Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

Geleid door de wens een nieuw Verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Personen op wie het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende zaken

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zee- en luchtvervoer

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Vermogenswinsten

Artikel

14

Inkomsten uit dienstbetrekking

Artikel

15

Directeursbeloningen

Directeursbeloningen en andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer, bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere Staat, mogen in die andere Staat worden belast, voor zover die beloningen zijn toe te rekenen aan diensten verleend in die andere Staat.

Artikel

16

Artiesten en sportbeoefenaars

Artikel

17

Pensioenen

Artikel

18

Overheidsfuncties

Artikel

19

Studenten

Vergoedingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die eerstgenoemde Staat niet belastbaar, mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat.

Artikel

20

Overige inkomsten

Artikel

21

Vermijding van dubbele belasting

Artikel

22

Diverse bepalingen

Artikel

23

Werkzaamheden buitengaats

Artikel

24

Non-discriminatie

Artikel

25

Regeling voor onderling overleg

Artikel

26

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

27

Bijstand bij de invordering van belastingen

Artikel

28

Leden van diplomatieke of permanente vertegenwoordigingen en consulaire posten

De bepalingen in dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke of permanente vertegenwoordigingen of consulaire posten ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel

29

Uitbreiding tot andere gebieden

Artikel

30

Inwerkingtreding

Artikel

31

Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de Verdragsluitende Staten wordt beëindigd. Elk van de Staten kan dit Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt dit Verdrag op van toepassing te zijn:

  • a.

    in het Verenigd Koninkrijk:

    • i.

      ter zake van de inkomstenbelasting en vermogenswinstbelasting over elk belastingjaar dat begint op of na 6 april van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving is gedaan;

    • ii.

      ter zake van de vennootschapsbelasting over elk financial year dat begint op of na 1 april van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.

  • b.

    in Nederland:

    • i.

      met betrekking tot belastingen geheven aan de bron, ter zake van bedragen betaald of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van enig kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving is gedaan;

    • ii.

      ter zake van overige belastingen over belastingjaren en tijdvakken beginnend op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de kennisgeving is gedaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Londen op 26 september 2008, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk gezaghebbend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

L. WESTHOFF

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

JIM MURPHY

Protocol

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen heden gesloten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend onderdeel van het Verdrag vormen.

  • I.

    Ten aanzien van artikel 2, derde lid (Belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is)

    Het is wel te verstaan dat de petroleum revenue tax en de supplementary charge in respect of ring fence trades genoemd in onderdeel b, uitsluitend zijn opgenomen om Nederland in de gelegenheid te stellen voor deze belastingen vrijstelling te verlenen ingevolge artikel 21.

  • II.

    Ten aanzien van artikel 4, eerste lid (Woonplaats)

    Het is wel te verstaan dat in het geval van natuurlijke personen die aan boord van een schip wonen onder „enige andere soortgelijke omstandigheid” mede wordt begrepen de thuishaven van dat schip.

  • III.

    Ten aanzien van artikel 3, eerste lid, onderdeel I (Algemene begripsbepalingen), artikel 4, tweede lid, onderdeel a (Woonplaats), artikel 10, tweede lid, onderdeel b, ii (Dividenden) en artikel 13, vierde lid, onderdeel c (Vermogenswinsten)

    Het is wel te verstaan dat onder de uitdrukking „pensioenregeling” mede wordt verstaan:

    • a.

      wat Nederland betreft, een pensioenfonds dat is opgericht en als zodanig onder toezicht staat volgens de wetgeving van Nederland en waarvan de inkomsten in Nederland in het algemeen zijn vrijgesteld van belasting;

    • b.

      wat het Verenigd Koninkrijk betreft, pensioenfondsen (anders dan socialezekerheidsregelingen) die uit hoofde van Deel 4 van de Finance Act 2004 zijn geregistreerd, met inbegrip van pensioenfondsen of pensioenregelingen die via verzekeringsondernemingen zijn opgezet en unit trusts waarvan de unit holders uitsluitend pensioenregelingen zijn.

    De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen onder het voorgaande mede pensioenregelingen van gelijke of in wezen gelijksoortige economische of juridische aard te begrijpen die bij statuut of via wetgeving in een van de Staten worden ingevoerd na de datum van ondertekening van het Verdrag.

  • IV.

    Ten aanzien van artikel 9, eerste lid (Gelieerde ondernemingen)

    Het is wel te verstaan dat de enkele omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten, zoals „costsharing”-overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten, voor of gebaseerd op de toerekening van kosten van de leiding, de algemene beheerskosten, de technische en zakelijke kosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten, op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in dat lid.

  • V.

    Ten aanzien van de artikelen 10 (Dividenden) en 11 (Interest)

    Het is wel te verstaan dat een bevoegde vertegenwoordiger van een in een Verdragsluitende Staat gevestigd investeringsfonds een vordering kan indienen ter zake van de door de bepalingen van deze artikelen toegekende voordelen. De bevoegde autoriteiten kunnen met elkaar overleggen teneinde regelingen in te stellen die vorderingen vergemakkelijken en eventuele twijfels omtrent gerechtigdheid weg te nemen.

  • VI.

    Ten aanzien van de artikelen 10 (Dividenden) en 13 (Vermogenswinsten)

    Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gehele of gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam voor de Nederlandse belastingheffing worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.

  • VII.

    Ten aanzien van de artikelen 11 (Interest) en 12 (Royalty’s)

    Het is wel te verstaan dat uit hoofde van deze artikelen geen vrijstelling wordt verleend, indien:

    • i.

      interest of royalty’s, naargelang van het geval, worden betaald aan een lichaam van Nederland;

    • ii.

      die interest of die royalty’s kunnen worden toegerekend aan een vaste inrichting van dat lichaam gelegen in een derde staat waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten;

    • iii.

      Nederland ingevolge dat verdrag dubbele belasting vermijdt door de vrijstellingsmethode toe te passen ter zake van deze interest of royalty's in plaats van een verrekening toe te staan die anders zou worden verleend uit hoofde van zijn nationale wetgeving; en

    • iv.

      de in die derde staat geheven belasting minder is dan 60 percent van de belasting die door Nederland zou zijn geheven indien die interest of royalty’s niet aan die vaste inrichting zou zijn toe te rekenen.

  • VIII.

    Ten aanzien van artikel 15 (Directeursbeloningen)

    Het is wel te verstaan dat onder bestuurder of commissaris van een Nederlands lichaam worden verstaan personen die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam en belast zijn met de algemene leiding van het lichaam onderscheidenlijk met het toezicht daarop.

  • IX.

    Ten aanzien van artikel 17 (Pensioenen)

    Het is wel te verstaan dat de pensioenen bedoeld in onderdeel 641(1)(a) tot en met (g) van de Income Tax (Earnings and Pensions) Act 2003 en uitkeringen betaald wegens ziekte of letsel na beëindiging van de dienst bij de strijdkrachten of de nationale reserve bedoeld in onderdeel 641(1)(h) van de Income Tax (Earnings and Pensions) Act 2003 en pensioenen wegens letsel of arbeidsongeschiktheid betaalbaar uit hoofde van een regeling krachtens de Personal Injuries (Emergency Provisions) Act 1939 ongeacht de nationaliteit van de gepensioneerde, van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld, zo lang zij zijn vrijgesteld van belasting van het Verenigd Koninkrijk. Het is wel te verstaan dat bovenbedoelde vrijgestelde pensioenen betaald aan een inwoner van Nederland in aanmerking worden genomen bij het verlenen van persoonlijke aftrekken en voordelen uit hoofde van de inkomensafhankelijke regelingen van Nederland.

  • X.

    Ten aanzien van artikel 17, derde lid (Pensioenen)

    Het is wel te verstaan dat indien een afkoopsom wordt betaald aan een inwoner van Nederland, het bedrag van deze afkoopsom in aanmerking wordt genomen bij het verlenen van persoonlijke aftrekken en voordelen uit hoofde van inkomensafhankelijke regelingen van Nederland in het belastingjaar waarin de afkoopsom wordt ontvangen.

  • XI.

    Ten aanzien van artikel 18 (Overheidsfuncties)

    Het is wel te verstaan dat de bepalingen van het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel Nederland niet beletten de bepalingen van het eerste lid van artikel 21 van dit Verdrag toe te passen.

  • XII.

    Ten aanzien van artikel 21, tweede lid (Vermijding van dubbele belasting)

    Het is wel te verstaan dat indien, in het geval van een pijpleiding tussen de Verdragsluitende Staten, de inkomsten die verband houden met een dergelijke pijpleiding in overeenstemming met het Verdrag in het Verenigd Koninkrijk mogen worden belast, Nederland ter zake van deze inkomsten een vermindering op zijn belasting zal verlenen volgens artikel 21, tweede lid, mits deze inkomsten in het Verenigd Koninkrijk worden belast.

  • XIII.

    Ten aanzien van artikel 30, derde lid (Inwerkingtreding)

    Het is wel te verstaan dat Nederland de in artikel 21, tweede lid, van dit Verdrag genoemde vrijstellingsmethode zal toepassen op de beloning bedoeld in artikel 30, derde lid, van dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Londen op 26 september 2008, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk gezaghebbend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

L. WESTHOFF

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

JIM MURPHY

Convention between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income and on capital gains

The Government of the Kingdom of the Netherlands

and

the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland;

Desiring to conclude a new Convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income and on capital gains;

Have agreed as follows:

Article

1

Persons covered

This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the Contracting States.

Article

2

Taxes covered

Article

3

General definitions

Article

4

Residence

Article

5

Permanent establishment

Article

6

Income from immovable property

Article

7

Business profits

Article

8

Shipping and air transport

Article

9

Associated enterprises

Article

10

Dividends

Article

11

Interest

Article

12

Royalties

Article

13

Capital gains

Article

14

Income from employment

Article

15

Directors’ fees

Directors’ fees or other remunerationderived by a resident of a Contracting State in his capacity as a member of the board of directors, a „bestuurder” or a „commissaris” of a company which is a resident of the other State may be taxed in that other State to the extent that such remuneration is attributable to services rendered in that other State.

Article

16

Entertainers and sportspersons

Article

17

Pensions

Article

18

Government service

Article

19

Students

Payments which a student or business apprentice who is or was immediately before visiting a Contracting State a resident of the other Contracting State and who is present in the first-mentioned State solely for the purpose of his education or training receives for the purpose of his maintenance, education or training shall not be taxed in that first-mentioned State provided that such payments arise from sources outside that State.

Article

20

Other income

Article

21

Elimination of double taxation

Article

22

Miscellaneous provisions

Article

23

Offshore activities

Article

24

Non-discrimination

Article

25

Mutual agreement procedure

Article

26

Exchange of information

Article

27

Assistance in the collection of taxes

Article

28

Members of diplomatic or permanentmissions and consular posts

Nothing in this Convention shall affect the fiscal privileges of members of diplomatic or permanentmissions or consular posts under the general rules of international law or under the provisions of special agreements.

Article

29

Territorial extension

Article

30

Entry into force

Article

31

Termination

This Convention shall remain in force until terminated by one of the Contracting States. Either State may terminate this Convention, through diplomatic channels, by giving notice of termination at least six months before the end of any calendar year after the expiry of five years from the date of its entry into force. In such event the Convention shall cease to have effect:

  • a)

    in the United Kingdom:

    • (i)

      in respect of income tax and capital gains tax, for any year of assessment beginning on or after 6th April in the calendar year next following that in which the notice has been given;

    • (ii)

      in respect of the corporation tax, for any financial year beginning on or after 1st April in the calendar year next following that in which the notice has been given.

  • b)

    in the Netherlands:

    • (i)

      in respect of taxes withheld at source on amounts paid or credited on or after the first day of January in the calendar year next following that in which the notice has been given;

    • (ii)

      in respect of other taxes for taxable years and periods beginning on or after the first day of January in the calendar year next following that in which the notice has been given.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at London this 26th day of September 2008, in duplicate, in the Netherlands and English languages, both texts being equally authoritative.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands
L. WESTHOFF
For the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland
JIM MURPHY

Protocol

At the moment of signing the Convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income, this day concluded between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, the undersigned have agreed that the following provisions shall form an integral part of the Convention.

  • I.

    With reference to paragraph 3 of Article 2 (Taxes covered)

    It is understood that the inclusion of the petroleum revenue tax and the supplementary charge in respect of ring fence trades in sub-paragraph b) is solely for the purpose of permitting the Netherlands to give relief for these taxes under Article 21.

  • II.

    With reference to paragraph 1 of Article 4 (Residence)

    It is understood that in the case of an individual living aboard a ship “any other criterion of a similar nature” shall include the home harbour of that ship.

  • III.

    With reference to paragraph 1, subparagraph l) of Article 3 (General definitions), paragraph 2, subparagraph a) of Article 4 (Residence) paragraph 2, subparagraph b) (ii) of Article 10 (Dividends) and paragraph 4, subparagraph c) of Article 13 (Capital gains)

    It is understood that the term “pension scheme” includes:

    • a)

      in the case of the Netherlands, a pension fund that is established and regulated as such under the laws of the Netherlands and the income of which is generally exempt from tax in the Netherlands;

    • b)

      in the case of the United Kingdom, pension schemes (other than a social security scheme) registered under Part 4 of the Finance Act 2004, including pension funds or pension schemes arranged through insurance companies and unit trusts where the unit holders are exclusively pension schemes.

    The competent authorities may agree to include in the above, pension schemes of identical or substantially similar economic or legal nature which are introduced by way of statute or legislation in either State after the date of signature of the Convention.

  • IV.

    With reference to paragraph 1 of Article 9 (Associated enterprises)

    It is understood that the mere fact that associated enterprises have concluded arrangements such as cost sharing arrangements or general services agreements, for or based on the allocation of executive, general administrative, technical and commercial expenses, research and development expenses and other similar expenses, is not in itself a condition as meant in that paragraph.

  • V.

    With reference to Articles 10 (Dividends) and 11 (Interest)

    It is understood that an authorised representative of an investment fund established in a Contracting State may submit a claim relating to the benefits afforded by the provisions of these Articles. The competent authorities may consult together with a view to putting arrangements in place which facilitate claims and resolving any doubts concerning eligibility.

  • VI.

    With reference to Articles 10 (Dividends) and 13 (Capital Gains)

    It is understood that income received in connection with the liquidation (in whole or in part) of a company or a purchase of own shares by a company is treated, for Netherlands tax purposes, as income from shares and not as capital gains.

  • VII.

    With reference to Articles 11 (Interest) and 12 (Royalties)

    It is understood that no relief under these Articles shall be available where:

    • (i)

      interest or royalties, as the case may be, are paid to a company of the Netherlands;

    • (ii)

      that interest or those royalties are attributable to a permanent establishment of that company located in a third state with whom the Netherlands has a double taxation convention;

    • (iii)

      under that convention, the Netherlands eliminates double taxation by applying the exemption method with respect to such interest or royalties rather than allowing a deduction that would otherwise be granted under its domestic law; and

    • (iv)

      the tax levied in that third state is less than 60 per cent of the tax that would have been levied by the Netherlands had that interest or those royalties not been attributable to that permanent establishment.

  • VIII.

    With reference to Article 15 (Directors’ fees)

    It is understood that “bestuurder” or “commissaris” of a Netherlands company means persons who are nominated as such by the general meeting of shareholders or by any other competent body of such company and are charged with the general management of the company and the supervision thereof, respectively.

  • IX.

    With reference to Article 17 (Pensions)

    It is understood that the pensions referred to in section 641(1)(a) to (g) of the Income Tax (Earnings and Pensions) Act 2003 and benefits paid by reason of illness or injury following the termination of service in the armed forces or reserve forces referred to in section 641(1)(h) of the Income Tax (Earnings and Pensions) Act 2003 and injury and disablement pensions payable under any scheme made under the Personal Injuries (Emergency Provisions) Act 1939 shall be exempt from Netherlands tax, regardless of the nationality of the pensioner, so long as they are exempt from United Kingdom tax. It is understood that above-mentioned exempted pensions paid to a resident of the Netherlands will be taken into account when granting personal allowances and benefits under the income-related regulations of the Netherlands.

  • X.

    With reference to paragraph 3 of Article 17 (Pensions)

    It is understood that where a lump sum is paid to a resident of the Netherlands, the amount of the lump sum will be taken into account when granting personal allowances and benefits under the income-related regulations of the Netherlands in the fiscal year in which the lump sum is received.

  • XI.

    With reference to Article 18 (Government Service)

    It is understood that the provisions of sub-paragraph a) of paragraph 1 of this Article do not prevent the Netherlands from applying paragraph 1 of Article 21 of this Convention.

  • XII.

    With reference to paragraph 2 of Article 21 (Elimination of double taxation)

    It is understood that if, in the case of a pipeline between the Contracting States, the income relating to such pipeline may, in accordance with the Convention, be taxed in the United Kingdom, the Netherlands shall allow a deduction from its tax with respect to such income according to paragraph 2 of Article 21, provided that such income is taxed in the United Kingdom.

  • XIII.

    With reference to paragraph 3 of Article 30 (Entry into force)

    It is understood that the Netherlands will apply the exemption method as mentioned in paragraph 2 of Article 21 of this Convention to the remuneration referred to in paragraph 3 of Article 30 of this Convention.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at London this 26th day of September 2008, in duplicate, in the Netherlands and English languages, both texts being equally authoritative.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands
L. WESTHOFF
For the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland
JIM MURPHY