gemeenschappelijk douanetarief van de Gemeenschap vermelde autonome rechten zijn de autonome rechten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. De conventionele rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van de EEG en van het eengemaakte tarief van de EGKS zijn de conventionele rechten van de EEG en de EGKS in hun huidige samenstelling, met uitzondering van de aanpassingen die daarin aangebracht zullen worden om rekening te houden met het feit dat de rechten van het Spaanse en Portugese tarief over het geheel genomen hoger zijn dan de rechten van de tarieven van de EEG en de EGKS in hun huidige samenstelling.

Deze aanpassingen, waarover zal worden onderhandeld in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel, zullen binnen de grenzen van de door artikel XXIV van die Overeenkomst geboden mogelijkheden blijven.

Artikel

199

Artikel

200

Artikel

201

Bij de aanpassing van haar tarief aan het gemeenschappelijk douanetarief en aan het eengemaakte EGKS-tarief, staat het de Portugese Republiek vrij om haar douanerechten in een sneller ritme te wijzigen dan is bepaald in artikel 197. Zij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis.

Afdeling

II

Afschaffing van kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking

Artikel

202

De kwantitatieve in- en uitvoerbeperkingen, alsmede alle tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek bestaande maatregelen van gelijke werking worden op 1 januari 1986 afgeschaft.

Artikel

203

In afwijking van artikel 202 kunnen de huidige Lid-Staten en de Portugese Republiek in hun onderlinge handelsverkeer beperkingen handhaven bij de uitvoer van schroot, resten en afvallen van werken van gietijzer, van ijzer of van staal van post 73.03 van het gemeenschappelijk douanetarief.

Deze regeling kan tot en met 31 december 1988 worden gehandhaafd voor de uitvoer van de Lid-Staten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Portugal en tot en met 31 december 1990 voor de uitvoer van Portugal naar de huidige Lid-Staten. mits zij niet beperkender is dan de regeling die geldt voor de uitvoer naar derde landen.

Artikel

204

Artikel

205

In afwijking van artikel 202 schaft de Portugese Republiek het bestaande discriminatoire verschil tussen het terugbetalingspercentage dat wordt toegepast door de organen van de sociale zekerheid voor in Portugal vervaardigde medicijnen en het terugbetalingspercentage voor uit de huidige Lid-Staten ingevoerde medicijnen af in drie jaarlijkse gelijke etappes en wel op de volgende data:

  • -

    1 januari 1987,

  • -

    1 januari 1988,

  • -

    1 januari 1989.

Artikel

206

In afwijking van artikel 202 wordt het in Protocol nr. 17 bedoelde stelsel toegepast op het handelsverkeer in bepaalde textielprodukten tussen Portugal en de andere Lid-Staten van de Gemeenschap.

Artikel

207

In afwijking van artikel 202 mag de Portugese Republiek tot en met 31 december 1987 kwantitatieve beperkingen handhaven op de invoer uit de andere Lid-Staten van de in Protocol nr. 18 bedoelde automobielen, zulks binnen de grenzen van het in dat Protocol beschreven stelsel van invoercontingenten.

Artikel

208

Artikel

209

Afdeling

III

Overige bepalingen

Artikel

210

Artikel

211

Artikel

212

Gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de toetreding, voltooit de Portugese Republiek de herstructurering van haar ijzer- en staalindustrie overeenkomstig het bepaalde in Protocol nr. 20.

Met instemming van de Raad kan de Commissie de hierboven bedoelde periode verkorten en de voorschriften van genoemd Protocol wijzigen aan de hand van:

  • -

    de mate waarin het Portugese herstructureringsplan voortgang vindt, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbaarheid van de onderneming;

  • -

    de maatregelen in deze sector die na de datum van toetreding in de Gemeenschap van kracht zijn. In dat geval zou de regeling die na de toetreding van toepassing is op Portugese leveranties naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling niet mogen leiden tot wezenlijke verschillen in de behandeling van enerzijds Portugal en anderzijds de andere Lid-Staten.

Artikel

213

Afdeling

IV

Handelsverkeer tussen de Portugese Republiek en het Koninkrijk Spanje

Artikel

214

De Portugese Republiek past in haar handelsverkeer met het Koninkrijk Spanje de artikelen 189 tot en met 213 toe, behoudens de in Protocol nr. 3 neergelegde voorwaarden.

Hoofdstuk

2

Vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal

Afdeling

I

Werknemers

Artikel

215

Artikel 48 van het EEG-Verdrag is, voor wat betreft het vrije verkeer van werknemers tussen Portugal en andere Lid-Staten, slechts van toepassing onder voorbehoud van de overgangsbepalingen neergelegd in de artikelen 216 tot en met 219 van deze Akte.

Artikel

216

Artikel

217

Artikel

218

Voor zover bepaalde voorschriften van Richtlijn 68/360/EEG inzake de opheffing van de beperkingen van de verplaatsing en het verblijf van de werknemers der Lid-Staten en van hun familie binnen de Gemeenschap onlosmakelijk zijn verbonden met die voorschriften van Verordening (EEG) nr. 1612/68 waarvan de toepassing krachtens artikel 216 wordt uitgesteld, zijn de Portugese Republiek en andere Lid-Staten bevoegd van deze voorschriften af te wijken voor zover zulks noodzakelijk is voor de toepassing van de afwijkende bepalingen die in artikel 216 omtrent voornoemde verordening zijn neergelegd.

Artikel

219

De Portugese Republiek en de andere Lid-Staten treffen, daarin bijgestaan door de Commissie, de nodige maatregelen opdat uiterlijk op 1 januari 1993 de toepassing van het besluit van de Commissie van 8 december 1972 betreffende het uniforme systeem dat krachtens artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad is ingesteld, het zogenaamde „SEDOC”-systeem, en van het besluit van de Commissie van 14 december 1972 betreffende „het communautaire schema” voor het inwinnen en verspreiden van de inlichtingen bedoeld in artikel 14, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad tot Portugal kan worden uitgebreid.

Artikel

220

Afdeling

II

Recht van vestiging, diensten, kapitaalverkeer en onzichtbare transacties

Artikel

221

De Portugese Republiek kan beperkingen op het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten handhaven:

  • -

    tot en met 31 december 1988, voor de werkzaamheden in de sector reisbureaus;

  • -

    tot en met 31 december 1990, voor de werkzaamheden in de bioscoopsector.

Artikel

222

Artikel

223

Artikel

224

De Portugese Republiek kan de vrijmaking van de directe investeringen, verricht door ingezetenen van Portugal in de andere Lid-Staten, tot en met 31 december 1992 uitstellen.

Artikel

225

Artikel

226

Artikel

227

De Portugese Republiek kan tot en met 31 december 1992 de vrijmaking uitstellen van overmakingen in verband met investeringen in onroerend goed, in een andere Lid-Staat verricht:

  • -

    door ingezetenen van Portugal die niet behoren tot de categorie van personen die in het kader van het vrije verkeer van werknemers en zelfstandigen emigreren;

  • -

    door zelfstandigen die ingezetene zijn van Portugal en die emigreren, voor zover de betrokken investeringen geen verband houden met hun vestiging.

Artikel

228

Artikel

229

De Portugese Republiek kan de vrijmaking van de in lijst B (rubrieken IV.B. 1 en 3) bij de in artikel 223 bedoelde richtlijnen genoemde transacties die worden verricht door ingezetenen van Portugal, tot en met 31 december 1990 uitstellen.

De door ingezetenen van Portugal verrichte transacties in door de Europese Gemeenschappen en de Europese Investeringsbank uitgegeven effecten vormen echter het voorwerp van een geleidelijke vrijmaking in de loop van deze periode op de hiernavolgende wijze:

  • -

    op 1 januari 1986 wordt het plafond van vrijmaking voor inschrijvingen op deze effecten vastgesteld op 15 miljoen Ecu;

  • -

    op 1 januari 1987 wordt dit plafond vastgesteld op 18 miljoen Ecu;

  • -

    op 1 januari 1988 wordt dit plafond vastgesteld op 21 miljoen Ecu;

  • -

    op 1 januari 1989 wordt dit plafond vastgesteld op 24 miljoen Ecu;

  • -

    op 1 januari 1990 wordt dit plafond vastgesteld op 27 miljoen Ecu.

Artikel

230

Artikel

231

De Portugese Republiek zal, indien de omstandigheden zulks toelaten, de vrijmaking van het kapitaalverkeer en van de onzichtbare acties bedoeld in de artikelen 224 tot en met 230 verwezenlijken vóór het verstrijken van de in die artikelen vastgestelde termijnen.

Artikel

232

Voor de toepassing van de artikelen 223 tot en met 231 kan de Commissie overgaan tot raadpleging van het Monetair Comité en elk dienstig voorstel bij de Raad indienen.

Hoofdstuk

3

Landbouw

Afdeling

I

Algemene bepalingen

Artikel

233

Artikel

234

Afdeling

II

De klassieke overgang

Onderafdeling

I

-Toepassingsgebieden

Artikel

235

Deze afdeling geldt voor alle landbouwprodukten bedoeld in artikel 233, met uitzondering van die welke in artikel 259 zijn bedoeld.

Onderafdeling

2

- Aanpassing en compensatie van prijzen

Artikel

236

Tot aan de eerste van de in artikel 238 bedoelde prijsaanpassingen, worden de prijzen die in Portugal moeten worden toegepast, overeenkomstig de in de gemeenschappelijke marktordening van de betrokken sector neergelegde regels, vastgesteld op een peil dat overeenstemt met het peil van de prijzen die gedurende een voor elk produkt te bepalen representatieve periode in Portugal waren vastgesteld onder het voordien geldende nationale stelsel.

Indien de toepassing van de vorige alinea evenwel leidt tot Portugese prijzen die hoger zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, wordt voor de vaststelling van de Portugese prijzen het peil aangehouden dat overeenkomt met het peil van de onder de voordien geldende nationale regeling in Portugal vastgestelde prijzen voor het verkoopseizoen 1985/1986, omgerekend in Ecu met behulp van de omrekeningskoers die aan het begin van het verkoopseizoen van het betrokken produkt van toepassing was.

Indien voor een bepaald produkt geen omschrijving van de Portugese prijs bestaat, wordt de in Portugal toe te passen prijs vastgesteld aan de hand van de tijdens een te bepalen representatieve periode daadwerkelijk op de Portugese markten genoteerde prijzen.

Bij afwezigheid van gegevens omtrent de prijzen voor bepaalde produkten op de Portugese markt, wordt bij de berekening van de in Portugal toe te passen prijs evenwel uitgegaan van de prijzen in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor soortgelijke produkten of groepen van produkten, of produkten waarmede zij concurreren.

Artikel

237

Artikel

238

Artikel

239

Indien op de datum van toetreding of tijdens de toepassingsperiode van de overgangsmaatregelen de prijs op de wereldmarkt voor een bepaald produkt hoger is dan de gemeenschappelijke prijs, kan in Portugal de gemeenschappelijke prijs voor het betrokken produkt worden toegepast, behalve indien de in Portugal toegepaste prijs hoger is dan de gemeenschappelijke prijs.

Artikel

240

De verschillen in het peil van de prijzen waarvoor in afdeling IV naar dit artikel wordt verwezen, worden gecompenseerd volgens onder staande regels:

  • 1.

    Voor de produkten waarvoor de prijzen worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 236 en 238, zijn de in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal en tussen Portugal en derde landen toepasselijke compenserende bedragen gelijk aan het verschil tussen de prijzen die voor Portugal zijn vastgesteld, en de gemeenschappelijke prijzen.

    Het volgens de hierboven bedoelde voorschriften bepaalde compenserende bedrag wordt in voorkomend geval gecorrigeerd voor wat betreft de invloed van de nationale steunmaatregelen die de Portugese Republiek krachtens de artikelen 247 en 248 mag handhaven.

  • 2.

    Er wordt evenwel geen compenserend bedrag vastgesteld indien de toepassing van punt 1 leidt tot een bedrag dat van geringe betekenis is.

  • 3.
    • a)

      In het handelsverkeer tussen Portugal en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden de compenserende bedragen geheven door de invoerende Staat of toegekend door de uitvoerende Staat.

    • b)

      In het handelsverkeer tussen Portugal en derde landen worden de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid toegepaste heffingen of andere belastingen bij invoer, alsmede, behoudens uitdrukkelijke afwijking, de restituties bij uitvoer, naar gelang van het geval, verlaagd of verhoogd met de compenserende bedragen die gelden in het handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

      De douanerechten kunnen evenwel niet met het compenserende bedrag worden verlaagd.

  • 4.

    Ten aanzien van produkten waarvoor het recht van het gemeenschappelijk douanetarief is geconsolideerd in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, wordt rekening gehouden met de consolidering.

  • 5.

    Het door een Lid-Staat overeenkomstig punt 1 geheven of toegekende compenserende bedrag mag niet hoger zijn dan het totale bedrag dat door dezelfde Lid-Staat wordt geheven bij invoer uit derde landen die in aanmerking komen voor de meestbegunstigingsclausule.

    De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen van deze regel afwijken, met name om verleggingen van het handelsverkeer en distorsies van de mededinging te voorkomen.

  • 6.

    De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, voor zover zulks nodig is voor de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, afwijken van het bepaalde in artikel 211, lid 1, eerste alinea, voor de produkten waarop compenserende bedragen van toepassing zijn.

Artikel

241

Indien de prijs op de wereldmarkt voor een bepaald produkt hoger is dan de prijs die wordt aangehouden voor de berekening van de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingestelde belasting bij invoer, verminderd met het compenserende bedrag dat wordt afgetrokken van de belasting bij invoer krachtens artikel 240, of wanneer de restitutie bij uitvoer naar derde landen lager is dan het compenserende bedrag of wanneer er geen restitutie wordt verleend, kunnen passende maatregelen worden getroffen om de goede werking van de gemeenschappelijke ordening der markten te waarborgen.

Artikel

242

Onderafdeling

3

- Vrij verkeer en douane-unie

Artikel

243

Ten aanzien van de produkten uit derde landen waarvan de invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling is onderworpen aan de toepassing van douanerechten, gelden de volgende bepalingen:

  • 1.
    • a)

      Onverminderd punt 4, worden de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor produkten van herkomst uit Portugal geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

      • -

        op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,7% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 71,4% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 57,1% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 42,8% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 28,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 14,2% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1992 worden alle rechten afgeschaft.

      Niettemin verlaagt de Gemeenschap in haar huidige samenstelling

      • -

        voor orchideeën, anthurium, strelitzia en protea van post ex 06.03 A van het gemeenschappelijk douanetarief,

      • -

        voor preparaten en conserven van tomaten van post 20.02 C van het gemeenschappelijk douanetarief,

      haar basisrechten in vijf gedeelten van 20% achtereenvolgens op de volgende data:

      • ·

        op 1 maart 1986,

      • ·

        op 1 januari 1987,

      • ·

        op 1 januari 1988,

      • ·

        op 1 januari 1989,

      • ·

        op 1 januari 1990.

    • b)

      Onverminderd punt 4, worden de douanerechten bij invoer in Portugal voor produkten van herkomst uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

      • -

        op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 75% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 62,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 50% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 37,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 25% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 12,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1993 worden alle rechten afgeschaft.

    • c)

      Onverminderd punt 4 en in afwijking van het bepaalde onder a) en b), worden de douanerechten bij invoer voor oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die vallen onder Verordening nr. 136/66/EEG - met uitzondering van plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie - geleidelijk afgeschaft tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal, zulks volgens onderstaand ritme:

      • -

        op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 90,0% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 81,8% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 72,7% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 63,6% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 54,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 45,4% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 36,3% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 27,2% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 18,1% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 9% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft.

    • d)

      Voor plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie, passen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek, onverminderd punt 4, evenwel hun respectieve basisrechten ongewijzigd toe gedurende het tijdvak waarin in Portugal bepaalde controleregelingen als bedoeld in artikel 292 worden toegepast. Bij het verstrijken van deze periode worden de basisrechten geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

      • -

        op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 83,3% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 66,6% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 49,9% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 33,2% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 16,5% van het basisrecht,

      • -

        op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft.

  • 2.

    Met het oog op de invoering van het gemeenschappelijk douanetarief past de Portugese Republiek de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 maart 1986, behalve ten aanzien van:

    • a)

      onverminderd punt 4, de in bijlage XX bedoelde produkten en de produkten waarvoor de Portugese basisrechten hoger zijn dan die van het gemeenschappelijk douanetarief, waarvoor de Portugese Republiek, met het oog op de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief, haar tarief ten opzichte van derde landen als volgt wijzigt:

      • aa)

        voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;

      • bb)

        past de Portugese Republiek in de overige gevallen een recht toe waardoor het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief in acht gelijke gedeelten van 12,5% worden verkleind, zulks op de volgende data:

        • -

          op 1 maart 1986,

        • -

          op 1 januari 1987,

        • -

          op 1 januari 1988,

        • -

          op 1 januari 1989,

        • -

          op 1 januari 1990,

        • -

          op 1 januari 1991,

        • -

          op 1 januari 1992.

      De Portugese Republiek past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe met ingang van 1 januari 1993;

    • b)

      onverminderd punt 4, oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen - met uitzondering van plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie -, ten aanzien waarvan de Portugese Republiek, met het oog op de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief, haar tarief ten opzichte van derde landen als volgt wijzigt:

      • aa)

        voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;

      • bb)

        in de overige gevallen past de Portugese Republiek een recht toe waardoor het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief wordt verkleind volgens onderstaand ritme:

        • -

          op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 90,9% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 81,8% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 72,7% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 63,6% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 54,5% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 45,4% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 36,3% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 27,2% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 18,1% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 9% van het aanvankelijke verschil.

      De Portugese Republiek past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 januari 1996;

    • c)

      onverminderd punt 4, plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie, waarvoor de Portugese Republiek haar basisrechten ongewijzigd toepast tijdens de periode waarin in Portugal bepaalde controleregelingen als bedoeld in artikel 292 van toepassing zijn. Bij het verstrijken van deze periode wijzigt de Portugese Republiek haar tarief ten opzichte van derde landen als volgt:

      • aa)

        voor tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;

      • bb)

        in de andere gevallen verkleint de Portugese Republiek het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief volgens onderstaand ritme:

        • -

          op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 83,3% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 66,6% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 49,9% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 33,2% van het aanvankelijke verschil,

        • -

          op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 16,5% van het aanvankelijke verschil.

      De Republiek Portugal past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 januari 1996.

  • 3.

    In de zin van de punten 1 en 2 is het basisrecht het in artikel 189 omschreven recht.

  • 4.

    Ten aanzien van produkten die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, kan volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG of, naargelang van het geval, van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten, worden besloten dat:

    • a)

      de Portugese Republiek, op haar verzoek, overgaat tot:

      • -

        afschaffing van de in punt 1, onder b), c) en d), bedoelde douanerechten of tot in punt 2, onder a), b) en c), bedoelde aanpassing, in een sneller ritme dan aldaar is voorzien;

      • -

        volledige of gedeeltelijke schorsing van de in punt 1, onder b), c) en d), bedoelde douanerechten die van toepassing zijn op uit de huidige Lid-Staten ingevoerde produkten;

      • -

        volledige of gedeeltelijke schorsing van de douanerechten die van toepassing zijn op uit derde landen ingevoerde produkten bedoeld in punt 2, onder a), b) en c);

    • b)

      de Gemeenschap in haar huidige samenstelling overgaat tot:

      • -

        afschaffing van de in punt 1, onder a), c) en d), bedoelde douanerechten in een sneller ritme dan aldaar is voorzien;

      • -

        volledige of gedeeltelijke schorsing van de in punt 1, onder a), c) en d), bedoelde douanerechten die van toepassing zijn op uit Portugal ingevoerde produkten.

    Voor produkten die niet onder een gemeenschappelijke marktordening vallen:

    • a)

      is geen enkel besluit nodig voor toepassing door de Portugese Republiek van de in de eerste alinea, onder a), eerste en tweede streepje, bedoelde maatregelen; de Portugese Republiek stelt de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis van de genomen maatregelen;

    • b)

      kan de Commissie de douanerechten die van toepassing zijn op uit Portugal ingevoerde produkten volledig of gedeeltelijk schorsen.

    De douanerechten die voortvloeien uit een versnelde aanpassing of die welke geschorst zijn, mogen niet lager zijn dan die welke worden toegepast bij invoer van dezelfde produkten uit de andere Lid-Staten.

Artikel

244

Artikel

245

Onderafdeling

4

- Steun

Artikel

246

Artikel

247

Artikel

248

Onderafdeling

5

- Aanvullende regeling voor het handelsverkeer

Artikel

249

Artikel

250

Artikel

251

Artikel

252

Onderafdeling

6

- Andere bepalingen

Artikel

253

Ten einde de structurele situatie in Portugal te verbeteren, zijn de volgende maatregelen van toepassing:

  • a)

    tenuitvoerlegging vanaf de interimperiode van concrete voorbereidende maatregelen met het oog op het overnemen en de toepassing van het „acquis communautaire”, met name op het gebied van de produktie-, verwerkings- en afzetstructuren en op het gebied van de producentenorganisaties;

  • b)

    toepassing in Portugal, vanaf de datum van toetreding, van de communautaire regeling op sociaal-structureel gebied met inbegrip van de producentenorganisaties;

  • c)

    uitbreiding tot Portugal, in het kader van de onder b) bedoelde regeling, van de gunstige specifieke bepalingen die op die datum in de horizontale communautaire regeling bestaan ten gunste van de probleemgebieden van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling;

  • d)

    bovendien, tenuitvoerlegging van structurele acties ten gunste van Portugal in de vorm van een specifiek programma ter ontwikkeling van de Portugese landbouw.

De Raad stelt, overeenkomstig artikel 258, zo nodig, de in de eerste alinea bedoelde maatregelen of de modaliteiten van die maatregelen vast.

Artikel

254

Alle voorraden van produkten die zich op 1 maart 1986 op het grondgebied van Portugal in het vrije verkeer bevinden en die de normale overdrachtshoeveelheid overschrijden, moeten door de Portugese Republiek ten harer laste worden afgebouwd in het kader van nader te omschrijven communautaire procedures en binnen termijnen die volgens artikel 258 moeten worden vastgesteld. Het begrip „normale overdrachtshoe veelheden” wordt voor elk produkt gedefinieerd aan de hand van de criteria en doelstellingen van elke gemeenschappelijke marktonderneming.

Artikel

255

Bij het vaststellen van het peil van de verschillende bedragen waarin in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is voorzien, andere dan de prijzen bedoeld in artikel 236, wordt rekening gehouden met het toegepaste compenserende bedrag, of, bij gebreke daarvan, met het geconstateerde of economisch gerechtvaardigde prijsverschil en, in voorkomend geval, met de invloed van de douanerechten, behalve:

  • -

    indien er geen gevaar voor verstoring van het handelsverkeer bestaat, of

  • -

    indien het voor de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid noodzakelijk of wenselijk is dat dit bedrag, dit verschil of deze invloed niet in aanmerking wordt genomen.

Artikel

256

Artikel

257

Artikel

258

Afdeling

III

De overgang in etappes

Onderafdeling

1

- Toepassingsgebied

Artikel

259

Artikel

260

Onderafdeling

2

- De eerste etappe

A)

Interne Portugese markt

Artikel

261

Artikel

262

Ten einde de Portugese landbouw in staat te stellen aan het einde van de eerste etappe harmonisch te integreren in het gemeenschappelijk landbouwbeleid, past de Portugese Republiek de organisatie van haar markt geleidelijk aan aan de hand van een aantal algemene doelstellingen, aangevuld met specifieke doelstellingen per sector.

Artikel

263

Artikel

264

Artikel

265

Gedurende de eerste etappe past de Portugese Republiek de volgende disciplines toe:

  • 1.

    Een prijsdiscipline:

    • a)

      Wanneer de Portugese prijzen, uitgedrukt in Ecu, lager zijn dan of gelijk zijn aan de gemeenschappelijke prijzen:

      • -

        kunnen de jaarlijkse prijsverhogingen, onverminderd de prijsharmonisatie in de sector melk en zuivelprodukten als bedoeld in artikel 309, onder d), in waarde de verhoging van de gemeenschappelijke prijzen niet overschrijden,

      • -

        niettemin:

        • aa)

          kan, indien de Portugese prijzen lager zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, en wanneer, overeenkomstig de onder 2 bedoelde steundiscipline, de afschaffing van bepaalde steunmaatregelen - hetzij die welke rechtstreeks voor de produkten worden toegekend in het stadium van de primaire produktie, hetzij die welke worden toegekend voor de produktiemiddelen - leidt tot een verlaging van de inkomens van de Portugese producenten, een aanvullende verhoging naast de in het eerste streepje bedoelde worden toegepast; deze aanvullende verhoging is beperkt tot de weerslag welke de afschaffing van de steunmaatregelen heeft op het inkomen van de producenten;

        • bb)

          kan voor produkten van tariefpost 22.05 van het gemeenschappelijk douanetarief waarvoor institutionele prijzen zijn vastgesteld, de jaarlijkse verhoging van de Portugese prijzen ten hoogste het niveau bereiken van het gedeelte dat voortvloeit uit een prijsaanpassing die plaatsvindt in tien jaar.

      De Portugese prijzen mogen in geen geval het peil van de gemeenschappelijke prijzen overschrijden.

      Met het oog op de toepassing van de onder a) bedoelde prijsdiscipline, is het peil van de Portugese prijzen dat tijdens het eerste verkoopseizoen volgend op de toetreding in aanmerking moet worden genomen, het peil van de voor het verkoopseizoen 1985/1986 vastgestelde Portugese prijzen, omgerekend in Ecu met behulp van de omrekeningskoers die aan het begin van dat verkoopseizoen op de betrokken produkten van toepassing was.

    • b)

      Indien de looptijd van de eerste etappe niet wordt verkort overeenkomstig artikel 260, lid 2, en wanneer de Portugese prijzen lager zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, gaat de Portugese Republiek tijdens het vijfde jaar van de eerste etappe, aan het begin van het verkoopseizoen van het betrokken produkt over tot een aanpassing van de prijzen aan het peil van de gemeenschappelijke prijzen die voor hetzelfde verkoopseizoen van toepassing zijn, zulks volgens nader te bepalen voorschriften.

      Te dien einde zijn de aan te passen Portugese prijzen gelijk aan de in Ecu uitgedrukte prijzen op het peil dat overeenkomstig de onder a) bedoelde voorschriften inzake prijsdiscipline op 31 december 1989 is bereikt.

    • c)

      Wanneer het peil van de Portugese prijzen voor het verkoopseizoen 1985/1986, uitgedrukt in Ecu met behulp van de omrekeningskoers die aan het begin van het verkoopseizoen van het betrokken produkt van toepassing was, hoger ligt dan het peil van de communautaire prijzen, mag het peil van de Portugese prijzen niet worden verhoogd ten opzichte van het vorige peil.

      Indien de Portugese prijzen, uitgedrukt in Ecu, zoals vastgesteld onder de voordien geldende nationale regeling voor het verkoopseizoen 1985/1986, hebben geleid tot een overschrijding van het verschil dat gedurende het verkoopseizoen 1984/1985 tussen de Portugese prijzen en de gemeenschappelijke prijzen bestond, stelt de Portugese Republiek haar prijzen tijdens de daaropvolgende verkoopseizoenen zodanig vast dat deze overschrijding volledig ongedaan wordt gemaakt tijdens de eerste zeven verkoopseizoenen volgend op de toetreding.

      Bovendien past de Portugese Republiek haar prijzen aan voor zover dat nodig is om te voorkomen dat het verschil tussen haar prijzen en de gemeenschappelijke prijzen groter wordt.

    • d)

      De Commissie ziet erop toe dat bovenvermelde voorschriften worden nageleefd. Overschrijdingen van het prijspeil dat voortvloeit uit die voorschriften, worden niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van het prijspeil dat als aanvangsniveau moet worden aangehouden voor de in artikel 285 bedoelde aanpassing van de prijzen tijdens de tweede etappe.

  • 2.

    Een steundiscipline:

    Uit hoofde van deze discipline mag de Portugese Republiek, onverminderd artikel 248, gedurende de eerste etappe haar nationale steunmaatregelen handhaven.

    Tijdens deze periode ziet de Portugese Republiek er evenwel op toe dat nationale steunmaatregelen die niet in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht in zekere mate worden afgebouwd en dat in de ordening van haar interne markt geleidelijk het schema van de communautaire steunmaatregelen wordt ingevoerd zonder dat het niveau van deze steun het gemeenschappeliijke niveau overschrijdt.

  • 3.

    Een produktiediscipline:

    Uit hoofde van deze discipline neemt de Portugese Republiek de maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat in de sectoren waarvoor de communautaire regeling voorziet in een produktiediscipline:

    • -

      eventuele produktiestijgingen op haar grondgebied tijdens de eerste etappe leiden tot een verergering van de situatie van de communautaire produktie als geheel;

    • -

      het overnemen van het „acquis communautaire” aan het begin van de tweede etappe bemoeilijkt wordt.

Artikel

266

B)

Regeling die van toepassing is in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal

Artikel

267

Onder voorbehoud van de artikelen 268 tot en met 276 en van afdeling V, mag de Portugese Republiek in haar handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gedurende de eerste etappe en voor de in artikel 259 bedoelde produkten de regeling handhaven die vóór de teotreding zowel bij invoer als bij uitvoer gold voor dit handelsverkeer.

Artikel

268

Artikel

269

Artikel

270

Artikel

271

Gedurende de eerste etappe kan de Portugese Republiek voor de in artikel 259 bedoelde produkten die worden uitgevoerd naar de huidige Lid-Staten, steun of uitvoersubsidie toekennen.

Het bedrag van deze eventuele steun of subsidies is evenwel beperkt tot ten hoogste het verschil tussen de in Portugal en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geconstateerde prijzen en, in voorkomend geval, tot de invloed van de douanerechten.

De vaststelling van deze steun of subsidies mag pas plaatsvinden nadat de raadplegingsprocedure van artikel 276 is afgewikkeld.

Artikel

272

Artikel

273

Artikel

274

Artikel

275

Artikel

276

De Portugese Republiek kan de in artikel 271 bedoelde steun of subsidies en de Gemeenschap kan de in artikel 275 bedoelde restituties pas toepassen indien vooraf overleg is gevoerd volgens de volgende procedure:

  • 1.

    Over elk ontwerp betreffende de vaststelling van:

    • -

      subsidie bij uitvoer uit Portugal naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling of naar derde landen, dan wel

    • -

      restituties bij uitvoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Portugal,

    wordt van gedachten gewisseld in het kader van periodieke vergaderingen van het Comité van Beheer dat is ingesteld bij de gemeenschappelijke marktordening waaronder het betrokken produkt valt.

  • 2.

    De vertegenwoordiger van de Commissie legt het in punt 1 bedoelde ontwerp ter behandeling voor aan het Comité; deze behandeling heeft met name betrekking op de economische aspecten van de beoogde uitvoer, alsmede op de situatie en het prijspeil op de Portugese markt, de markt van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de wereldmarkt.

  • 3.

    Het Comité brengt over het ontwerp een advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie. Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van vierenvijftig stemmen.

    Het advies wordt onverwijld medegedeeld aan de autoriteit die bevoegd is ter zake van de vaststelling, te weten, al naar gelang van het geval, de Portugese Republiek of de Commissie.

  • 4.

    Indien het advies negatief is:

    • -

      kan de bevoegde autoriteit een niet met het advies in overeenstemming zijnde vaststelling pas toepassen na het verstrijken van een termijn van tien werkdagen te rekenen vanaf de datum waarop het Comité zijn advies heeft uitgebracht,

    • -

      deelt de bevoegde autoriteit de vaststellingsmaatregel onmiddellijk mee aan de Raad die daarover kan beraadslagen en de bevoegde autoriteit kan aanbevelen haar vaststellingsontwerp of -besluit te wijzigen.

C)

Regeling van toepassing in het handelsverkeer tussen Portugal en derde landen

Artikel

277

Artikel

278

Artikel

279

De in artikel 273 bedoelde en in bijlage XXIV vermelde elementen ter bescherming van de verwerkende industrie vervangen, tijdens de eerste etappe, wat de door Portugal bij invoer uit derde landen te heffen belasting betreft, het communautaire beschermende element.

Artikel

280

Tot en met 31 december 1995 mag de Portugese Republiek, overeenkomstig volgens de procedure van artikel 258 te bepalen regels, kwantitatieve beperkingen handhaven bij invoer uit derde landen voor de in bijlage XXVI bedoelde produkten.

Artikel

281

De artikelen 270, lid 2, en 274 zijn mutatis mutandis van toepassing op het handelsverkeer tussen Portugal en derde landen.

Artikel

282

De Portugese Republiek mag de geleidelijke toepassing bij invoer van door de Gemeenschap aan bepaalde derde landen toegekende autonome of conventionele preferenties uitstellen tot het begin van de tweede etappe.

Artikel

283

Onderafdeling

3

- De tweede etappe

Artikel

284

Artikel

285

Artikel

286

Artikel

287

Artikel

288

De steun, premies of andere soortgelijke bedragen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn ingesteld en waarvoor in afdeling V naar dit artikel wordt verwezen, worden in Portugal toegepast volgens de onderstaande bepalingen:

  • a)

    Het peil van de communautaire steun die voor een bepaald produkt in Portugal moet worden toegekend aan het begin van de tweede etappe, is gelijk aan het bedrag van de steun die aan het eind van de eerste etappe wordt toegekend.

    Indien tijdens de eerste etappe geen soortgelijke steun werd toegekend, wordt, onder voorbehoud van de onderstaande bepalingen, in Portugal aan het begin van de tweede etappe geen steun verleend.

  • b)

    Aan het begin van het eerste verkoopseizoen of bij ontstentenis daarvan van de eerste toepassingsperiode van de steun volgend op het begin van de tweede etappe, wordt:

    • aa)

      hetzij de communautaire steun in Portugal ingevoerd op een niveau dat:

      • -

        een vijfde deel vertegenwoordigt van het bedrag van de communautaire steun die voor het komende verkoopseizoen of tijdvak van toepassing is wanneer de tweede etappe een looptijd van vijf jaar heeft,

      • -

        een zevende deel vertegenwoordigt van het bedrag van de communautaire steun die voor het komende verkoopseizoen of tijdvak van toepassing is wanneer de tweede etappe een looptijd van zeven jaar heeft;

    • bb)

      hetzij de communautaire steun in Portugal, indien er een verschil bestaat, aangepast aan het peil van de steun die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van toepassing is voor het komende verkoopseizoen of tijdvak:

      • -

        met een vijfde van het verschil tussen deze twee steunbedragen wanneer de tweede etappe een looptijd van vijf jaar heeft,

      • -

        met een zevende van het verschil tussen deze twee steunbedragen wanneer de tweede etappe een looptijd van zeven jaar heeft.

  • c)

    Aan het begin van de volgende verkoopseizoenen of toepassingstijdvakken, wordt het peil van de communautaire steun in Portugal aangepast aan het peil van de steun die in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling van toepassing is voor het volgende verkoopseizoen of tijdvak, achtereenvolgens:

    • -

      met een kwart, een derde en de helft van het verschil tussen deze twee steunbedragen wanneer de tweede etappe een looptijd van vijf jaar heeft;

    • -

      met een zesde, een vijfde, een kwart, een derde en de helft van het verschil tussen deze twee steunbedragen wanneer de tweede etappe een looptijd van zeven jaar heeft.

  • d)

    De communautaire steun wordt in Portugal volledig toegepast in 1995 aan het begin van het verkoopseizoen of het tijdvak van toepassing van de steun.

Artikel

289

Afdeling

IV

Bepalingen betreffende bepaalde gemeenschappelijke marktordeningen waarvoor de klassieke overgang geldt

Onderafdeling

I

- Oliën en vetten

Artikel

290

Artikel

291

Artikel

292

Artikel

293

Artikel

294

Gedurende de verkoopseizoenen 1986/1987 tot en met 1994/1995 worden voor in Portugal geproduceerd kool-, raap- en zonnebloemzaad specifieke garantiedrempels vastgesteld.

Voor het verkoopseizoen 1986/1987 worden deze drempels vastgesteld op:

  • -

    1000 ton voor kool- en raapzaad

  • -

    48000 ton voor zonnebloemzaad.

Voor de volgende verkoopseizoenen worden deze specifieke garantiedrempels vastgesteld aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria die worden aangehouden voor de vaststelling van de garantiedrempels in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

Indien een specifieke garantiedrempel wordt overschreden, worden medeverantwoordelijkheidsboetes toegepast volgens soortgelijke regels als die welke in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden toegepast en met hetzelfde plafond.

Artikel

295

Onderafdeling

2

- Tabak

Artikel

296

Artikel 236 en, in voorkomend geval, artikel 238 zijn van toepassing op de interventieprijs die voor elke soort of groep soorten is vastgesteld.

Artikel

297

De streefprijs die overeenkomt met de in artikel 296 bedoelde interventieprijs wordt in Portugal voor de eerste oogst die volgt op de toetreding vastgesteld op een peil dat de verhouding weergeeft tussen de streefprijsen de interventieprijs, overeenkomstig artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 727/70 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak.

Onderafdeling

3

- Vlas en hennep

Artikel

298

Artikel 246 is van toepassing op de steun voor vezelvlas en hennep.

Onderafdeling

4

- Hop

Artikel

299

De in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 bedoelde steun voor hopproducenten wordt met ingang van de eerste oogst volgend op de toetreding volledig toegepast in Portugal.

Onderafdeling

5

- Zaaigoed

Artikel

300

Artikel 246 is van toepassing op de steun voor het in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2358/71 bedoelde zaaigoed.

Onderafdeling

6

- Zijderupsen

Artikel

301

Artikel 246 is van toepassing op de steun voor zijderupsen.

Onderafdeling

7

- Suiker en isoglucose

Artikel

302

Artikel

303

Gedurende het tijdvak van zeven jaar volgend op de toetreding is de heffing op ruwe rietsuiker van oorsprong uit Ivoorkust, Malawi, Zimbabwe en Swaziland die in Portugal wordt ingevoerd tot een maximum per jaar van 75000 ton uitgedrukt in witte suiker, gelijk aan het bedrag van een heffing op ruwe suiker die moet worden berekend overeenkomstig de voorschriften van de gemeenschappelijke marktordening en verminderd met het verschil tussen de drempelprijs en de interventieprijs van ruwe suiker.

Voor het tijdvak van 1 maart tot 1 juli 1986 en voor het tijdvak van 1 juli tot en met 31 december 1992 wordt bovengenoemde maximumhoeveelheid verlaagd naar rato van de duur van deze tijdvakken.

Indien tijdens bovengenoemde tijdvakken

  • a)

    uit de voorlopige communautaire balans voor ruwe suiker voor een bepaald verkoopseizoen of een gedeelte daarvan blijkt dat de beschikbare hoeveelheden ruwe suiker onvoldoende zijn om een adequate voorziening van de Portugese raffinaderijen te waarborgen, of

  • b)

    uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden zulks tijdens een verkoopseizoen of een deel daarvan rechtvaardigen,

kan de Portugese Republiek worden gemachtigd, volgens de procedure van artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 1785/81, om voor het betrokken verkoopseizoen of gedeelte daarvan uit derde landen de hoeveelheden in te voeren die geacht worden te ontbreken, zulks onder dezelfde voorwaarden betreffende de verlaagde heffing als die welke zijn voorgeschreven voor de in de eerste alinea bedoelde hoeveelheid.

Onderafdeling

8

- Verwerkte groenten en fruit

Artikel

304

Voor de produkten die in aanmerking komen voor de steunregeling bedoeld in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 516/77 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten zijn in Portugal de volgende bepalingen van toepassing:

  • 1.

    Tot aan de eerste aanpassing van de prijzen bedoeld in artikel 238, wordt de in artikel 3 ter van Verordening (EEG) nr. 516/77 bedoelde minimumprijs vastgesteld op de grondslag

    • -

      van de prijs die voor het voor de verwerking bestemde produkt in Portugal werd vastgesteld onder de voordien geldende nationale regeling, of

    • -

      bij ontstentenis van deze prijs, van de prijzen die voor het voor de verwerking bestemde produkt in Portugal aan de producenten werden betaald en die gedurende een nader te bepalen representatieve periode werden geconstateerd.

  • 2.

    Indien de in punt 1 bedoelde minimumprijs:

    • -

      lager is dan de gemeenschappelijke prijs, wordt de prijs in Portugal aan het begin van elk verkoopseizoen volgend op de toetreding gewijzigd volgens de regels van artikel 238,

    • -

      hoger is dan de gemeenschappelijke prijs, wordt laatstgenoemde prijs vanaf de toetreding voor Portugal aangehouden.

  • 3.
    • a)

      Gedurende de eerste vijf verkoopseizoenen volgend op de toetreding, of, indien artikel 260, lid 2, wordt toegepast, tijdens de eerste drie verkoopseizoenen volgend op de toetreding, wordt voor op basis van tomaten verwerkte produkten het bedrag van de in Portugal toegekende communautaire steun afgeleid van de steun berekend voor de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, met inachtneming van het verschil tussen de minimumprijzen voor de producent die voortvloeien uit de toepassing van punt 2 van het onderhavige artikel, alvorens laatstgenoemde steun eventueel wordt verlaagd ingevolge de overschrijding van de garantiedrempel die voor deze produkten in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling is vastgesteld.

      In geval van overschrijding van de drempel in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt, indien zulks nodig blijkt te zijn om normale concurrentievoorwaarden te waarborgen tussen de Portugese industrieen en die van de Gemeenschap, volgens de procedure van artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 516/77 besloten dat een compenserend bedrag, dat ten hoogste gelijk is aan het verschil tussen de voor Portugal vastgestelde steun en de steun die zou zijn afgeleid van de vastgestelde communautaire steun, wordt toegepast overeenkomstig artikel 240, punt 3, onder a), en door de Portugese Republiek wordt geheven bij uitvoer naar derde landen.

      Bij het verstrijken van de in Verordening (EEG) nr. 1320/85 bedoelde regeling wordt evenwel geen compenserende bedragen geheven wanneer het bewijs wordt geleverd dat het Portugese produkt niet in aanmerking is gekomen voor de in Portugal toegekende communautaire steun.

      De in Portugal toepasselijke steun mag in geen geval het bedrag van de in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling toegekende steun overschrijden.

    • b)

      Gedurende de onder a), bedoelde periode wordt de toekenning van de communautaire steun in Portugal voor elk verkoopseizoen beperkt tot een hoeveelheid verwerkte produkten die overeenstemt met een hoeveelheid verse tomaten van

      • -

        685000 ton voor de vervaardiging van tomatenpasta,

      • -

        9600 ton voor de vervaardiging van hele tomaten zonder schil,

      • -

        137 ton voor andere produkten op basis van tomaten.

      Bij het verstrijken van deze periode worden de hierboven vastgestelde hoeveelheden, aangepast aan de hand van de eventuele wijziging van de communautaire drempels gedurende deze periode, in aanmerking genomen voor de vaststelling van de communautaire drempels.

  • 4.

    Het bedrag van de communautaire steun die in Portugal wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de in punt 3, onder a), bedoelde periode voor produkten op basis van tomaten en gedurende de zes verkoopseizoenen volgend op de toetreding voor de andere produkten afgeleid van de voor de Gemeenschap in haar huidige samenstelling vastgestelde steun, met inachtneming van het verschil tussen de minimumprijzen die voortvloeien uit de toepassing van punt 2.

  • 5.

    De communautaire steun wordt in Portugal volledig toegepast met ingang van het begin van het zevende verkoopseizoen volgend op de toetreding.

  • 6.

    Voor de toepassing van het onderhavige artikel verwijzen de minimumprijs en de steun die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gelden, naar de bedragen die gelden in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, met uitzondering van Griekenland.

Artikel

305

De in Portugal toepasselijke minimumprijs en financiële compensatie bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 2601/69 betreffende bijzondere maatregelen ten einde het verwerken van bepaalde variëteiten sinaasappelen te stimuleren en in de artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 1035/77 houdende bijzondere maatregelen voor de verbetering van de afzet van op basis van citroenen verwerkte produkten worden als volgt vastgesteld:

  • 1.

    Tot aan de eerste van de in artikel 238 bedoelde prijsaanpassingen wordt de toepasselijke minimumprijs vastgesteld op basis van de prijzen die in Portugal worden betaald aan de producenten van citrusvruchten die bestemd zijn voor de verwerking en die gedurende een nader te bepalen representatieve periode worden geconstateerd. De financiële compensatie is de compensatie die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geldt, in voorkomend geval verminderd met het verschil tussen enerzijds de gemeenschappelijke minimumprijs en anderzijds de in Portugal geldende minimumprijs.

  • 2.

    Voor de volgende prijsvaststellingen wordt de in Portugal geldende minimumprijs, overeenkomstig artikel 238, aangepast aan de gemeenschappelijke minimumprijs. De financiële compensatie die tijdens elke aanpassingsetappe in Portugal van toepassing is, is de compensatie van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, in voorkomend geval verminderd met het verschil tussen enerzijds de gemeenschappelijke minimumprijs en anderzijds de in Portugal geldende minimumprijs.

  • 3.

    Wanneer de minimumprijs die voortvloeit uit de toepassing van punt 1 of punt 2 hoger is dan de gemeenschappelijke minimumprijs, kan evenwel laatstgenoemde prijs definitief voor Portugal worden aangehouden.

Onderafdeling

9

- Gedroogde voedergewassen

Artikel

306

Onderafdeling

10

- Erwten, tuin- en veldbonen en niet-bittere lupine

Artikel

307

Onderafdeling

11

- Schape- en geitevlees

Artikel

308

In de sector schapevlees is artikel 236 van toepassing op de basisprijs.

Afdeling

V

Bepalingen betreffende bepaalde gemeenschappelijke marktordeningen waarvoor de overgang in etappes geldt

Onderafdeling

1

- Melk en zuivelprodukten

A)

Eerste etappe

Artikel

309

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector melk en zuivelprodukten, zijn de volgende:

  • a)

    afschaffing van de Junta Nacional dos Produtos Pecuários (JNPP) als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe, alsmede geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse handel, de invoer en uitvoer, met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurrentie en vrije toegang tot de Portugese markt;

  • b)

    oprichting van een interventieorgaan en vorming van een materiële en menselijke infrastructuur om de interventietransacties te kunnen verrichten;

  • c)

    wijziging van de huidige prijsstructuur ten einde het mogelijk te maken dat de prijzen vrij tot stand komen op de markt, alsmede aanpassing van de waardeverhouding tussen het vetgedeelte en het stikstofhoudende gedeelte van de in Portugal gebruikte melk aan de in de Gemeenschap aangehouden verhouding;

  • d)

    harmonisatie van de binnenlandse prijzen van melk, boter en melkpoeder die op het Portugese continent worden gehanteerd met die welke op de Azoren worden gehanteerd;

  • e)

    afschaffing, voor zover mogelijk, van de nationale steun die onverenigbaar is met het Gemeenschapsrecht en geleidelijke invoering van het schema van communautaire steunmaatregelen;

  • f)

    afschaffing van de exclusiviteit van de ophaalgebieden voor melk en van de exclusiviteit van de pasteurisatie;

  • g)

    totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten met het oog op het noteren van de prijzen, alsmede een passende opleiding van de administratieve diensten die onmisbaar zijn voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening in de betrokken sector;

  • h)

    tenuitvoerlegging van maatregelen om de modernisering van de produktie-, verwerkings- en afzetstructuren te bevorderen.

B)

Tweede etappe

Artikel

310

Artikel

311

Het compenserende bedrag voor andere zuivelprodukten dan boter en magere-melkpoeder wordt vastgesteld met behulp van nader te bepalen coëfficiënten.

Onderafdeling

2

- Rundvlees

A)

Eerste etappe

Artikel

312

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector rundvlees, zijn de volgende:

  • a)

    afschaffing van de JNPP als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe, alsmede vrijmaking van de invoer en uitvoer en geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse handel, met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurrentie en vrije toegang tot de Portugese markt;

  • b)

    oprichting van een interventieorgaan en vorming van een materiële en menselijke infrastructuur om de interventietransacties te kunnen verrichten, alsmede een passende opleiding van de administratieve diensten, welke elementen onmisbaar zijn voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening in de betrokken sector;

  • c)

    vrije prijsvorming op nader vast te stellen representatieve markten;

  • d)

    totstandbrenging van een informatiesysteem betreffende de landbouwmarkten, met het oog op het noteren van de prijzen en het invoeren van het communautaire indelingsschema van geslachte volwassen runderen, zulks ten einde de noteringen te kunnen vergelijken;

  • e)

    tenuitvoerlegging van maatregelen ter modernisering van de produktie-, verwerkings- en afzetstructuren met het oog op een verhoging van de produktiviteit van de veehouderij en een betere rentabiliteit van de sector;

  • f)

    vrijmaking van het handelsverkeer op zoötechnisch niveau.

B)

Tweede etappe

Artikel

313

Artikel

314

Artikel 288 is van toepassing op de premie voor het aanhouden van het zoogdierenbestand.

Onderafdeling

3

- Groenten en fruit

A)

Eerste etappe

Artikel

315

Artikel

316

In afwijking van artikel 272, lid 1, wordt de door de Gemeenschap in huidige samenstelling ten opzichte van Portugal toegepaste referentieprijs vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr.: 1035/72 zoals die op 31 december 1985 geldt.

Eventuele compenserende heffingen bij invoer van produkten uit Portugal welke voortvloeien uit de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1035/72 worden verminderd met:

  • -

    2% in het eerste jaar,

  • -

    4% in het tweede jaar,

  • -

    6% in het derde jaar,

  • -

    in voorkomend geval, 8% in het vierde en het vijfde jaar volgend op de datum van toetreding.

B)

Tweede etappe

Artikel

317

In de sector groenten en fruit is artikel 285 van toepassing op de basisprijs.

Artikel 255 is eveneens van toepassing in deze sector.

Artikel

318

Tijdens de tweede etappe wordt bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling een compensatiemechanisme ingesteld voor groten en fruit van herkomst uit Portugal waarvoor ten opzichte van derde landen een referentieprijs wordt vastgesteld.

  • 1.

    Voor dit mechanisme gelden de volgende voorschriften:

    • a)

      Er wordt een vergelijking gemaakt tussen een aanbiedingsprijs van het Portugese produkt, berekend overeenkomstig het bepaalde onder b), en een communautaire aanbiedingsprijs. Laatstgenoemde prijs wordt jaarlijks berekend:

      • -

        aan de hand van het rekenkundige gemiddelde van de produktieprijzen van elke Lid-Staat van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, vermeerderd met de vervoers- en verpakkingskosten voor de produkten vanaf de produktiegebieden tot de representatieve consumptiecentra van de Gemeenschap,

      • -

        met inachtneming van de ontwikkeling van de produktiekosten.

      Bovengenoemde produktieprijzen komen overeen met het gemiddelde van de prijzen die zijn geconstateerd tijdens de drie jaar voorafgaande aan de datum waarop de communautaire aanbiedingsprijs wordt vastgesteld.

      De communautaire aanbiedingsprijs mag het peil van de ten opzichte van derde landen toegepaste referentieprijs niet overschrijden.

    • b)

      De Portugese aanbiedingsprijs wordt elke marktdag berekend op de grondslag van de geconstateerde of tot het stadium van de importeurgrossier in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling omgerekende representatieve prijzen. De prijs voor een produkt van herkomst uit Portugal is gelijk aan de laagste representatieve prijs of aan het gemiddelde van de laagste representatieve prijzen geconstateerd voor ten minste 30% van de hoeveelheden van de betrokken herkomst die op alle representatieve markten waarvoor prijzen beschikbaar zijn worden afgezet. Deze prijs of prijzen worden vooraf verminderd:

      • -

        met het douanerecht berekend overeenkomstig het bepaalde onder c),

      • -

        met het eventueel volgens het bepaalde onder d) ingestelde corrigerende bedrag.

    • c)

      Het van de prijzen van het Portugese produkt af te trekken douanerecht is het recht van het gemeenschappelijk douanetarief dat jaarlijks aan het begin van het verkoopseizoen geleidelijk wordt verminderd:

      • -

        met een vijfde, wanneer de tweede etappe een looptijd van vijf jaar heeft,

      • -

        met een zevende, wanneer de tweede etappe een looptijd van zeven jaar heeft.

      De eerste verlaging vindt evenwel plaats aan het begin van de tweede etappe.

    • d)

      Indien de overeenkomstig het bepaalde onder b) berekende prijs van het Portugese produkt lager is dan de onder a) bedoelde communautaire aanbiedingsprijs, wordt bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling door de Lid-Staat van invoer een corrigerend bedrag geheven dat gelijk is aan het verschil tussen deze prijzen.

    • e)

      De heffing van het corrigerende bedrag vindt plaats totdat uit de prijsnoteringen blijkt dat de prijs van het Portugese produkt gelijk is aan of hoger dan de onder a) genoemde communautaire prijs.

  • 2.

    Indien de Portugese markt wordt verstoord door invoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, kan met betrekking tot de invoer in Portugal van groenten en fruit van herkomst uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling waarvoor een referentieprijs wordt vastgesteld, worden besloten tot passende maatregelen, die met name kunnen bestaan in de toepassing van een corrigerend bedrag volgens nader te bepalen voorschriften.

Onderafdeling

4

- Granen

A)

Eerste etappe

Artikel

319

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector granen, zijn de volgende:

  • a)

    afbouw van het afzetmonopolie van de Empresa Pública de Abastecimento de Cereais (EPAC) uiterlijk aan het einde van de eerste etappe en geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse handel en van de uitvoer, met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurrentie op de Portugese markt;

  • b)

    geleidelijke afschaffing van het invoermonopolie van de EPAC gedurende een periode van vier jaar;

  • c)

    totstandbrenging van een interventieorgaan en vorming van een materiële en menselijke infrastructuur om de interventietransacties te kunnen verrichten;

  • d)

    vrije prijsvorming;

  • e)

    totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten met het oog op het noteren van de prijzen alsmede een passende opleiding van de administratieve diensten, welke elementen onmisbaar zijn voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening.

Artikel

320

B)

Tweede etappe

Artikel

321

In de sector granen zijn de artikelen 240, 285 en 287 van toepassing op de interventieprijzen.

De artikelen 241, 242 en 255 zijn eveneens van toepassing in deze sector.

Artikel

322

Artikel

323

Artikel 288 is van toepassing op de in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 bedoelde steun voor durum tarwe.

Onderafdeling

5

- Varkensvlees

A)

Eerste etappe

Artikel

324

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector varkensvlees, zijn de volgende:

  • a)

    afschaffing van de JNPP als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe, alsmede geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse handel, de invoer en uitvoer, met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurentie en vrije toegang tot de Portugese markt;

  • b)

    oprichting van een interventieorgaan en vorming van een materiële en menselijke infrastructuur om de interventietransacties te kunnen verrichten, aangepast aan de nieuwe marktvoorwaarden in Portugal;

  • c)

    vrije prijsvorming op nader te bepalen representatieve markten;

  • d)

    totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten met het oog op het noteren van de prijzen, alsmede een passende opleiding van de administratieve diensten die onmisbaar zijn voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening;

  • d)

    tenuitvoerlegging van maatregelen om de modernisering van de produktie-, verwerkings- en afzetsectoren te moderniseren met het oog op een betere rentabiliteit van de sector;

  • f)

    voortzetting en intensifiëring van de bestrijding van de Afrikaanse varkenspest en inzonderheid ontwikkeling van produktie-eenheden in gesloten circuit.

B)

Tweede etappe

Artikel

325

Onderafdeling

6

- Eieren

A)

Eerste etappe

Artikel

326

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector eieren, zijn de volgende:

  • a)

    afschaffing van de JNPP als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe, vrijmaking van de invoer en de uitvoer met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurrentie en vrije toegang tot de Portugese markt alsmede geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse markt;

  • b)

    vrije prijsvorming;

  • c)

    totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten met het oog op het noteren van de prijzen;

  • d)

    tenuitvoerlegging van maatregelen om de modernisering van produktie- en verwerkingsstructuren te bevorderen.

B)

Tweede etappe

Artikel

327

Onderafdeling

7

- Geslacht pluimvee

A)

Eerste etappe

Artikel

328

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector geslacht pluimvee, zijn dezelfde als die welke in artikel 326 worden vermeld voor eieren.

B)

Tweede etappe

Artikel

329

Onderafdeling

8

- Rijst

A)

Eerste etappe

Artikel

330

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector rijst, zijn dezelfde als die welke in artikel 319 worden vermeld voor granen.

Artikel

331

B)

Tweede etappe

Artikel

332

Onderafdeling

9

- Wijn

A)

Eerste etappe

Artikel

333

De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector wijn, zijn de volgende:

  • a)

    afschaffing van de Junta Nacional do Vinho (JNV) als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe en aanpassing van de andere overheidsorganen in de sector wijn tijdens de eerste etappe, alsmede vrijmaking van de binnenlandse handel, de invoer en uitvoer en overdracht van de door de Staat gecontroleerde activiteiten inzake opslagen distillatie aan de producenten en producentenverenigingen;

  • b)

    geleidelijke invoering van een regeling inzake en toezicht op de aanplantingen, vergelijkbaar met die van de Gemeenschap, zulks ten einde een efficiënte aanplantingsdiscipline mogelijk te maken;

  • c)

    totstandbrenging van een ampelografieproject (indeling van de wijnstokrassen) en van een synonimieproject (gelijkwaardigheid van benamingen van wijnstokrassen in Portugal enerzijds en gelijkwaardigheid van Portugese benamingen en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gebruikte benamingen anderzijds) voorafgaand aan het totstandbrengen van een systeem van statistische enquêtes betreffende het wijnbouwareaal in de zin van de communautaire regeling en verwezenlijking van specifieke werkzaamheden op het gebied van het wijnbouwkadaster;

  • d)

    oprichting of verplaatsing van distillatiecentra in toereikend aantal en met een toereikende capaciteit om de verplichte distillatie mogelijk te maken;

  • e)

    totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten, met name van een prijsregistratie en een regelmatige statistische analyse;

  • f)

    opleiding van de administratieve diensten, noodzakelijk voor de goede werking van de gemeenschappelijke ordening van de wijnbouwmarkt;

  • g)

    geleidelijke aanpassing van het Portugese prijsstelsel aan het communautaire prijsstelsel;

  • h)

    verbod tot irrigatie van wijnbouwgebieden waar wijndruiven worden verbouwd, alsmede verbod van nieuwe aanplantingen op geïrrigeerde arealen.

  • i)

    tenuitvoerlegging, in het kader van de aanplantregeling, van het herstructurerings- en omschakelingsplan voor het Portugese wijnbouwareaal dat beantwoordt aan de doelstellingen van het gemeenschappelijk beleid inzake de wijnbouw.

Artikel

334

De Portugese Republiek neemt passende maatregelen om te voorkomen dat tijdens de eerste etappe de oppervlakte van het wijnbouwareaal dat wijn oplevert met een natuurlijk alcoholgehalte van 7% vol of minder, wordt uitgebreid.

Artikel

335

In afwijking van de communautaire regeling inzake het maximumgehalte aan zwaveldioxyde in wijn, mag de Portugese Republiek tijdens de eerste etappe op wijn die op haar grondgebied wordt geproduceerd, de grenswaarden toepassen die onder de voordien geldende nationale regeling werden goegepast.

De Portugese Republiek stelt evenwel passende maatregelen vast om het gehalte aan zwaveldioxyde tijdens de eerste etappe geleidelijk te verlagen tot de communautaire niveaus, ten einde deze niveaus te bereiken aan het begin van de tweede etappe.

Artikel

336

Tijdens de eerste etappe stelt de Portugese Republiek op basis van de in artikel 333 bedoelde ampelografie- en synonimiestudie een indeling op van de wijnstokrassen van het Portugese areaal, overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 337/79 en de toepassingsbepalingen van laatstgenoemd artikel.

B)

Tweede etappe

Artikel

337

In de wijnbouwsector zijn de artikelen 285 en 287 van toepassing op de oriëntatieprijzen van tafelwijn.

Artikel

338

Artikel

339

Artikel 288 is van toepassing op de steun voor het gebruik van druivemost en geconcentreerde druivemost met het oog op de vervaardiging van druivesap.

Artikel

340

Artikel

341

Tot eind 1995 kunnen in het gebied van de „vinho verde” geproduceerde wijnen met een alcoholgehalte van minder dan 8,5% vol alleen in het produktiegebied onverpakt in het verkeer worden gebracht.

Voor deze wijn moet het effectieve alcoholgehalte op het etiket worden vermeld.

Afdeling

VI

Andere bepalingen

Onderafdeling

1

- Veterinaire maatregelen

Artikel

342

Wat het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee binnen haar grondgebied betreft, mag de Portugese Republiek de toepassing van Richtlijn 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee uitstellen tot en met uiterlijk 31 december 1988.

Artikel

343

De Portugese Republiek mag uiterlijk tot en met 31 december 1990 beperkingen handhaven bij de invoer van fokstieren van zuiver ras, indien de betrokken rassen niet voorkomen op de lijst van in Portugal toegestane rassen.

Onderafdeling

2

- Maatregelen betreffende de wetgeving op het gebied van zaaizaad en pootgoed

Artikel

344

Onderafdeling

3

- Fytosanitaire maatregelen

Artikel

345

De Portugese Republiek mag de toepassing van Richtlijn 69/465/EEG betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje uiterlijk tot en met 31 december 1990 uitstellen.

Hoofdstuk

4

Visserij

Afdeling

I

Algemene bepalingen

Artikel

346

Afdeling

II

Toegang tot de wateren en de visbestanden

Artikel

347

Met het oog op hun integratie in de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 170/83, geldt de in deze afdeling omschreven regeling voor de toegang tot de wateren die vallen onder de soevereiniteit of jurisdictie van de huidige Lid-Staten en die worden bestreken door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), voor schepen die de vlag van Portugal voeren.

Artikel

348

Alleen de in artikel 349 bedoelde vaartuigen mogen visserijactiviteiten uitoefenen en zulks uitsluitend in de zones en onder de voorwaarden omschreven in dat artikel.

Artikel

349

Artikel

350

Vóór 31 december 1992 dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de situatie en de vooruitzichten van de visserij in de Gemeenschap aan de hand van de toepassing van de artikelen 349 en 351. Op basis van dit verslag worden de eventueel noodzakelijke aanpassingen van de in artikel 349 en artikel 351 bedoelde regeling met inbegrip van die inzake de toegang tot andere gebieden dan die welke in artikel 349, lid 1, zijn vermeld, vóór 31 december 1993 vastgesteld volgens de procedure van artikel 43 van het EEG-Verdrag; deze aanpassingen treden in werking op 1 januari 1996.

Artikel

351

Artikel

352

Artikel

353

De in de artikelen 347 tot en met 350 omschreven regeling, met imbegrip van de aanpassingen die door de Raad krachtens artikel 350 kunnen worden vastgesteld, blijft van toepassing tot het verstrijken van de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 170/83 bedoelde periode.

Afdeling

III

Externe visbestanden

Artikel

354

Artikel

355

Afdeling

IV

Gemeenschappelijke ordening der markten

Artikel

356

Artikel

357

Artikel

358

Artikel

359

Gedurende de periode waarin de prijzen worden aangepast, worden de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3796/81 bedoelde aanpassingscoëfficiënten die in 1984 golden voor sardines, niet gewijzigd.

Afdeling

V

Regeling voor het handelsverkeer

Artikel

360

Artikel

361

Artikel

362

Gedurende de periode waarin de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal geleidelijk worden afgeschaft, kunnen de volgende produkten van herkomst uit Portugal jaarlijks in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden ingevoerd met volledige schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief binnen de onderstaande grenzen:

Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief

Omschrijving

Hoeveelheid in ton

16.04

Bereiden en conserven van vis, (kaviaar en kaviaarsurrogaten daaronder begrepen):

D. Sardines

5 000

E. Tonijn

1 000

ex F. Bonieten, makreel en ansjovis:

- Makreel

1 000

Artikel

363

Hoofdstuk

5

Buitenlandse betrekkingen

Afdeling

I

Gemeenschappelijke handelspolitiek

Artikel

364

Artikel

365

Afdeling

II

Overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en bepaalde derde landen

Artikel

366

Artikel

367

Indien de in artikel 366, lid 1, genoemde protocollen op 1 januari 1986 om redenen onafhankelijk van de wil van de Gemeenschap of de Portugese Republiek niet zijn gesloten, treft de Gemeenschap de nodige maatregelen om onmiddellijk bij de toetreding aan deze situatie het hoofd te bieden.

In ieder geval wordt door de Portugese Republiek vanaf 1 januari 1986 op de in artikel 368 genoemde landen de meestbegunstigingsclausule toegepast.

Artikel

368

Artikel

369

De Portugese Republiek zegt de op 4 januari 1960 ondertekende Overeenkomst tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie per 1 januari 1986 op.

Afdeling

III

Textiel

Artikel

370

Hoofdstuk

6

Financiële bepalingen

Artikel

371

Artikel

372

De „landbouwheffingen” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder a), van het besluit van 21 april 1970, omvatten eveneens de ontvangsten afkomstig van alle bedragen die worden vastgesteld bij invoer in het handelsverkeer tussen Portugal en de andere Lid-Staten en tussen Portugal en derde landen uit hoofde van de artikelen 233 tot en met 345, van artikel 210, lid 3, en van artikel 213.

Deze ontvangsten omvatten evenwel pas vanaf het begin van de tweede etappe de heffingen en andere bedragen, bedoeld in de eerste alinea, die zijn vastgesteld voor produkten waarvoor uit hoofde van de artikelen 309 tot en met 341 een overgangsregeling in etappes geldt.

In afwijking van het bepaalde in de tweede alinea, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen voor het einde van de eerste etappe besluiten Portugal, binnen nader te bepalen grenzen en op een nader te bepalen wijze en voor een tijdvak van ten hoogste twee jaar, de ontvangsten uit de door Portugal op de invoer van granen uit de andere Lid-Staten toegepaste monetaire bedragen „toetreding” terug te betalen.

Artikel

373

De „douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea onder b), van het besluit van 21 april 1970, omvatten tot en met 31 december 1992 de douanerechten die worden berekend alsof de Portugese Republiek vanaf de toetreding in het handelsverkeer met derde landen de rechten toepaste die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en de verlaagde rechten die voortvloeien uit door de Gemeenschap toegepaste tarief preferenties. Voor de douanerechten inzake oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, alsmede voor landbouwprodukten waarvoor een overgangsregeling in etappes geldt uit hoofde van de artikelen 309 tot en met 341, geldt dezelfde regel tot en met 31 december 1995.

Deze ontvangsten omvatten gedurende de eerste etappe niet de douanerechten die van toepassing zijn op de in Portugal ingevoerde landbouwprodukten waarvoor uit hoofde van de artikelen 309 tot en met 341 een overgangsregeling in etappes geldt.

In geval van toepassing van de door de Commissie uit hoofde van artikel 210, lid 3, van deze Akte vastgestelde bepalingen, komen de douanerechten, in afwijking van de eerste alinea, overeen met het bedrag dat wordt berekend volgens het in deze bepalingen vastgestelde recht van de compenserende heffing voor produkten uit derde landen die bij de vervaardiging worden gebruikt.

De Portugese Republiek berekent deze douanerechten maandelijks op de grondslag van de douane-aangiften van dezelfde maand. Zij worden onder de voorwaarden van Verordening (EEG/Euratom/EGKS) nr. 2891/77 ter beschikking van de Commissie gesteld voor de aldus berekende douanerechten, aan de hand van de vaststellingen die in de loop van de betreffende maand zijn gedaan.

Met ingang van 1 januari 1993 is het totaalbedrag van de vastgestelde douanerechten volledig verschuldigd. Wat betreft de in de artikelen 309 tot en met 341 bedoelde produkten waarvoor een overgangsregeling in etappes geldt, alsmede voor oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, is het totaalbedrag van deze rechten evenwel volledig verschuldigd met ingang van 1 januari 1996.

Artikel

374

Het bedrag van de rechten vastgesteld uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting over de toegevoegde waarde of de financiële bijdragen die berusten op het bruto nationaal produkt krachtens artikel 4, leden 1 tot en met 5, van het besluit van 21 april 1970 is volledig verschuldigd vanaf 1 januari 1986.

De in artikel 15, punt 15, van de zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad bedoelde afwijking is niet van invloed op het bedrag van de rechten die uit hoofde van de eerste alinea verschuldigd zijn.

De Gemeenschap restitueert de Portugese Republiek uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen in de loop van de maand die volgt op het ter beschikking stellen aan de Commissie, een evenredig gedeelte van het bedrag van de stortingen uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting over de toegevoegde waarde of de financiële bijdragen die berusten op het bruto nationaal produkt, zulks volgens onderstaande regels:

87% in 1986

70% in 1987

55% in 1988

40% in 1989

25% in 1990

5% in 1991.

Het percentage van deze degressive restitutie is niet van toepassing op het bedrag dat overeenstemt met het aandeel van Portugal in de financiering van de verlaging ten gunste van het Verenigd Koninkrijk bedoeld in artikel 3, lid 3, onder b), c) en d), van het besluit van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschap.

Artikel

375

Om te voorkomen dat de terugbetaling van de voorschotten die vóór 1 januari 1986 door de Lid-Staten aan de Gemeenschap zijn verleend, ten laste komt van de Portugese Republiek, ontvangt de Portugese Republiek een financiële compensatie uit hoofde van deze terugbetaling.

Hoofdstuk

7

Overige bepalingen

Artikel

376

In afwijking van artikel 60 van het EGKS-Verdrag en de toepassingsbepalingen daarvan, kunnen Portugese staalondernemingen in de autonome gebieden van de Azoren en Madeira tot en met 31 december 1992 een c.i.f.-prijs haven van bestemming toepassen die gelijk is aan een pariteitsprijs die op het continentale grondgebied van de Portugese Republiek geldt.

Artikel

377

Tot en met 31 december 1992 kan de Portugese Republiek, wat betreft de accijnzen op tabaksfabrikaten die zijn geproduceerd in de autonome gebieden van de Azoren en Madeira, afwijken van het bepaalde in artikel 95 van het EEG-Verdrag, zulks onder de voorwaarden die in bijlage XXXII zijn vastgesteld voor de toepassing van Richtlijn 72/464/EEG van de Raad van 19 december 1972.

TITEL

IV

ANDERE BEPALINGEN

Artikel

378

Artikel

379

Artikel

380

VIJFDE

DEEL

BEPALINGEN BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING VAN DEZE AKTE

TITEL

I

HET IN WERKING STELLEN VAN DE INSTELLINGEN

Artikel

381

De Vergadering komt uiterlijk een maand na de toetreding bijeen. Zij brengt in haar Reglement van Orde de wijzigingen aan die noodzakelijk zijn geworden door deze toetreding.

Artikel

382

De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.

Artikel

383

Artikel

384

Artikel

385

Onmiddellijk bij de toetreding wordt de Rekenkamer aangevuld door de benoeming van twee nieuwe leden. De ambtstermijn van de aldus benoemde leden loopt op 17 oktober 1987 af.

Artikel

386

Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Economisch en Sociaal Comité aangevuld door de benoeming van drieëndertig leden die alle sectoren van het economische en sociale leven van de nieuwe Lid-Staten vertegenwoordigen. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

387

Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal aangevuld door de benoeming van extra leden. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

388

Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Wetenschappelijk en Technisch Comité aangevuld door de benoeming van vijf nieuwe leden. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt op hetzelfde tijdstip als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

389

Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Monetair Comité aangevuld door de benoeming van leden die de nieuwe Lid-Staten vertegenwoordigen. Hun mandaat verstrijkt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.

Artikel

390

De door de toetreding noodzakelijk geworden aanpassingen van de Statuten en van de Reglementen van Orde van de bij de oorspronkelijke Verdragen ingestelde Comités geschieden zo spoedig mogelijk na de toetreding.

Artikel

391

TITEL

II

TOEPASSING VAN DE BESLUITEN DER INSTELLINGEN

Artikel

392

Vanaf het tijdstip van toetreding wordt ervan uitgegaan dat de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 189 van het EEG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag, alsmede de aanbevelingen en beschikkingen in de zin van artikel 14 van het EGKS-Verdrag, eveneens tot de nieuwe Lid-Staten zijn gericht, en dat daarvan kennis is gegeven aan deze Staten, voor zover van deze richtlijnen, aanbevelingen en beschikkingen aan alle huidige Lid-Staten kennis is gegeven.

Artikel

393

De toepassing in elk der nieuwe Lid-Staten van de in de lijst die is opgenomen in bijlage XXXV van deze Akte voorkomende besluiten wordt uitgesteld tot de in die lijst vermelde data.

Artikel

394

Artikel

395

De nieuwe Lid-Staten stellen de maatregelen in werking die nodig zijn om vanaf het tijdstip van hun toetreding uitvoering te geven aan de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 189 van het EEG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag alsmede aan de beschikkingen en aanbevelingen in de zin van artikel 14 van het EGKS-Verdrag, tenzij in de lijst die is opgenomen in bijlage XXXVI of in andere bepalingen van de onderhavige Akte een bepaalde termijn is vastgesteld.

Artikel

396

Artikel

397

De vóór de toetreding aanvaarde teksten van de besluiten van de Instellingen der Gemeenschappen die door de Raad of de Commissie in de Spaanse en Portugese taal zijn vastgesteld, zijn vanaf het tijdstip van toetreding op gelijke wijze authentiek als de in de zeven huidige talen vastgestelde teksten. Zij worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt, wanneer de teksten in de huidige talen aldus zijn bekendgemaakt.

Artikel

398

Van de op het tijdstip van toetreding bestaande overeenkomsten, besluiten en onderling samenhangende gedragingen die ingevolge de toetreding onder de werkingssfeer van artikel 65 van het EGKS-Verdrag vallen, moet aan de Commissie kennis worden gegeven binnen een termijn van ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding. Alleen overeenkomsten en besluiten waarvan kennis is gegeven, blijven voorlopig van kracht totdat de Commissie heeft beslist.

Artikel

399

De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van dr gezondheid van de bevolking en van de werknemers op het grondgebied van de nieuwe Lid-Staten tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden, overeenkomstig artikel 33 van het EGA-Verdrag, door deze Staten aan de Commissie medegedeeld binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding.

TITEL

III

SLOTBEPALINGEN

Artikel

400

De aan deze Akte gehechte bijlagen I tot en met XXXVI en de Protocollen nr. 1 tot en met 25 maken daar een integrerend deel van uit.

Artikel

401

De Regering van de Franse Republiek zendt aan de Regeringen van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toe van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de verdragen waarbij dit Verdrag is gewijzigd.

Artikel

402

De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal toe van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan, met inbegrip van de Verdragen betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

De teksten van deze Verdragen, die zijn opgesteld in de Spaanse en Portugese taal, worden aan de onderhavige Akte gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van de in de eerste alinea genoemde Verdragen die zijn opgesteld in de huidige talen.

Artikel

403

De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen zal een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de internationale overeenkomsten die zijn nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal, aan de Regeringen van de nieuwe Lid-Staten toezenden.

Bijlage

II

Lijst bedoeld in artikel 27 van de Toetredingsakte

I. Douanewetgeving

Verordening (EEG) nr. 137/79 van de Commissie van 19 december 1978

(PB nr.L 20 van 27.1.1979, blz. 1)

Ten einde rekening te houden met het feit dat de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap en niet onder de regeling van Protocol nr. 2 vallen, moeten de bepalingen van deze verordening worden aangevuld met voorschriften inzake bijzondere administratieve procedures, waarin bijvoorbeeld wordt voorzien in speciale kaden waar, voor wat betreft door vissersvaartuigen van de Gemeenschap te verrichten activiteiten en inzonderheid het lossen door deze schepen in de havens van de Canarische Eilanden, de overslag van goederen moet plaatsvinden, met inbegrip van andere vissersvaartuigen van de Gemeenschap, met het oog op het vervoer naar de Gemeenschap.

Er zal ook worden voorzien in wederzijdse bijstand tussen de douanediensten van de Lid-Staten waarbij de Commissie kan worden betrokken.

II. VERVOER

1. Verordening (EEG) nr. 3164/76 van de Raad van 16 december 1976

(PB nr. L 357 van 29.12.1976, blz. 1)

gewijzigd bij

- Verordening (EEG) nr. 3024/77 van de Raad van 21 december 1977

(PB nr. L 358 van 31.12.1977, blz. 4)

- Verordening (EEG) nr. 3062/78 van de Raad van 19 december 1978

(PB nr. L 366 van 28.12.1978, blz. 5)

- Toetredingsakte van 1979 (PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Verordening (EEG) nr. 2963/79 van de Raad van 20 december 1979

(PB nr. L 336 van 29.12.1979, blz. 11)

- Verordening (EEG) nr. 2964/79 van de Raad van 20 december 1979

(PB nr. L 336 van 29.12.1979, blz. 12)

- Verordening (EEG) nr. 305/81 van de Raad van 20 januari 1981

(PB nr. L 34 van 6.2.1981, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 663/82 van de Raad van 22 maart 1982

(PB nr. L 78 van 24.2.1982, blz. 2)

- Verordening (EEG) nr. 3515/82 van de Raad van 21 december 1982

(PB nr. L 369 van 29.12.1982, blz. 2)

- Verordening (EEG) nr. 3621/84 van de Raad van 19 december 1984

(PB nr. L 333 van 21.12.1984, blz. 61)

Artikel 3 moet worden gewijzigd; er moet een aantal communautaire vergunningen voor de nieuwe Lid-Staten worden vermeld en het totale aantal vergunningen moet dienovereenkomstig worden bijgesteld.

De vermeldingen in de bijlagen moeten worden aangevuld met de betreffende tekens en aanduidingen van de nieuwe Lid-Staten.

2. Richtlijn 74/561/EEG van de Raad van 12 november 1974

(PB nr. L 308 van 19.11.1974, blz. 18)

gewijzigd bij Richtlijn 80/1178/EEG van de Raad van 4 december 1980

(PB nr. L 350 van 23.12.1980, blz. 41)

In artikel 5, leden 1 en 2, moeten in de nieuwe Lid-Staten de data vóór welke de ondernemers van goederenvervoer die het beroep reeds uitoefenen, worden vrijgesteld van bepaalde verplichtingen, worden verschoven ten einde met onder vergelijkbare voorwaarden verkregen rechten rekening te houden.

3. Richtlijn 74/562/EEG van de Raad van 12 november 1974

(PB nr. L 308 van 19.11.1974, blz. 23)

gewijzigd bij Richtlijn 80/1179/EEG van de Raad van 4 december 1980

(PB nr. L 350 van 23.12.1980, blz. 42)

In artikel 4, leden 1 en 2, moeten in de nieuwe Lid-Staten de data vóór welke de ondernemers van personenvervoer die het beroep reeds uitoefenen, worden vrijgesteld van bepaalde verplichtingen, worden verschoven ten einde met onder vergelijkbare voorwaarden verkregen rechten rekening te houden.

4. Derde Richtlijn 84/634/EEG van de Raad van 12 december 1984

(PB nr. L 331 van 19.12.1984, blz. 33)

In artikel 4 en eventueel in artikel 3 moet worden aangegeven onder welke voorwaarden deze richtlijn ten aanzien van Portugal van toepassing is.

5. Richtlijn 83/416/EEG van de Raad van 25 juli 1983

(PB nr. L 237 van 26.8.1983, blz. 19)

Deze richtlijn zal worden aangepast teneinde daarin de classificatie van de Portugese luchthavens, open voor het geregelde internationale verkeer op te nemen en in verband met een eventuele tijdelijke vrijstelling voor de luchthavens op de Azoren.

III. ECONOMISCHE POLITIEK

Overeenkomst van 9 februari 1970 houdende instelling van een stelsel van monetaire bijstand op korte termijn tussen de centrale banken van de Lid-Staten van de Gemeenschap en Besluit nr. 15/80 van 9 december 1980 van de Raad van Bestuur van het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking.

Ingevolge daartoe strekkende besluiten, die in afwijking van artikel 396 van de Toetredingsakte respectievelijk door de Presidenten van de centrale banken van de Lid-Staten en door de Raad van Bestuur van het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking moeten worden vastgesteld, worden de bedragen van de debetquota en creditquota als volgt aangevuld:

- Debetquota:

Banco de Espana

Banco de Portugal

: 725 miljoen Ecu

: 145 miljoen Ecu

- Creditquota:

Banco de Espana

Banco de Portugal

: 1 450 miljoen Ecu

: 290 miljoen Ecu.

IV. HANDELSPOLITIEK

1. Verordening (EEG) nr. 2603/69 van de Raad van 20 december 1969

(PB nr. L 324 van 27.12.1969, blz. 25)

gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1934/82 van de Raad van 12 juli 1982

(PB nr. L 211 van 20.7.1982, blz. 1)

gerectificeerd in PB nr. L 285 van 8.10.1982, blz. 30

De bijlage moet in voorkomend geval worden aangepast ten einde de door de nieuwe Lid-Staten toegepaste beperkingen op te nemen.

2. Verordening (EEG) nr. 288/82 van de Raad van 5 februari 1982

(PB nr. L 35 van 9.2.1982, blz. 1)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 2303/82 van de Commissie van 18 augustus 1982

(PB nr. L 246 van 21.8.1982, blz. 7)

- Verordening (EEG) nr. 2417/82 van de Commissie van 3 september 1982

(PB nr. L 258 van 4.9.1982, blz. 8)

gerectificeerd in PB nr. L 354 van 16.12.1982, blz. 36

- Verordening (EEG) nr. 899/83 van de Raad van 28 maart 1983 (PB nr. L 103 van 21.4.1983, blz. 1)

gerectificeerd in PB nr. L 58 van 2.3.1982, blz. 31, PB nr. L 189 van 1.7.1982, blz. 80, PB nr. L 260 van 8.9.1982, blz. 16 en PB nr. L 351 van 11.12.1982, blz. 35

De bijlagen moeten worden aangevuld met de betreffende vermeldingen voor de nieuwe Lid-Staten, respectievelijk in de lijst van produkten waarvoor nationale kwantitatieve beperkingen gelden en in de lijst van de aan toezicht onderworpen produkten. Voorts moeten Spanje en Portugal geschrapt worden uit de lijst van de derde landen die zijn vermeld in de geografische zones waar kwantitatieve beperkingen gelden.

3. Verordening (EEG) nr. 1765/82 van de Raad van 30 juni 1982

(PB nr. L 195 van 5.7.1982, blz. 1)

gerectificeerd in PB nr. L 251 van 27.8.1982, blz. 34

In de bijlage en de daarbij gevoegde opmerking moeten in de titels, de lijsten van derde landen, de voetnoten en de omschrijving van de produkten de betreffende Spaanse en Portugese termen worden toegevoegd.

4. Verordening (EEG) nr. 1766/82 van de Raad van 30 juni 1982

(PB nr. L 195 van 5.7.1982, blz. 21)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 35/83 van de Commissie van 6 januari 1983

(PB nr.L 5 van 7.1.1983, blz. 12)

- Verordening (EEG) nr. 101/84 van de Raad van 16 januari 1984

(PB nr. L 14 van 17.1.1984, blz. 7)

gerectificeerd in PB nr. L 251 van 27.8.1982, blz. 34

In de bijlage en de daarbij gevoegde opmerking moeten in de titels, de voetnoten en de omschrijving van de produkten de betreffende Spaanse en Portugese termen worden toegevoegd.

5. Verordening (EEG) nr. 3587/82 van de Raad van 23 december 1982

(PB nr. L 374 van 31.12.1982, blz. 1)

gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 853/83 van de Raad van 28 maart 1983

(PB nr. L 98 van 16.4.1983, blz. 1)

Artikel 3, lid 2, en de tabellen in bijlage II moeten worden aangepast; er moeten respectievelijk nieuwe percentages en voor elke Lid-Staat vastgestelde nieuwe kwantitatieve beperkingen worden opgenomen in verband met de toetreding van de nieuwe Lid-Staten; voorts moeten in voorkomend geval de regionale beperkingen voor de nieuwe Lid-Staten worden aangegeven.

6. Verordening (EEG) nr. 3588/82 van de Raad van 23 december 1982

(PB nr. L 374 van 31.12.1982, blz. 47)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 194/84 van de Raad van 4 januari 1984

(PB nr. L 26 van 30.1.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 1475/84 van de Raad van 24 mei 1984

(PB nr. L 143 van 30.5.1984, blz. 6)

Artikel 10, lid 3, en de tabellen in bijlage II moeten worden aangepast; er moeten respectievelijk nieuwe percentages en voor elke Lid-Staat vastgestelde nieuwe kwantitatieve beperkingen worden opgenomen in verband met de toetreding van de nieuwe Lid-Staten. Voorts moet in bijlage VII, aanhangsel B, een extra kolom worden opgenomen voor elk van de nieuwe Lid-Staten en moet bijlage II in voorkomend geval worden gewijzigd om de regionale beperkingen voor de nieuwe Lid-Staten aan te geven.

7. Verordening (EEG) nr. 3589/82 van de Raad van 23 december 1982

(PB nr. L 374 van 31.12.1982, blz. 106)

gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3762/83 van de Raad van 19 december 1983

(PB nr. L 380 van 31.12.1982, blz. 11)

Artikel 11, lid 3, en de tabellen in bijlage III en het aanhangsel bij die bijlage moeten worden aangepast; er moeten respectievelijk nieuwe percentages en voor elke Lid-Staat vastgestelde nieuwe kwantitatieve beperkingen ten opzichte van de betrokken derde landen worden vastgesteld in verband met de toetreding van de nieuwe Lid-Staten. Voorts moeten in voorkomend geval in bijlage III de regionale beperkingen voor de nieuwe Lid-Staten worden aangegeven.

8. Verordening (EEG) nr. 3420/83 van de Raad van 14 november 1983

(PB nr. L 346 van 8.12.1983, blz. 6)

De bijlagen I en III moeten worden aangevuld met de betreffende vermeldingen in het Spaans en het Portugees in de titels, de vermeldingen en de lijst van betrokken landen en met de vermelding van de produkten van oorsprong uit landen met staatshandel waarvoor in de nieuwe Lid-Staten kwantitatieve beperkingen gelden wanneer zij in het vrije verkeer worden gebracht.

9. Verordening (EEG) nr. 3761/83 van de Raad van 22 december 1983

(PBnr.L 379 van 31.12.1983, blz. 1)

Bijlage 7 moet worden aangevuld met de vermelding van de jaarlijkse beperking van invoer van koffie voor de nieuwe Lid-Staten.

10. Verordening (EEG) nr. 2072/84 van de Raad van 29 juni 1984

(PB nr. L 198 van 27.7.1984, blz. 1)

Artikel 12, lid 3, en de tabellen in bijlage III en het aanhangsel bij die bijlage moeten worden aangepast; er moeten respectievelijk nieuwe percentages en voor elke Lid-Staat vastgestelde nieuwe kwantitatieve beperkingen worden vastgesteld in verband met de toetreding van de nieuwe Lid-Staten.

V. SOCIALE POLITIEK

1. Besluit 70/532/EEG van de Raad van 14 december 1970

(PB nr. L 273 van 17.12.1970, blz. 25)

gewijzigd bij Besluit 75/62/EEG van de Raad van 20 januari 1975

(PB nr. L 21 van 28.1.1975, blz. 17)

De bijlage moet in voorkomend geval worden gewijzigd voor zover dat nodig is om in dit comité de zorgen voor een passende deelneming van vertegenwoordigers van de Spaanse en Portugese werkgevers- en werknemersorganisaties.

2. Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 gewijzigd en bijgewerkt bij Verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983

(PB nr. L 230 van 22.8.1983, blz. 6)

De bijlagen moeten worden gewijzigd voor zover dat nodig is in verband met wijzigingen in de wetgeving van de nieuwe Lid-Staten enerzijds en/of eventuele overeenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van huidige Lid-Staten en nieuwe Lid-Staten of tussen laatstgenoemde inzake de handhaving van bepaalde voorschriften van bilaterale verdragen anderzijds.

3. Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 gewijzigd en bijgewerkt bij Verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983

(PB nr. L 230 van 22.8.1983, blz. 6)

De bijlagen moeten worden gewijzigd voor zover dat nodig is in verband met wijzigingen in de wetgeving van de nieuwe Lid-Staten enerzijds en/of eventuele overeenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van huidige Lid-Staten en nieuwe Lid-Staten of tussen laatstgenoemde inzake de handhaving van bepaalde voorschriften van bilaterale verdragen anderzijds.

4. Richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 (PB nr. L 288 van 28.10.1980, blz. 23)

In de bijlage moeten in voorkomend geval de categorieën werknemers van de nieuwe Lid-Staten worden vermeld wier vorderingen volgens artikel 1, lid 2, van de werkingssfeer van de richtlijn kunnen worden uitgesloten.

5. Verordening (EEG) nr. 2950/83 van de Raad van 17 oktober 1983 (PB nr. L 289 van 22.10.1983, blz. 1)

In artikel 3, lid 1, moeten de gebieden in Spanje worden vermeld die in aanmerking komen voor het verhoogde bijstandspercentage.

VI. HARMONISATIE VAN DE WETGEVINGEN

1. Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967

(PB nr. 196 van 16.8.1967, blz. 1)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 69/81/EEG van de Raad van 13 maart 1969

(PB nr. L 68 van 19.3.1969, blz. 1)

- Richtlijn 70/189/EEG van de Raad van 6 maart 1970

(PB nr. L 59 van 14.3.1970, blz. 33)

- Richtlijn 71/144/EEG van de Raad van 22 maart 1971

(PB nr. L 74 van 29.3.1971, blz. 15)

- Richtlijn 73/146/EEG van de Raad van 21 mei 1973

(PB nr. L 167 van 25.6.1973, blz. 1)

- Richtlijn 75/409/EEG van de Raad van 24 juni 1975

(PB nr. L 183 van 14.7.1975, blz. 22)

- Richtlijn 76/907/EEG van de Commissie van 14 juli 1976

(PB nr. L 360 van 30.12.1976, blz. 1),

gerectificeerd in PB nr. L 28 van 2.2.1979, blz. 32

- Richtlijn 79/370/EEG van de Commissie van 30 januari 1979

(PB nr. L 88 van 7.4.1979, blz. 1)

- Richtlijn 79/831/EEG van de Raad van 18 september 1979

(PB nr. L 259 van 15.10.1979, blz. 10)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Richtlijn 80/1189/EEG van de Raad van 4 december 1980

(PB nr. L 366 van 31.12.1980, blz. 1)

- Richtlijn 81/957/EEG van de Commissie van 23 oktober 1981

(PB nr. L 351 van 7.12.1981, blz. 5)

- Richtlijn 82/232/EEG van de Commissie van 25 maart 1982

(PB nr. L 106 van 21.4.1982, blz. 18)

- Richtlijn 83/467/EEG van de Commissie van 29 juli 1983

(PB nr. L 257 van 16.9.1983, blz. 1)

- Richtlijn 84/449/EEG van de Commissie van 25 april 1984

(PB nr. L 251 van 19.9.1984, blz. 1)

De bijlagen moeten worden aangevuld met de Spaanse en Portugese termen van de stoffen en andere uitdrukkingen die aldaar in de huidige talen van de Gemeenschap zijn vermeld.

2. Richtlijn 71/316/EEG van de Raad van 26 juli 1971

(PB nr. L 202 van 6.9.1971, blz. 1)

gewijzigd bij:

- Toetredingsakte van 1972

(PB nr. L 73 van 27.3.1972, blz. 14)

- Richtlijn 72/427/EEG van de Raad van 19 december 1972 (PB nr. L 291 van 28.12.1972, blz. 156)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Richtlijn 83/575/EEG van de Raad van 26 oktober 1983

(PB nr. L 332 van 28.11.1983, blz. 43)

De tekeningen waarnaar in bijlage II, punt 3.2.1. wordt verwezen, moeten worden aangevuld met nieuwe tekens.

3. Richtlijn 80/767/EEG van de Raad, van 22 juli 1980

(PB nr. L 215 van 18.8.1980, blz. 1)

Bijlage I met de lijst van instanties die in elk der Lid-Staten als aanbestedende diensten moeten worden beschouwd, dient aangevuld te worden met deze instanties in de nieuwe Lid-Staten, welke vastgesteld zullen worden aan de hand van het resultaat van de onderhandelingen die hierover in de GATT zullen worden gevoerd.

VII. ENERGIE

1. Beschikking (73/287/EGKS van de Commissie van 25 juli 1973

(PB nr. L 259 van 15.9.1973, blz. 36)

gewijzigd bij:

- Beschikking nr. 2963/76/EGKS van de Commissie van 1 december 1976

(PB nr. L 338 van 7.12.1976, blz. 19 en L 346 van 26.12.1976, blz. 26)

- Beschikking nr. 751/77/EGKS van de Commissie van 12 april 1977

(PB nr. L 91 van 13.4.1977, blz. 7)

- Beschikking nr. 1613/77/EGKS van de Commissie van 15 juli 1977

(PB nr. L 180 van 20.7.1977, blz. 8)

- Beschikking nr. 3058/79/EGKS van de Commissie van 19 december 1979

(PB nr.L 344 van 31.12.1979, blz. 1)

- Beschikking nr. 896/82/EGKS van de Commissie van 20 april 1982

(PB nr. L 106 van 21.4.1982, blz. 5)

- Beschikking nr. 759/84/EGKS van de Commissie van 23 maart 1984

(PB nr. L 80 van 24.3.1984, blz. 14)

Artikel 7 betreffende het speciale fonds voor de communautaire financiering van afzetsteun moet in voorkomend geval worden aangepast om rekening te houden met deelneming van de nieuwe Lid-Staten.

2. Beschikking nr. 2514/76/EGKS van de Commissie van 30 september 1976

(PB nr. L 292 van 23.10.1976, blz. 1)

De bijlagen moeten worden aangevuld met vergelijkbare formulieren voor de mededelingen van de nieuwe Lid-Staten.

VIII. STATISTIEKEN

1. Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad van 24 juni 1975

(PB nr. L 183 van 14.7.1975, blz. 3)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 2845/77 van de Raad van 19 december 1977

(PB nr. L 329 van 22.12.1977, blz. 3)

- Verordening (EEG) nr. 3396/84 van de Commissie van 3 december 1984

(PB nr. L 314 van 4.12.1984, blz. 10)

In artikel 3 moet in voorkomend geval de omschrijving van het statistische registratiegebied worden aangevuld overeenkomstig de wijzigingen die in verband met de toetreding van de nieuwe Lid-Staten worden aangebracht in de verordeningen inzake de definitie van het douanegebied van de Gemeenschap.

2. Verordening (EEG) nr. 3581/81 van de Commissie van 14 december 1981

(PB nr. L 359 van 15.12.1981, blz. 12)

In artikel 2 moet voor Spanje en Portugal de tegenwaarde in peseta's respectievelijk escudo's van de statistische drempel van 400 Ecu worden toegevoegd.

IX. VISSERIJ

1. Verordening (EEG) nr. 103/76 van de Raad van 19 januari 1976

(PB nr. L 20 van 28.1.1976, blz. 29)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 3049/79 van de Commissie van 21 december 1979

(PB nr. L 343 van 31.12.1979, blz. 22)

- Verordening (EEG) nr. 273/81 van de Commissie van 30 januari 1981

(PBnr.L 30 van 2.2.1981, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 3166/82 van de Raad van 22 november 1982

(PB nr. L 332 van 27.11.1982, blz. 4)

- Verordening (EEG) nr. 3250/83 van de Commissie van 17 november 1983

(PB nr. L 321 van 18.11.1983, blz. 20)

Artikel 3 moet worden aangevuld en in bijlage B moeten gemeenschappelijke handelsnormen worden vastgesteld voor zeeduivel, Schotse schol, braam en Spaanse makreel.

2. Verordening (EEG) nr. 104/76 van de Raad van 19 januari 1976

(PB nr. L 20 van 28.1.1976, blz. 35)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 3575/83 van 14 december 1983

(PB nr. L 356 van 20.12.1983, blz. 6)

In de artikelen 5 en 7 moeten de nieuwe versheids- en grootte-klassen voor Noordzeekrabben en langoestines worden omschreven.

3. Verordening (EEG) nr. 3191/82 van de Commissie van 29 november 1982

(PB nr.L 338 van 30.11.1982, blz. 13)

Bijlage I waarin de representatieve markten en havens van invoer worden vermeld, moeten worden aangevuld met de aanduiding van de markten en havens in de nieuwe Lid-Staten alsmede met de vermelding voor alle Lid-Staten van andere markten en havens die samenhangen met de invoering van nieuwe soorten waarvoor de regeling van de referentieprijzen geldt.

4. Verordening (EEG) nr. 171/83 van de Raad van 25 januari 1983

(PB nr.L 24 van 27.1.1983, blz. 14)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 2931/83 van de Raad van 4 oktober 1983

(PB nr. L 288 van 21.10.1983, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 1637/84 van de Raad van 7 juni 1984

(PB nr. L 156 van 13.6.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 2178/84 van de Raad van 23 juli 1984

(PB nr. L 199 van 28.7.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 2664/84 van de Raad van 18 september 1984

(PB nr. L 253 van 21.9.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 3625/84 van de Raad van 18 december 1984

(PB nr. L 335 van 22.12.1984, blz. 3)

Deze verordening moet worden aangevuld om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de visserij in de zones waar het gemeenschappelijk visserijbeleid geldt en die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Spanje en Portugal vallen.

5. Verordening (EEG) nr. 3598/83 van de Commissie van 20 december 1983 (PB nr.L 357 van 21.12.1983, blz. 17)

De bijlage waarin de representatieve groothandelsmarkten en havens worden vermeld, moet worden aangevuld met de vermelding van de markten en havens in de nieuwe Lid-Staten alsmede met de vermelding voor alle Lid-Staten van de markten en havens voor de nieuwe soorten.

X. DIVERSEN

1. Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1826/69 van de Raad van 15 september 1969

(PB nr. L 235 van 18.9.1969, blz. 1)

gewijzigd bij:

- Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 950/73 van de Raad van 2 april 1973

(PB nr.L 98 van 12.4.1973, blz. 1)

- Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 3288/80 van de Raad van 4 december 1980

(PB nr.L 350 van 23.12.1980, blz. 17)

In de bijlage moet in elk der rubrieken de desbetreffende Spaanse en Portugese tekst worden toegevoegd.

2. Besluit van de Raad van 19 december 1984 (PB nr. C 33 van 5.2.1985, blz. 1)

In een bijlage moeten de representatieve organisaties van producenten en werknemers worden vermeld die in de nieuwe Lid-Staten de voordrachten moeten opmaken voor het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EGKS.

BIJLAGE

III

Lijst bedoeld in artikel 43, lid 1, eerste streepje van de Toetredingsakte (basiscontingenten voor produkten -waarvoor tot en met 31 december 1988 kwantitatieve beperkingen bij invoer in Spanje gelden)

BIJLAGE

IV

Lijst bedoeld in artikel 43, lid 1, tweede streepje van de Toetredingsakte (basiscontingenten voor produkten waarvoor tot en met 31 december 1989 kwantitatieve beperkingen bij invoer in Spanje gelden)

BIJLAGE

V

Lijst bedoeld in artikel 48, lid 3, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

VI

Lijst bedoeld in artikel 48, lid 4, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

VII

Lijst bedoeld in artikel 53 van de Toetredingsakte

BIJLAGE

VIII

Lijst van produkten bedoeld in artikel 75, punt 3

BIJLAGE

IX

Lijst bedoeld in artikel 158, lid 1

BIJLAGE

X

Lijst bedoeld in artikel 158, lid 3

Bijlage

XI

Technische voorschriften bedoeld in artikel 163, lid 3

BIJLAGE

XII

Lijst bedoeld in artikel 168, lid 4

BIJLAGE

XIII

Lijst bedoeld in artikel 174

BIJLAGE

XIV

Lijst van produkten bedoeld in artikel 176

BIJLAGE

XV

Lijst bedoeld in artikel 177, lid 3 van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XVI

Lijst bedoeld in artikel 177, lid 5, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XVII

Lijst bedoeld in artikel 178 van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XVIII

Lijst bedoeld in artikel 200 van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XIX

Lijst bedoeld in artikel 213 van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XX

Lijst bedoeld in artikel 243, punt 2 a) , van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXI

Lijst bedoeld in artikel 245, lid 1, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXII

Lijst bedoeld in artikel 249, lid 2, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXIII

Lijst bedoeld in artikel 269, lid 2, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXIV

Lijst bedoeld in bedoeld in artikel 273, lid 2, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXV

Lijst bedoeld in artikel 278, lid 1, van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXVI

Lijst bedoeld in artikel 280 van de Toetredingsakte

BIJLAGE

XXVII

Lijst bedoeld in artikel 355, lid 3

BIJLAGE

XXVIII

Lijst bedoeld in artikel 361

BIJLAGE

XXIX

Lijst bedoeld in artikel 363

BIJLAGE

XXX

Lijst bedoeld in artikel 364, lid 3, van de Toetredingsakte

Bijlage

XXXII

Lijst bedoeld in artikel 378 van de Toetredingsakte

VI. SOCIALE POLITIEK

1. Verordening (EEG) nr. 2950/83 van de Raad van 17 oktober 1983

(PB nr. L 289 van 22.10.1983, blz. 1)

Voor de toepassing van artikel 3 ten aanzien van Portugal zullen voor de centra die vóór de datum van toetreding reeds bestonden, dezelfde bepalingen gelden als die van lid 2 van genoemd artikel, mits de afschrijvingsberekening wordt toegepast over de restwaarde van de centra voor beroepsopleiding. Deze centra wordt geacht aan het einde van het zesde jaar dat volgt op de toetreding, definitief te zijn afgeschreven.

2. Richtlijn 80/1107/EEG van de Raad van 27 november 1980

(PB nr. L 327 van 3.12.1980, blz. 8)

De termijnen van drie en vier jaar, die onderscheidenlijk zijn voorgeschreven krachtens de eerste en de tweede alinea van lid 1 van artikel 11 lopen, wat de Portugese Republiek betreft, vanaf de toetreding.

VII. HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN

1. Richtlijn 65/65/EEG van de Raad van 26 januari 1965

(PB nr. 22 van 9.2.1965, blz. 369)

gewijzigd bij Richtlijn 83/570/EEG van de Raad van 26 oktober 1983

(PB nr. L 332 van 28.11.1983, blz. 1)

Richtlijn 75/318/EEG van de Raad van 20 mei 1975

(PB nr. L 147 van 9.6.1975, blz. 1)

gewijzigd bij Richtlijn 83/570/EEG van de Raad van 26 oktober 1983

(PB nr. L 332 van 28.11.1983, blz. 1)

Tweede Richtlijn 75/319/EEG van de Raad van 20 mei 1975

(PB nr. L 147 van 9.6.1975, blz. 13)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 78/420/EEG van de Raad van 2 mei 1978

(PB nr. 123 van 11.5.1978, blz. 26)

- Richtlijn 83/570/EEG van de Raad van 26 oktober 1983

(PB nr. L 332 van 28.11.1983, blz. 1)

Richtlijn 78/25/EEG van de Raad van 12 december 1977

(PB nr. L 11 van 14.1.1978, blz. 18) gewijzigd bij:

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Richtlijn 81/464/EEG van de Raad van 24 juni 1981

(PB nr. L 183 van 4.7.1981, blz. 33)

De Portugese Republiek kan de tenuitvoerlegging van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde in de betrokken richtlijnen betreffende farmaceutische specialiteiten uitstellen tot 1 januari 1991.

Onmiddellijk bij de toetreding aanvaardt de Portugese Republiek evenwel zonder herhaling, overeenkomstig vermelde richtlijnen, de preklinische en klinische proeven alsmede de controles op elke partij medicijnen, verricht in de huidige Lid-Staten. Daartoe moet elke partij in Portugal ingevoerde medicijnen de protocollen van de in de Lid-Staat van oorsprong verrichte controletests bevatten.

2. Richtlijn 73/173/EEG van de Raad van 4 juni 1973

(PB nr. L 189 van 11.7.1973, blz. 7)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 80/781/EEG van de Raad van 22 juli 1980

(PB nr. L 229 van 30.8.1980, blz. 57)

- Richtlijn 80/1271/EEG van de Raad van 22 december 1980

(PB nr. L 375 van 31.12.1980, blz. 70)

- Richtlijn 82/473/EEG van de Commissie van 10 juni 1982

(PB nr. L 213 van 21.7.1982, blz. 17)

Tot en met 31 december 1988 mag de Portugese Republiek de handel op haar grondgebied in gevaarlijke preparaten (oplosmiddelen) waarvan de indeling, de verpakking en het kenmerken niet voldoen aan de eisen van deze richtlijn maar die vóór de toetreding in overeenstemming met de geldende voorschriften in Portugal in de handel waren en op de datum van toetreding nog in voorraad zijn, blijven toestaan.

3. Richtlijn 73/241/EEG van de Raad van 24 juli 1973

(PB nr. L 228 van 16.8.1973, blz. 23)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 74/41 l/EEG van de Raad van 1 augustus 1974

(PB nr. L 221 van 12. 8. 1974, blz. 17)

- Richtlijn 74/644/EEG van de Raad van 19 december 1974

(PB nr. L 349 van 28.12.1974, blz. 63)

- Richtlijn 75/155/EEG van de Raad van 4 maart 1975

(PB nr. L 64 van 11.3.1975, blz. 21)

- Richtlijn 76/628/EEG van de Raad van 20 juli 1976

(PB nr. L 223 van 16.8.1976, blz. 1)

- Richtlijn 78/609/EEG van de Raad van 29 juni 1978

(PB nr. L 197 van 22.7.1978, blz. 10)

- Richtlijn 78/842/EEG van de Raad van 10 oktober 1978

(PB nr. L 291 van 17.10.1978, blz. 15)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Richtlijn 80/608/EEG van de Raad van 30 juni 1980

(PB nr. L 170 van 3.7.1980, blz. 33)

Tot en met 31 december 1987 en onverminderd een eventuele latere opneming van deze produkten in de richtlijn, mag het Koninkrijk Spanje op zijn interne markt de handel in produkten van het soort „familiar a la taza”, ,,a la taza” en „familair lacteado” onder de benaming chocolade blijven toestaan.

4. Richtlijn 75/726/EEG van de Raad van 17 november 1975

(PB nr. L 311 van 1.12.1975, blz. 40)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 79/168/EEG van de Raad van 5 februari 1979

(PB nr. L 37 van 13.2.1979, blz. 27)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

Tot en met 31 december 1988 mag de Portugese Republiek de handel op haar grondgebied in vruchtesappen en vruchtennectar waarvan de samenstelling, de vervaardigingskenmerken, de verpakking of het kenmerk niet voldoen aan de eisen van deze richtlijn maar die vóór de toetreding in overeenstemming met de geldende voorschriften in Portugal in de handel waren, blijven toegestaan.

5. Richtlijn 76/118/EEG van de Raad van 18 december 1975

(PB nr. L 24 van 30.1.1976, blz. 49)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 78/630/EEG van de Raad van 19 juni 1978

(PB nr. L 206 van 29.7.1978, blz. 12)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19. 11. 1979, blz. 17)

Richtlijn 83/635/EEG van de Raad van 13 december 1983

(PB nr. L 357 van 21.12.1983, blz. 37)

Hoewel dit produkt niet onder de werkingssfeer van deze richtlijn valt, en onder voorbehoud van een latere wijziging van deze richtlijn, mag het Koninkrijk Spanje de benaming „leche concentrada” handhaven voor het aldus genoemde Spaanse zuivelprodukt.

6. Richtlijn 77/728/EEG van de Raad van 7 november 1977

(PB nr. L 303 van 28.11.1977, blz. 23)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 81/916/EEG van de Commissie van 5 oktober 1981

(PB nr. L 342 van 28.11.1981, blz. 7)

gerectificeerd in PB nr. L 357 van 12.12.1981, blz. 23 en PB nr. L 78 van 24.3.1982, blz. 28

- Richtlijn 83/265/EEG van de Raad van 16 mei 1983

(PB nr. L 147 van 6.6.1983, blz. 11)

Tot en met 31 december 1988 mag de Portugese Republiek de handel op haar grondgebied in verven, vernissen, drukinkten, kleefstoffen en soortgelijke preparaten, waarvan de indeling, de verpakking en het kenmerken niet voldoen aan de eisen van deze richtlijn maar die vóór de toetreding in overeenstemming met de geldende voorschriften in Portugal in de handel waren en op de datum van toetreding nog in voorraad zijn, blijven toestaan.

7. Richtlijn 78/61 l/EEG van de Raad van 29 juni 1978

(PB nr. L 197 van 22.7.1978, blz. 19)

Gedurende een termijn die uiterlijk op 31 december 1986 verstrijkt mag het Koninkrijk Spanje op zijn markt benzines in de handel brengen van de kwaliteit „super” waarvan het maximaal toegestane loodgehalte is gehandhaafd op 0,60 gram per liter voor „super” met een RON van 96 en 0,65 gram per liter voor „premium” met een RON van 98.

Gedurende een termijn die uiterlijk op 31 december 1987 verstrijkt mag de Portugese Republiek op haar markt superbenzine in de handel brengen waarvan het maximaal toegestane loodgehalte meer bedraagt dan 0,4 gram per liter.

8. Richtlijn 78/63 l/EEG van de Raad van 26 juni 1978

(PB nr. L 206 van 29.7.1978, blz. 13)

gewijzigd bij:

- Richtlijn 81/187/EEG van de Raad van 26 maart 1981

(PB nr. L 88 van 2.4.1981, blz. 29)

- Richtlijn 84/291/EEG van de Commissie van 18 april 1984

(PB nr. L 144 van 30.5.1984, blz. 1)

Toten met 31 december 1988 mag de Portugese Republiek de handel op haar grondgebied in gevaarlijke preparaten (bestrijdingsmiddelen) waarvan de indeling, de verpakkingen het kenmerken niet voldoen aan de eisen van deze richtlijn maar die vóór de toetreding in overeenstemming met de geldende voorschriften in Portugal in de handel waren en op de datum van toetreding nog in voorraad zijn, blijven toestaan.

9. Beschikking 80/372/EEG van de Raad van 26 maart 1980

(PB nr. L 90 van 3.4.1980, blz. 45)

Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, van deze beschikking in Portugal wordt 1977 als referentiejaar aangehouden voor de berekening van de beperking van het gebruik van chloorfluorkoolstof verbindingen.

VIII. VISSERIJ

1. Verordening (EEG) nr. 3796/81 van de Raad van 29 december 1981

(PB nr. L 379 van 31.12.1981, blz. 1)

gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3655/84 van de Raad van 19 december 1984

(PB nr. L 340 van 28.12.1984, blz. 1)

a) In afwijking van de bepaling betreffende het verstrijken van de in artikel 6, lid 2, onder b) , bedoelde steunmaatregelen, kan Portugal gedurende de vijf jaar volgend op de datum van hun erkenning aan producentenorganisaties die gedurende de vijf jaar na de datum van toetreding van Portugal zijn opgericht, steun verlenen.

b) In afwijking van artikel 21, lid 3, derde alinea deelt Portugal uiterlijk tot en met 31 december 1988, aan de Commissie gegevens mee onder minder gedetailleerde voorwaarden dan die welke zijn voorgeschreven in de communautaire regeling en op tijdstippen die volgens de procedure van artikel 33 moeten worden bepaald.

2. Verordening (EEG) nr. 171/83 van de Raad van 25 januari 1983

(PB nr. L 24 van 27.1.1983, blz. 14)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 2931/83 van de Raad van 4 oktober 1983

(PB nr. L 288 van 21.10.1983, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 1637/84 van de Raad van 7 juni 1984

(PB nr. L 156 van 13.6.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 2178/84 van de Raad van 23 juli 1984

(PB nr. L 199 van 28.7.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 2664/84 van de Raad van 18 september 1984

(PB nr. L 253 van 21.9.1984, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 3625/84 van de Raad van 18 december 1984

(PB nr. L 335 van 22.12.1984, blz. 3)

De in artikel 19, lid 5, bedoelde termijn voor kennisgeving loopt tot 1 juli 1985.

Bijlage

XXXIII

Lijst bedoeld in artikel 391, lid 1, van de Toetredingsakte

1. Comité voor het vervoer dat is ingesteld bij artikel 83 van het EEG-Verdrag en waarvan de statuten zijn vastgesteld bij besluit van de Raad van 15 september 1958

(PB nr. 25 van 27.11.1958, blz. 509/58)

gewijzigd bij Besluit 64/390/EEG van de Raad van 22 juni 1964

(PB nr. 102 van 29.6.1964, blz. 1602/64)

2. Comité van het Europees Sociaal Fonds dat is ingesteld bij artikel 124 van het EEG-Verdrag en waarvan het statuut is vastgesteld bij Besluit 83/517/EEG van de Raad van 17oktober 1983

(PB nr. L 289 van 22.10.1983, blz. 42)

3. Raadgevend Comité van het Voorzieningsagentschap van Euratom ingesteld bij de statuten van het Agentschap van 6 november 1958

(PB nr. 27 van 6.12.1958, blz. 534/58)

gewijzigd bij:

- Besluit 73/45/Euratom van de Raad van 8 maart 1973

(PB nr. L 83 van 30.3.1973, blz. 20)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

4. Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers ingesteld bij Verordening nr. 15 van de Raad van 16 augustus 1961

(PB nr. 57 van 26.8.1961, blz. 1073/61)

gewijzigd bij:

- Verordening nr. 38/64/EEG van de Raad van 25 maart 1964

(PB nr. 62 van 17.4.1964, blz. 965/64)

- Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968

(PB nr. L 257 van 19.10.1968, blz. 2)

5. Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding dat is ingesteld bij Besluit 63/266/EEG van de Raad van 2 april 1963 (PB nr. 63 van 20.4.1963, blz. 1338/63)

en waarvan het statuut is vastgesteld bij Besluit 63/688/EEG van de Raad van 18 december 1963

(PB nr. L 190 van 30.12.1963, blz. 3090/63)

gewijzigd bij:

- Besluit 68/189/EEG van de Raad van 9 april 1968

(PB nr. L 91 van 12.4.1968, blz. 26)

- Toetredingsakte van 1972

(PB nr. L 73 van 27.3.1972, blz. 14)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

6. Raadgevend Comité voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers

ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971

(PB nr. L 149 van 5.7.1971, blz. 2)

gewijzigd bij

Verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983

(PB nr. L 230 van 22.8.1983, blz. 6)

7. Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats

ingesteld bij Besluit 74/325/EEG van de Raad van 27 juni 1974

(PB nr. L 185 van 9.7.1974, blz. 15)

gewijzigd bij

de Toetredingsakte van 1979 (PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

8. Raad van Bestuur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975

(PB nr. L 39 van 13.2.1975, blz. 1)

9. Raad van Beheer van de Europese Stichting voor de verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975

(PB nr. L 139 van 30.5.1975, blz. 1)

10. Raadgevend Comité voor de medische opleiding ingesteld bij Besluit 75/364/EEG van de Raad van 16 juni 1975

(PB nr. L 167 van 30.6.1975, blz. 17)

11. Raadgevend Comité voor de opleiding op het gebied van de verpleegkunde

ingesteld bij Besluit 77/454/EEG van de Raad van 27 juni 1977

(PB nr. L 176 van 15.7.1977, blz. 11)

12. Raadgevend wetenschappelijk Comité voor het onderzoek naar de toxiciteit en de ecotoxiciteit van chemische verbindingen

ingesteld bij Besluit 78/618/EEG van de Commissie van 28 juni 1978

(PB nr. L 198 van 22.7.1978, blz. 17)

gewijzigd bij:

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Besluit 80/1084/EEG van de Commissie van 7 november 1980

(PB nr. L 316 van 25.11.1980, blz. 21)

13. Raadgevend Comité voor de opleiding van beoefenaars der tandheelkunde

ingesteld bij Besluit 78/688/EEG van de Raad van 25 juli 1978

(PB nr. L 233 van 24.8.1978, blz. 15)

14. Raadgevend Comité voor de opleiding van dierenartsen

ingesteld bij Besluit 78/1028/EEG van de Raad van 18 december 1978

(PB nr. L 362 van 23.12.1978, blz. 10)

15. Raadgevend Comité voor de opleiding van verloskundigen

ingesteld bij Besluit 80/156/EEG van de Raad van 21 januari 1980

(PB nr. L 33 van 11.2.1980, blz. 13)

16. Raadgevend Comité voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen

ingesteld bij Besluit 82/43/EEG van de Commissie van 9 december 1981

(PB nr. L 20 van 28.1.1982, blz. 35)

17. Raad van Beheer en Wetenschappelijke Raad van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek op het gebied van de kernenergie

ingesteld bij Besluit 84/339/Euratom van de Commissie van 24 mei 1984

(PB nr. L 177 van 4.7.1984, blz. 29)

18. De raadgevende comités voor beheer en coördinatie van de communautaire onderzoek-, ontwikkelings- en demonstratiewerkzaamheden

ingesteld bij Besluit 84/338/Euratom, EGKS, EEG van de Raad van 29 juni 1984

(PB nr. L 177 van 4.7.1984, blz. 25)

19. Comité voor Wetenschappelijke en Technische Informatie en Documentatie (CWTID)

ingesteld bij Besluit 84/567/EEG van de Raad van 27 november 1984

(PB nr. L 314 van 4.12.1984, blz. 19)

Bijlage

XXXIV

Lijst bedoeld in artikel 391, lid 2, van de Toetredingsakte

a) 1. Arbitrage-Commissie

ingesteld bij artikel 18 van het EGA-Verdrag en waarvan het reglement is vastgesteld bij Verordening nr. 7/63/Euratom van de Raad van 3 december 1963

(PB nr. 180 van 10.12.1963, blz. 2849/63)

2. Paritair Raadgevend Comité voor de sociale vraagstukken in het vervoer over de weg

ingesteld bij Besluit 65/362/EEG van de Commissie van 5 juli 1965

(PB nr. 130 van 16.7.1965, blz. 2184/65)

3. Raadgevend Comité voor de visserij

ingesteld bij Besluit 71/128/EEG van de Commissie van 25 februari 1971

(PB nr. L 68 van 22.3.1971, blz. 18)

gewijzigd bij Besluit 73/429/EEG van de Commissie van 31 oktober 1973

(PB nr. L 355 van 24.12.1973, blz. 61)

4. Raadgevend Comité van verbruikers

ingesteld bij Besluit 73/306/EEG van de Commissie van 25 september 1973

(PB nr. L 283 van 10.10.1973, blz. 18)

gewijzigd bij:

- Besluit 76/906/EEG van de Commissie van 3 december 1976

(PB nr. L 341 van 10.12.1976, blz. 42)

- Besluit 80/1087/EEG van de Commissie van 16 oktober 1980

(PB nr. L 320 van 27.11.1980, blz. 33)

5. Raadgevend Comité voor douanezaken ingesteld bij Besluit 73/351/EEG van de Commissie van 7 november 1973

(PB nr. L 321 van 22.11.1973, blz. 37)

gewijzigd bij:

- Besluit 76/921/EEG van de Commissie van 21 december 1976

(PB nr. L 362 van 31.12.1976, blz. 55)

- Besluit 78/883/EEG van de Commissie van 20 oktober 1978

(PB nr. L 299 van 26.10.1978, blz. 39)

- Besluit 81/342/EEG van de Commissie van 5 mei 1981

(PB nr. L 133 van 20.5.1981, blz. 31)

- Besluit 83/11 l/EEG van de Commissie van 7 maart 1983

(PB nr. L 66 van 12.3.1983, blz. 23)

6. Paritair Comité voor de sociale vraagstukken in de zeevisserij

ingesteld bij Besluit 74/441/EEG van de Commissie van 25 juli 1974

(PB nr. L 243 van 5.9.1974, blz. 19)

gewijzigd bij Besluit 83/53/EEG van de Commissie van 24 januari 1983

(PB nr. L 44 van 16.2.1983, blz. 21)

7. Paritair Comité voor de sociale vraagstukken van de agrarische arbeiders ingesteld bij Besluit 74/442/EEG van de Commissie van 25 juli 1974

(PB nr. L 243 van 5.9.1974, blz. 22)

gewijzigd bij Besluit 83/54/EEG van de Commissie van 24 januari 1983

(PB nr. L 44 van 16.2.1983, blz. 22)

8. Comité van deskundigen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975

(PB nr. L 139 van 30.5.1975, blz. 1)

9. Gemengde Commissie voor de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden in de steenkolenindustrie

ingesteld bij Besluit 75/782/EGKS van de Commissie van 24 november 1975

(PB nr. L 329 van 23.12.1975, blz. 35)

10. Wetenschappelijk Comité voor kosmetologie

ingesteld bij Besluit 78/45/EEG van de Commissie van 19 december 1977

(PB nr. L 13 van 17.1.1978, blz. 24)

11. Wetenschappelijk en technisch Comité voor de visserij

ingesteld bij Besluit 79/572/EEG van de Commissie van 8 juni 1979

(PB nr. L 156 van 23.6.1979, blz. 29)

12. Paritair Comité voor de binnenscheepvaart

ingesteld bij Besluit 80/991/EEG van de Commissie van 9 oktober 1980

(PB nr. L 297 van 6.11.1980, blz. 28)

13. Raadgevend Comité voor levensmiddelen

ingesteld bij Besluit 80/1073/EEG van de Commissie van 24 oktober 1980

(PB nr. L 318 van 26.11.1980, blz. 28)

14. Comité voor handel en distributie

ingesteld bij Besluit 81/428/EEG van de Commissie van 20 mei 1981

(PB nr. L 165 van 23.6.1981, blz. 24)

15. Comité voor de Europese ontwikkeling van wetenschap en technologie

ingesteld bij Besluit 82/835/EEG van de Commissie van 6 december 1982

(PB nr. L 350 van 10.12.1982, blz. 45)

16. Raadgevend Comité voor het communautaire beleid inzake de houtsector

ingesteld bij Besluit 83/247/EEG van de Commissie van 11 mei 1983

(PB nr. L 137 van 26.5.1983, blz. 31)

17. Raadgevend Comité voor onderzoek en ontwikkeling in de industrie (IRDAC)

ingesteld bij Besluit 84/128/EEG van de Commissie van 29 februari 1984

(PB nr. L 66 van 8.3.1984, blz. 30)

18. Paritair Comité voor de spoorwegen

ingesteld bij Besluit 85/13/EEG van de Commissie van 19 december 1984

(PB nr. L 8 van 10.1.1985, blz. 26)

b) De Raadgevende en Wetenschappelijke Comités ingesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ten aanzien waarvan de dienstigheid van een volledige vernieuwing op de datum van toetreding tussen het Koninkrijk Spanje, de Portugese Republiek en de Commissie in onderlinge overeenstemming voor de toetreding zal worden overeengekomen.

Bijlage

XXXV

Lijst bedoeld in artikel 393 van de Toetredingsakte

I. DOUANEWETGEVING

1. Verordening (EEG) nr. 222/77 van de Raad van 13 december 1976

(PB nr. L 38 van 9.2.1977, blz. 1)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 983/79 van de Raad van 14 mei 1979

(PB nr. L 123 van 19.5.1979, blz. 1)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Verordening (EEG) nr. 3813/81 van de Raad van 15 december 1981

(PB nr. L 383 van 31.12.1981, blz. 28)

- Verordening (EEG) nr. 3617/82 van de Raad van 17 december 1982

(PB nr. L 382 van 31.12.1982, blz. 6):

1 maart 1986.

2. Verordening (EEG) nr. 223/77 van de Commissie van 22 december 1976

(PB nr. L 38 van 9.2.1977, blz. 20)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 1601/77 van de Commissie van 11 juli 1977

(PB nr. L 182 van 22.7.1977, blz. l)

- Verordening (EEG) nr. 526/79 van de Commissie van 20 maart 1979

(PB nr. L 74 van 24.3.1979, blz. 1)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Verordening (EEG) nr. 1964/79 van de Commissie van 6 september 1979

(PB nr. L 227 van 7.9.1979, blz. 12)

- Verordening (EEG) nr. 137/80 van de Commissie van 9 januari 1980

(PB nr. L 18 van 24.1.1980, blz. 13)

- Verordening (EEG) nr. 902/80 van de Commissie van 14 april 1980

(PB nr. L 97 van 15. 4. 1980, blz. 20)

gerectificeerd in PB nr. L 254 van 27.9.1980, blz. 47

- Verordening (EEG) nr. 3298/80 van de Commissie van 18 december 1980

(PB nr. L 344 van 19.12.1980, blz. 16)

- Verordening (EEG) nr. 1664/81 van de Commissie van 23 juni 1981

(PB nr. L 166 van 24.6.1981, blz. 11)

gerectificeerd in PB nr. L 243 van 26.8.1981, blz. 18

- Verordening (EEG) nr. 2105/81 van de Commissie van 16 juli 1981

(PB nr. L 207 van 27.7.1981, blz. 1)

- Verordening (EEG) nr. 3220/81 van de Commissie van 11 november 1981

(PB nr. L 324 van 12.12.1981, blz. 9)

- Verordening (EEG) nr. 1499/82 van de Commissie van 11 juni 1982

(PB nr. L 161 van 12.6.1982, blz. 11)

- Verordening (EEG) nr. 1482/83 van de Commissie van 8 juni 1983

(PB nr. L 151 van 9.6.1983, blz. 29)

gerectificeerd in PB nr. L 285 van 18.10.1983, blz. 24:

1 maart 1986

3. Verordening (EEG) nr. 2826/77 van de Commissie van 5 december 1977

(PB nr. L 333 van 24.12.1977, blz. 1)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 607/78 van de Commissie van 29 maart 1978

(PB nr. L 83 van 30.3.1978, blz. 17)

- Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

- Verordening (EEG) nr. 1653/79 van de Commissie van 25 juli 1979

(PB nr. L 192 van 31.7.1979, blz. 32)

- Verordening (EEG) nr. 1976/80 van de Commissie van 25 juli 1980

(PB nr. L 192 van 26.7.1980, blz. 23)

- Verordening (EEG) nr. 2966/82 van de Commissie van 5 november 1982

(PB nr. L 310 van 6.11.1982, blz. 11)

- Verordening (EEG) nr. 3026/84 van de Commissie van 30 oktober 1984

(PB nr. L 287 van 31.10.1984, blz. 7)

1 maart 1986

4. Verordening (EEG) nr. 3177/80 van de Commissie van 5 december 1980

(PB nr. L 335 van 12.12.1980, blz. 1) :

a) 1 januari 1993 voor de industriële produkten,

b) 1 januari 1996 voor de landbouwprodukten.

5. Verordening (EEG) nr. 3178/80 van de Commissie van 5 december 1980

(PB nr. L 335 van 12.12.1980, blz. 3):

a) 1 januari 1993 voor de industriële produkten,

b) 1 januari 1996 voor de landbouwprodukten.

6. Verordening (EEG) nr. 1577/81 van de Commissie van 12 juni 1981

(PB nr. L 154 van 13.6.1981, blz. 26)

gewijzigd bij:

- Verordening (EEG) nr. 3523/81 van de Commissie van 8 december 1981

(PB nr. L 355 van 10.12.1981, blz. 26)

- Verordening (EEG) nr. 3063/82 van de Commissie van 18 november 1982

(PB nr. L 323 van 19.11.1982, blz. 8)

- Verordening (EEG) nr. 1012/84 van de Commissie van 10 april 1984

(PB nr. L 101 van 13.4.1984, blz. 25) :

1 januari 1996.

Bijlage

XXXVI

Lijst bedoeld in artikel 395 van de Toetredingsakte

I. RECHT VAN VESTIGING EN VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN

1. Richtlijn 63/607/EEG van de Raad van 15 oktober 1963

(PB nr. 159 van 2.11.1963, blz. 2661/63)

Portugal: 1 januari 1991

2. Tweede Richtlijn 65/264/EEG van de Raad van 13 mei 1965

(PB nr. 85 van 19.5.1965, blz. 1437/65)

Portugal: 1 januari 1991

3. Richtlijn 68/369/EEG van de Raad van 15 oktober 1968

(PB nr. L 260 van 22.10.1968, blz. 22)

gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1972

(PB nr. L 73 van 27.3.1972, blz. 14)

Portugal: 1 januari 1991

4. Richtlijn 70/451/EEG van de Raad van 29 september 1970

(PB nr. L 218 van 3.10.1970, blz. 37)

gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1972

(PB nr. L 73 van 27.3.1972, blz. 14)

Portugal: 1 januari 1991

5. Richtlijn 78/686/EEG van de Raad van 25 juli 1978

(PB nr. L 233 van 24.8.1978, blz. 1)

Spanje: 1 januari 1991

II. BELASTINGEN

Eerste Richtlijn 67/227/EEG van de Raad van 11 april 1967

(PB nr. 71 van 14.4.1967, blz. 1301/67)

Tweede Richtlijn 67/228/EEG van de Raad van 11 april 1967

(PB nr. 71 van 14.4.1967, blz. 1303/67)

Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977

(PB nr. L 145 van 13.6.1977, blz. 1)

Achtste Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van 6 december 1979

(PB nr. L 331 van 27.12.1979, blz. 11)

Richtlijn 83/181/EEG van de Raad van 28 maart 1983

(PB nr. L 105 van 23.4.1983, blz. 38)

Tiende Richtlijn 84/386/EEG van de Raad van 31 juli 1984

(PB nr. L 208 van 3.8.1984, blz. 58)

Portugal: 1 januari 1989

III. MILIEU

1. Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975

(PB nr. L 194 van 25.7.1975, blz. 23)

Portugal: 1 januari 1989

2. Richtlijn 75/440/EEG van de Raad van 16 juni 1975

(PB nr. L 194 van 25.7.1975, blz. 26)

Portugal: 1 januari 1989

3. Richtlijn 76/160/EEG van de Raad van 8 december 1975

(PB nr. L 31 van 5.2.1976, blz. 1)

gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

Portugal: 1 januari 1993

4. Richtlijn 78/319/EEG van de Raad van 20 maart 1978

(PB nr. L 84 van 31.3.1978, blz. 43)

gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1979

(PB nr. L 291 van 19.11.1979, blz. 17)

Portugal: 1 januari 1989

5. Richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979

(PB nr. L 271 van 29.10.1979, blz. 44)

gewijzigd bij Richtlijn 81/855/EEG van de Raad van 19 oktober 1981

(PB nr. L 319 van 7.11.1981, blz. 16)

Portugal: 1 januari 1989

6. Richtlijn 80/778/EEG van de Raad van 15 juli 1980

(PB nr. L 229 van 30.8.1980, blz. 11)

gewijzigd bij Richtlijn 81/858/EEG van de Raad van 19 oktober 1981

(PB nr. L 319 van 7.11.1981, blz. 19)

Portugal: 1 januari 1989

Bijlage

I

(Kapitaal van de EIB verhoogd)

PROTOCOL

Nr. 1

betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank

EERSTE

DEEL

AANPASSING VAN DE STATUTEN VAN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

Artikel

1

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

Artikel

2

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

Artikel

3

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

Artikel

4

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

Artikel

5

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

Artikel

6

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

Artikel

7

Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.

TWEEDE

DEEL

ANDERE BEPALINGEN

Artikel

8

Artikel

9

Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek dragen op de in artikel 8, lid 1, bedoelde data bij tot het reservefonds, de aanvullende reserve, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze zijn vastgesteld op 31 december van het jaar voorafgaande aan de toetreding en zoals deze voorkomen in de balans van de Bank, een en ander voor bedragen respectievelijk

Artikel

10

De in de artikelen 8 en 9 van dit Protocol bedoelde stortingen worden door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek verricht in hun vrij over te maken nationale valuta.

Voor de berekening van de te storten bedragen wordt de koers voor de omrekening tussen de Ecu en de peseta respectievelijk de escudo gebruikt, die geldt op de laatste werkdag van de maand voorafgaande aan de betrokken stortingen. Deze berekeningswijze wordt ook gebruikt voor de aanpassing van het kapitaal als bedoeld in artikel 7 van het Protocol betreffende de statuten van de Bank, welke aanpassing ook van toepassing zal zijn op de reeds door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek verrichte stortingen.

Artikel

11

Artikel

12

PROTOCOL

Nr. 2

betreffende de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De douanerechten en heffingen van gelijke werking als deze rechten alsmede de regeling voor het handelsverkeer die worden toegepast op de invoer op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla van goederen van herkomst uit een derde land, mogen niet minder gunstig zijn dan die welke door de Gemeenschap worden toegepast overeenkomstig haar internationale verbintenissen of haar preferentiële regelingen ten opzichte van dit derde land, onder het voorbehoud dat dit derde land de invoer van herkomst uit de Canarische Eilanden en uit Ceuta en Melilla op dezelfde wijze behandelt als de invoer uit de Gemeenschap. De regeling die bij invoer op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla wordt toegepast ten aanzien van goederen van herkomst uit dit derde land, mag evenwel niet gunstiger zijn dan de regeling die wordt toegepast ten aanzien van de invoer van produkten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap.

Artikel

8

De regeling die van toepassing is op het goederenverkeer tussen de Canarische Eilanden enerzijds en Ceuta en Melilla anderzijds is tenminste even gunstig als die welke uit hoofde van artikel 6 van toepassing is.

Artikel

9

BIJLAGE

A

Lijst bedoeld in artikel 4, lid 1

BIJLAGE

B

Lijst bedoeld in artikel 6, lid 3

PROTOCOL

Nr. 3

betreffende het goederenverkeer tussen Spanje en Portugal gedurende de periode waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn

Artikel

1

Artikel

2

Voor de toepassing van artikel 48 van de Toetredingsakte ten aanzien van de produkten die voorkomen in de lijst in bijlage A, vindt de in lid 3 van genoemd artikel bedoelde afschaffing van de exclusieve rechten tot invoer in Spanje plaats door de geleidelijke opening met ingang van 1 maart 1986 van invoercontingenten voor produkten van oorsprong uit Portugal. De volumes van de contingenten voor 1986 worden in genoemde lijst vermeld.

Het Koninkrijk Spanje vergroot de volumes van de contingenten onder de in voornoemde bijlage vermelde voorwaarden. De in percentages uitgedrukte verhogingen worden bij elk contingent opgeteld en de volgende verhoging wordt berekend op het aldus verkregen totaalcijfer.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De Portugese Republiek past in het kader van haar handelsverkeer met de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla de specifieke regelingen toe die dienaangaande zijn overeengekomen tussen de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en het Koninkrijk Spanje en die zijn neergelegd in protocol nr. 2.

Artikel

11

Onverminderd artikel 1, lid 2, tweede alinea, stelt de Commissie onmiddellijk bij de toetreding alle toepassingsmaatregelen vast die noodzakelijk zouden kunnen blijken met het oog op de tenuitvoerlegging van het onderhavige protocol, inzonderheid de toepassingsvoorschriften betreffende het in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde toezicht.

BIJLAGE

A

Lijst bedoeld in artikel 2 van Protocol Nr. 3

BIJLAGE

B

Lijst bedoeld in artikel 3 van Protocol Nr. 3

BIJLAGE

C

Lijst bedoeld in artikel 3 van Protocol Nr. 3

PROTOCOL

Nr. 4

Mechanisme houdende aanvulling van de tegenprestaties in het kader van door de Gemeenschap met derde landen gesloten visserijovereenkomsten

1

Er wordt een specifieke regeling ingesteld voor het verrichten van activiteiten ter aanvulling van visserijactiviteiten door vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van een derde land vallen in het kader van de bij visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen ingestelde tegenprestaties.

2

De activiteiten die beschouwd kunnen worden als aanvulling op visserijactiviteiten onder de voorwaarden en binnen de grenzen nader aangegeven in de leden 3 en 4 hebben betrekking op:

  • -

    de behandeling op het grondgebied van het betrokken derde land van de vangsten die door schepen die de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren zijn gedaan in de wateren van dit derde land uit hoofde van de visserijactiviteiten die voortvloeien uit de uitvoering van een visserijovereenkomst, ten einde deze produkten op de markt van de Gemeenschap te brengen onder de tariefposten van hoofdstuk 03 van het gemeenschappelijk douanetarief;

  • -

    de aanvoer, de overlading aan boord van een vaartuig dat de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voert en die plaatsvindt in het kader van door een dergelijke overeenkomst voorziene activiteiten, van visserijprodukten van hoofdstuk 03 van het gemeenschappelijk douanetarief, met het oog op het vervoer en de eventuele bewerking van deze produkten ten einde deze op de markt van de Gemeenschap te brengen.

3

Het invoeren in de Gemeenschap van produkten die het voorwerp zijn geweest van de in lid 2 bedoelde activiteiten, vindt plaats met gedeeltelijke of gehele schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of onder een bijzondere heffingsregeling, onder de voorwaarden en binnen de aanvullende grenzen die jaarlijks worden vastgesteld in het kader van de omvang van de vangstmogelijkheden die voortvloeien uit de betrokken overeenkomsten en de daarbij behorende uitvoeringsbepalingen.

4

De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, vóór 1 maart 1986 de algemene voorschriften voor de toepassing van deze regeling en inzonderheid de criteria voor de verdeling van de betrokken hoeveelheden vast.

De aanpassingen van deze regeling die in het licht van de opgedane ervaring nodig zouden kunnen blijken, worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.

De wijze van toepassing van deze regeling alsmede de betrokken hoeveelheden worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.

PROTOCOL

Nr. 5

betreffende de deelneming van de nieuwe Lid-Staten aan het vermogen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

De bijdragen van de nieuwe Lid-Staten aan het vermogen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal worden als volgt vastgesteld:

het Koninkrijk Spanje: 54400000 Ecu

de Portugese Republiek: 2475000 Ecu.

De storting van deze bijdragen vindt plaats:

  • -

    voor het Koninkrijk Spanje in drie gelijke jaarlijkse gedeelten, zonder rente, met ingang van 1 januari 1986;

  • -

    voor de Portugese Republiek, in vier gelijke jaarlijkse gedeelten, zonder rente, met ingang van 1 januari 1986.

Elk gedeelte wordt gestort in vrij convertibele nationale munt van elk der nieuwe Lid-Staten.

PROTOCOL

Nr. 6

betreffende de in artikel 34 van de Toetredingsakte bedoelde Spaanse jaarlijkse tariefcontingenten voor de invoer van automobielen van post 87.02 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief

1

Het Koninkrijk Spanje opent met ingang van 1 januari 1986 jaarlijks tariefcontingenten voor de invoer van automobielen voor personenvervoer, met explosiemotor of met verbrandingsmotor, met uitzondering van touringcars en autobussen, van post 87.02 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. Het douanerecht dat binnen de grenzen van dit tariefcontingent van toepassing is, bedraagt 17,4%. Het contingent vervalt op 31 december 1988.

Het basisvolume van het tariefcontingent bedraagt 32 000 automobielen. Het wordt op 1 januari 1987 op 36 000 eenheden en op 1 januari 1988 op 40000 eenheden gebracht.

2

De jaarlijkse volumes worden in twee gedeelten gesplitst.

De eerste gedeelten worden onderverdeeld in vier categorieën met de volgende cilinderinhoud:

  • -

    minder dan 1 275 kubieke centimeter,

  • -

    1 275 tot en met 1 990 kubieke centimeter,

  • -

    meer dan 1 990 tot en met 2600 kubieke centimeter,

  • -

    meer dan 2600 kubieke centimeter.

De tweede gedeelten vormen de reserves.

De eerste gedeelten worden als volgt verdeeld:

  • a)

    voor 1986: 28000 eenheden waarvan:

    3 000 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van minder dan 1275 kubieke centimeter,

    13000 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van 1 275 tot en met 1 990 kubieke centimeter,

    11 000 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 1 990 tot en met 2600 kubieke centimeter,

    1 000 eenheden voor de categorie met een cilinder inhoud van meer dan 2600 kubieke centimeter;

  • b)

    voor 1987: 32000 eenheden waarvan:

    3 400 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van minder dan I 275 kubieke centimeter,

    14850 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van 1 275 tot en met 1990 kubieke centimeter,

    12600 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 1 990 tot en met 2 600 kubieke centimeter,

    1 150 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 2600 kubieke centimeter;

  • c)

    voor 1988: 36000 eenheden waarvan

    3 850 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van minder dan 1275 kubieke centimeter,

    16700 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van 1 275 tot en met 1990 kubieke centimeter,

    14150 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 1990 tot en met 2600 kubieke centimeter.

    1 300 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 2600 kubieke centimeter.

De jaarlijkse reserve van 4000 voertuigen voor elk van de jaren 1986, 1987 en 1988 dekt de invoer van voertuigen ongeacht de cilinderinhoud. Tot deze reserve worden evenwel uitsluitend automobielen van oorsprong uit Italië en het Verenigd Koninkrijk toegelaten, zulks naar rato van 2000 voertuigen voor elk dezer Lid-Staten.

3

De bepalingen inzake beheer en toepassing van het jaarlijks tariefcontingent dienen met name de waarborg te bieden dat alle in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gebouwde automobielen gelijkelijk en zonder onderbreking toegang tot deze contingenten hebben en dat het voor deze contingenten bepaalde invoerrecht zonder onderbreking wordt toegepast ten aanzien van alle producenten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling totdat het contingent is uitgeput. Voorts moeten deze bepalingen zodanig zijn dat het contingent aan het einde van elk jaar volledig is benut.

Jaarlijks onderzoeken het Koninkrijk Spanje en de Commissie op 1 oktober gezamenlijk de mate waarin van het jaarlijkse tariefcontingent gebruik is gemaakt.

4

Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie op 15 maart, 15 mei, 15 juli, 15 september, 15 november en 15 januari van elk jaar in kennis van:

  • -

    de staat van uitputting van elk deel van het contingent,

  • -

    de eventuele toename van de volumes van de verschillende delen, door opneming uit de reserve,

  • -

    terugstorting in de reserve,

  • -

    de stand van de reserve,

  • -

    andere gegevens die de Commissie noodzakelijk acht.

5

Alvorens het Koninkrijk Spanje overgaat tot tenuitvoerlegging van bepalingen ter toepassing van dit protocol, in welke vorm dan ook, met inbegrip van decreten, richtlijnen en administratieve instructies, moeten deze bepalingen aan de Commissie worden voorgelegd, ten einde haar in staat te stellen na te gaan of zij verenigbaar zijn met het Verdrag, de Toetredingsakte en, in het bijzonder, dit Protocol. Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie in kennis van elke wijziging van deze bepalingen.

PROTOCOL

7

betreffende de Spaanse kwantitatieve contingenten

1

De in artikel 43 bedoelde contingenten zijn globaal en staan zonder discriminatie open voor alle huidige Lid-Staten. Zij staan zonder beperking open voor alle ondernemers.

2

De contingenten worden aan het begin van het kalenderjaar in één enkel gedeelte geopend.

Het Koninkrijk Spanje kan deze contingenten evenwel in twee gelijke gedeelten openen, waarbij het tweede gedeelte aan het begin van het tweede halfjaar wordt geopend. In dat geval wordt het overschot van het eerste gedeelte overgedragen naar het tweede gedeelte ten einde de hand te houden aan het totale jaarlijkse bedrag.

3

Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie jaarlijks of halfjaarlijks in kennis van de opening van de contingenten en maakt deze officieel bekend.

4

De termijn voor de indiening van een aanvraag om een vergunning bedraagt ten minste vier weken te rekenen vanaf de bekendmaking of de kennisgeving; wanneer deze termijn is verstreken, verleent het Koninkrijk Spanje de vergunningen uiterlijk binnen twintig werkdagen.

5

De invoervergunning is ten minste zes maanden geldig.

6

Het Koninkrijk Spanje verschaft de Commissie halfjaarlijkse gegevens over de benutting van de contingenten.

PROTOCOL

Nr. 8

betreffende Spaanse octrooien

1

Het Koninkrijk Spanje verbindt zich ertoe de Spaanse octrooiwetgeving onmiddellijk bij de toetreding verenigbaar te maken met de beginselen van het vrije verkeer van goederen en met het peil van de bescherming van de industriële eigendom dat in de Gemeenschap is bereikt, in het bijzonder inzake de regels voor contractuele licenties, gedwongen exclusieve licenties, de verplichting tot exploitatie van het octrooi alsmede het introductieoctrooi.

Te dien einde zal er een nauwe samenwerking tot stand worden gebracht tussen de diensten van de Commissie en de Spaanse autoriteiten; die samenwerking zal zich ook uitstrekken tot de problemen in verband met de overgang van de huidige Spaanse wetgeving naar de nieuwe wetgeving.

2

Het Koninkrijk Spanje zal in zijn nationale wetgeving een bepaling inzake de omkering van de bewijslast invoeren, overeenkomend met artikel 75 van het Verdrag van Luxemburg van 15 december 1975 (Gemeenschapsoctrooiverdrag).

Deze bepaling zal onmiddellijk bij de toetreding worden toegepast op de nieuwe werkwijzeoctrooien die vanaf de datum van toetreding worden gedeponeerd.

Op vóór die datum gedeponeerde octrooien zal deze bepaling uiterlijk op 7 oktober 1992 worden toegepast.

Deze bepaling geldt evenwel niet indien de rechtsvordering ter zake van inbreuk wordt ingesteld tegen de houder van een ander werkwijzeoctrooi voor de vervaardiging van hetzelfde produkt als het produkt dat het resultaat is van de werkwijze waarop de eiser een octrooi heeft, indien dit andere octrooi vóór de datum van toetreding is verleend. Het Koninkrijk Spanje zal echter met ingang van de datum van toetreding artikel 273 van zijn thans geldende octrooiwet intrekken.

In de gevallen waarin de omkering van de bewijslast niet van toepassing is, kan het Koninkrijk Spanje de bewijslast voor de inbreuk blijven leggen bij de octrooihouder. In al deze gevallen moet het Koninkrijk Spanje echter met ingang van 7 oktober 1992 in zijn wetgeving een gerechtelijke procedure opnemen, het zogenaamde „beschrijvende beslag”.

Onder beschrijvend beslag wordt in het kader van het in de voorgaande alinea's bedoelde systeem een procedure verstaan volgens welke iedere persoon die gerechtigd is een rechtsvordering ter zake van inbreuk in te stellen, bij een op zijn verzoek gedane rechterlijke uitspraak, kan verkrijgen dat een deurwaarder, bijgestaan door deskundigen, op de plaats waar de vermoedelijke inbreukmaker is gevestigd, overgaat tot een gedetailleerde beschrijving van de betwiste werkwijzen, met name door het maken van fotokopieën van technische documenten, al dan niet met zakelijk beslag. In deze rechterlijke uitspraak kan het betalen van een borgsom worden gelast, die bestemd is om aan de vermoedelijke inbreukmaker schadevergoeding toe te kennen wanneer door het beschrijvend beslag schade is veroorzaakt.

3

Het Koninkrijk Spanje zal tot het Verdrag van München van 5 oktober 1973 inzake het Europese Octrooi toetreden binnen de termijnen die nodig zijn om zich, uitsluitend voor chemische en farmaceutische produkten, te kunnen beroepen op de bepalingen van artikel 167 van genoemd Verdrag.

In dit verband, en er rekening mee houdend dat de door het Koninkrijk Spanje aangegane verbintenis onder 1. wordt nagekomen, verbinden de Lid-Staten van de Gemeenschap, als verdragsluitende partijen bij het Verdrag van München, zich ertoe, alles in het werk te stellen om ingeval het Koninkrijk Spanje overeenkomstig genoemd Verdrag een verzoek zou indienen, te zorgen voor een verlenging van de geldigheidsduur van het voorbehoud als bedoeld in voornoemd artikel 167, tot na 7 oktober 1987 en voor de in het Verdrag van München bedoelde maximumperiode. Indien geen verlenging van genoemd voorbehoud wordt verkregen, kan het Koninkrijk Spanje zich beroepen op artikel 174 van het Verdrag van München, met dien verstande dat het hoe dan ook uiterlijk op 7 oktober 1992 tot dit Verdrag toetreedt.

4

Bij het verstrijken van bovengenoemde uitzonderingsbepaling zal het Koninkrijk Spanje tot het Gemeenschapsoctrooiverdrag toetreden.

Het Koninkrijk Spanje kan zich op artikel 95, lid 4, van dit Verdrag beroepen met het oog op de louter technische aanpassingen die nodig zijn in verband met de toetreding van die Staat tot dit Verdrag, met dien verstande evenwel dat zulks in geen geval mag leiden tot uitstel van de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot het Verdrag van Luxemburg tot na genoemde datum.

PROTOCOL

Nr. 9

betreffende de handel in textielprodukten tussen Spanje en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling

Artikel

1

Het Koninkrijk Spanje controleert onder de in de artikelen 2, 3 en 4 neergelegde voorwaarden tot en met 31 december 1989 de uitvoer naar de huidige Lid-Staten van de in de lijst in bijlage A bedoelde produkten op basis van de in die lijst vermelde hoeveelheden.

Artikel

2

De Gemeenschap en het Koninkrijk Spanje brengen voor de toepassingsduur van artikel 1 een administratieve samenwerking tot stand overeenkomstig bijlage B.

Artikel

3

Na voorafgaande kennisgeving aan de Commissie kan het Koninkrijk Spanje op haar uitvoer naar de huidige Lid-Staten van de in de lijst in bijlage A vermelde produkten de in bijlage C bedoelde flexibiliteitsbepalingen toepassen.

Artikel

4

De Commissie en de bevoegde instanties van het Koninkrijk Spanje plegen waar nodig overleg om te voorkomen dat zich situaties voordoen die vrijwaringsmaatregelen vergen.

Artikel

5

BIJLAGE

A

Lijst bedoeld in artikel 1

BIJLAGE

B

Administratieve samenwerking bedoeld in artikel 2

UITVOER VAN TEXTIELPRODUKTEN VAN OORSPRONG UIT SPANJE

  • 1.

    Lijst van produkten waarvoor een stelsel van administratieve samenwerking geldt

  • 2.

    De bevoegde Spaanse autoriteiten geven een uitvoervergunning af voor elke uitvoer van textielprodukten van de categorieën van de tariefposten en NIMEXE-codes bedoeld onder 1, van oorsprong uit Spanje en bestemd om naar de huidige Lid-Staten te worden gezonden met het oog op definitieve invoer.

  • 3.

    Op vertoon van de onder 2 bedoelde uitvoervergunning verstrekken de bevoegde Spaanse autoriteiten attesten van uitvoervergunning.

    Deze attesten bevatten inzonderheid de gegevens die moeten worden vermeld in de verklaring of het verzoek van de importeur bedoeld onder 6.

  • 4.

    De bevoegde Spaanse autoriteiten stellen de Commissie gedurende de eerste tien dagen van elk kwartaal, per Lid-Staat en per categorie produkten, in kennis van:

    • a)

      de hoeveelheden waarvoor tijdens het voorafgaande kwartaal uitvoerattesten zijn verstrekt;

    • b)

      de daadwerkelijke uitvoer tijdens het kwartaal voorafgaande aan de onder a) bedoelde periode.

  • 5.

    De bevoegde Spaanse autoriteiten delen eveneens per kwartaal aan de Commissie en aan de bevoegde instanties van de huidige Lid-Staten de nummers van de vervallen attesten van uitvoervergunning mede, alsmede alle andere gegevens die zij ter zake dienstig achten.

  • 6.

    De produkten waarop deze administratieve samenwerking betrekking heeft, mogen in een huidige Lid-Staat alleen definitief worden ingevoerd op vertoon van een invoerdocument. Dit document wordt door een bevoegde instantie van de Lid-Staat van invoer gratis verstrekt of geviseerd voor alle gevraagde hoeveelheden, binnen ten hoogste vijf werkdagen na de indiening, overeenkomstig de geldende nationale wetgeving, van een verklaring dan wel van een gewoon verzoek door een importeur van een van de huidige Lid-Staten, ongeacht de plaats waar hij in de Gemeenschap is gevestigd. Dit invoerdocument wordt slechts verstrekt of geviseerd op vertoon van een door de bevoegde Spaanse autoriteiten afgegeven attest van uitvoervergunning.

    De verklaring of het verzoek van de importeur bevat:

    • a)

      naam en adres van de importeur en de exporteur;

    • b)

      de omschrijving van het produkt met vermelding van:

      • -

        de handelsbenaming,

      • -

        het nummer van de categorie van het produkt als vermeld in kolom 1 van de lijst in paragraaf 1,

      • -

        de tariefpost of het referentienummer van de goederennomenclatuur voor de nationale statistiek van de buitenlandse handel,

      • -

        het land van oorsprong;

    • c)

      de aanduiding van het produkt in de eenheid vermeld in kolom 5 van de lijst in paragraaf 1;

    • d)

      de datum/data waarop de invoer zal plaatsvinden.

    De Lid-Staat van invoer kan aanvullende gegevens verlangen, zonder dat daaruit een belemmering van de invoer mag voortvloeien.

    Het bepaalde in dit punt belet niet dat de betrokken produkten definitief worden ingevoerd indien de hoeveelheid van de ten invoer aangeboden produkten in totaal minder dan 5% hoger ligt dan de in het invoerdocument vermelde hoeveelheid.

  • 7.

    Indien een gevraagd invoerdocument betrekking heeft op een hoeveelheid die kleiner is dan de op het attest van uitvoervergunning vermelde hoeveelheid, wordt dit attest aan de importeur teruggezonden met op de keerzijde de vermelding van de hoeveelheid waarvoor een invoerdocument is verstrekt.

  • 8.

    De huidige Lid-Staten stellen de Commissie gedurende de eerste tien dagen van elk kwartaal per categorie produkten in kennis van:

    • a)

      de hoeveelheden waarvoor tijdens het voorafgaande kwartaal invoerdocumenten zijn verstrekt of geviseerd;

    • b)

      de daadwerkelijke invoer tijdens het kwartaal voorafgaande aan de onder a) bedoelde periode.

  • 10.

    De in paragraaf 9 bedoelde produkten van oorsprong uit de Lid-Staten, mogen in Spanje alleen worden ingevoerd op vertoon van een invoerdocument. Dit document wordt door de bevoegde Spaanse instantie gratis verstrekt of geviseerd voor alle gevraagde hoeveelheden, binnen ten hoogste vijf werkdagen na de indiening, overeenkomstig de geldende nationale wetgeving, van een verklaring dan wel van een gewoon verzoek door een importeur van een van de Lid-Staten, ongeacht de plaats waar hij in de Gemeenschap is gevestigd.

    De verklaring of het verzoek van de importeur bevat:

    • a)

      naam en adres van de importeur en de exporteur;

    • b)

      de omschrijving van het produkt met vermelding van:

      • -

        de handelsbenaming,

      • -

        de tariefpost of het referentienummer van de goederennomenclatuur voor de nationale statistiek van de buitenlandse handel,

      • -

        de Lid-Staat van oorsprong;

    • c)

      de aanduiding van het produkt in de eenheid vermeld in kolom 4 van de lijst in paragraaf 9;

    • d)

      de datum/data waarop de invoer zal plaatsvinden.

    Het Koninkrijk Spanje kan aanvullende gegevens verlangen, zonder dat daaruit een belemmering van de invoer mag voortvloeien.

    Het bepaalde in dit punt belet niet dat de betrokken produkten definitief worden ingevoerd indien de hoeveelheid van de ten invoer aangeboden produkten in totaal minder dan 5% hoger ligt dan de in het invoerdocument vermelde hoeveelheid.

  • 11.

    Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie gedurende de eerste tien dagen van het tweede kwartaal volgend op het betreffende kwartaal in kennis van de daadwerkelijke invoer, uitgedrukt in de eenheden aangeduid in kolom 4 van de lijst in paragraaf 9, uitgesplitstper tariefpost en NIMEXE-code en per Lid-Staat van oorsprong.

    Gemeenschappelijke bepalingen

  • 12.

    De Commissie en de Spaanse autoriteiten stellen ten minste ieder kwariaa! ecu onderzoek in naar het handelsverkeer en de vooruitzichten daarvan, zulks met het oog op een diepgaande analyse van de situatie.

Bijlage

C

Flexibiliteit bedoeld in artikel 3

De in artikel 3 van dit Protocol bedoelde flexibiliteitsbepalingen houden het volgende in:

  • -

    overboeking van de in de loop van een jaar niet gebruikte hoeveelheden op de betreffende hoeveelheden van het volgende jaar tot ten hoogste 9% van de betreffende hoeveelheden van het jaar van daadwerkelijke toepassing.

  • -

    voorafgaand gebruik in de loop van een jaar van een gedeelte van de voor het volgende jaar vastgestelde hoeveelheden tot ten hoogste 5% van de betreffende hoeveelheden van het jaar van gebruik. Deze voorafgaande uitvoer wordt afgetrokken van de overeenkomstige hoeveelheden van het volgende jaar.

PROTOCOL

NR. 10

betreffende de herstructurering van de Spaanse ijzer- en staalindustrie

1

De herstructureringsplannen van de Spaanse ijzer- en staalondernemingen moeten ertoe leiden dat de productiecapaciteit van de Spaanse ijzer- en staalindustrie voor wat betreft warmgewalste EGKS-produkten aan het einde van de in artikel 52 bedoelde periode niet meer bedraagt dan 18 miljoen ton; zij moeten verenigbaar zijn met de vóór de datum van toetreding aangenomen laatste „Algemene doelstellingen staal”.

2

Onmiddellijk bij de toetreding onderzoeken de Commissie en de Spaanse Regering gezamenlijk de mate waarin de reeds door de Spaanse Regering goedgekeurde en officieel op 24 juli en 1 augustus 1984 aan de Commissie toegezonden plannen zijn uitgevoerd, alsmede de levensvatbaarheid van de ijzer- en staalondernemingen waarop deze plannen betrekking hebben.

3

Ingeval de levensvatbaarheid van deze ondernemingen aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding niet op bevredigende wijze zou zijn gewaarborgd, zal de Commissie, na het advies van de Spaanse Regering te hebben ingewonnen, aan het einde van het eerste jaar na de toetreding voorstellen deze plannen aan te vullen om te bereiken dat deze ondernemingen aan het slot van de looptijd van die plannen wel levensvatbaar zijn.

4

De Commissie en de Spaanse Regering zullen onmiddellijk bij de toetreding eveneens een onderzoek instellen naar de levensvatbaarheid van de ondernemingen waarvoor de in punt 2 bedoelde plannen niet voorzien in de uitkering van enigerlei steun na de toetreding. Ingeval de levensvatbaarheid van die ondernemingen niet op bevredigende wijze zou zijn gegarandeerd aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding, zal de Commissie, na het advies van de Spaanse Regering te hebben ingewonnen, aan het einde van het eerste jaar na de toetreding voorstellen voor herstructureringsmaatregelen doen om te bereiken dat deze ondernemingen uiterlijk aan het einde van bovengenoemde periode van drie jaar wel levensvatbaar zijn.

5

Eventuele steun voor de Spaanse ijzer- en staalindustrie in het kader van de aanvullende plannen als bedoeld in punt 3 of van de maatregelen als bedoeld in punt 4, zullen tevoren en uiterlijk aan het einde van het eerste jaar na de toetreding door de Spaanse Regering aan de Commissie worden meegedeeld. De Spaanse Regering legt haar projecten alleen met toestemming van de Commissie ten uitvoer.

De Commissie zal deze projecten beoordelen aan de hand van criteria en volgens de procedures die zijn omschreven in de bijlage bij dit protocol.

6

Gedurende de in artikel 52 van de Toetredingsakte bedoelde periode moeten de Spaanse leveranties van ijzer- en staalprodukten EGKS op de rest van de communautaire markt aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • a)

    de omvang van de Spaanse leveranties in de rest van de Gemeenschap gedurende het eerste jaar volgende op de toetreding zal door de Commissie, met instemming van de Spaanse Regering en na overleg met de Raad, worden vastgesteld tijdens het jaar dat aan de toetreding voorafgaat. Indien op de datum van toetreding op dit punt geen overeenstemming is bereikt, zal de omvang van de leveranties uiterlijk twee maanden na de toetreding door de Commissie, met instemming van de Raad, worden vastgesteld.

    Aangezien deze leveranties evenwel moeten worden vrijgemaakt zodra de overgangsregeling is verstreken, kan de omvang van deze leveranties, met het oog op een harmonische overgang, vóór het einde van genoemde regeling worden vergroot, waarbij het peil van het eerste jaar wordt beschouwd als een benedengrens.

    Elke verhoging vindt plaats aan de hand van:

    • -

      de mate waarin de Spaanse herstructureringsplannen voortgang vinden, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbaarheid van de ondernemingen en de noodzakelijke maatregelen om deze levensvatbaarheid te bereiken, en

    • -

      maatregelen in de ijzer- en staalindustrie die na de toetreding in de Gemeenschap eventueel van kracht zijn, zodat Spanje niet minder gunstig wordt behandeld dan derde landen;

  • b)

    de Spaanse Regering verbindt zich ertoe om onmiddellijk bij de toetreding onder haar eigen verantwoordelijkheid en in overleg met de Commissie een stelsel in te voeren voor de controle op de leveranties op de rest van de communautaire markt, zodat de stipte naleving van de kwantitatieve verbintenissen die zijn overeengekomen of vastgesteld uit hoofde van het bepaalde onder a), wordt gegarandeerd.

Dit stelsel moet verenigbaar zijn met andere marktregulerende maatregelen die eventueel worden genomen tijdens de drie jaar volgende op de datum van toetreding en mag de mogelijkheid om de overeengekomen hoeveelheden te leveren niet in gevaar brengen.

De Commissie stelt de Raad op gezette tijden in kennis van de betrouwbaarheid en de doelmatigheid van dit stelsel. Mocht het stelsel ongeschikt blijken te zijn dan treft de Commissie, met instemming van de Raad, passende maatregelen.

Bijlage

Procedures en criteria voor de beoordeling van de steun

1

Alle specifieke of niet-specifieke steun ten behoeve van de ijzer- en staalindustrie, door de Spaanse Staat of uit staatsmiddelen gefinancierd in welke vorm dan ook, kan alleen verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt indien daarbij de in punt 2 aangegeven algemene regels in acht worden genomen en aan de bepalingen van de punten 3 tot en met 6 wordt voldaan. Deze steun wordt alleen ten uitvoer gelegd in overeenstemming met de in deze bijlage aangegeven procedures.

Het begrip steun omvat eveneens de steun die door lagere territoriale overheden wordt verleend, alsook de steunelementen die eventueel zijn vervat in de financieringsmaatregelen van de Spaanse Staat ten aanzien van de rechtstreeks of zijdelings door haar gecontroleerde ijzer- en staalondernemingen die niet in aanmerking komen voor het ter beschikking stellen van risicodragend kapitaal volgens de in een markteconomie normale vennootschapsgebruiken.

2

Steun die verleend wordt aan de Spaanse ijzer- en staalindustrie, kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:

  • -

    dat de begunstigde onderneming of groep van ondernemingen een samenhangend en nauwkeurig omlijnd herstructureringsprogramma uitvoert dat de verschillende herstructureringselementen (modernisering, vermindering van capaciteiten en, in voorkomend geval, financiële herstructurering) omvat en geëigend is haar concurrentievermogen weer op peil te brengen en haar zoveel financiële levensvatbaarheid te geven dat zij onder normale marktomstandigheden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsregeling zonder steun kan functioneren;

  • -

    dat dit herstructureringsprogramma leidt tot een vermindering van de totale produktiecapaciteit van de begunstigde onderneming of groep van ondernemingen en de capaciteit niet verhoogt voor de verschillende categorieën produkten waarvoor de markt geen groei vertoont;

  • -

    dat het bedrag en de intensiteit van de aan ijzer- en staalondernemingen verleende steun geleidelijk worden verminderd;

  • -

    dat door de betrokken steun geen distorsies van de mededinging worden veroorzaakt en de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad;

  • -

    dat de betrokken steun uiterlijk 15 maanden na de toetreding wordt goedgekeurd en geen aanleiding geeft tot uitkeringen na het verstrijken van de overgangsregeling, met uitzondering van rentesubsidies of betalingen uit hoofde van garanties voor leningen welke vóór die datum hebben plaatsgevonden.

3

Steun ten behoeve van investeringen in de ijzer- en staalindustrie kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:

  • -

    dat het betrokken investeringsprogramma vooraf aan de Commissie is gemeld, indien zulks overeenkomstig Beschikking nr. 3302/8l/EGKS van de Commissie van 18 november 1981 houdende voorschriften met betrekking tot de door de ondernemingen van de staalindustrie ter zake van hun investeringen te verstrekken inlichtingen of latere beschikkingen vereist is;

  • -

    dat het bedrag en de intensiteit van de steun worden gerechtvaardigd door de omvang van de herstructurering, met inachtneming van de structurele problemen van het gebied waar geïnvesteerd wordt, en beperkt blijven tot hetgeen daartoe noodzakelijk is;

  • -

    dat het investeringsprogramma voldoet aan de in punt 2 genoemde criteria en aan de „Algemene doelstellingen staal”, met inachtneming van een eventueel door de Commissie dienaangaande uitgebracht met redenen omkleed advies.

Bij de beoordeling van dergelijke steun houdt de Commissie rekening met de mate waarin het betrokken investeringsprogramma bijdraagt tot andere doelstellingen van de Gemeenschap, zoals innovatie, energiebesparing en bescherming van het milieu, met dien verstande dat de regels van punt 2 in acht moeten worden genomen.

4

Steun ter dekking van de normale kosten die voortvloeien uit het gedeeltelijk of volledig sluiten van installaties in de ijzer- en staalindustrie kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt.

De kosten die in aanmerking komen voor deze steun zijn de volgende:

  • -

    uitkeringen aan werknemers die zijn ontslagen of vervroegd gepensioneerd worden, voor zover deze uitkeringen niet vallen onder de steun uit hoofde van artikel 56, lid 1, onder c), of lid 2, onder b), van het Verdrag;

  • -

    schadeloosstellingen die verschuldigd zijn aan derden wegens de opzegging van overeenkomsten, met name inzake de levering van grondstoffen;

    uitgaven die het voor een ander industrieel gebruik geschikt maken van het terrein, de gebouwen en/of de infrastructuur van de gesloten installatie met zich brengt.

Sluitingssteun waarmee geen rekening kon worden gehouden in de uiterlijk binnen twaalf maanden na de toetreding aangemelde programma's kan, bij wijze van uitzondering in afwijking van het bepaalde in punt 5 van het Protocol nr. 10 en punt 2, vijfde streepje, van deze bijlage, na deze datum bij de Commissie worden aangemeld en na het verstrijken van een termijn van 15 maanden volgend op de toetreding worden goedgekeurd.

5

Steun ter vergemakkelijking van de werking van bepaalde ondernemingen of installaties kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:

  • -

    dat deze steun onlosmakelijk deel uitmaakt van een herstructureringsprogramma als omschreven in punt 2, eerste streepje;

  • -

    dat deze steun geleidelijk althans eenmaal per jaar wordt verminderd;

  • -

    dat de intensiteit en het bedrag van de steun beperkt blijven tot hetgeen volstrekt noodzakelijk is voor de voortzetting van de werkzaamheden tijdens de herstructureringsperiode en gerechtvaardigd worden door de betekenis van de ondernomen herstructurering, rekening houdend met eventueel verleende investeringssteun.

Bij de beoordeling van dergelijke steun houdt de Commissie rekening met de problemen waarmede de betrokken eenheid of eenheden en het betrokken gebied of de betrokken gebieden te kampen hebben, alsmede met de neveneffecten van de steun voor de mededinging op andere markten dan de staalmarkt, met name de vervoermarkt.

6

Steun aan ijzer- en staalondernemingen ter dekking van haar kosten van research- en ontwikkelingsprojecten kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde dat een der doelstellingen van het betrokken research- en/of ontwikkelingsproject wordt gevormd door:

  • -

    een vermindering van de produktiekosten en met name energiebesparing of een produktiviteitsverbetering;

  • -

    een verbetering van de kwaliteit van het produkt;

  • -

    een verbetering van de prestaties van de ijzer- en staalprodukten of een uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van staal;

  • -

    een verbetering van de arbeidsomstandigheden op het gebied van gezondheid en veiligheid.

Het totale bedrag van alle te dien einde verleende steun mag niet meer bedragen dan 50% van de voor steun in aanmerking komende kosten van het project. De voor steun in aanmerking komende kosten zijn de kosten die rechtstreeks verband houden met het betrokken project, met name met uitsluiting van alle uitgaven voor investeringen in produktiemethoden.

7

De Commissie wint, voordat zij haar standpunt bepaalt, bij de Lid-Staten advies in over de belangrijkste steunvoornemens waarvan zij door de Spaanse Regering in kennis is gesteld. Zij stelt alle Lid-Staten in kennis van het door haar inzake elk steunvoornemen ingenomen standpunt.

Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een steunmaatregel niet verenigbaar is met het bepaalde in deze bijlage, stelt zij de Spaanse Regering daarvan bij beschikking in kennis. Artikel 88 van het Verdrag is van toepassing wanneer de Spaanse Regering genoemde beschikking niet naleeft.

8

De Spaanse Regering brengt de Commissie halfjaarlijks verslag uit over de in de voorgaande zes maanden verstrekte steun, over het gebruik dat daarvan is gemaakt en over de in deze periode bereikte resultaten op het gebied van de herstructurering. Deze verslagen moeten gegevens bevatten over alle financiële maatregelen welke door de Spaanse Staat of door de regionale of plaatselijke autoriteiten zijn genomen met betrekking tot ijzer- en staalondernemingen van de overheid. Zij moeten binnen twee maanden na het eind van elk halfjaar worden ingezonden in een door de Commissie aan te geven vorm.

Het eerste desbetreffende verslag zal betrekking hebben op gedurende het eerste halfjaar volgend op de toetreding verstrekte steun.

PROTOCOL

Nr. 11

betreffende prijsvoorschriften

1

De Spaanse bedrijven zullen onmiddellijk bij de toetreding de bepalingen van het EGKS-Verdrag inzake prijzen (artikel 4, onder b), en de artikelen 60 tot en met 64) alsmede de desbetreffende besluiten toepassen.

2

In afwijking van punt 1 kunnen onderstaande bedrijven voor een zelfde produkt de volgende dubbele pariteitspunten handhaven:

IJZER- EN STAALBEDRIJVEN

PARITEITSPUNTEN

- Altos Hornos de Vizcaya (geknipt plaatstaal van warmgewalste rollen, koudgewalste rollen en plaat, galvanisering)

Baracaldo (Vizacaya) en Lesaca (Navarra)

- Comercial Tetracero S.A

Gijón (Asturias),

Torrejón de Ardoz (Madrid)

- José Ma. Aristrain S.A

Madrid, Factoria

Olaberría (Guipüzcoa)

- Redondos Depositos Unidos S.A. (REDUNISA)

Gijón (Asturias),

Teixeiro (Coruña)

Tetracero S.A

Gijón (Asturias),

Torrejón de Ardoz (Madrid)

KOLENBEDRIJVEN

- Empresa Nacional Carbonifera del Sur (steenkool)

Puertollano (C. Real),

Peñarroya (Córdobal)

- Minera Martin Aznar (sub-bitumeuze steenkool)

Escucha (Teruel)

Castellote (Teruel)

In elk geval moet de basisprijs van een zelfde produkt gelijk blijven, ongeacht het gekozen pariteitspunt.

PROTOCOL

Nr. 12

betreffende de regionale ontwikkeling van Spanje

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Verlangende bepaalde bijzondere vraagstukken die voor Spanje van belang zijn te regelen,

Tot overeenstemming geraakt omtrent de volgende bepalingen,

Brengen in herinnering dat de fundamentele doelstellingen van de Europese Economische Gemeenschap de voortdurende verbetering van de omstandigheden waaronder de volkeren van de Lid-Staten leven en werken, omvatten, alsmede de harmonische ontwikkeling van hun economie door het verschil in niveau tussen de onderscheiden gebieden en de achterstand van de minder begunstigde gebieden te verminderen;

Nemen kennis van het feit dat de Spaanse Regering een aanvang heeft gemaakt met de uitvoering van een beleid inzake regionale ontwikkeling dat met name ten doel heeft de economische groei in de minst ontwikkelde gebieden en zones van Spanje te stimuleren;

Erkennen dat het in hun gemeenschappelijk belang is dat de doelstellingen van dit beleid worden verwezenlijkt;

Komen overeen, ten einde het de Spaanse Regering gemakkelijker te maken deze taak te vervullen, tot de Instellingen van de Gemeenschap de aanbeveling te richten alle middelen en procedures aan te wenden waarin de communautaire voorschriften voorzien, met name door op doeltreffende wijze gebruik te maken van de communautaire middelen die dienen ter verwezenlijking van bovengenoemde doelstellingen van de Gemeenschap;

Erkennen in het bijzonder dat in geval van toepassing van de artikelen 92 en 93 van het EEG-Verdrag, rekening dient te worden gehouden met de doelstellingen van economische expansie en verhoging van de levensstandaard van de bevolking van de minst ontwikkelde gebieden en zones van Spanje.

PROTOCOL

Nr. 13

betreffende de uitwisseling van kennis op nucleair gebied met het Koninkrijk Spanje

Artikel

1

Artikel

2

PROTOCOL

Nr. 14

betreffende katoen

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

overwegende het bestaan van een katoenproduktie in Spanje,

zijn overeengekomen Protocol nr. 4 betreffende katoen dat is gehecht aan de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Helleense Republiek en de aanpassing der Verdragen als volgt te wijzigen, ten einde daarin de in Spanje geproduceerde hoeveelheid katoen op te nemen en daarin regels op te nemen voor de aanpassing van de Spaanse prijzen aan de gemeenschappelijke prijzen, de afschaffing van de intracommunautaire douanerechten en de overname van het gemeenschappelijk douanetarief:

  • 1.

    Wijzigt het Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Lid-Staten der Europese Gemeenschappen) en de Helleense Republiek betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Athene, 28 mei 1979.

  • 2.

    Wijzigt het Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Lid-Staten der Europese Gemeenschappen) en de Helleense Republiek betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Athene, 28 mei 1979.

PROTOCOL

Nr. 15

betreffende de definitie van de Portugese basisrechten voor bepaalde produkten

  • 1.

    Voor onderstaande produkten zijn de basisrechten waarop de Portugese Republiek de achtereenvolgende in artikel 190 bedoelde verlagingen toepast de rechten aangegeven naast elk produkt:

PROTOCOL

Nr. 16

betreffende de toekenning door de Portugese Republiek van de vrijstelling van douanerechten bij invoer van bepaalde goederen

Het bepaalde in artikel 197 van de Toetredingsakte betreffende de aanpassing van de rechten van het Portugese douanetarief aan die van het gemeenschappelijk douanetarief en van het eengemaakte EGKS-tarief, alsmede de bepalingen van artikel 190 van de Toetredingsakte betreffende de geleidelijke afschaffing van de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal vormen geen belemmering voor de handhaving ten aanzien van de onderstaande zes bedrijven van maatregelen inzake douanevrijstelling bij invoer van kapitaalgoederen tot het tijdstip waarop de overeenkomsten tussen deze bedrijven en de Portugese Regering verstrijken. Genoemd tijdstip en het totaalbedrag van de investering in kapitaalgoederen zijn vermeld in de bijlage bij het onderhavige protocol. De Commissie zal onmiddellijk bij de toetreding een lijst opstellen van de produkten waarvoor deze vrijstelling geldt. De Portugese Republiek verschaft de Commissie alle daarvoor noodzakelijke gegevens.

  • -

    ISOPOR- Companhia Portuguesa de Isocianetos, Lda

  • -

    RENAULT PORTUGUESA - Sociedade Comercial e Industrial, Lda

  • -

    DEA PORTUGUESA -Sociedade de Equipamentos Automóveis, Lda

  • -

    SOMINCOR- Sociedade Mineira Neves-Corvo, Lda

  • -

    TEXAS Instruments

  • -

    FUNFRAP- Sociedade de Fundicao Franco-Portuguesa, SARL.

BIJLAGE

PROTOCOL

Nr. 17

betreffende de handel in textielprodukten tussen Portugal en de andere Lid-Staten van de Gemeenschap

Artikel

1

Artikel

2

De Gemeenschap en de Portugese Republiek brengen voor de toepassingsduur van artikel 1 een administratieve samenwerking tot stand overeenkomstig bijlage C.

Artikel

3

De Portugese Republiek neemt passende maatregelen om het in acht nemen van de in artikel 1 bedoelde hoeveelheden te verzekeren en treft de in artikel 2 bedoelde maatregelen inzake administratieve samenwerking.

Artikel

4

Na voorafgaande kennisgeving aan de Commissie kan de Portugese Republiek op haar uitvoer naar de huidige Lid-Staten van de in de lijst in bijlage A vermelde produkten de in bijlage D bedoelde flexibiliteitsbepalingen toepassen.

Artikel

5

De Commissie en de bevoegde instanties van de Portugese Republiek plegen waar nodig overleg om te voorkomen dat zich situaties voordoen die vrijwaringsmaatregelen vergen.

Artikel

6

Indien de situatie zulks vergt, met name gelet op de ontwikkeling van het verbruik en de toename van de invoer in Portugal van textielprodukten uit een of meer andere Lid-Staten, plegen de Commissie en de bevoegde instanties van de Portugese Republiek op verzoek van de Portugese Republiek overleg, ten einde passende oplossingen te zoeken waardoor vrijwaringsmaatregelen kunnen worden vermeden.

Artikel

7

Indien de in bijlage A vermelde hoeveelheden zijn bereikt, stelt de Commissie, op verzoek van de betrokken Lid-Staat en volgens de in artikel 377, lid 2, van de Toetredingsakte bedoelde spoedprocedure, de vrijwaringsmaatregelen vast die zij noodzakelijk acht.

Bijlage

B

Invoer in het kader van de regeling „Passieve veredeling”

  • 1.

    In dit protocol wordt onder veredelingshandelingen verstaan, handelingen bestaande in de verwerking in Portugal van tijdelijk uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling uitgevoerde goederen ten einde in de vorm van veredelingsprodukten te worden wederingevoerd in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

  • 2.

    Het gebruik maken van de regeling wordt slechts toegestaan aan in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gevestigde natuurlijke of rechtspersonen.

    De in de vorige alinea bedoelde personen die van de regeling gebruik willen maken, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a)

      zij moeten voor eigen rekening in een fabriek, gelegen in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, soortgelijke produkten in hetzelfde fabricagestadium vervaardigen als de veredelingsprodukten waarvoor de regeling wordt aangevraagd;

    • b)

      zij kunnen in Portugal veredelingsprodukten fabriceren in het kader van veredelingshandelingen, binnen de grens van jaarlijkse hoeveelheden die, onderde in punt 3 bedoelde voorwaarden, worden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de aanvraag wordt ingediend;

    • c)

      de goederen die zij tijdelijk uitvoeren met het oog op veredelingshandelingen, moeten in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling in het vrije verkeer zijn in de zin van artikel 9, lid 2, van het EEG-Verdrag en van oorsprong zijn uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling in de zin van Verordening (EEG) nr. 802/68 en de daarbij behorende toepassingsverordeningen. Afwijkingen van het in dit punt bepaalde mogen door de autoriteiten van de huidige Lid-Staten alleen worden verleend voor goederen waarvan de communautaire produktie ontoereikend is. Deze afwijkingen mogen slechts worden verleend tot ten hoogste 14% van de totale waarde van de goederen1) Onder totale waarde van de goederen wordt verstaan:-voor goederen die vooraf zijn geïmporteerd: de douanewaarde als bepaald bij Verordening (EEG) nr. 1224/70 (PB nr. L 134 van 31.5.1980, blz. 1);-in de overige gevallen: de prijs af fabriek.waarvoor de regeling tijdens het voorafgaande jaar is toegestaan in de betrokken Lid-Staat.

      De huidige Lid-Staten delen elk kwartaal aan de Commissie de voornaamste gegevens mede betreffende de aldus verleende afwijkingen, te weten de aard, de oorsprong en de hoeveelheden van de betrokken goederen van niet-communautaire oorsprong. De Commissie geeft deze gegevens door aan de andere Lid-Staten;

    • d)

      De in Portugal te verrichten veredelingshandelingen mogen geen belangrijker verwerkingen vertegenwoordigen dan die welke voor elk produkt in punt 11 worden genoemd. De te verrichten veredelingshandelingen mogen wel minder belangrijke verwerkingen vertegenwoordigen dan die welke voor elk produkt in punt 11 worden genoemd.

    De huidige Lid-Staten kunnen van het bepaalde in de tweede alinea onder a) afwijken voor personen die niet aan de in die alinea gestelde voorwaarden voldoen.

    Deze afwijkingen zijn slechts van toepassing tot de totale hoeveelheden die werden ingevoerd in het kader van de specifieke regeling die vóór de toetreding bestond.

    De in de vorige alinea bedoelde afwijkingen zijn bij voorrang van toepassing op personen die tevoren al gebruik hebben gemaakt van de bovenbedoelde specifieke regeling. Indien deze personen niet alle hoeveelheden gebruiken waarop zij aanspraak zouden kunnen maken, kan het overschot evenwel aan andere worden toegewezen.

  • 3.

    De bevoegde autoriteiten van elke Lid-Staat gaan over tot een verdeling over degenen die van de in punt 2 bedoelde regeling gebruik maken, van de jaarlijkse hoeveelheden veredelingsprodukten bedoeld in de aan deze bijlage gehechte tabel, waarvan de betrokken huidige Lid-Staat uit hoofde van de bepalingen van deze bijlage de wederinvoer kan toestaan.

  • 4.

    De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waarde veredelingsprodukten moeten worden wederingevoerd, geven een voorafgaande vergunning af aan de aanvragers die voldoen aan de in deze bijlage gestelde voorwaarden.

    De voorafgaande vergunning kan eenmaal per jaar globaal worden afgegeven voor de gehele krachtens punt 2, tweede alinea, onder b) aan de aanvrager toegewezen hoeveelheid, dan wel in gedeelten in de loop van het jaar door gedeeltelijke opeenvolgende afboekingen op de toegewezen hoeveelheid, totdat deze is uitgeput.

    De aanvrager legt aan de bevoegde autoriteiten de overeenkomst over die hij heeft gesloten met de onderneming die de veredelingshandelingen voor zijn rekening moet verrichten in Portugal, dan wel een ander door deze autoriteiten gelijkwaardig geacht bewijsstuk.

  • 5.

    De voorafgaande vergunning wordt slechts verleend indien het voor de bevoegde autoriteiten mogelijk is de tijdelijk uitgevoerde goederen te identificeren in de wederingevoerde veredelingsprodukten.

    De bevoegde autoriteiten kunnen het gebruik maken van de regeling weigeren wanneer zij vaststellen dat zij niet alle waarborgen kunnen krijgen om de naleving van het bepaalde in punt 2 daadwerkelijk te kunnen controleren.

    In de voorafgaande vergunning worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de veredelingshandeling moet plaatsvinden, in het bijzonder:

    • -

      de hoeveelheden uit te voeren goederen en weder in te voeren produkten, berekend aan de hand van het opbrengstpercentage dat is vastgesteld op grond van de technische gegevens omtrent de te verrichten veredelingshandeling of -handelingen als deze zijn vastgesteld, of, bij gebreke daarvan, van de gegevens welke in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor handelingen van dezelfde soort beschikbaar zijn,

    • -

      de wijze waarop de tijdelijk uitgevoerde goederen in de veredelingsprodukten kunnen worden geïdentificeerd,

    • -

      de termijn voor de wederinvoer, met inachtneming van de tijd welke nodig is om de veredelingshandeling of -handelingen te verrichten.

  • 6.

    Op het tijdstip van de tijdelijke uitvoer wordt de door de bevoegde autoriteiten verleende voorafgaande vergunning bij het betrokken douanekantoor overgelegd met het oog op het vervullen van de douaneformaliteiten.

  • 7.

    De huidige Lid-Staten delen de Commissie kwantitatieve gegevens mede over de voorafgaande vergunningen die elke maand zijn verleend; zij doen dit voor de tiende van de daaropvolgende maand.

    Op verzoek van de Commissie stellen de huidige Lid-Staten de Commissie in kennis van weigeringen om een voorafgaande vergunning te verlenen alsmede van de redenen die, gelet op de in het onderhavige protocol gestelde voorwaarden, tot deze weigering hebben geleid.

  • 8.

    Onverminderd de volgende punten, mag de wederinvoer van veredelingsprodukten niet worden geweigerd door de huidige Lid-Staat die de voorafgaande vergunning voor deze produkten heeft verleend, onder voorbehoud van naleving van de in die vergunning gestelde voorwaarden en van de andere douaneformaliteiten die normaliter bij invoer moeten worden vervuld.

    Deze produkten mogen niet worden wederingevoerd in een andere huidige Lid-Staat dan die waar de voorafgaande vergunning is verleend.

    Wanneer de veredelingsprodukten in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden wederingevoerd, legt de declarant aan de bevoegde autoriteiten de voorafgaande vergunning over, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de veredelingshandeling inderdaad in Portugal heeft plaatsgevonden.

  • 9.

    Indien de omstandigheden zulks rechtvaardigen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat:

    • -

      een verlenging van de aanvankelijk vastgestelde termijn voor wederinvoer toestaan,

    • -

      de wederinvoer van de veredelingsprodukten in gedeelten toestaan; in dat geval worden de opeenvolgende zendingen bij aankomst op de voorafgaande vergunning aangetekend.

    De bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat kunnen voorts de wederinvoer van veredelingsprodukten toestaan, ook al zijn niet alle in de voorafgaande vergunning voorgeschreven veredelingshandelingen verricht.

  • 10.

    De huidige Lid-Staten verstrekken de Commissie statistische gegevens over alle wederinvoer die op hun grondgebied heeft plaatsgevonden in het kader van het onderhavige protocol. De Commissie geeft deze gegevens door aan de andere huidige Lid-Staten.

  • 11.

    De in punt 2, tweede alinea, onder d), bedoelde maximale verwerkingsniveaus zijn de volgende:

    Veredelingsprodukten per categorie

    Maximale verwerkingsniveaus

    categorieën 4, 5, 7, 8

    Bewerking

    Verwerking op basis van weefsels en stoffen van brei- en haakwerk

Bijlage

C

Administratieve samenwerking bedoeld in artikel 2

  • 1.

    De bevoegde Portugese instanties verstrekken op de vastgestelde wijze een „Boletim de Registo de Exportação (BRE)” of een „Boletim global de Exportação (BGE)” voor elke uitvoer van detextielprodukten van de categorieën van de tariefposten en Nimexe-codes bedoeld in bijlage A, van oorsprong uit Portugal en bestemd om naar de andere Lid-Staten te worden verzonden voor definitieve invoer.

  • 2.

    De bevoegde Portugese instanties geven voor de onder dit Protocol vallende produkten gewaarmerkte afschriften af van het BRE of het BGE. In deze afschriften worden met name de gegevens opgenomen die moeten voorkomen in de verklaring of het verzoek van de importeur bedoeld in punt 5.

  • 3.

    De bevoegde Portugese instanties stellen de Commissie gedurende de eerste tien dagen van elk kwartaal, per Lid-Staat en per categorie produkten, in kennis van:

    • a)

      de hoeveelheden waarvoor tijdens het voorafgaande kwartaal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van het BRE of het BGE zijn verstrekt;

    • b)

      de daadwerkelijke uitvoer tijdens het kwartaal voorafgaande aan de onder a) bedoelde periode.

  • 4.

    De bevoegde Portugese instanties delen eveneens maandelijks aan de Commissie en aan de bevoegde instanties van de andere Lid-Staten de nummers van de vervallen BRE en BGE mede, alsmede alle andere gegevens die zij ter zake dienstig achten.

  • 5.

    De produkten waarop deze administratieve samenwerking betrekking heeft, mogen in een andere Lid-Staat alleen definitief worden ingevoerd op vertoon van een invoerdocument. Dit document wordt door een bevoegde instantie van de Lid-Staat van invoer gratis verstrekt of geviseerd voor alle gevraagde hoeveelheden, binnen ten hoogste vijf werkdagen na de indiening, overeenkomstig de geldende nationale wetgeving, van een verklaring dan wel van een gewoon verzoek door een importeur van een van de andere Lid-Staten, ongeacht de plaats waar hij in de Gemeenschap is gevestigd en onverminderd de naleving van andere in de geldende voorschriften gestelde voorwaarden. Dit invoerdocument wordt slechts verstrekt of geviseerd op vertoon van een door de bevoegde Portugese instanties gewaarmerkt afschrift van het door hen afgegeven BRE of BGE.

    De verklaring of het verzoek van de importeur bevat:

    • a)

      naam en adres van de importeur en de exporteur;

    • b)

      de omschrijving van het produkt met vermelding van:

      • -

        de handelsbenaming,

      • -

        het nummer van de categorie van het produkt als vermeld in kolom 1 van bijlage A,

      • -

        de tariefpost of het referentienummer van de goederennomenclatuur voor de nationale statistiek van de buitenlandse handel,

      • -

        het land van oorsprong;

    • c)

      de aanduiding van het produkt in de eenheid vermeld in kolom 6 van bijlage A;

    • d)

      de datum/data voorzien voor de invoer.

    De Lid-Staat van invoer kan aanvullende gegevens verlangen zonder dat daaruit een belemmering voor de invoer mag voortvloeien.

    Het bepaalde in dit punt belet niet dat de betrokken produkten definitief worden ingevoerd indien de hoeveelheid van ten invoer aangeboden produkten in totaal minder dan 5% hoger ligt dan de in het invoerdocument vermelde hoeveelheid.

  • 6.

    Indien een gevraagd invoerdocument betrekking heeft op een hoeveelheid die kleiner is dan de op het gewaarmerkte afschrift van het BRE of het BGE vermelde hoeveelheid, wordt dit afschrift aan de importeur teruggezonden met op de keerzijde de vermelding van de hoeveelheid waarvoor een invoerdocument is verstrekt.

  • 7.

    De andere Lid-Staten stellen de Commissie gedurende de eerste tien dagen van elk kwartaal per categorie produkten in kennis van:

    • a)

      de hoeveelheden waarvoor tijdens het voorafgaande kwartaal invoerdocumenten zijn verstrekt of geviseerd;

    • b)

      de daadwerkelijke invoer tijdens het kwartaal voorafgaande aan de onder a) bedoelde periode.

  • 8.

    De Commissie en de Portugese autoriteiten stellen ten minste ieder kwartaal een onderzoek in naar de stand van het handelsverkeer en de vooruitzichten daarvan, zulks met het oog op een diepgaande analyse van de situatie.

Bijlage

D

Flexibiliteit bedoeld in artikel 3

De in artikel 3 van dit Protocol bedoelde flexibiliteitsbepalingen houden het volgende in:

  • a)

    binnen elke categorie:

    • -

      voorafgaand gebruik in de loop van een jaar van een gedeelte van de voor het volgende jaar vastgestelde hoeveelheden tot ten hoogste 8,75% van de betreffende hoeveelheden van het jaar van gebruik. Deze voorafgaande uitvoer wordt afgetrokken van de overeenkomstige hoeveelheden van het volgende jaar;

    • -

      overboeking van de in de loop van een jaar niet gebruikte hoeveelheden op de betreffende hoeveelheden van het volgende jaar tot ten hoogste 8,75% van de betreffende hoeveelheden van het jaar van daadwerkelijke toepassing. Op verzoek van de Portugese autoriteiten kan de Commissie toestemming geven tot een extra overboeking;

  • b)

    tussen categorieën:

    overschrijvingen van de ene naar de andere categorie tot ten hoogste 10% van het niveau van de categorie waarnaar wordt overgeschreven. Deze bepaling is van toepassing op de volgende overschrijvingen:

    • -

      categorieën 2 en 3 onderling, behalve voor de Benelux waarvoor de overschrijving 100% mag bedragen;

    • -

      categorieën 2 of 3 naar 9, 10, 20, 39;

    • -

      categorieën 4, 5, 7, 8 onderling;

    • -

      categorieën 6 en 8 onderling, uitsluitend voor het Verenigd Koninkrijk;

    • -

      categorieën 33 en 90 onderling;

    • -

      binnen tariefpost 59.04 tussen sisal en synthetische vezels, behalve voor Italië en Denemarken, waarvoor de overschrijving 100% mag bedragen.

    Deze overschrijvingen vinden plaats op basis van de volgende equivalenties:

    Categorie

    Stuk/kg

    Gram/stuk

    4

    5

    6

    7

    8

    6,48

    4,53

    1,76

    5,55

    4,60

    154

    221

    568

    180

    217

Gemeenschappelijke verklaring

van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal

Voor de toepassing van de bepalingen van Bijlage B kunnen goederen van Portugese oorsprong niet worden beschouwd als zijnde van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van Verordening (EEG) nr. 802/68.

PROTOCOL

Nr. 18

betreffende de regeling voor de invoer in Portugal van automobielen uit de andere Lid-Staten

Artikel

1

De in de volgende artikelen omschreven regeling is van toepassing op de montage en de invoer van automobielen, ongeacht de soort van de motor, voor personenvervoer of voor goederenvervoer.

Artikel

2

Artikel

3

Vanaf 1 januari 1986 opent de Portugese Republiek jaarlijks invoercontingenten voor CBU-automobielen, van oorsprong uit de andere Lid-Staten, met een brutogewicht van meer dan 3 500 kg volgens onderstaande regels:

Tijdschema

Jaarlijkse contingenten

1 januari 1986

660 eenheden

1 januari 1987

770 eenheden

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De in de artikelen 4 en 5 vastgestelde quota kunnen worden gebruikt voor de invoer van CKD- en CBU-automobielen.

BIJLAGE

A

Lijst van de invoercontingenten bedoeld in artikel 2, lid 1

BIJLAGE

B

In 1985 verleende basisquota per merk bedoeld in artikel 4, lid 1

BIJLAGE

C

Weging van de coëfficiënten bij uitvoer bedoeld in artikel 15, lid 1

PROTOCOL

Nr. 19

betreffende Portugese octrooien

1

De Portugese Republiek verbindt zich ertoe haar octrooiwetgeving onmiddellijk bij de toetreding verenigbaar te maken met de beginselen van het vrije verkeer van goederen en met het peil van de bescherming van de industriële eigendom dat in de Gemeenschap is bereikt. De Portugese Republiek schaft met name onmiddellijk bij de toetreding artikel 8 van decreet nr. 27/84 van 18 januari 1984 af volgens welk artikel de houder van een in Portugal verleend octrooi verplicht is, om dit aan dit octrooi verbonden exclusieve recht te genieten, het geoctrooieerde produkt of het dank zij een geoctrooieerde werkwijze verkregen produkt op Portugees grondgebied te fabriceren.

Te dien einde zal er een nauwe samenwerking tot stand worden gebracht tussen de diensten van de Commissie en de Portugese autoriteiten; die samenwerking zal zich ook uitstrekken tot de problemen in verband met de overgang van de huidige Portugese wetgeving naar de nieuwe wetgeving.

2

De Portugese Republiek zal in haar nationale wetgeving een bepaling inzake de omkering van de bewijslast invoeren, overeenkomend met artikel 75 van het Verdrag van Luxemburg van 15 december 1975 (Gemeenschapsoctrooiverdrag).

Deze bepaling zal onmiddellijk bij de toetreding worden toegepast op de nieuwe werkwijzeoctrooien die vanaf de toetredingsdatum worden gedeponeerd.

Op vóór die datum gedeponeerde octrooien moet deze bepaling uiterlijk op 1 januari 1992 worden toegepast.

Deze bepaling geldt evenwel niet indien de rechtsvordering betreffende inbreuk wordt ingesteld tegen de houder van een ander werkwijzeoctrooi voor de vervaardiging van hetzelfde produkt als het produkt dat het resultaat is van de werkwijze waarop de eiser een octrooi heeft, indien dit andere octrooi vóór de datum van toetreding is verleend.

In de gevallen waarin de omkering van de bewijslast niet van toepassing is, kan de Portugese Republiek de bewijslast voor de inbreuk blijven leggen bij de octrooihouder.

In alle gevallen waarin de omkering van de bewijslast niet van toepassing is op 1 januari 1987, met inbegrip van het geval van octrooien die vóór de toetredingsdatum zijn gedeponeerd, voert de Portugese Republiek met ingang van die datum in haar wetgeving een gerechtelijke procedure in, het zogenaamde „beschrijvende beslag”.

Onder beschrijvend beslag wordt een procedure verstaan volgens welke iedere persoon die gerechtigd is een rechtsvordering ter zake van inbreuk in te stellen, bij een op zijn verzoek gedane rechterlijke uitspraak, kan verkrijgen dat een deurwaarder, bijgestaan door deskundigen, op de plaats waar de vermoedelijke inbreukmaker is gevestigd, overgaat tot een gedetailleerde beschrijving van de betwiste werkwijzen, met name door het maken van fotokopieën van technische documenten, al dan niet met zakelijk beslag. In deze rechterlijke uitspraak kan het betalen van een borgsom worden gelast, die bestemd is om aan de vermoedelijke inbreukmaker schadevergoeding toe te kennen wanneer door het beschrijvend beslag schade is veroorzaakt.

3

De Portugese Republiek zal op 1 januari 1992 tot het Verdrag van München van 5 oktober 1973 inzake het Europese Octrooi en tot het Verdrag van Luxemburg van 15 december 1975 (Gemeenschapsoctrooiverdrag) toetreden.

De Portugese Republiek kan zich op artikel 95, lid 4, van het Verdrag van Luxemburg beroepen met het oog op de louter technische aanpassingen die nodig zijn in verband met de toetreding van dat land tot dit Verdrag, met dien verstande evenwel dat zulks in geen geval mag leiden tot uitstel van de toetreding van de Portugese Republiek tot het Verdrag van Luxemburg tot na genoemde datum.

PROTOCOL

Nr. 20

betreffende de herstructurering van de Portugese ijzer- en staalindustrie

1

Vanaf de datum van toetreding mag, behoudens goedkeuring door de Commissie in het kader van een herstructureringsplan, geen steun worden verleend aan de Portugese ijzer- en staalindustrie. Het plan tot herstructurering van de Portugese ijzer- en staalindustrie moet verenigbaar zijn met de vóór de toetreding aangenomen laatste „Algemene doelstellingen staal”.

2

Onmiddellijk bij de toetreding onderzoeken de Commissie en de Portugese Regering gezamenlijk het door de Portugese Regering goedgekeurde en vóór 1 september 1985 officieel aan de Commissie toe te zenden plan, alsmede de levensvatbaarheid van de ijzer- en staalonderneming waarop dit plan betrekking heeft.

3

Ingeval de levensvatbaarheid van deze onderneming aan het einde van een periode van ten hoogste vijf jaar na de toetreding niet op bevredigende wijze zou zijn gewaarborgd, zal de Commissie, na het advies van de Portugese Regering te hebben ingewonnen, aan het einde van het eerste jaar na de toetreding voorstellen dit plan aan te vullen om te bereiken dat deze onderneming aan het slot van de looptijd van dat plan wel levensvatbaar is.

4

Eventuele steun voor de Portugese ijzer- en staalindustrie in het kader van het aanvullende plan als bedoeld in punt 3, zal tevoren en uiterlijk aan het einde van het eerste jaar na de toetreding door de Portugese Regering aan de Commissie worden meegedeeld. De Portugese Regering legt haar projecten alleen met toestemming van de Commissie ten uitvoer.

De Commissie zal deze projecten beoordelen aan de hand van criteria en volgens de procedures die zijn omschreven in de bijlage bij dit protocol.

5

Gedurende de in artikel 212 van de Toetredingsakte bedoelde periode moeten de Portugese leveranties van ijzer- en staalprodukten EGKS op de rest van de communautaire markt aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • a)

    de omvang van de Portugese leveranties in de rest van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gedurende het eerste jaar volgende op de toetreding zal door de Commissie, met instemming van de Portugese Regering en na raadpleging van de Raad, worden vastgesteld tijdens het jaar dat aan de toetreding voorafgaat. Ongeacht de situatie mag de omvang van deze leveranties in geen geval lager zijn dan 80000 ton. Indien de Commissie en de Portugese Regering uiterlijk een maand voor de datum van toetreding geen overeenstemming hebben bereikt, mogen de door de Portugese ijzer- en staalindustrie tijdens het eerste kwartaal na de datum van toetreding te leveren hoeveelheden niet meer dan 20 000 ton bedragen.

    Indien op de datum van toetreding op dit punt geen overeenstemming is bereikt, zal de omvang van de leveranties uiterlijk twee maanden na de toetreding door de Commissie, met instemming van de Raad, worden vastgesteld.

    Aangezien deze leveranties evenwel moeten worden vrijgemaakt zodra de overgangsregeling is verstreken, kan de omvang van deze leveranties, met het oog op een harmonische overgang, vóór het einde van genoemde regeling worden vergroot, waarbij het peil van het eerste jaar wordt beschouwd als een benedengrens.

    Elke verhoging vindt plaats aan de hand van:

    • -

      de mate waarin het Portugese herstructureringsplan voortgang vindt, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbareheid van de onderneming en de noodzakelijke maatregelen om deze levensvatbaarheid te bereiken,

    • -

      maatregelen in de ijzer- en staalindustrie die na de toetreding in de Gemeenschap eventueel van kracht zijn, zodat Portugal niet minder gunstig wordt behandeld dan derde landen, en

    • -

      de wijze waarop de leveranties van ijzer- en staalprodukten EGKS van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling aan Portugal zich ontwikkelen;

  • b)

    de Portugese Regering verbindt zich ertoe om onmiddellijk bij de toetreding onder haar eigen verantwoordelijkheid en in overleg met de Commissie een stelsel in te voeren voor de controle op de leveranties op de rest van de communautaire markt, zodat de stipte naleving van de kwantitatieve verbintenissen die zijn overeengekomen of vastgesteld uit hoofde van het bepaalde onder a), wordt gegarandeerd.

Dit stelsel moet verenigbaar zijn met andere marktregulerende maatregelen die eventueel worden genomen tijdens de drie jaar volgende op de datum van toetreding en mag de mogelijkheid om de overeengekomen hoeveelheden te leveren niet in gevaar brengen.

De Commissie stelt de Raad op gezette tijden in kennis van de betrouwbaarheid en de doelmatigheid van dit stelsel. Mocht het stelsel ongeschikt blijken te zijn, dan treft de Commissie, met instemming van de Raad, passende maatregelen.

Bijlage

Proceduresen criteria voor de beoordeling van de steun

  • 1.

    Alle specifieke of niet-specifieke steun ten behoeve van de ijzeren staalindustrie, door de Portugese Staat of uit staatsmiddelen gefinancierd in welke vorm dan ook, kan alleen verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt indien daarbij de in punt 2 aangegeven algemene regels in acht worden genomen en aan de bepalingen van de punten 3 tot en met 6 wordt voldaan. Deze steun wordt alleen ten uitvoer gelegd in overeenstemming met de in deze bijlage aangegeven procedures.

    Het begrip steun omvat eveneens de steun die door lagere territoriale overheden wordt verleend, alsook de steunelementen die eventueel zijn vervat in de financieringsmaatregelen van de Portugese Staat ten aanzien van de door haar gecontroleerde ijzer- en staalonderneming die niet in aanmerking komt voor het ter beschikking stellen van risicodragend kapitaal volgens de in een markteconomie normale vennootschapsgebruiken.

  • 2.

    Steun die verleend wordt aan de Portugese ijzer- en staalindustrie, kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:

    • -

      dat de begunstigde onderneming een samenhangend en nauwkeurig omlijnd herstructureringsprogramma uitvoert dat de verschillende herstructureringselementen (modernisering, vermindering van capaciteiten en, zo nodig, financiële herstructurering) omvat en geëigend is haar concurrentievermogen weer op peil te brengen en haar zoveel financiële levensvatbaarheid te geven dat zij onder normale marktomstandigheden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsregeling zonder steun kan functioneren;

    • -

      dat dit herstructureringsprogramma in de totale produktiecapaciteit van de begunstigde onderneming niet voorziet in een verhoging van de produktiecapaciteit voor de verschillende categorieën produkten waarvoor de markt geen groei vertoont;

    • -

      dat het bedrag en de intensiteit van de aan ijzer- en staalonderneming verleende steun geleidelijk worden verminderd;

    • -

      dat door de betrokken steun geen distorsies van de mededinging worden veroorzaakt en de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad;

    • -

      dat de betrokken steun uiterlijk zesendertig maanden na de toetreding wordt goedgekeurd en geen aanleiding geeft tot uitkeringen na het verstrijken van de overgangsregeling, met uitzondering van rentesubsidies of betalingen uit hoofde van garanties voor leningen welke vóór die datum hebben plaatsgevonden.

    Bij het nemen van een beslissing over steunverzoeken die haar in het kader van het herstructureringsprogramma bereiken, houdt de Commissie rekening met de bijzondere situatie van Portugal als een van de Lid-Staten die slechts één ijzer- en staalonderneming bezitten waarvan de invloed op de communautaire markt van weinig betekenis is.

  • 3.

    Steun ten behoeve van investeringen in de ijzer- en staalindustrie kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:

    • -

      dat het betrokken investeringsprogramma vooraf aan de Commissie is gemeld, indien zulks overeenkomstig Beschikking nr. 3302/8l/EGKS van de Commissie van 18 november 1981 houdende voorschriften met betrekking tot de door de ondernemingen van de staalindustrie ter zake van hun investeringen te verstrekken inlichtingen of latere beschikkingen vereist is;

    • -

      dat het bedrag en de intensiteit van de steun worden gerechtvaardigd door de omvang van de herstructurering, met inachtneming van de structurele problemen van het gebied waar geïnvesteerd wordt, en beperkt blijven tot hetgeen daartoe noodzakelijk is;

    • -

      dat het investeringsprogramma voldoet aan de in punt 2 genoemde criteria en aan de „Algemene doelstellingen staal”, met inachtneming van een eventueel door de Commissie dienaangaande uitgebracht met redenen omkleed advies.

    Bij de beoordeling van dergelijke steun houdt de Commissie rekening met de mate waarin het betrokken investeringsprogramma bijdraagt tot andere doelstellingen van de Gemeenschap, zoals innovatie, energiebesparing en bescherming van het milieu, met dien verstande dat de regels van punt 2 in acht moeten worden genomen.

  • 4.

    Steun ter dekking van de normale kosten die voortvloeien uit het gedeeltelijk of volledig sluiten van installaties in de ijzer- en staalindustrie kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt.

    De kosten die in aanmerking komen voor deze steun zijn de volgende:

    • -

      uitkeringen aan werknemers die zijn ontslagen of vervroegd gepensioneerd worden, voor zover deze uitkeringen niet vallen onder de steun uit hoofde van artikel 56, lid 1, onder c), of lid 2, onder b), van het Verdrag;

    • -

      schadeloosstellingen die verschuldigd zijn aan derden wegens de opzegging van overeenkomsten, met name inzake de levering van grondstoffen;

    • -

      uitgaven die het voor een ander industrieel gebruik geschikt maken van het terrein, de gebouwen en/of de infrastructuur van een gesloten produktie-installatie met zich brengt.

    Sluitingssteun waarmee geen rekening kan worden gehouden in de uiterlijk binnen achttien maanden na de toetreding aangemelde programma's kan, bij wijze van uitzondering in afwijking van het bepaalde in punt 4 van het Protocol nr. 20 en punt 2, vijfde streepje, van deze bijlage, na deze datum bij de Commissie worden aangemeld en na het verstrijken van een termijn van zesendertig maanden volgend op de toetreding worden goedgekeurd.

  • 5.

    Steun ter vergemakkelijking van de werking van bepaalde ondernemingen of installaties kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:

    • -

      dat deze steun onlosmakelijk deel uitmaakt van een herstructureringsprogramma als omschreven in punt 2, eerste streepje;

    • -

      dat deze steun geleidelijk althans eenmaal per jaar wordt verminderd;

    • -

      dat de intensiteit en het bedrag van de steun beperkt blijven tot hetgeen volstrekt noodzakelijk is voor de voortzetting van de werkzaamheden tijdens de herstructureringsperiode en gerechtvaardigd worden door de betekenis van de ondernomen herstructurering, rekening houdend met eventueel verleende investeringssteun.

    Bij de beoordeling van dergelijke steun houdt de Commissie rekening met de problemen waarmede de betrokken eenheid of eenheden en het betrokken gebied of de betrokken gebieden te kampen hebben, alsmede met de neveneffecten van de steun voor de mededinging op andere markten dan de staalmarkt, met name de vervoermarkt.

  • 6.

    Steun aan ijzer- en staalondernemingen ter dekking van haar kosten van research- en ontwikkelingsprojecten kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde dat een der doelstellingen van het betrokken research- en/of ontwikkelingsproject wordt gevormd door:

    • -

      een vermindering van de produktiekosten en met name energiebesparing of een produktiviteitsverbetering;

    • -

      een verbetering van de kwaliteit van het produkt;

    • -

      een verbetering van de prestaties van de ijzer- en staalprodukten of een uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van staal;

    • -

      een verbetering van de arbeidsomstandigheden op het gebied van gezondheid en veiligheid.

    Het totale bedrag van alle te dien einde verleende steun mag niet meer bedragen dan 50% van de voor steun in aanmerking komende kosten van het project. De voor steun in aanmerking komende kosten zijn de kosten die rechtstreeks verband houden met het project, met name met uitsluiting van alle uitgaven voor investeringen in produktiemethoden.

  • 7.

    De Commissie wint, voordat zij haar standpunt bepaalt, bij de Lid-Staten advies in over de belangrijkste steunvoomemens waarvan zij door de Portugese Regering in kennis is gesteld. Zij stelt alle Lid-Staten in kennis van het door haar inzake elk steunvoornemen ingenomen standpunt.

    Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een steunmaatregel niet verenigbaar is met het bepaalde in deze bijlage, stelt zij de Portugese Regering daarvan bij beschikking in kennis. Artikel 88 van het Verdrag is van toepassing wanneer de Portugese Regering genoemde beschikking niet naleeft.

  • 8.

    De Portugese Regering brengt de Commissie halfjaarlijks verslag uit over de in de voorgaande zes maanden verstrekte steun, over het gebruik dat daarvan is gemaakt en over de in deze periode bereikte resultaten op het gebied van de herstructurering. Deze verslagen moeten gegevens bevatten over alle financiële maatregelen welke door de Portugese Staat of door de regionale of plaatselijke autoriteiten zijn genomen met betrekking tot ijzer- en staalonderneming van de overheid. Zij moeten binnen twee maanden na het eind van elk halfjaar worden ingezonden in een door de Commissie aan te geven vorm.

    Het eerste desbetreffende verslag zal betrekking hebben op gedurende het eerste halfjaar volgend op de toetreding verstrekte steun.

PROTOCOL

Nr. 21

betreffende de economische en industriële ontwikkeling van Portugal

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Verlangende bepaalde bijzondere vraagstukken die voor Portugal van belang zijn te regelen,

Tot overeenstemming geraakt omtrent de volgende bepalingen,

Brengen in herinnering dat de fundamentele doelstellingen van de Europese Economische Gemeenschap de voortdurende verbetering van de omstandigheden waaronder de volkeren van de Lid-Staten leven en werken, omvatten, alsmede de harmonische ontwikkeling van hun economie door het verschil in niveau tussen de onderscheiden gebieden en de achterstand van de minder begunstigde gebieden te verminderen;

Nemen kennis van de omstandigheid dat de Portugese Regering een aanvang heeft gemaakt met de uitvoering van een beleid inzake industrialisatie en economische ontwikkeling dat ten doel heeft de levensstandaard in Portugal nader te brengen tot die van de andere Europese naties en het tekort aan werkgelegenheid op te heffen, waarbij de regionale verschillen in ontwikkeling geleidelijk worden opgeheven;

Erkennen dat het in hun gemeenschappelijk belang is dat de doelstellingen van dit beleid worden verwezenlijkt;

Komen overeen te dien einde tot de Instellingen van de Gemeenschap de aanbeveling te richten alle middelen en procedures aan te wenden waarin het EEG-Verdrag voorziet, met name door op doeltreffende wijze gebruik te maken van de communautaire middelen die dienen ter verwezenlijking van bovengenoemde doelstellingen van de Gemeenschap;

Erkennen in het bijzonder dat in geval van toepassing van de artikelen 92 en 93 van het EEG-Verdrag, rekening dient te worden gehouden met de doelstellingen van economische expansie en verhoging van de levensstandaard van de bevolking.

PROTOCOL

Nr. 22

betreffende de uitwisseling van kennis op nucleair gebied met de Portugese Republiek

Artikel

1

Artikel

2

PROTOCOL

Nr. 23

betreffende de regeling voor de invoer in Portugal van automobielen uit derde landen

Artikel

1

De onderstaande regeling is vanaf 1 januari 1986 tot en met 31 december 1987 van toepassing op de montage en de invoer van automobielen, ongeacht de soort van de motor, voor personenvervoer of voor goederenvervoer.

Artikel

2

De Portugese Republiek opent jaarlijks invoercontingenten per merk voor de invoer in Portugal van gemonteerde automobielen, hierna CBU te noemen, van herkomst uit derde landen waarmee zij niet door overeenkomst is verbonden, met een brutogewicht van minder dan 3500 kilogram, ten belope van 15 eenheden per producent en per jaar voor merken voertuigen die niet in Portugal worden gemonteerd en, in het geval van de overige merken, ten belope van 2% van het aantal voertuigen van hetzelfde merk die in het voorafgaande jaar in Portugal zijn gemonteerd.

Artikel

3

De Portugese Republiek opent een algemeen jaarlijks contingent voor CBU-automobielen van herkomst uit derde landen waarmee zij niet door overeenkomst is verbonden, met een gewicht van meer dan 3500 kilogram, ten belope van 30 eenheden.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De in de artikelen 4 en 5 vastgestelde quota kunnen worden gebruikt voor de invoer van CKD- of CBU-automobielen.

BIJLAGE

A

Basisquota per merk 1985

BIJLAGE

B

Weging van de coëfficiënten bij uitvoer bedoeld in artikel 5, lid 1

PROTOCOL

Nr. 24

betreffende de landbouwstructuren van Portugal

1

Vanaf de datum van toetreding zal ten gunste van Portugal en in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, een gemeenschappelijke actie ten uitvoer worden gelegd die een specifiek ontwikkelingsprogramma bevat dat is aangepast aan de bijzondere structurele verhoudingen in de Portugese landbouw. Dit programma met een totale looptijd van 10 jaar zal met name ten doel hebben een aanzienlijke verbetering van de produktie- en commercialisatievoorwaarden alsmede een verbetering van de structurele situatie van de Portugese landbouwsector in zijn geheel.

2

De Gemeenschap zal dit actieprogramma ten gunste van Portugal ten uitvoer leggen op soortgelijke wijze als de reeds in de Gemeenschap voor de meest achtergebleven gebieden bestaande acties. Dit programma zal zijn gericht op ontwikkeling van de infrastructuur ten plattelande, de landbouwvoorlichting en de mogelijkheden tot beroepsopleiding en zal bijdragen tot heroriëntatie van de produktie, met inbegrip van irrigatie, wanneer die noodzakelijk is, drainering en weideverbetering.

Bovendien zal de Gemeenschap dit programma zodanig ten uitvoer leggen, dat het meer specifiek beantwoordt aan de behoeften en de bijzondere situatie van Portugal. Dit programma zal met name nader te omschrijven maatregelen bevatten die ertoe strekken doeltreffend bij te dragen tot het stopzetten van activiteiten. Deze maatregelen mogen in geen geval minder gunstig zijn dan die waarvoor de Lid-Staten van de huidige Gemeenschap in aanmerking zijn gekomen en de voorwaarden om voor communautaire financiering in aanmerking te komen dienen te zijn aangepast aan het specifieke karakter van de Portugese situatie.

3

De Gemeenschap zal tot de wenselijke ontwikkeling van de landbouwstructuur in Portugal bijdragen, ten einde doelstellingen op korte, middellange en lange termijn te bereiken:

  • a)

    op korte termijn, verbetering van de landbouwvoorlichting en de voorwaarden voor de bedrijfsvoering door een betere verdeling van de beschikbare middelen zonder dat zulks een wijziging van de omvang van de bedrijven of belangrijke rationaliseringsmaatregelen met zich brengt; voorts, voor zover mogelijk, verbetering van de inrichtingen voor verwerking en commercialisatie, rekening houdend met de bepalende of voorziene kenmerken van de landbouwproduktie;

  • b)

    op middellange termijn, ontwikkeling van een goede infrastructuur en irrigatie van de gebieden voor droge cultures, stimulering van een beter gebruik van de bodem en het instellen en ontwikkelen van doeltreffende acties inzake voorlichting, onderwijs en onderzoek op landbouwgebied. In dit verband zou ook kunnen worden ingegaan op aspecten op langere termijn van veestapelverbetering, zoals controle op de prestatie en controles op de afstammelingen van mannelijke fokdieren;

  • c)

    op lange termijn zal het hoofdzakelijk gaan om bevordering van de ruilverkaveling van verspreide bedrijven en vergroting van de bedrijven die thans niet levensvatbaar zijn. Ter zelfder tijd dient te worden getracht het gebrek in evenwicht in de leeftijdsopbouw van de landbouwbevolking te corrigeren door het stimuleren van pensionering van oudere bedrijfshoofden en, naar gelang het geval, door uitvoering van maatregelen gericht op het vergemakkelijken van de toegang van jongeren tot hetberoep onder voorwaarden die de levensvatbaarheid op lange termijn van hun bedrijf waarborgen.

4

De totale geraamde kosten ten laste van het Europees Oriëntatie en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Oriëntatie, voor de toepassing van het specifieke programma dat in het bijzonder de achtergebleven gebieden van Portugal omvat, daarbij inbegrepen die van de autonome gebieden van de Azoren en Madeira, liggen in de orde van grootte van 700 miljoen Ecu voor de looptijd van 10 jaar, dat wil zeggen in de orde van grootte van 70 miljoen Ecu per jaar.

5

De percentages voor communautaire financiering van de uitgaven die uit hoofde van het specifieke programma voor financiering in aanmerking komen, worden vastgesteld met inachtneming van de percentages die zijn, worden, of zullen worden toegepast op de meest achtergebleven gebieden van de Gemeenschap voor soortgelijke acties.

6

De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op de wijze bepaald in artikel 258 van de Toetredingsakte de toepassingsbepalingen van het specifieke programma vast.

7

De Commissie dient vóór 1 januari 1991 bij de Raad een verslag in ter evalutie van de uitvoering van het specifieke programma.

PROTOCOL

Nr. 25

betreffende de toepassing in Portugal van de produktiedisciplines die zijn ingesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

1

De Gemeenschap meent dat, gelet op de huidige situatie van de Portugese landbouw, zich noodzakelijkerwijs een verbetering van de produktiviteit zal voordoen onder de invloed van diverse factoren waaronder de toepassing van communautaire structurele bepalingen en de uitvoering van het specifieke programma voor de landbouwstructuur in Portugal als bedoeld in Protocol nr. 24.

2

De Gemeenschap meent dat, zelfs als deze produktiviteitsverhoging zich voordoet in een context van rationalisering van de Portugese landbouw onder de invloed van acties tot omschakeling of tot stopzetting van de activiteiten, daaruit een zekere produktieverhoging zal voortvloeien.

De Gemeenschap moedigt evenwel een dergelijke ontwikkeling tijdens de eerste etappe aan, want dit is de noodzakelijke voorwaarde voor handhaving van een concurrerende landbouwactiviteit in Portugal in het kader van een uitgebreide Gemeenschap.

Daartegenover zullen vanaf de toepassing in Portugal, te rekenen van het begin van de tweede etappe, van het geheel van de regels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de communautaire disciplines in Portugal op dezelfde wijze worden toegepast als die welke geldt voor de meest achtergebleven gebieden van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

3

De bovenomschreven situatie dient te worden genuanceerd in de volgende sectoren: wijn, olijfolie, groenten en fruit verwerkt op basis van tomaten en suikerbieten.

In deze sectoren dreigt elke ontwikkeling van de produktie in Portugal de situatie van de communautaire produktie in haar geheel immers te verergeren. Daarom is de Gemeenschap van oordeel dat de Portugese Republiek niet kan worden vrijgesteld van de disciplines die in communautair verband zijn vastgesteld en zulks vanaf de datum van toetreding, ongeacht de voor het betrokken produkt aangehouden vorm van overgang.

De Gemeenschap houdt bij de omschrijving van deze maatregelen tot disciplinering van de produktie evenwel rekening met de zeer specifieke landbouwsituatie van deze Lid-Staat; te dien einde voorzien de bepalingen van deze Toetredingsakte er in dat voor deze sectoren vanaf de aanvang een element van soepelheid wordt gebracht in de toepassing van de communautaire regels inzake de produktiediscipline.

Slotakte

De gevolmachtigden van

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

de President van de Helleense Republiek,

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

de President van de Franse Republiek,

de President van Ierland,

de President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

de President van de Portugese Republiek,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

en de Raad der Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter,

bijeengekomen te Lissabon en Madrid, de twaalfde juni negentienhonderdvijfentachtig, ter gelegenheid van de ondertekening van het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hebben vastgesteld, dat de volgende teksten zijn opgesteld en aangenomen in het kader van de Conferentie tussen de Europese Gemeenschappen en het Koninkrijk Spanje en van de Conferentie tussen de Europese Gemeenschappen en de Portugese Republiek:

  • I.

    het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie;

  • II.

    de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen;

  • III.

    de hieronder genoemde teksten die zijn gehecht aan de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen:

    A.

    Bijlage I

    Lijst bedoeld in artikel 26 van de Toetredingsakte,

    Bijlage II

    Lijst bedoeld in artikel 27 van de Toetredingsakte,

    Bijlage III

    Lijst bedoeld in artikel 43, lid 1, eerste streepje van de Toetredingsakte,

    Bijlage IV

    Lijst bedoeld in artikel 43, lid 1, tweede streepje van de Toetredingsakte,

    Bijlage V

    Lijst bedoeld in artikel 48, lid 3, van de Toetredingsakte,

    Bijlage VI

    Lijst bedoeld in artikel 48, lid 4, van de Toetredingsakte,

    Bijlage VII

    Lijst bedoeld in artikel 53 van de Toetredingsakte,

    Bijlage VIII

    Lijst bedoeld in artikel 75, punt 3), van de Toetredingsakte,

    Bijlage IX

    Lijst bedoeld in artikel 158, lid 1 van de Toetredingsakte,

    Bijlage X

    Lijst bedoeld in artikel 158, lid 3, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XI

    Technische voorschriften bedoeld in artikel 163, lid 3, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XII

    Lijst bedoeld in artikel 168, lid 4, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XIII

    Lijst bedoeld in artikel 174 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XIV

    Lijst bedoeld in artikel 176 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XV

    Lijst bedoeld in artikel 177, lid 3 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XVI

    Lijst bedoeld in artikel 177, lid 5, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XVII

    Lijst bedoeld in artikel 178, lid l,van de Toetredingsakte,

    Bijlage XVIII

    Lijst bedoeld in artikel 200 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XIX

    Lijst bedoeld in artikel 213 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XX

    Lijst bedoeld in artikel 243, punt 2 a), van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXI

    Lijst bedoeld in artikel 245, lid 1, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXII

    Lijst bedoeld in artikel 249, lid 2, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXIII

    Lijst bedoeld in artikel 269, lid 2, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXIV

    Lijst bedoeld in artikel 273, lid 2, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXV

    Lijst bedoeld in artikel 278, lid 1, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXVI

    Lijst bedoeld in artikel 280 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXVII

    Lijst bedoeld in artikel 355, lid 3, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXVIII

    Lijst bedoeld in artikel 361 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXIX

    Lijst bedoeld in artikel 363 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXX

    Lijst bedoeld in artikel 364, lid 3, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXXI

    Lijst bedoeld in artikel 365 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXXII

    Lijst bedoeld in artikel 378 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXXIII

    Lijst bedoeld in artikel 391, lid 1, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXXIV

    Lijst bedoeld in artikel 391, lid 2, van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXXV

    Lijst bedoeld in artikel 393 van de Toetredingsakte,

    Bijlage XXXVI

    Lijst bedoeld in artikel 395 van de Toetredingsakte;

    B.

    Protocol nr. 1

    betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank

    Protocol nr. 2

    betreffende de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla

    Protocol nr. 3

    betreffende het goederenverkeer tussen Spanje en Portugal gedurende de periode waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn,

    Protocol nr. 4

    mechanisme houdende aanvulling van de tegen prestaties in het kader van door de Gemeenschap met derde landen gesloten visserijovereenkomsten,

    Protocol nr. 5

    betreffende de deelneming van de nieuwe Lid-Staten

    aan het vermogen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

    Protocol nr. 6

    betreffende de in artikel 33 van de Toetredingsakte bedoelde Spaanse jaarlijkse tariefcontingenten voor de invoer van automobielen van post 87.02 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief,

    Protocol nr. 7

    betreffende de Spaanse kwantitatieve contingenten,

    Protocol nr. 8

    betreffende Spaanse octrooien,

    Protocol nr. 9

    betreffende de handel in textielprodukten tussen Spanje en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling,

    Protocol nr. 10

    betreffende de herstructurering van de Spaanse ijzeren staalindustrie,

    Protocol nr. 11

    betreffende prijsvoorschriften,

    Protocol nr. 12

    betreffende de regionale ontwikkeling van Spanje,

    Protocol nr. 13

    betreffende de uitwisseling van kennis op nucleair gebied met het Koninkrijk Spanje,

    Protocol nr. 14

    betreffende katoen,

    Protocol nr. 15

    betreffende de definitie van de Portugese basisrechten voor bepaalde produkten,

    Protocol nr. 16

    betreffende de toekenning door de Portugese Republiek van de vrij stelling van douanerechten bij invoer van bepaalde goederen,

    Protocol nr. 17

    betreffende de handel in textielprodukten tussen Portugal en de andere Lid-Staten van de Gemeenschap,

    Protocol nr. 18

    betreffende de regeling voor de invoer in Portugal van automobielen uit de andere Lid-Staten,

    Protocol nr. 19

    betreffende Portugese octrooien,

    Protocol nr. 20

    betreffende de herstructurering van de Portugese ijzer-en staalindustrie,

    Protocol nr. 21

    betreffende de economische en industriële ontwikkeling van Portugal,

    Protocol nr. 22

    betreffende de uitwisseling van kennis op nucleair gebied met de Portugese Republiek,

    Protocol nr. 23

    betreffende de regeling voor de invoer in Portugal van automobielen uit derde landen,

    Protocol nr. 24

    betreffende de landbouwstructuren in Portugal,

    Protocol nr. 25

    betreffende de toepassing in Portugal van de produktiedisciplines ingesteld in het kader van het gemeenschappleijk land bouwbeleid.

    • C.

      De teksten van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie alsmede de Verdragen waarbij zij zijn gewijzigd of aangevuld, met inbegrip van het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede van het Verdrag betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, in de Portugese en de Spaanse taal.

      De gevolmachtigden hebben akte genomen van het besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 juni 1985 inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

      Voorts hebben de gevolmachtigden en de Raad de hierna genoemde en aan deze Slotakte gehechte verklaringen aangenomen:

      • 1.

        Gemeenschappelijke verklaring van intentie betreffende de ontwikkeling en de intensivering van de betrekkingen met de landen van Latijns-Amerika;

      • 2.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de economische en sociale ontwikkeling van de autonome gebieden van de Azoren en Madeira;

      • 3.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende het vrije verkeer van werknemers;

      • 4.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende in Spanje en Portugal gevestigde werknemers van de huidige Lid-Staten en in de Gemeenschap gevestigde Spaanse of Portugese werknemers, alsmede betreffende hun gezinsleden;

      • 5.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de afschaffing van in de nieuwe Lid-Staten bestaande monopolies op landbouwgebied;

      • 6.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de aanpassing van het „acquis communautaire" in de sector oliën en vetten;

      • 7.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de regeling die van toepassing is in het handelsverkeer in landbouwprodukten tussen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek;

      • 8.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de invoer uit derde landen van produkten waarvoor de ARH geldt;

      • 9.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de toepassing van het regulerende bedrag op tafelwijn;

      • 10.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de ARH in de sector groenten;

      • 11.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 2 betreffende de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla;

      • 12.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 2;

      • 13.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 9 van Protocol nr.2;

      • 14.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de visserijbetrekkingen met derde landen;

      • 15.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de met bepaalde derde landen te sluiten protocollen;

      • 16.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de opneming van de peseta en de escudo in de Ecu.

    De gevolmachtigden en de Raad hebben eveneens kennis genomen van de volgende verklaringen die aan deze Slotakte zijn gehecht:

    • 1.

      Verklaring van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de toepassing op Berlijn van het besluit inzake de toetreding tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van het Verdrag betreffende de toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

    • 2.

      Verklaring van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de omschrijving van de uitdrukking „onderdanen”.

    De gevolmachtigden en de Raad hebben tevens kennis genomen van de overeenstemming betreffende de procedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die aan de toetreding voorafgaat, die tot stand is gekomen in het kader van de Conferentie tussen de Europese Gemeenschappen en het Koninkrijk Spanje en de Conferentie tussen de Europese Gemeenschappen en de Portugese Republiek en die aan deze Slotakte is gehecht.

    Tenslotte zijn de volgende verklaringen afgelegd en aan deze Slotakte gehecht:

    • A.

      Gemeenschappelijke verklaringen: Gemeenschap in haar huidige samenstelling/Koninkrijk Spanje

      • 1.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Spaanse ijzer- en staalindustrie;

      • 2.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de prijzen van landbouwprodukten in Spanje;

      • 3.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte Spaanse kwaliteitswijn;

      • 4.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de toepassing van het regulerende bedrag op tafelwijn;

      • 5.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende bepaalde overgangsmaatregelen en bepaalde gegevens op landbouwgebied voor wat Spanje betreft;

      • 6.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende het actieprogramma dat in de sector groenten en fruit dient te worden uitgewerkt voor de fase van verificatie van de convergentie wat Spanje betreft;

      • 7.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de invloed op het handelsverkeer met de andere Lid-Staten van de bij wijze van overgangsmaatregel door het Koninkrijk Spanje gehandhaafde nationale steunmaatregelen;

      • 8.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de toepassing in Spanje van communautaire sociaal-structurele maatregelen in de wijnbouwsector alsmede van de voorschriften om de oorsprong van Spaanse wijn te kunnen bepalen en de commerciële bewegingen ervan te kunnen volgen;

      • 9.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de toekomstige regeling van het handelsverkeer met Andorra;

    • B.

      Gemeenschappelijke verklaring: Gemeenschap in haar huidige samenstelling/Portugese Republiek

      • 1.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de toegang tot de Portugese aardoliemarkt;

      • 2.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Portugese ijzer- en staalindustrie;

      • 3.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de eerste richtlijn van de Raad van 12 december 1977 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen;

      • 4.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de prijzen van landbouwprodukten in Portugal;

      • 5.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende het actieprogramma dat voor de eerste overgangsetappe moet worden opgesteld voor produkten waarvoor een overgang in etappes geldt voor wat Portugal betreft;

      • 6.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende bepaalde overgangsmaatregelen en bepaalde gegevens op landbouwgebied voor wat Portugal betreft;

      • 7.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende wijn in Portugal;

      • 8.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de voorziening van de suikerraffinerende industrie in Portugal;

      • 9.

        Gemeenschappelijke verklaring betreffende de invoering van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde in Portugal;

    • C.

      Verklaringen van de Europese Economische Gemeenschap

      • 1.

        Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap inzake de toegang van Spaanse en Portugese werknemers tot werkzaamheden in loondienst in de huidige Lid-Staten;

      • 2.

        Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de bijstand voor Spanje en Portugal uit het Europees Sociaal Fonds;

      • 3.

        Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de bijstand voor Spanje en Portugal uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling;

      • 4.

        Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de voorziening van de suikerraffinerende nijverheid in Portugal;

      • 5.

        Verklaring van de Gemeenschap betreffende de communautaire steun voor het toezicht en de controle van de wateren;

      • 6.

        Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de aanpassing en de modernisering van de Portugese economie;

      • 7.

        Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de toepassing van het mechanisme van communautaire leningen ten gunste van Portugal;

      • 8.

        Verklaring van de Gemeenschap inzake de toepassing van het regulerend bedrag;

    • D.

      Verklaringen van het Koninkrijk Spanje

      • 1.

        Verklaring van het Koninkrijk Spanje: Copace-zone;

      • 2.

        Verklaring van het Koninkrijk Spanje betreffende Latijns Amerika;

      • 3.

        Verklaring van het Koninkrijk Spanje betreffende Euratom;

    • E.

      Verklaringen van de Portugese Republiek

      • 1.

        Verklaring van de Portugese Republiek inzake de compenserende vergoedingen bedoeld in artikel 358;

      • 2.

        Verklaring van de Portugese Republiek: Copace-zone;

      • 3.

        Verklaring van de Portugese Republiek betreffende monetaire aangelegenheden;

Gemeenschappelijke Verklaring van Intentie

betreffende de ontwikkeling en intensivering van de betrekkingen met de landen van Latijns-Amerika

De Gemeenschap:

  • -

    bevestigt het belang dat zij hecht aan de traditionele banden die zij met de landen van Latijns-Amerika onderhoudt en aan de nauwe samenwerking die zij met deze landen tot stand heeft gebracht;

  • -

    herinnert in dit verband aan de recente ontmoeting op ministerieel niveau te San-José de Costa-Rica;

  • -

    bevestigt, ter gelegenheid van de toetreding van Spanje en Portugal, nogmaals haar wil om haar economische en commerciële betrekkingen en haar samenwerking met die landen uit te breiden en te versterken;

  • -

    is vastbesloten haar inspanningen te intensiveren ten einde alle mogelijkheden te benutten om deze doelstellingen te bereiken en aldus met name bij te dragen tot de economische en sociale ontwikkeling van de Latijns-Amerikaanse regio en de inspanningen van die regio tot regionale integratie;

  • -

    zal zich er meer in het bijzonder op toeleggen, een concrete inhoud te geven aan de middelen die het mogelijk maken de bestaande betrekkingen te versterken, het handelsverkeer zoveel mogelijk te ontwikkelen, uit te breiden en te diversifiëren en op gebieden die van gemeenschappelijk belang zijn op een zo ruim mogelijke grondslag samen te werken, met gebruikmaking van passende middelen en het passende kader, om de doeltreffendheid van de onderscheiden vormen van samenwerking op te voeren;

  • -

    is tegen deze achtergrond bereid ter bevordering van de handelsstromen, vanaf de toetreding de problemen die op commercieel gebied kunnen rijzen, te bestuderen ten einde naar passende oplossingen te zoeken met inachtneming in het bijzonder van de draagwijdte van het stelsel van algemene tariefpreferenties, alsmede van de toepassing van de overeenkomsten voor economische samenwerking die met sommige Latijns-Amerikaanse landen of groepen Latijns-Amerikaanse landen zijn gesloten of zullen worden gesloten.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de economische en sociale ontwikkeling van de autonome gebieden van de Azoren en Madeira

De Hoge Verdragsluitende Partijen brengen in herinnering dat tot de fundamentele doelstellingen van de Europese Economische Gemeenschap behoren een permanente verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden van de volkeren der Lid-Staten, alsmede een harmonische ontwikkeling van hun economieën door de verschillen tussen de diverse regio's en de achterstand van de probleemgebieden te verkleinen.

Zij nemen akte van het feit dat de Regering van de Portugese Republiek en de autoriteiten van de autonome gebieden van de Azoren en Madeira een politiek van economische en sociale ontwikkeling voeren die tot doel heeft de handicaps van deze gebieden welke voortvloeien uit het feit dat zij ver van het Europese continent zijn gelegen, een bijzondere bergachtige structuur bezitten, ernstige tekortkomingen op het gebied van de infrastructuur kennen en economisch een achterstand hebben, te overwinnen.

Zij erkennen dat het in het belang van alie partijen is dat de doeleinden van deze politiek worden verwezenlijkt en herinneren eraan dat in de toetredingsinstrumenten specifieke bepalingen zijn opgenomen voor de autonome gebieden van de Azoren en Madeira.

De Hoge Verdragsluitende Partijen komen overeen te dien einde aan de Instellingen van de Gemeenschap aan te bevelen bijzondere aandacht aan de verwezenlijking van bovengenoemde doeleinden te hechten.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende het vrije verkeer van werknemers

De uitbreiding van de Gemeenschap zou bepaalde moeilijkheden met zich mee kunnen brengen voor de sociale situatie in een of meer Lid-Staten waar het toepassing van de voorschriften inzake het vrije verkeer van werknemers betreft.

De Lid-Staten verklaren dat zij zich het recht voorbehouden om eventuele problemen van dien aard aan de Instellingen van de Gemeenschap voor te leggen met het oog op een oplossing die in overeenstemming is met de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende werknemers van de huidige Lid-Staten die in Spanje of Portugal zijn gevestigd en Spaanse of Portugese werknemers die in de Gemeenschap zijn gevestigd, alsmede hun gezinsleden

  • 1.

    De huidige en de nieuwe Lid-Staten verplichten zich ertoe om op onderdanen van de andere Lid-Staten die op regelmatige wijze op hun grondgebied verblijven of werken, geen nieuwe restrictieve maatregelen toe te passen indien zij deze na de datum van ondertekening van deze Akte zouden aannemen op het gebied van het verblijf en de werkgelegenheid van buitenlanders.

  • 2.

    De huidige en de nieuwe Lid-Staten verplichten zich ertoe om na de ondertekening van deze Akte in hun voorschriften geen nieuwe beperkingen op te nemen ten aanzien van de toegang tot de arbeidsmarkt voor de gezinsleden van deze werknemers.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de opheffing van de monopolies die in de nieuwe Lid-Staten op het landbouwgebied bestaan

  • 1.

    Behoudens de afwijkende bepalingen uit hoofde van de Toetredingsakte, nemen de nieuwe Lid-Staten alle adequate maatregelen om de nationale monopolies betreffende de produktie en de afzet van landbouwprodukten op te heffen:

    • -

      op 1 maart 1986 voor wat het Koninkrijk Spanje betreft,

    • -

      op 1 maart 1986 voor produkten waarvoor een klassieke overgang geldt, en aan het begin van de tweede etappe voor de produkten waarvoor een overgang in etappes voor wat de Portugese Republiek betreft.

  • 2.

    Ten aanzien van alcohol gaan de nieuwe Lid-Staten evenwel over tot aanpassing van hun nationale monopolie overeenkomstig de artikelen 48 en 208 van de Toetredingsakte en de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de aanpassing van het „acquis communautaire” in de sector plantaardige oliën en vetten

Zo spoedig mogelijk na de toetreding zal een aanvang worden gemaakt met besprekingen over de aanpassing van dit „acquis” aan de nieuwe situatie van de uitgebreide Gemeenschap.

Deze besprekingen zullen plaatsvinden aan de hand van voorstellen van de Commissie waarin ook rekening zal worden gehouden met de in oktober 1983 door de Raad aanvaarde richtsnoeren voor olijfolie en met de ontwikkeling van de markt van oliën en vetten. Mocht worden vastgesteld dat er voor olijfolie overschotten bestaan of dat er een reëel gevaar voor de vorming van overschotten is, dan zouden garantiedrempels worden toegepast onder de voorwaarden die zijn neergelegd in de conclusies van de Raad van maart 1984 in het kader van de richtsnoeren die moeten worden gevolgd voor de marktordening van produkten die een overschotproduktie of een sterke uitgavengroei kennen of dreigen te kennen. In deze maatregelen zal rekening worden gehouden met de weerslag van de handelsconcessies ten gunste van derde landen.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de regeling voor het handelsverkeer in landbouwprodukten tussen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek

In hun onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten past elk der nieuwe Lid-Staten ten aanzien van de andere in beginsel de overgangsbepalingen en -regelingen toe die in de Toetredingsakte zijn voorzien voor de regeling van hun respectieve handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. De invoering van deze regeling zal plaatsvinden met inachtneming van het bestaan van een klassieke overgang en een overgang in etappes in het kader van de overgangsmaatregelen voor Portugal enerzijds, en met het bestaan van een fase van verificatie van de convergentie in de sector groenten en fruit in het kader van de overgangsmaatregelen voor Spanje anderzijds.

Wat evenwel de volgende sectoren betreft:

  • -

    granen en rijst,

  • -

    produkten van eerste verwerking in de sectoren granen en rijst,

  • -

    wijn,

  • -

    op basis van tomaten verwerkte produkten,

    zal de regeling voor het handelsverkeer tussen de nieuwe Lid-Staten worden vastgesteld overeenkomstig de in de Conferentie overeengekomen richtsnoeren.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de invoer uit derde landen van aan de ARH onderworpen produkten

Voor zover de verslechtering van de markt van de Gemeenschap of van een van haar regio's mede te wijten is aan invoer uit derde landen, zullen de maatregelen ten opzichte van deze invoer slechts worden genomen in het kader en onder de voorwaarden van de mechanismen die reeds zijn voorzien bij de gemeenschappelijke marktordeningen en met inachtneming van de bepalingen die betrekking hebben op de internationale verplichtingen van de Gemeenschap.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de toepassing van het regulerende bedrag op tafelwijn

Met het oog op de toepassing van artikel 123, lid 2, onder a), en artikel 338, lid 2, onder punt a), van de Toetredingsakte zal de aanpassing van het regulerende bedrag aan de situatie van de marktprijzen plaatsvinden met inachtneming van de specifieke prijzen van bepaalde soorten produkten, aan de hand van de kwaliteit en de verpakking van die produkten, hetgeen zou moeten leiden tot een verlaging van het regulerende bedrag aan de hand van de hoogste prijs van deze soorten wijn.

Gemeenschappelijke Verklaring

inzake de ARH in de sector granen

De ARH geldt niet voor zachte tarwe wanneer zij het voorwerp is geweest van een denatureringsmethode vastgesteld op communautaire grondslag die waarborgt dat deze tarwe niet zal worden gebruikt voor de broodbereiding.

Gemeenschappelijk Verklaring

inzake protocol nr. 2 betreffende de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla

In geval van moeilijkheden betreffende de handhaving van traditionele handelsstromen voor landbouwprodukten van de Canarische Eilanden is de Gemeenschap bereid in het kader van de in artikel 25, lid 4, tweede alinea, van de Toetredingsakte bedoelde aanpassingsmaatregelen de mogelijkheid te onderzoeken:

  • -

    van een aanpassing van de tariefcontingenten tussen de verschillende produkten binnen het globale volume van het handelsverkeer;

  • -

    met inachtneming van het opnemingsvermogen van de markt van de Gemeenschap een aantal van de produkten waarvoor tariefcontingenten gelden te vervangen door andere landbouwprodukten van oorsprong uit de Canarische Eilanden volgens dezelfde criteria als die welke zijn aangehouden voor de vaststelling van de huidige tariefcontingenten.

De Gemeenschap herinnert er evenwel aan dat de leveringen in het kader van de tariefcontingenten zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid de contingenten volledig te benutten het ritme van de traditionele handelsstromen zullen volgen.

Overigens sluit de Gemeenschap een ontwikkeling van de tariefcontingenten voor visserijprodukten van oorsprong uit de Canarische Eilanden overeenkomstig de geconstateerde ontwikkeling van de plaatselijke vissersvloot van de Canarische Eilanden niet uit.

Voor de in artikel 3 van het protocol nr. 2 bedoelde tariefcontingenten kan het beheer per produkt, hergroeperingen van produkten in verband met de algemene structuur van de produktie en het handelsverkeer van de betrokken produkten ten opzichte van de desbetreffende bestemmingen omvatten. Deze hergroeperingen mogen niet leiden tot een wezenlijke verandering van de traditionele handelsstromen tussen de Canarische Eilanden als mede Ceuta en Melilla en enerzijds het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap en anderzijds de andere Lid-Staten.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende protocol nr. 2

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 10 van protocol nr. 3 heft de Portugese Republiek voor de produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden, Ceuta en Melilla de douanerechten bij invoer alsmede de heffingen van gelijke werking op dezelfde wijze en in hetzelfde ritme op als die welke zijn voorzien in artikel 190 van de Toetredingsakte.

  • 2.

    De toepassing van de artikelen 88 en 256 van de Toetredingsakte heeft betrekking op alle produkten vallende onder bijlage II van het EEG-Verdrag en omvat eveneens de eventuele bijzondere maatregelen die uit hoofde van protocol nr. 2 op deze produkten van toepassing zijn.

Gemeenschappelijke Verklaring

inzake artikel 9 van protocol nr. 2

De toepassingsvoorschriften die door de Raad zullen worden aangenomen overeenkomstig artikel 9, lid 1, van protocol nr. 2, zullen in overeenstemming zijn met hetgeen tijdens de onderhandelingen is overeengekomen.

Gemeenschappelijke Verklaring bij de Slotakte

inzake de betrekkingen op visserijgebied met derde landen

Wanneer de Instellingen van de Gemeenschap besluiten omtrent de passende modaliteiten die het mogelijk maken de nieuwe Lid-Staten in te voegen in de door de Gemeenschap aangegane visserijovereenkomsten, volgen zij de richtsnoeren die ter zake tijdens de onderhandelingsconferenties zijn overeengekomen.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de met bepaalde derde landen te sluiten protocollen

Bij de onderhandelingen over de protocollen die moeten worden gesloten met de in de artikelen 179, 183, 366 en 370 bedoelde landen waarmee overeenkomsten zijn aangegaan, zal de Gemeenschap uitgaan van de regels die ter zake tijdens de Conferenties tussen de Europese Gemeenschappen en de nieuwe Lid-Staten zijn overeengekomen.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de opneming van de peseta en de escudo in de Ecu

Gelet op de huidige definitie van de Ecu en onder voorbehoud van een herziening die te zijner tijd noodzakelijk zou kunnen blijken op grond van de ervaring die is opgedaan met de ontwikkeling van de rol van de Ecu, constateren de Gemeenschap en de nieuwe Lid-Staten dat alle Lid-Staten er recht op hebben dat hun munteenheid in het kader van een communautaire procedure in de Ecu wordt opgenomen.

De besluiten om de peseta en de escudo in de Ecu op te nemen, moeten worden genomen met inachtneming van de eis van een stabiele ontwikkeling van het doel en de gebruiksmogelijkheden van de Ecu; deze besluiten zouden, op verzoek van de betrokken nieuwe Lid-Staat en na raadpleging van het Monetair Comité, genomen kunnen worden bij het eerste vijfjaarlijks heronderzoek van de weging van de munteenheden in de Ecu.

Verklaring van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

betreffende de toepassing op Berlijn van het besluit inzake de toetreding tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van het Verdrag inzake de toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland behoudt zich het recht voor, bij het van kracht worden van de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en bij het nederleggen van haar Akte van bekrachtiging van het Verdrag inzake de toetreding van vorengenoemde landen tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, te verklaren, dat het besluit van de Raad van 11 juni 1985 inzake de toetreding tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en bovengenoemd Verdrag eveneens van toepassing zijn op het Land Berlijn.

Verklaring van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

betreffende de omschrijving van de uitdrukking „onderdanen”

Wanneer in de Toetredingsakte en in de bijlagen daarvan sprake is van onderdanen van de Lid-Staten, wordt met die uitdrukking, voor wat de Bondsrepubliek Duitsland betreft, bedoeld de „Duitsers in de zin van de Grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland”.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de Spaanse ijzer- en staalindustrie

  • 1.

    Vanaf de ondertekening van de Toetredingsakte stellen de Commissie en de Spaanse Regering in het kader van het ijzer- en staalbeleid van de Gemeenschap gezamenlijk een onderzoek in naar:

    • -

      de doelstellingen van de reeds door de Spaanse Regering goedgekeurde herstructureringsplannen houdende uitkering van steun na de datum van toetreding, volgens soortgelijke criteria als die welke in de Gemeenschap zijn vastgesteld en die in de bijlage bij het aan de Toetredingsakte gehechte Protocol nr. 10 zijn uitgewerkt;

    • -

      de levensvatbaarheid van ondernemingen waarvoor nog geen herstructureringsplan is goedgekeurd.

  • 2.

    Bij de vaststelling van de „Algemene doelstellingen staal” voor 1990 pleegt de Commissie, op dezelfde manier als met de andere Lid-Staten, met het Koninkrijk Spanje overleg overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de EGKS.

  • 3.
    • a)

      Vóór de datum van toetreding stelt de Commissie, met instemming van de Spaanse Regering en na raadpleging van de Raad, de hoeveelheden vast die de Spaanse ondernemingen gedurende het eerste jaar na de datum van toetreding op de rest van de communautaire markt mogen afzetten, zulks op een niveau dat verenigbaar is met de doelstellingen van de Spaanse herstructurering en met de ontwikkelingsprognoses voor de communautaire markt.

      Ongeacht de situatie mag dit niveau in geen geval lager liggen dan het jaargemiddelde van de communautaire invoer van ijzer- en staalprodukten EGKS uit Spanje in 1976/1977.

      Indien de Commissie en de Spaanse Regering uiterlijk een maand vóór de datum van toetreding geen overeenstemming hebben bereikt, mogen de leveranties door de Spaanse ondernemingen tijdens het eerste kwartaal na de datum van toetreding niet hoger liggen dan een kwart van de door de Commissie en de Spaanse Regering overeengekomen hoeveelheden tijdens het laatste jaar. De leveranties na het eerste kwartaal volgend op de datum van toetreding worden vastgesteld in het kader van de Raad, volgens de in punt 6, onder a), van het aan de Toetredingsakte gehechte Protocol nr. 10 voorgeschreven procedure.

    • b)

      De Spaanse Regering, die verantwoordelijk is voor de toezichtregeling als bedoeld in punt 6, onder b), van het aan de Toetredingsakte gehechte Protocol nr. 10, doet hiervan uiterlijk drie maanden vóór de datum van toetreding mededeling aan de Commissie; zij legt deze regeling met toestemming van de Commissie vanaf de datum van toetreding ten uitvoer, om te waarborgen dat vanaf die datum de hand wordt gehouden aan het toegestane niveau van de leveranties op de rest van de communautaire markt.

    • c)

      Indien na de datum van toetreding in de rest van de Gemeenschap marktcontrolemaatregelen van kracht zijn, wordt de Spaanse Regering op dezelfde manier als de andere Lid-Staten bij de uitwerking daarvan betrokken; de maatregelen ten aanzien van het Koninkrijk Spanje moeten de harmonische integratie van de Spaanse ijzer- en staalindustrie in de Gemeenschap als geheel bevorderen. Hiertoe moeten maatregelen ten aanzien van Spanje op dezelfde beginselen berusten als die welke ten grondslag liggen aan de vaststelling van de in de Gemeenschap bestaande voorschriften.

    De maatregelen zullen op hetzelfde ogenblik en volgens dezelfde procedure worden aangenomen als die welke in de rest van de Gemeenschap van toepassing zijn.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de prijzen van de landbouwprodukten in Spanje

  • 1.

    De prijzen van landbouwprodukten in Spanje die als referentieprijzen in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de regels bedoeld:

    • -

      in artikel 68 van de Toetredingsakte met het oog op de aanpassing van de prijzen voor de produkten waarvoor naar dit artikel wordt verwezen in afdeling II van de Toetredingsakte

    • -

      in artikel 135, punt 1, van de Toetredingsakte op het gebied van de prijsdiscipline gedurende de eerste fase voor groenten en fruit vallende onder Verordening (EEG) nr. 1035/72

      zijn de prijzen neergelegd in de akten van de Conferentie.

      Deze prijzen worden, behalve in bijzondere gevallen, vastgesteld op de grondslag van de prijzen van het verkoopseizoen 1984/1985.

      Behoudens het niveau van deze prijzen, bevatten de akten van de Conferentie eveneens voor elk betrokken produkt de wijze van aanpassing van de prijzen en de modaliteiten van de methode tot compensatie van de prijzen die onderscheidenlijk van toepassing zijn vanaf:

    • -

      1 maart 1986 voor andere produkten dan groenten en fruit vallende onder Verordening (EEG) nr. 1035/72,

    • -

      het begin van de tweede fase voor groenten en fruit vallende onder Verordening (EEG) nr. 1035/72.

  • 2.

    De in punt 1 bedoelde prijzen worden, in voorkomend geval, vóór 1 maart 1986 bijgesteld volgens onderstaande regels:

    • a)

      Indien de Spaanse prijzen, uitgedrukt in Ecu, hoger zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, worden de in Ecu uitgedrukte Spaanse prijzen gehandhaafd op een peil dat overeenkomt met de prijzen die zijn neergelegd in de akten van de Conferentie.

      Voor wat meer in het bijzonder de Spaanse prijzen betreft die zijn vastgesteld voor het verkoopseizoen 1985/1986, worden de prijzen, indien het in Ecu uitgedrukte peil daarvan leidt tot overschrijding van het verschil dat voor het verkoopseizoen 1984/1985 bestaat tussen de Spaanse prijzen en de gemeenschappelijke prijzen, tijdens de volgende verkoopseizoenen zodanig vastgesteld dat deze overschrijding geheel en al ongedaan wordt gemaakt in de loop van de zeven eerste verkoopseizoenen volgend op de toetreding als aangegeven in artikel 70, lid 3, onder a), en in artikel 135, punt 1, onder c), van de Toetredingsakte.

    • b)

      Indien de in Ecu uitgedrukte Spaanse prijzen lager zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, mag verhoging daarvan niet leiden tot overschrijding van de gemeenschappelijke prijzen voor de desbetreffende produkten.

      Voor de toepassing van de regels inzake discipline of aanpassing als bedoeld in lid 1 wordt geen rekening gehouden met overschrijdingen.

  • 3.

    Voor de omrekening van de Spaanse prijzen in Ecu zal voor de toepassing van de in punt 2 bedoelde regels inzake de bijstelling van de prijzen rekening worden gehouden met het verschil tussen de omrekeningskoers die wordt vastgesteld aan het begin van het referentieverkoopseizoen bedoeld in de akten van de Conferentie en de omrekeningskoers die geldt op het ogenblik van de vaststelling van de prijzen voor het volgende verkoopseizoen.

    Bovendien zal, indien de waarde van de peseta meer dan 5% afwijkt van de waarde van de Ecu tussen het ogenblik van de vaststelling van de prijzen en het tijdstip van de toepassing daarvan, met deze wijziging rekening worden gehouden bij de toepassing van de in punt 2 bedoelde regels inzake bijstelling.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte Spaanse kwaliteitswijnen

Spaanse wijn die in de zin van de communautaire regelingen wordt beschouwd als kwaliteitswijn voortgebracht in bepaalde gebieden (v.q.p.r.d.) is die welke wordt voortgebracht en daadwerkelijk beschermd en verhandeld onder de benaming „denominación de origen”.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende bepaalde overgangsmaatregelen en bepaalde gegevens op landbouwgebied wat Spanje betreft

  • 1.

    De in artikel 91 van de Toetredingsakte bedoelde overgangsmaatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de regels of de richtsnoeren waarover, in voorkomend geval, in het kader van de Conferentie overeenstemming is bereikt.

  • 2.

    De bepalingen betreffende de representatieve periodes of referentieperiodes bedoeld in:

    • -

      artikel 68 en in de artikelen die daarnaar verwijzen,

    • -

      artikel 93, lid 1, artikel 98, artikel 118, lid 1, tweede streepje, artikel 119, lid 1, artikel 120, lid 1, artikel 121, lid 1, en artikel 122, lid 1, derde streepje,

    worden vastgesteld overeenkomstig de in het kader van de Conferentie genomen besluiten.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende het actieprogramma dat in de sector groenten en fruit dient te worden uitgewerkt voor de fase van verificatie van de convergentie wat Spanje betreft

Het actieprogramma dat in de sector groenten en fruit krachtens artikel 134 van de Toetredingsakte dient te worden uitgewerkt voor de verwezenlijking van de algemene doelstellingen gedurende de fase van verificatie van de convergentie, wordt uitgewerkt in nauwe samenwerking met de Commissie en uiterlijk één maand vóór de datum van toetreding vastgesteld. Dit actieprogramma wordt bekendgemaakt in deel C in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de invloed op het handelsverkeer met de andere Lid-Staten van de bij wijze van overgangsmaatregel door het Koninkrijk Spanje gehandhaafde nationale steunmaatregelen

Indien het Koninkrijk Spanje uit hoofde van artikel 80 van de Toetredingsakte gemachtigd is om nationale steun bij wijze van overgangsmaatregel degressief te handhaven, zullen er alleen specifieke voorschriften ter waarborging van de gelijke toegang tot de Spaanse markt worden vastgesteld als de toekenning van deze nationale steun tot gevolg heeft dat de mededingingsvoorwaarden op de Spaanse markt tussen nationale produkten en produkten uit de andere Lid-Staten daadwerkelijk worden gewijzigd.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de toepassing in Spanje van Communautaire sociaal-structurele maatregelen in de wijnbouwsector alsmede van de voorschriften om de oorsprong van Spaanse wijn te kunnen bepalen en de commerciële bewegingen ervan te kunnen volgen

  • I.

    Structurele maatregelen in de wijnbouwsector

    Voor de toepassing ten aanzien van Spanje van de structurele maatregelen in de wijnbouwsector zal van de volgende beleidslijnen worden uitgegaan:

    • a)

      De sociaal-structurele maatregelen die onmiddellijk bij de toetreding in Spanje van toepassing zullen zijn, zijn de algemene maatregelen bedoeld in de Verordeningen (EEG) nr. 777/85 en nr. 458/80.

    • b)

      De regeling van Verordening (EEG) nr. 777/85 zal in Spanje als volgt worden toegepast:

      • -

        gezien de bodemkenmerken van het Spaanse wijnbouwareaal en de huidige verhouding in Spanje tussen arealen die tafelwijn kunnen produceren, en ten einde de maatregel inzake definitieve stopzetting zo efficiënt mogelijk laten functioneren, worden de in Spanje in categorie 1 ingedeelde arealen geacht rechtstreeks onder de toepassing van de stopzettingsregeling te vallen;

      • -

        de premies voor definitieve stopzetting welke in Spanje van toepassing zijn, zullen worden aangepast ten opzichte van de premies die van toepassing zijn in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, ten einde rekening te houden met de specifieke omstandigheden in deze sector in Spanje, zonder dat dit evenwel afbreuk mag doen aan het streven naar stimulering van definitieve stopzetting met het oog op sanering van de markt. Het niveau van de premie in Spanje mag evenwel het communautaire niveau niet overschrijden.

      De momenteel in artikel 10 van voornoemde verordening vermelde voorlopige kosten moeten dienovereenkomstig worden aangepast.

    • c)

      Verordening (EEG) nr. 458/80, die voorziet in de betaling van steun voor herstructurering op grond van een collectief project, zal in Spanje worden toegepast onder dezelfde voorwaarden als voor de huidige Lid-Staten.

      De momenteel in artikel 9 van voornoemde verordening vermelde voorlopige kosten moeten dienovereenkomstig worden aangepast.

  • II.

    Bepalingen om de oorsprong van Spaanse wijn te kunnen bepalen en de commerciële bewegingen ervan te kunnen volgen

    Voor de toepassing van artikel 125 van de Toetredingsakte betreffende de bepalingen die het mogelijk moeten maken de oorsprong van rode Spaanse tafelwijn te bepalen en de commerciële bewegingen ervan in het intracommunautaire handelsverkeer te volgen, zal de controle worden uitgeoefend middels het bij Verordening (EEG) nr. 1153/75 ingestelde begeleidende document.

  • III.

    De diverse specifieke voorschriften die op basis van de hierboven geschetste beleidslijnen moeten worden vastgesteld, zullen tijdens de interimperiode worden uitgewerkt.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de toekomstige regeling voor het handelsverkeer met Andorra

Een regeling voor de handelsbetrekkingen tussen de Gemeenschap en Andorra zal worden opgesteld binnen twee jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de Toetredingsakte, bestemd om de nu geldende nationale regelingen te vervangen. Deze regelingen blijven toegepast worden tot de inwerkingtreding van de hierboven genoemde regeling.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de toegang tot de Portugese aardoliemarkt

De Portugese autoriteiten kunnen de toegang tot de Portugese aardoliemarkt voor ondernemingen van de Lid-Staten afhankelijk stellen van de eis dat deze voldoen aan objectieve en niet-discriminerende criteria die ten doel hebben het wettige belang van de Portugese Staat op het punt van de veiligheid van de nationale bevoorrading met aardolieprodukten te waarborgen. Deze criteria, die niet verder mogen gaan dan hetgeen strikt noodzakelijk is ter bereiking van bovenstaande doelstelling, hebben betrekking op:

  • -

    de eis dat de ondernemingen beschikken over adequate financieële en technische middelen (bijvoorbeeld inzake opslag).

  • -

    de eis dat zij driejarenplannen opstellen en naleven volgens welke het grootste deel van hun bevoorradingen wordt gedekt door contracten op middellange termijn die kunnen worden gesloten zowel met Portugese raffinaderijen als met raffinaderijen van andere Lid-Staten.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de Portugese ijzer- en staalindustrie

  • 1.

    Vanaf de ondertekening van het Toetredingsverdrag stellen de Commissie en de Portugese Regering in het kader van het ijzer- en staalbeleid van de Gemeenschap gezamenlijk een onderzoek in naar de doelstellingen van het door de Portugese Regering goedgekeurde herstructureringsplan houdende uitkering van steun na de datum van toetreding, volgens soortgelijke criteria als die welke in de Gemeenschap zijn vastgesteld en die in de bijlage bij het aan de Toetredingsakte gehechte Protocol nr. 20 zijn uitgewerkt.

  • 2.

    Bij de vaststelling van de „Algemene doelstellingen staal” voor 1990 pleegt de Commissie, op dezelfde manier als met de andere Lid-Staten, met de Portugese Republiek overleg overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de EGKS.

  • 3.
    • a)

      Vóór de datum van toetreding stelt de Commissie, met instemming van de Portugese Regering en na raadpleging van de Raad, de hoeveelheden vast die de Portugese ijzer- en staalindustrie gedurende het eerste jaar na de datum van toetreding op de rest van de communautaire markt mag afzetten, zulks op een niveau dat verenigbaar is met de doelstellingen van de Portugese herstructurering en met de ontwikkelingsprognoses voor de communautaire markt.

      Ongeacht de situatie mag dit niveau in geen geval lager liggen dan 80000 ton.

      Indien de Commissie en de Portugese Regering uiterlijk een maand vóór de datum van toetreding geen overeenstemming hebben bereikt, mogen de leveranties van de Portugese ijzer- en staalindustrie tijdens het eerste kwartaal na de datum van toetreding niet hoger liggen dan 20000 ton. De leveranties na het eerste kwartaal volgend op de datum van toetreding worden vastgesteld volgens de in punt 5, onder a), van het aan de Toetredingsakte gehechte Protocol nr. 20 voorgeschreven procedure.

    • b)

      De Portugese Regering, die verantwoordelijk is voor de toezichtregeling als bedoeld in punt 5, onder b), van het aan de Toetredingsakte gehechte Protocol nr. 20, doet hiervan uiterlijk drie maanden vóór de datum van toetreding mededeling aan de Commissie; zij legt deze regeling met toestemming van de Commissie vanaf de datum van toetreding ten uitvoer, om te waarborgen dat vanaf die datum de hand wordt gehouden aan het toegestane niveau van de leveranties op de rest van de communautaire markt.

    • c)

      Indien na de datum van toetreding in de rest van de Gemeenschap marktcontrolemaatregelen van kracht zijn, wordt de Portugese Regering op dezelfde manier als de andere Lid-Staten bij de uitwerking daarvan betrokken; de maatregelen ten aanzien van de Portugese Republiek moeten de harmonische integratie van de Portugese ijzer- en staalindustrie in de Gemeenschap als geheel bevorderen. Hiertoe moeten maatregelen ten aanzien van Portugal op dezelfde beginselen berusten als die welke ten grondslag liggen aan de vaststelling van de in de Gemeenschap bestaande voorschriften.

      De maatregelen zullen op hetzelfde ogenblik en volgens dezelfde procedure worden aangenomen als die welke in de rest van de Gemeenschap van toepassing zijn.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de eerste richtlijn van de Raad van 12 december 1977 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen

Op grond van artikel 2, lid 3, van Richtlijn 77/780/EEG van de Raad van 12 december 1977 zal de Raad uiterlijk na een periode van zeven jaar te rekenen vanaf de toetreding besluiten om in de in lid 2 van dat artikel bedoelde lijst de volgende Portugese instellingen op te nemen, zulks volgens onderstaande voorwaarden:

  • a)

    de „Caixa Geral de Depositos” voor wat betreft enerzijds haar werkzaamheden in verband met de administratie van de sociale zekerheid van staatsambtenaren en anderzijds haar werkzaamheden als kredietinstelling van de Staat betreffende de volgende transacties:

    • -

      ontvangst en beheer van verplichte deposito's;

    • -

      financiering van de Schatkist tegen gunstiger voorwaarden dan de marktvoorwaarden;

    • -

      financieringen in het kader van het regionaal beleid of van het nationale huisvestingsbeleid waaraan rentesubsidies zijn verbonden of andere speciale voorwaarden in vergelijking met de voorwaarden die normaliter worden toegepast door kredietinstellingen;

  • b)

    het „Crédito Predial Português” voor wat betreft zijn werkzaamheden in verband met financieringen in het kader van het regionaal beleid of van het nationale huisvestingsbeleid waaraan rentesubsidies zijn verbonden of andere speciale voorwaarden in vergelijking met de voorwaarden die normaliter worden toegepast door kredietinstellingen.

Dit besluit wordt alleen genomen als vóór het verstrijken van een termijn van zeven jaar na de toetreding de statuten van de onder a) en b) bedoelde instellingen zodanig zijn gewijzigd dat er een afzonderlijk beheer tot stand is gebracht van de hierboven genoemde werkzaamheden die buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 77/780/EEG vallen enerzijds, en de andere werkzaamheden van deze instellingen waarop de richtlijn wel van toepassing zal zijn anderzijds.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de prijzen van landbouwprodukten in Portugal

  • 1.

    De prijzen van de landbouwproducten in Portugal die in aanmerking worden genomen als referentieprijs voor de toepassing van de voorschriften bedoeld in:

    • -

      artikel 236 van de Toetredingsakte met het oog op de prijsaanpassing voor produkten waarvoor een klassieke overgang geldt,

    • -

      artikel 265, punt 1, van de Toetredingsakte inzake prijsdiscipline gedurende de eerste etappe voor produkten waarvoor een overgang in etappes geldt,

      zijn de prijzen welke zijn vervat in de akten van de Conferentie. Deze prijzen worden, behoudens bijzondere gevallen, vastgesteld op de grondslag van de prijzen van het verkoopseizoen 1984/1985 en omgerekend in Ecu tegen de wisselkoers die geldt aan het begin van het desbetreffende verkoopseizoen.

      Afgezien van het peil van deze prijzen, bevatten de akten van de Conferentie voor elk betrokken produkt voorts de wijze van prijsaanpassing en de modaliteiten van de methode van prijscompensatie, respectievelijk van toepassing met ingang van:

    • -

      1 maart 1986 voor de produkten waarvoor een klassieke overgang geldt,

    • -

      het begin van de tweede etappe voor de produkten waarvoor een overgang in etappes geldt.

  • 2.

    Indien de onder 1 bedoelde Portugese prijzen, uitgedrukt in Ecu, hoger zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, worden de in Ecu uitgedrukte Portugese prijzen gehandhaafd op het peil dat overeenkomt met de in de akten van de Conferentie vervatte prijzen.

    Wat meer in het bijzonder de Portugese prijzen betreft die voor het verkoopseizoen 1985/1986 worden vastgesteld, worden indien het op grond van artikel 236, tweede alinea, van de Toetredingsakte in Ecu uitgedrukte peil leidt tot een overschrijding van het voor het verkoopseizoen 1984/1985 bestaande verschil tussen de Portugese prijzen en de gemeenschappelijke prijzen, de prijzen tijdens de daaropvolgende verkoopseizoenen zodanig vastgesteld dat deze overschrijding volledig ongedaan is gemaakt, onderscheidenlijk aan het begin van het vijfde verkoopseizoen dat volgt op de toetreding zoals vermeld in artikel 238, lid 3, onder a), en in de loop van zeven eerste verkoopseizoenen volgend op de toetreding zoals vermeld in artikel 265, punt 1, onder c), van de Toetredingsakte.

  • 3.

    Voor de onder 2 bedoelde prijzen worden de eventuele verlagingen van de gemeenschappelijke prijzen die vóór de toetreding hebben plaatsgevonden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de prijsdisciplines.

  • 4.

    Indien de onder 1 bedoelde Portugese prijzen, uitgedrukt in Ecu, lager zijn dan de gemeenschappelijke prijzen en reeds zijn vastgesteld voor het verkoopseizoen 1985/1986, mag de verhoging van eerstgenoemde prijzen er niet toe leiden dat de gemeenschappelijke prijzen voor de betrokken produkten worden overschreden.

    De koers voor de omrekening in Ecu van de betrokken Portugese prijzen is voor de produkten waarvoor een klassieke overgang geldt de koers die wordt gebruikt in het kader van de werking van de marktordeningen.

    Voor de produkten waarvoor een overgang in etappes geldt, is de te gebruiken koers, de koers bedoeld in artikel 265, punt 1, onder a), laatste alinea.

    Voor de toepassing van de onder 1 bedoelde voorschriften inzake discipline of prijsaanpassing zal geen rekening worden gehouden met overschrijdingen.

    Wanneer de onder 1 bedoelde prijzen nog niet zijn vastgesteld voor het verkoopseizoen 1985/1986 zijn de regels inzake prijsdiscipline die gelden voor de eerste etappe, van toepassing voor alle betrokken produkten tijdens de interimperiode.

    Voor de omrekening van de Portugese prijzen in Ecu, zal voor de produkten waarvoor een klassieke overgang geldt bij de prijsbijstelling gedurende de interimperiode rekening worden gehouden met het verschil tussen de omrekeningskoers die aan het begin van het in de akten van de conferentie bedoelde referentieverkoopseizoen wordt geconstateerd en de omrekeningskoers die geldt ten tijde van de vaststelling van de prijzen voor het volgende verkoopseizoen.

    Bovendien zal, wanneer de waarde van de Escudo varieert ten opzichte van de waarde van de Ecu tussen het tijdstip van de vaststelling der gemeenschappelijke prijzen en het tijdstip waarop de prijzen in Portugal worden toegepast, bij de toepassing van bovengenoemde voorschriften inzake prijsbijstelling rekening worden gehouden met deze wijziging.

    Voor de produkten waarvoor een overgang in etappes geldt, is voor de omrekening van de Portugese prijzen in Ecu de in artikel 265, punt 1, onder a), laatste alinea, bedoelde regel van toepassing.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende het actieprogramma dat voor de eerste overgangsetappe moet worden opgesteld voor de produkten waarvoor een overgang in etappes geldt voor wat Portugal betreft

Het actieprogramma dat voor produkten waarvoor op grond van artikel 264, lid 2, onder a), van de Toetredingsakte een overgang in etappes geldt, moet worden opgesteld met het oog op de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen tijdens de eerste overgangsetappe, wordt in nauwe samenwerking met de Commissie opgesteld en uiterlijk een maand voor de toetreding vastgesteld. Dit actieprogramma wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, reeks C.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende bepaalde overgangsmaatregelen en bepaalde gegevens op landbouwgebied voor wat Portugal betreft

  • 1.

    De in artikel 258 van de Toetredingsakte bedoelde overgangsmaatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de modaliteiten of beleidslijnen die in voorkomend geval in de Conferentie zijn overeengekomen.

  • 2.

    De bepalingen betreffende de representatieve of referentieperiode bedoeld in:

    • -

      artikel 236 en de artikelen waarin daarnaar wordt verwezen,

    • -

      artikel 291, lid 1, artikel 304, onder 1, tweede streepje, artikel 305, onder 1, artikel 306, onder 1, en artikel 307, lid 1,

worden vastgesteld overeenkomstig de besluiten van de Conferentie.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende wijn in Portugal

Vóór het einde van de tweede etappe:

  • 1.

    zal de Commissie, wat de in artikel 340 bedoelde regeling inzake tijdelijk in Portugal toegestane wijnen betreft, de situatie onderzoeken aan de hand van de bereikte resultaten. De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in voorkomend geval de noodzakelijke maatregelen vast;

  • 2.

    stelt de Raad, wat betreft de in artikel 341 bedoelde wijnen die in de streek van de „vinho verde” worden geproduceerd, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de op deze wijnen toepasselijke regeling vast.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de voorziening van de suikerraffinerende industrie in Portugal

In het kader van de flankerende maatregelen bij de beslissingen inzake landbouwprijzen, heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen op 23 mei 1985 bepalingen vastgesteld die het mogelijk maken passende maatregelen te treffen met het oog op de egalisatie van de prijzen voor ruwe rietsuiker van oorsprong uit de overzeese departementen en van ruwe bietsuiker, bestemd voor raffinage. Deze maatregelen zullen het mogelijk maken de Portugese raffinaderijen met die suiker te voorzien onder analoge prijsvoorwaarden als voor preferentiële suiker.

Gemeenschappelijke Verklaring

betreffende de invoering van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde in Portugal

Tijdens de toepassingsduur van de tijdelijke afwijking op grond waarvan de Portugese Republiek de invoering van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde mag uitstellen, wordt de Portugese Republiek voor de toepassing van de in bijlage XXXVI, punt II - Belastingen bedoelde richtlijnen gelijkgesteld met een derde land.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende de toegang van Spaanse en Portugese werknemers tot werkzaamheden in loondienst in de huidige Lid-Staten

In het kader van de overgangsbepalingen betreffende de uitoefening van het recht van vrij verkeer zullen de huidige Lid-Staten, wanneer zij ter dekking van hun behoeften aan arbeidskrachten gebruik maken van arbeidskrachten van derde landen die niet tot hun gewone arbeidsmarkt behoren, aan Spaanse en Portugese onderdanen dezelfde voorrang verlenen als aan onderdanen van de overige Lid-Staten.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende de bijstand voor Spanje en Portugal uit het Europees Sociaal Fonds

Om te verzekeren dat Portugal en de regio's van Spanje die in aanmerking kunnen komen voor het verhoogd interventiepercentage onmiddellijk bij de toetreding volgens dezelfde beginselen worden behandeld als de desbetreffende gebieden van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, zal de Gemeenschap vóór de toetreding overgaan tot aanpassing van de desbetreffende bepalingen van de regels die gelden voor het Europees Sociaal Fonds volgens de procedure die geldt voor vaststelling van die bepalingen.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende de bijstand voor Spanje en Portugal uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

Om te verzekeren dat Spanje en Portugal onmiddellijk bij de toetreding bijstand uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling kunnen krijgen, gaat de Gemeenschap vóór de toetreding over tot aanpassing van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1787/84 van de Raad van 19 juni 1984 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling waarin de beneden- en bovengrenzen van de toewijzing van elke Lid-Staat zijn vastgelegd.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende de voorziening van de suikerraffinerende nijverheid in Portugal

De Gemeenschap is bereid om bij komende herzieningen van de gemeenschappelijke marktordening in deze sector bijzondere aandacht te besteden aan de voorziening van de Portugese raffinaderijen.

Bovendien is de Gemeenschap bereid om vóór het einde van de overgangsperiode een allesomvattend onderzoek in te stellen naar de situatie van de voorziening van de raffinerende nijverheid in de Gemeenschap en met name van de Portugese nijverheid, zulks op basis van een verslag van de Commissie, dat zo nodig vergezeld zal gaan van voorstellen die de Raad in staat moeten stellen in voorkomend geval maatregelen te treffen.

Verklaring van de Gemeenschap

betreffende communautaire steun voor het toezicht en de controle op de wateren

De Gemeenschap bevestigt dat communautaire steun aan het toezicht en de controle op de wateren die onder Portugese soevereiniteit of jurisdictie vallen, in overweging kan worden genomen.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende de aanpassing en de modernisering van de Portugese economie

De toetreding van de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen vindt plaats in het vooruitzicht van een modernisering van de Portugese economie en van een vergroting van haar groeimogelijkheden.

Daartoe is onmiddellijk bij de toetreding gedurende in totaal 10 jaar een specifiek programma voor de ontwikkeling van de landbouw van toepassing als omschreven in artikel 263 en in Protocol nr. 24.

Op industrieel gebied is een soortgelijke inspanning vereist ten einde de produktieve sector te moderniseren en aan te passen aan de realiteit van de Europese en internationale economie. De Gemeenschap is, in dezelfde geest als voor de landbouw, bereid bijstand te verlenen aan Portugese ondernemingen door middel van technische bijstand en kredietinstrumenten - waarbij zowel het nieuwe communautaire instrument als particuliere transacties in aanmerking komen - alsmede door interventies op grotere schaal van de Europese Investeringsbank.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap

betreffende toepassing van het mechanisme van communautaire leningen ten gunste van Portugal

In het kader van het mechanisme van communautaire leningen ter ondersteuning van de betalingsbalansen van de Lid-Staten zal, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 682/81 van de Raad van 16 maart 1981, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1131/85 van de Raad van 30 april 1985, in de loop van de jaren 1986 tot en met 1991 aan de Portugese Republiek een bedrag van 1 000 miljoen Ecu in de vorm van een lening worden verleend. Voor de jaarlijkse verdeling van dit totaalbedrag zal in 1986 en in 1991 een bijzondere inspanning worden gedaan.

Verklaring van de Gemeenschap inzake de toepassing van het regulerend bedrag

De Gemeenschap constateert dat de toepassing van het regulerend bedrag de traditionele handelsstromen niet ongunstig mag beïnvloeden.

Verklaring van het Koninkrijk Spanje

Het Koninkrijk Spanje is van oordeel dat elke verwijzing naar de zone die wordt bestreken door het Comité voor de visserij in het centraal-oostelijk deel van de Atlantische oceaan (COPACE) in dier voege moet worden verstaan dat zij de rechten van het Koninkrijk Spanje ter zake van de afbakening van de Spaanse wateren onverlet laat.

Verklaring van het Koninkrijk Spanje

betreffende Latijns-Amerika

Ten einde plotselinge verstoringen van de invoer van oorsprong uit Latijns-Amerika te voorkomen, heeft Spanje tijdens de onderhandelingen met nadruk gewezen op de problemen die zich voordoen bij de toepassing van het „acquis” op bepaalde produkten. Voor tabak, cacao en koffie zijn tijdelijke deeloplossingen gevonden.

Overeenkomstig de beginselen en criteria neergelegd in de Gemeenschappelijke Verklaring van de Conferentie over Latijns-Amerika, stelt Spanje zich voor om in het kader van het Stelsel van Algemene Preferenties, bij de komende herziening daarvan, dan wel in het kader van andere binnen de Gemeenschap bestaande mechanismen, permanente oplossingen te vinden.

Verklaring van het Koninkrijk Spanje

betreffende Euratom

Het Koninkrijk Spanje, dat niet is toegetreden tot het Verdrag inzake niet-verspreiding van kernwapens, verbindt zich ertoe om actief en zo snel mogelijk in nauwe samenwerking met Commissie en Raad te zoeken naar de meest geschikte oplossing om, met inachtneming van de internationale verbintenissen van de Gemeenschap, volledig te voldoen aan de verplichtingen welke uit het EGA-Verdrag voortvloeien, met name op het punt van de kernvoorziening en het verkeer van kernmateriaal binnen de Gemeenschap.

Verklaring van de Portugese Republiek

Inzake de compenserende vergoedingen bedoeld in artikel 358

Bij de aanvaarding van de bepalingen opgenomen in artikel 358 inzake het stelsel van compenserende vergoedingen voor de producenten van sardines van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, behoudt de Portugese delegatie zich de mogelijkheid voor de Raad te verzoeken passende maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zouden kunnen blijken om het hoofd te bieden aan eventuele distorsies van de mededingingsvoorwaarden die schadelijk zijn voor de industrie van conserven van sardines in Portugal.

Zij is bovendien van oordeel dat de maatregelen die aan het einde van de periode van aanpassing van de prijzen genomen zouden kunnen worden, geen discriminatoir karakter zullen mogen dragen.

Verklaring van de Portugese Republiek

De Portugese Republiek is van oordeel dat elke verwijzing naar de zone die wordt bestreken door het Comité voor de visserij in het centraal-oostelijk deel van de Atlantische oceaan in dier voege moet worden verstaan dat zij de rechten van de Portugese Republiek ter zake van de afbakening van de Portugese wateren onverlet laat.

Verklaring van de Portugese Republiek

betreffende monetaire aangelegenheden

Ten einde het mogelijk te maken de ontwikkeling van de werkelijke koers van de Portugese escudo, met name ten opzichte van de Ecu en de munteenheden van de andere Lid-Staten, op de wisselmarkten te volgen, zal de Portugese Republiek de noodzakelijke maatregelen treffen om te bewerkstelligen dat vóór haar toetreding tot de Gemeenschap de wisselmarkt te Lissabon op een wijze functioneert die vergelijkbaar is met de wijze waarop de wisselmarkten in de huidige Lid-Staten van de Gemeenschap functioneren.

Voorlichtings- en Overlegprocedure voor de aanvaarding van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die aan de toetreding voorafgaat

I

II

Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek nemen de nodige maatregelen om hun toetreding tot de in artikel 3, lid 2, en artikel 4, lid 2, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing van de Verdragen bedoelde overeenkomsten of akkoorden, voor zover mogelijk, en overeenkomstig het in die Akte bepaalde, te doen samenvallen met de inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag.

Voor zover de in artikel 3, lid 1, tweede zin, en lid 2, bedoelde overeenkomsten en akkoorden slechts in de vorm van een ontwerp bestaan, nog niet zijn ondertekend en waarschijnlijk in het tijdvak dat aan de toetreding voorafgaat niet meer kunnen worden ondertekend, zullen de toetredende Staten worden uitgenodigd om na de ondertekening van het Verdrag betreffende de toetreding volgens passende procedures deel te nemen aan de uitwerking in positieve zin en zodanig dat de sluiting daarvan wordt bevorderd, van die ontwerpen.

III

Ten aanzien van de onderhandelingen over overgangs- en aanpassingsprotocollen met de in de artikelen 179 en 366 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden genoemde landen worden de vertegenwoordigers van de toetredende Staten als waarnemers bij de werkzaamheden betrokken, naast de vertegenwoordigers van de huidige Lid-Staten.

Bepaalde door de Gemeenschap gesloten niet-preferentiële akkoorden die ook na 1 januari 1986 blijven gelden, kunnen worden aangepast om rekening te houden met de uitbreiding van de Gemeenschap. De Gemeenschap zal de vertegenwoordigers van de toetredende Staten overeenkomstig de in de vorige alinea omschreven procedure bij de onderhandelingen over deze aanpassingen betrekken.

IV

Het in artikel 61, lid 2, en artikel 223, lid 2, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing van de Verdragen bedoelde overleg tussen de toetredende Staten en de Commissie vindt reeds plaats voor het tijdstip van toetreding.

V

De toetredende Staten verbinden zich ertoe te bewerkstelligen dat de verlening van de in de artikelen 2 van de Protocollen nr. 13 en 22 betreffende de uitwisseling van kennis op het gebied van de kernenergie bedoelde licenties vóór de toetreding niet opzettelijk wordt versneld ten einde de draagwijdte van de in die Protocollen vervatte verbintenissen te verminderen.

VI

De Instellingen van de Gemeenschappen stellen tijdig de in artikel 397 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing van de Verdragen bedoelde bepalingen vast.

Besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 juni 1985 inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

De Raad van de Europese Gemeenschappen,

gelet op artikel 98 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

gezien het advies van de Commissie,

overwegende dat het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek hebben verzocht om toetreding tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal;

overwegende dat over de door de Raad vast te stellen toetredingsvoorwaarden is onderhandeld met vorengenoemde Staten,

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Dit besluit, opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, wordt meegedeeld aan de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek.

GEDAAN te Luxemburg, op 11 juni 1985.