Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Irak

Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Irak

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Irak,

Geleid door de wens de banden van vriendschap tussen hun beide landen te verstevigen en de economische en technische samenwerking op basis van gelijkheid en tot wederzijds voordeel te bevorderen,

Hebben besloten een overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gemachtigden benoemd:

Zijne Excellentie Jonkheer drs. David M. Schorer, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden te Bagdad.

Zijne Excellentie drs. Frits Bolkestein, Minister voor Buitenlandse Handel van Nederland,

Zijne Excellentie de Heer Hassan Ali, Minister van Handel van de Regering van de Republiek Irak,

Die, na elkander hun volmachten te hebben medegedeeld, welke in goede en juiste vorm zijn bevonden, als volgt zijn overeengekomen:

Artikel

1

De beide Regeringen zullen in overeenstemming met de in elk van hun beide landen van toepassing zijnde wetten en voorschriften de economische en technische samenwerking tussen hun beide landen stimuleren en tot ontwikkeling brengen.

Artikel

2

De beide Regeringen moedigen de belanghebbende maatschappijen en organisaties van hun beide landen aan, het aanknopen te overwegen van betrekkingen op het gebied van wederzijdse samenwerking, daarbij in het oog houdend de behoeften en mogelijkheden die de beide landen hebben, alsmede de doelstellingen van deze Overeenkomst.

De beide Regeringen vergemakkelijken, binnen het kader van wat mogelijk is, de uitvoering van contracten en afspraken die uit de bovengenoemde betrekkingen op het gebied van wederzijdse samenwerking voortvloeien.

Artikel

3

Gelet op de in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde doelstelling, streven de beide Regeringen ernaar hun economische en technische samenwerking te bevorderen en uit te breiden, onder meer op de volgende gebieden:

  • -

    Industrie en mijnbouw, daarbij inbegrepen de aardolie-industrie en de petrochemische industrie;

  • -

    de opwekking, overbrenging en distributie van elektrische energie;

  • -

    de behandeling van afvalwater en de watervoorziening;

  • -

    Landbouw, veeteelt, tuinbouw en visserij;

  • -

    Plattelandsontwikkeling;

  • -

    Waterhuishouding;

  • -

    Huisvesting en bouwnijverheid;

  • -

    Vervoer en verbindingen;

  • -

    Werktuigbouw, het geven van adviezen en andere vormen van dienstverlening;

  • -

    Volksgezondheid en geneeskunde;

  • -

    de overdracht van technologie;

  • -

    Infrastructuur.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Elk der beide Regeringen verbindt zich ertoe met betrekking tot de andere Regering, en wel in de mate als door haar wetgeving is toegestaan, het houden op haar grondgebied door het andere land of door onderdanen van het andere land van commerciële tentoonstellingen en uitstallingen te vergemakkelijken.

Artikel

7

Artikel

8

Eventuele geschillen voortvloeiende uit tussen maatschappijen en organisaties van de beide landen gesloten contracten kunnen worden onderzocht door de overeenkomstig artikel 7 van deze Overeenkomst ingestelde Gemengde Commissie, zonder evenwel afbreuk te doen aan het recht van de partijen bij het geschil gebruik te maken van specifieke bepalingen voor de regeling van geschillen in bovengenoemde contracten of, bij gebreke van zulke bepalingen, van een andere vorm van regeling, naar keuze van de betrokken partijen.

Artikel

9

In het geval van beëindiging van deze Overeenkomst blijven de voorgaande artikelen ervan van kracht totdat de ingevolge deze Overeenkomst aangegane contracten ten uitvoer zijn gelegd.

Artikel

10

Artikel

11

Elk der beide Regeringen kan voorstellen doen tot wijziging van deze Overeenkomst. De andere Regering geeft haar mening over de voorgestelde wijziging binnen negentig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van zulk een voorstel. De wijzigingen worden van kracht overeenkomstig artikel 10 van deze Overeenkomst.

GEDAAN te Bagdad, de 31ste oktober 1983, in tweevoud, in de Nederlandse, de Arabische en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil van uitleg is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het

Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) F. BOLKESTEIN

(w.g.) D. M. SCHORER

Voor de Regering van de

Republiek Irak.

(w.g.) HASSAN ALI

the understanding

of the Government of the Republic of Iraq to consider the Governmental Joint Commission established in Article seven of the said Agreement as a Ministerial Commission.

If special circumstances or the agenda require presidencies by Ministers, the Government of the respective countries will act accordingly. In all other cases deputy-Ministers will be appointed as chairman of the Joint Commission.