Akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende de status van de militairen en leden van het burgerpersoneel die bij de instellingen van de Europese Unie gedetacheerd zijn, van de hoofdkwartieren en de strijdkrachten die ter beschikking van de Europese Unie kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en van de militairen en leden van het burgerpersoneel van de lidstaten die aan de Europese Unie beschikbaar zijn gesteld om in dit kader op te treden (EU-SOFA)

Akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende de status van de militairen en leden van het burgerpersoneel die bij de instellingen van de Europese Unie gedetacheerd zijn, van de hoofdkwartieren en de strijdkrachten die ter beschikking van de Europese Unie kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en van de militairen en leden van het burgerpersoneel van de lidstaten die aan de Europese Unie beschikbaar zijn gesteld om in dit kader op te treden (EU-SOFA)

Akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende de status van de militairen en leden van het burgerpersoneel die bij de instellingen van de Europese Unie gedetacheerd zijn, van de hoofdkwartieren en de strijdkrachten die ter beschikking van de Europese Unie kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en van de militairen en leden van het burgerpersoneel van de lidstaten die aan de Europese Unie beschikbaar zijn gesteld om in dit kader op te treden (EU-SOFA)

De vertegenwoordigers van de regeringen van de Lid-Staten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name op titel V,

Overwegende hetgeen volgt:

  • 1.

    De Europese Raad heeft besloten om met het oog op het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) aan de EU de middelen beschikbaar te stellen die nodig zijn om besluiten te nemen en uit te voeren met betrekking tot alle conflictpreventie-en crisisbeheersingstaken die in het VEU zijn neergelegd.

  • 2.

    Nationale besluiten om strijdkrachten van lidstaten van de Europese Unie (hierna „lidstaten" genoemd) van en naar het grondgebied van andere lidstaten te zenden in het kader van de voorbereiding en uitvoering van opdrachten in de zin van artikel 17, lid 2, van het VEU, waaronder oefeningen, zullen worden genomen overeenkomstig titel V van het VEU, met name artikel 23, lid 1, en zullen het voorwerp vormen van afzonderlijke regelingen tussen de lidstaten.

  • 3.

    Er moeten met de betrokken derde landen specifieke overeenkomsten worden gesloten in het geval van oefeningen of opdrachten buiten het grondgebied van de lidstaten.

  • 4.

    Dit akkoord laat de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van internationale overeenkomsten en van andere internationale rechtsinstrumenten tot instelling van internationale tribunalen, waaronder het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, onverlet,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL

I

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR MILITAIREN EN BURGERPERSONEEL

Artikel

1

In dit akkoord wordt verstaan onder:

  • 1.

    „militairen":

    • a.

      de militairen van de lidstaten die bij het secretariaat-generaal van de Raad gedetacheerd zijn als leden van de militaire staf van de Europese Unie (EUMS);

    • b.

      het militaire personeel, niet zijnde personeel van de EU-instellingen, dat door de EUMS vanuit de lidstaten als tijdelijke versterking kan worden ingezet indien het Militair Comité van de Europese Unie (MCEU) daarom verzoekt, voor activiteiten in het kader van de voorbereiding en uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, VEU, ook tijdens oefeningen;

    • c.

      militairen van de lidstaten die gedetacheerd zijn bij de hoofdkwartieren en de strijdkrachten die ter beschikking van de EU kunnen worden gesteld, of het personeel daarvan, in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, VEU, ook tijdens oefeningen;

  • 2.

    „burgerpersoneel": het burgerpersoneel dat door de lidstaten bij EU-instellingen gedetacheerd is in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, VEU, ook tijdens oefeningen, of het burgerpersoneel, met uitzondering van plaatselijk aangeworven personeel, dat werkzaam is bij de hoofdkwartieren of de strijdkrachten of dat anderszins door de lidstaten aan de EU beschikbaar wordt gesteld voor dezelfde activiteiten;

  • 3.

    „afhankelijke persoon": iedere persoon die als gezinslid wordt aangemerkt of erkend of die door de wetgeving van de zendstaat als huisgenoot van een militair of een lid van het burgerpersoneel wordt beschouwd. Indien deze wetgeving echter uitsluitend als gezinslid of huisgenoot aanmerkt een persoon die onder hetzelfde dak woont als het lid van het militaire of burgerpersoneel, wordt deze voorwaarde geacht te zijn vervuld als deze persoon in overwegende mate afhankelijk is van het lid van het militaire of burgerpersoneel;

  • 4.

    „strijdkrachten": personen behorende tot of entiteiten bestaande uit militairen en burgerpersoneel bedoeld in de punten 1 en 2, mits de betrokken lidstaten ermee instemmen dat bepaalde individuen, eenheden, formaties of andere entiteiten niet worden beschouwd als vormende of behorende tot een krijgsmacht in de zin van dit akkoord;

  • 5.

    „hoofdkwartier": het op het grondgebied van een lidstaat gelegen hoofdkwartier dat door een of meer lidstaten of door een internationale organisatie is opgericht en dat aan de EU ter beschikking kan worden gesteld in het kader van de voorbereiding en uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, VEU, met inbegrip van oefeningen;

  • 6.

    „zendstaat": de lidstaat waartoe de militair, het lid van het burgerpersoneel of de strijdkrachten behoren;

  • 7.

    „ontvangststaat": de lidstaat op het grondgebied waarvan de militair, het lid van het burgerpersoneel, de strijdkrachten of het hoofdkwartier zich bevinden, hetzij omdat hij/zij daar gelegerd is/zijn of ingezet wordt/worden, hetzij omdat hij/zij daar op doorreis is/zijn, in verband met een individuele of collectieve dienstopdracht, dan wel in verband met een besluit tot detachering bij de EU-instellingen.

Artikel

2

Artikel

3

De militairen en het burgerpersoneel, alsook de van hen afhankelijke personen, hebben de plicht de wetgeving van de ontvangststaat te eerbiedigen en zich te onthouden van iedere activiteit die indruist tegen de geest van dit akkoord.

Artikel

4

Ten behoeve van dit akkoord:

  • 1.

    worden rijbewijzen die door de militaire diensten van de zendstaat zijn afgegeven, erkend op het grondgebied van de ontvangststaat voor vergelijkbare militaire voertuigen;

  • 2.

    kan door bevoegd personeel van iedere lidstaat medische en tandheelkundige zorg verleend worden aan het personeel van de strijdkrachten en hoofdkwartieren van iedere andere lidstaat.

Artikel

5

De militairen en het burgerpersoneel dragen hun uniform volgens de in de zendstaat geldende reglementen.

Artikel

6

Voertuigen met een speciale registratie bij de strijdkrachten of de overheid van de zendstaat voeren behalve hun registratienummer een kenteken ter aanduiding van de nationaliteit.

DEEL

II

BEPALINGEN UITSLUITEND VAN TOEPASSING OP BIJ DE EU-INSTELLINGEN GEDETACHEERDE MILITAIREN EN LEDEN VAN HET BURGERPERSONEEL

Artikel

7

Bij de EU-instellingen gedetacheerde militairen en leden van het burgerpersoneel mogen wapens bezitten en dragen overeenkomstig artikel 13, wanneer zij werkzaam zijn bij de hoofdkwartieren of strijdkrachten die aan de EU beschikbaar kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, VEU, ook tijdens oefeningen, of wanneer zij deelnemen aan missies in verband met dergelijke taken.

Artikel

8

DEEL

III

BEPALINGEN UITSLUITEND VAN TOEPASSING OP HOOFDKWARTIEREN EN STRIJDKRACHTEN, ALSMEDE OP DE ALDAAR WERKZAME MILITAIREN EN LEDEN VAN HET BURGERPERSONEEL

Artikel

9

In het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de in artikel 17, lid 2, VEU, bedoelde opdrachten, waaronder oefeningen, mogen de hoofdkwartieren en de strijdkrachten, alsmede het in artikel 1 genoemde personeel daarvan en hun uitrusting, over het grondgebied van een lidstaat reizen, respectievelijk worden vervoerd, en daar tijdelijk worden ingezet, mits de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat daarmee instemmen.

Artikel

10

De militairen en het burgerpersoneel ontvangen medische noodhulp en tandheelkundige hulp, waaronder ziekenhuisopname, onder dezelfde voorwaarden als vergelijkbaar personeel van de ontvangststaat.

Artikel

11

Behoudens de toepassing van akkoorden en regelingen die reeds van kracht zijn of na de inwerkingtreding van dit akkoord tussen de bevoegde autoriteiten van de zendstaat en van de ontvangststaat, zijn de autoriteiten van de ontvangststaat als enigen verantwoordelijk voor het nemen van passende maatregelen voor het ter beschikking stellen aan de eenheden, formaties en andere entiteiten, van de benodigde gebouwen en terreinen en de verlening van faciliteiten en diensten die daarmee verband houden. Deze akkoorden en regelingen stemmen zoveel mogelijk overeen met de voorschriften betreffende huisvesting en inkwartiering van eenheden, formaties en andere entiteiten van de ontvangststaat.

Tenzij een regeling het tegendeel bepaalt, worden de rechten en plichten welke voortvloeien uit het gebruikmaken van gebouwen, terreinen, faciliteiten en diensten beheerst door de wetten van de ontvangststaat.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De hoofdkwartieren en de strijdkrachten genieten op het gebied van post en telecommunicatie, reizen en reducties op vervoerkosten dezelfde faciliteiten als de strijdkrachten van de ontvangststaat, overeenkomstig de regelgeving van die staat.

Artikel

15

Artikel

16

Ter vermijding van dubbele belastingheffing en ter verfijning van de toepassing van overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing tussen de lidstaten, en onverminderd het recht van de ontvangststaat om militairen en leden van het burgerpersoneel die onderdanen van die staat zijn of die normaal gesproken in de ontvangststaat verblijven, belasting te laten betalen:

  • 1.

    worden, indien het onderworpen zijn aan enige vorm van belasting in de ontvangststaat afhankelijk is van verblijf- of woonplaats, voor de heffing van die belasting de tijdvakken gedurende welke een militair of een lid van het burgerpersoneel zich uitsluitend uit hoofde van zijn hoedanigheid van militair of lid van het burgerpersoneel op het grondgebied van deze staat bevindt, niet beschouwd als tijdvakken van verblijf aldaar, noch geacht met betrekking tot een dergelijke belasting verandering van verblijf- of woonplaats teweeg te brengen;

  • 2.

    zijn militairen en leden van het burgerpersoneel in de ontvangststaat vrijgesteld van belastingen op het salaris en de emolumenten die aan hen in die hoedanigheid door de zendstaat worden uitbetaald, alsmede van belastingen op roerende stoffelijke zaken waarvan de aanwezigheid in de ontvangststaat uitsluitend voortvloeit uit hun tijdelijke aanwezigheid aldaar;

  • 3.

    verzet dit artikel zich er in geen enkel opzicht tegen dat militairen of leden van het burgerpersoneel die in de ontvangststaat door winst uit onderneming andere inkomsten dan die uit hoofde van hun hoedanigheid van militair of lid van het burgerpersoneel verwerven, daarvoor worden belast, en behalve wat betreft het salaris, de emolumenten en de roerende stoffelijke zaken, bedoeld in lid 2, verzet in dit artikel zich in geen enkel opzicht tegen de heffing van belastingen waaraan de militair of het burgerpersoneelslid krachtens de wet van de ontvangststaat onderworpen is, ook al wordt hij geacht zijn verblijf-of woonplaats buiten het grondgebied van die staat te hebben;

  • 4.

    is dit artikel in geen enkel opzicht van toepassing op rechten: onder „rechten" worden verstaan douanerechten en alle andere rechten en belastingen over invoer en uitvoer, met uitzondering van rechten en belastingen die slechts betaling voor verleende diensten vertegenwoordigen.

Artikel

17

Artikel

18

DEEL

IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel

19

GEDAAN te Brussel, de zeventiende november tweeduizenddrie.

Bijlage

VERKLARINGEN

VERKLARING VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE

Na ondertekening van dit akkoord zullen de lidstaten hun best doen om zo spoedig mogelijk te voldoen aan de voorschriften van hun eigen grondwettelijke procedures, teneinde zodoende een snelle inwerkingtreding van dit akkoord te bewerkstelligen.

VERKLARING VAN DENEMARKEN

Bij de ondertekening van dit akkoord wees Denemarken op protocol nr. 5 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Goedkeuring van dit akkoord door Denemarken zal geschieden met inachtneming van voornoemd protocol, en voorbehouden en verklaringen die Denemarken in dit verband eventueel zal formuleren, blijven beperkt tot de werkingssfeer van deel II van protocol nr. 5 en zij vormen in geen enkel opzicht een beletsel voor de inwerkingtreding van het akkoord en de volledige uitvoering daarvan door de overige lidstaten.

VERKLARING VAN IERLAND

Niets in dit akkoord, en met name niet de artikelen 2, 9, 11, 12, 13 en 17, kunnen worden ingeroepen om Ierland te machtigen of te dwingen wetgeving aan te nemen of anderszins handelend op te treden in strijd met de Ierse grondwet, en met name artikel 15.6.2.

VERKLARING VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK BETREFFENDE ARTIKEL 17 VAN HET AKKOORD

De aanvaarding door Oostenrijk van de rechtsmacht van militaire autoriteiten van de zendstaat overeenkomstig artikel 17 van het „Akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende de status van de militairen en leden van het burgerpersoneel die bij de militaire staf van de Europese Unie gedetacheerd zijn, van de hoofdkwartieren en de strijdkrachten die ter beschikking van de Europese Unie kunnen worden gesteld in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waaronder oefeningen, en van de militairen en leden van het burgerpersoneel van de lidstaten die aan de Europese Unie beschikbaar zijn gesteld om in dit kader op te treden (EU-SOFA)" geldt niet de uitoefening van rechtsmacht door rechters van een zendstaat op het grondgebied van Oostenrijk.

VERKLARING VAN ZWEDEN

De regering van Zweden verklaart hierbij dat artikel 17 van dit akkoord niet het recht behelst voor de zendstaat om rechtsmacht uit te oefenen op het grondgebied van Zweden. In het bijzonder geeft deze bepaling de zendstaat niet het recht om gerechten op te richten op Zweeds grondgebied of aldaar vonnissen te voltrekken.

Het voorgaande laat de verdeling van rechtsmacht tussen de zendstaat en de ontvangst krachtens artikel 17 onverlet.

Evenmin is het voorgaande van invloed op het recht van de zendstaat om bedoelde rechtsmacht uit te oefenen op zijn eigen grondgebied nadat de in artikel 17 bedoelde personen naar de zendstaat zijn teruggekeerd. Voorts sluit de eerste alinea niet uit, dat de militaire autoriteiten van de zendstaat op het grondgebied van Zweden passende maatregelen nemen die onmiddellijk geboden zijn ter bewaring van de orde en de veiligheid binnen de strijdkrachten.