Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Nieuw-Zeeland inzake het aanhouden van voorraden ruwe aardolie, aardolieproducten en onverwerkte oliën

Agreement between the Kingdom of the Netherlands and New Zealand on the holding of stocks of crude oil, major products and unfinished oils

The Kingdom of the Netherlands

and

New Zealand

(hereinafter referred to as “the Contracting Parties”;

Having regard to the Agreement on an International Energy Program of 18 November 1974 as amended by the International Energy Agency (hereinafter referred to as “the IEP Agreement”);

Having regard to Article 3 of the Annex to the IEP Agreement which envisages the holding of stocks within the territory of another country for the account of a Participating Country, under an agreement between the two Governments of those countries;

Having regard to the Netherlands’ national legislation regarding oil stockholding obligations;

Have agreed as follows:

Article

1

For the purposes of this Agreement:

  • a)

    “competent authority” means the Governmental authority of each Contracting Party responsible for supervising the fulfilment of stock holding obligations;

  • b)

    “stock” means any stock of crude oil, major products and unfinished oils covered by Article 1 of the Annex to the IEP Agreement;

  • c)

    “stock holding obligation” means the overall quantity of stock required to be held under applicable national law or pursuant to the IEP Agreement;

  • d)

    “territory” means in respect of the Netherlands the area within the European Union over which the Kingdom of the Netherlands exercises jurisdiction and in respect of New Zealand the area over which New Zealand exercises jurisdiction;

  • e)

    “entity” means any body or undertaking, including the Competent Authority of New Zealand, established in the territory of one Contracting Party, which holds stocks for the purpose of facilitating New Zealand’s compliance with its stock holding obligations.

Article

2

This Agreement applies to stocks covered by the IEP Agreement which have been approved by the competent authority of the Netherlands in accordance with the approval process in Article 5.

Article

3

Article

4

The Netherlands shall not oppose the removal of stocks to which this Agreement applies from its territory in accordance with directions issued by the competent authority of New Zealand.

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

This Agreement may be amended by written agreement between the Contracting Parties. The Contracting Parties shall notify each other through the diplomatic channel when their constitutional requirements for the entry into force of the amended Agreement have been completed. The amended Agreement shall enter into force on the thirtieth day following the date of receipt of the last notification.

Article

9

This Agreement shall enter into force on the first day of the second month after each Contracting Party has notified the other Contracting Party through the diplomatic channel of the completion of its procedures necessary for the entry into force of the Agreement.

Article

10

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE in two originals at Wellington, on this 1st day of April 2008 in the English language only.

For the Kingdom of the Netherlands

H.E.C.M. TER BRAAK

For New Zealand

D.W. PARKER

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Nieuw-Zeeland inzake het aanhouden van voorraden ruwe aardolie, aardolieproducten en onverwerkte oliën

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Nieuw-Zeeland

(hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen”),

Gelet op de Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma van 18 november 1974, zoals gewijzigd door het Internationaal Energie Agentschap (hierna genoemd „de IEP-Overeenkomst”);

Gelet op artikel 3 van de Bijlage bij de IEP-Overeenkomst waarin wordt voorzien in het aanhouden van voorraden op het grondgebied van een ander land voor rekening van een Deelnemend Land, krachtens een overeenkomst tussen de beide Regeringen van deze landen;

Gelet op Nederlandse nationale wetgeving inzake de verplichting tot het aanhouden van voorraden aardolieproducten;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „bevoegde autoriteit” het overheidsorgaan van elke Verdragsluitende Partij dat verantwoordelijk is voor het toezicht op het voldoen aan voorraadverplichtingen;

  • b.

    „voorraad” elke voorraad ruwe aardolie, aardolieproducten en onverwerkte oliën waarop artikel 1 van de Bijlage bij de IEP-Overeenkomst van toepassing is;

  • c.

    „voorraadverplichting” de totale hoeveelheid voorraad die uit hoofde van de toepasselijke nationale wetgeving of ingevolge de IEP-Overeenkomst dient te worden aangehouden;

  • d.

    „grondgebied” wat betreft Nederland het binnen de Europese Unie gelegen grondgebied waarover het Koninkrijk der Nederlanden rechtsmacht uitoefent en wat betreft Nieuw-Zeeland het grondgebied waarover Nieuw-Zeeland rechtsmacht uitoefent;

  • e.

    „entiteit” elke instantie of onderneming, met inbegrip van de bevoegde autoriteit van Nieuw-Zeeland, gevestigd op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, die voorraden aanhoudt ten behoeve van het vergemakkelijken van de nakoming door Nieuw-Zeeland van zijn voorraadverplichtingen.

Artikel

2

Dit Verdrag is van toepassing op voorraden waarop de IEP-Overeenkomst van toepassing is die door de bevoegde autoriteit van Nederland zijn goedgekeurd in overeenstemming met het goedkeuringsproces vervat in artikel 5.

Artikel

3

Artikel

4

Nederland verzet zich niet tegen de verwijdering van voorraden waarop dit Verdrag van toepassing is, van zijn grondgebied in overeenstemming met aanwijzingen van de bevoegde autoriteit van Nieuw-Zeeland.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Dit Verdrag kan met schriftelijke instemming van beide Verdragsluitende Partijen worden gewijzigd. De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg ervan in kennis dat aan hun constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding van het gewijzigde Verdrag is voldaan. Het gewijzigde Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving.

Artikel

9

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat beide Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg ervan in kennis hebben gesteld dat de procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn afgerond.

Artikel

10

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Wellington, op 1 april 2008, uitsluitend in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

H.E.C.M. TER BRAACK

Voor Nieuw-Zeeland

D.W. PARKER