Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer (herzien)

Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer (herzien)

European convention on the protection of animals during international transport (revised)

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its members for the purpose of safeguarding and realising the ideals and principles which are their common heritage;

Aware that every person has a moral obligation to respect all animals and to have due consideration for their capacity for suffering;

Motivated by the desire to safeguard the welfare of animals during transport;

Convinced that international transport is compatible with the welfare of the animals, provided that the requirements of animal welfare are met;

Considering, therefore, that where the welfare requirements of the animals cannot be met an alternative to the transport of live animals shall be implemented;

Considering, however, that in general, for reasons of animal welfare the period during which animals, including animals for slaughter, are transported should be reduced as far as possible;

Considering that loading and unloading are activities during which injuries and stress are most likely to occur;

Considering that progress in this respect may be achieved through the adoption of common provisions regarding the international transport of animals,

Have agreed as follows:

GENERAL PRINCIPLES

Article

1

Definitions

Article

2

Species

Article

3

Application of the Convention

Article

4

Main principles of the Convention

Article

5

Authorisation of transporters

DESIGN AND CONSTRUCTION

Article

6

Design and construction

PREPARATION FOR TRANSPORT

Article

7

Planning

Article

8

Attendants

Article

9

Fitness for transport

Article

10

Inspection/Certificate

Article

11

Rest, water and feed prior to loading

LOADING AND UNLOADING

Article

12

Principles

Article

13

Equipment and procedures

Article

14

Handling

Article

15

Separation

TRANSPORT PRACTICES

Article

16

Floors and bedding

The floor surfaces of means of transport or containers shall be maintained so as to minimise the risk of slipping and leakage of urine and faeces. An appropriate bedding which absorbs urine and faeces and which provides an adequate resting material shall cover the floor of the means of transport or containers, unless an alternative method is used that provides at least the same advantages to the animals.

Article

17

Space allowances (floor area and height)

Article

18

Tying of animals

When animals are tied, the ropes, the tethers or other means used shall be strong enough not to break during normal transport conditions, and long enough to allow the animals, if necessary, to lie down and to eat and drink. They shall be designed in such a way as to eliminate any danger of strangulation or injury. Animals shall not be tied by the horns, antlers, legs, nose-rings nor be transported having their legs tied together. Animals shall be tied only with devices allowing them to be quickly released.

Article

19

Ventilation and temperature

Article

20

Water, feed and rest

Article

21

Females in lactation

Lactating females not accompanied by their offspring shall not be transported for long periods. However, where this is unavoidable, they shall be milked shortly before loading and at intervals of not more than twelve hours during the course of a journey.

Article

22

Lighting

The means of transport shall be equipped with a means of lighting, fixed or portable, sufficient for general inspection of the animals and where this is necessary during transport and for watering and feeding.

Article

23

Containers

Article

24

Care during transport

The person in charge of the welfare of the animals shall take every opportunity to check them and to administer, if necessary, the appropriate care.

Article

25

Emergency and casualty care during transport

Animals that fall ill or are injured during transport shall receive first-aid care as soon as possible; if necessary, they shall be given appropriate veterinary treatment or be killed in a way which does not cause them any additional suffering.

SPECIAL PROVISIONS

Article

26

Special provisions for transport by rail

Article

27

Special provisions for transport by road

Article

28

Special provisions for transport by water (except roll-on/roll-off vessels)

An adequate secondary source of power, clearly separated from the primary source, shall be provided to ensure that appropriate forced ventilation is maintained.

Article

29

Special provisions for transport in road vehicles or rail wagons on roll-on/roll-off vessels

Article

30

Special provisions for transport by air

MULTILATERAL CONSULTATIONS

Article

31

Multilateral consultations

Article

32

Functions of multilateral consultations

Within the framework of multilateral consultations, the Parties shall be responsible for following the application of this Convention. They may in particular:

  • a.

    prepare technical protocols to this Convention in accordance with the provisions of Article 34;

  • b.

    suggest any necessary modifications to this Convention and examine those proposed in accordance with the provisions of Article 35;

  • c.

    examine, at the request of one or more Parties, questions concerning the interpretation of this Convention;

  • d.

    make recommendations to the Committee of Ministers concerning States to be invited to accede to this Convention.

TECHNICAL PROTOCOLS

Article

33

Object

The Parties shall adopt technical protocols to this Convention concerning space allowances (Article 17) and water, feed and rest (Article 20). They may also adopt other technical protocols with a view to establishing technical norms for the implementation of the provisions contained in this Convention.

Article

34

Adoption and entry into force

Article

35

Amendments

SETTLEMENT OF DISPUTES

Article

36

Settlement of disputes

FINAL CLAUSES

Article

37

Signature, ratification, acceptance, approval

Article

38

Accession of non-member States

Article

39

Territorial clause

Article

40

Denunciation

Article

41

Notifications

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of Europe, the European Community and any State which has acceded or has been invited to accede to this Convention of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 37 and 38;

  • d.

    any other act, notification or communication relating to this Convention.

    In witness whereof the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Chisinau, this 6th day of November 2003 in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe, to the European Community and to any State invited to accede to this Convention.

Europese overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer (herzien)

De lidstaten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden is, teneinde de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en te verwezenlijken;

Zich ervan bewust dat elke persoon de morele plicht heeft alle dieren te respecteren en voldoende rekening te houden met het feit dat zij kunnen lijden;

Geleid door de wens het welzijn van dieren tijdens het vervoer te waarborgen;

Ervan overtuigd dat international vervoer verenigbaar is met het welzijn van dieren, mits aan de eisen op het gebied van dierenwelzijn wordt voldaan;

Overwegend derhalve dat wanneer niet aan de eisen op het gebied van dierenwelzijn wordt voldaan, een alternatief voor het vervoer van levende dieren wordt geïmplementeerd;

Overwegend echter dat vanuit het oogpunt van dierenwelzijn de periode gedurende welke dieren, met inbegrip van dieren bestemd voor de slacht, worden vervoerd zo kort mogelijk dient te zijn;

Overwegend dat het in- en uitladen activiteiten zijn gedurende welke de grootste kans op verwondingen en stress aanwezig is;

Overwegend dat in dit opzicht vooruitgang kan worden geboekt door de aanneming van gemeenschappelijke bepalingen inzake het internationaal vervoer van dieren;

Zijn het volgende overeengekomen:

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Soorten

Artikel

3

Toepassing van de Overeenkomst

Artikel

4

Belangrijkste beginselen van de Overeenkomst

Artikel

5

Toelating van vervoerders

ONTWERP EN CONSTRUCTIE

Artikel

6

Ontwerp en constructie

VOORBEREIDING OP HET VERVOER

Artikel

7

Planning

Artikel

8

Begeleiders

Artikel

9

Geschiktheid voor vervoer

Artikel

10

Inspectie/Certificaat

Artikel

11

Rust, water en voer voorafgaande aan het inladen

IN- EN UITLADEN

Artikel

12

Beginselen

Artikel

13

Uitrusting en procedures

Artikel

14

Omgang

Artikel

15

Afscheiding

VERVOER

Artikel

16

Vloeren en strooisel

De vloeren van de vervoermiddelen of containers dienen zo onderhouden te worden dat het gevaar van uitglijden en lekken van urine en fecaliën tot een minimum beperkt wordt. De vloeren van de vervoermiddelen of containers dienen bedekt te zijn met geschikt strooisel dat urine en fecaliën absorbeert en waarop de dieren kunnen rusten, tenzij hierin op een andere wijze kan worden voorzien die ten minste dezelfde voordelen biedt.

Artikel

17

Beschikbare ruimte (vloeroppervlakte en hoogte)

In een technisch protocol, opgesteld in overeenstemming met artikel 34 van deze Overeenkomst, wordt de minimale ruimte vastgelegd waarover de dieren dienen te beschikken.

Artikel

18

Vastbinden van dieren

Wanneer de dieren vastgebonden worden, moet het daarvoor gebruikte touw, halster of ander materiaal zo sterk zijn dat het onder normale vervoersomstandigheden niet kan breken en lang genoeg zijn om de dieren, indien nodig, de gelegenheid te geven te gaan liggen, te eten en te drinken. Voorts dient dit materiaal zo ontworpen te zijn dat ieder risico van wurging of verwonding wordt voorkomen. De dieren mogen niet aan de hoorns, geweien, poten of neusringen worden vastgebonden en zij mogen evenmin met hun poten samengebonden worden vervoerd. De dieren mogen uitsluitend worden vastgebonden met middelen die snel kunnen worden losgemaakt.

Artikel

19

Ventilatie en temperatuur

Artikel

20

Water, voer en rust

Artikel

21

Zogende dieren

Zogende dieren die niet door hun jongen worden vergezeld, mogen niet gedurende lange periodes worden vervoerd. Indien dit echter onvermijdelijk is, dienen zij kort voor het inladen te worden gemolken alsmede tijdens de reis met tussenpozen van ten hoogste twaalf uur.

Artikel

22

Verlichting

Het vervoermiddel dient uitgerust te zijn met voldoende verlichting, vast of draagbaar, om een algemene controle van de dieren en, indien nodig, een controle tijdens het vervoer mogelijk te maken en om de dieren tijdens het vervoer te kunnen drenken en voederen.

Artikel

23

Containers

Artikel

24

Verzorging tijdens het vervoer

De persoon die verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren dient van elke gelegenheid gebruik te maken om de dieren te controleren en, indien nodig, passende verzorging te geven.

Artikel

25

Verzorging bij spoedgevallen en ongelukken tijdens het vervoer

Dieren die ziek worden of gewond raken tijdens het vervoer dienen zo spoedig mogelijk eerste hulp te krijgen; indien nodig krijgen zij een passende diergeneeskundige behandeling of worden zij afgemaakt op een wijze die geen bijkomend lijden veroorzaakt.

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel

26

Bijzondere bepalingen voor het vervoer per spoor

Artikel

27

Bijzondere bepalingen voor het vervoer over de weg

Artikel

28

Bijzondere bepalingen voor het vervoer over water (uitgezonderd roll-on-roll-offschepen)

Er dient een tweede voedingsbron te zijn geïnstalleerd, gescheiden van de hoofdvoedingsbron, teneinde ervoor te zorgen dat de juiste geforceerde ventilatie gehandhaafd blijft.

Artikel

29

Bijzondere bepalingen voor het vervoer in wegvoertuigen of treinwagons op roll-on-roll-offschepen

Artikel

30

Bijzondere bepalingen voor het vervoer door de lucht

MULTILATERAAL OVERLEG

Artikel

31

Multilateraal overleg

Artikel

32

Functie van het multilateraal overleg

Binnen het kader van het multilateraal overleg, zijn de Partijen verantwoordelijk voor het volgen van de uitvoering van deze Overeenkomst. In het bijzonder kunnen zij:

  • a.

    technische protocollen bij deze Overeenkomst opstellen in overeenstemming met de bepalingen van artikel 34;

  • b.

    eventueel noodzakelijke wijzigingen van deze Overeenkomst voorstellen en wijzigingen die zijn voorgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 35 bestuderen;

  • c.

    op verzoek van een of meer Partijen vragen betreffende de uitlegging van deze Overeenkomst bestuderen;

  • d.

    aanbevelingen doen aan het Comité van Ministers inzake Staten die uitgenodigd kunnen worden tot deze Overeenkomst toe te treden.

TECHNISCHE PROTOCOLLEN

Artikel

33

Doel

De Partijen nemen technische protocollen bij deze Overeenkomst aan inzake beschikbare ruimte (artikel 17) en water, voer en rust (artikel 20). Zij kunnen tevens andere technische protocollen aannemen met het oog op de vastlegging van technische normen voor de implementatie van de in deze Overeenkomst vervatte bepalingen.

Artikel

34

Aanneming en inwerkingtreding

Artikel

35

Wijzigingen

BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Artikel

36

Beslechting van geschillen

SLOTBEPALINGEN

Artikel

37

Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring

Artikel

38

Toetreding van niet-lidstaten

Artikel

39

Territoriale bepaling

Artikel

40

Opzegging

Artikel

41

Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de lidstaten van de Raad van Europa, de Europese Gemeenschap en elke andere Staat die is toegetreden of is uitgenodigd toe te treden tot deze Overeenkomst, kennis van:

  • a.

    elke ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    elke datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in overeenstemming met de artikelen 37 en 38;

  • d.

    elke andere akte, kennisgeving of mededeling met betrekking tot deze Overeenkomst.

    Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Chisinau op 6 november 2003, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan elke lidstaat van de Raad van Europa, aan de Europese Gemeenschap en aan elke Staat die is uitgenodigd tot deze Overeenkomst toe te treden.