De onderstaande uitdrukkingen worden in deze Bijlage gebruikt in de volgende betekenis:
-
.1
,Opsporing’. Een actie die normaliter wordt gecoördineerd door een reddingscoördinatiecentrum of een reddingssubcentrum, met gebruikmaking van beschikbaar personeel en beschikbare voorzieningen voor de lokalisatie van personen in nood;
-
.2
,Redding’. Een actie om personen in nood uit zee te halen, te voorzien in hun eerste medische of andere behoeften, en hen naar een veilige plaats te brengen;
-
.3
,Opsporings- en reddingsdienst’. De uitvoering van noodbewakings-, communicatie-, coördinatie- en opsporings- en reddingstaken, met inbegrip van het geven van medisch advies, eerste medische hulp, of medische evacuatie, met gebruikmaking van overheids- en particuliere middelen met inbegrip van luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen en installaties die hun medewerking verlenen;
-
.4
,Opsporings- en reddingsgebied’. Een vastgesteld gebied behorend bij een reddingscoördinatiecentrum waarbinnen de aanwezigheid van opsporings- en reddingsdiensten is verzekerd;
-
.5
,Reddingscoördinatiecentrum’. Een centrum dat tot taak heeft een doeltreffende organisatie van de opsporings- en reddingsdiensten te bevorderen, alsmede de uitvoering van opsporings- en reddingsacties binnen een opsporings- en reddingsgebied te coördineren;
-
.6
,Reddingssubcentrum’. Een centrum dat ondergeschikt is aan een reddingscoördinatiecentrum en is ingesteld om de taak van het reddingscoördinatiecentrum te helpen uitvoeren overeenkomstig specifieke bepalingen van de verantwoordelijke autoriteiten;
-
.7
,Opsporings- en reddingsvoorziening’. Mobiele middelen, met inbegrip van aangewezen opsporings- en reddingseenheden, die worden ingezet voor het uitvoeren van opsporings- en reddingsacties;
-
.8
,Opsporings- en reddingseenheid’. Een eenheid met geoefend personeel en voorzien van een geschikte uitrusting voor een snelle uitvoering van opsporings- en reddingsacties;
-
.9
,Alarmeringspost’. Een voorziening bedoeld om dienst te doen als schakel tussen een persoon die melding maakt van een noodsituatie en een reddingscoördinatiecentrum of reddingssubcentrum;
-
.10
,Noodtoestandsfase’. Hieronder worden, naar gelang de omstandigheden, de onzekerheidsfase, de alarmeringsfase of de noodfase verstaan;
-
.11
,Onzekerheidsfase’. Een situatie waarin onzekerheid bestaat over de veiligheid van een persoon, schip of ander vaartuig;
-
.12
,Alarmeringsfase’. Een situatie waarin gevreesd wordt voor de veiligheid van een persoon, schip of ander vaartuig;
-
.13
,Noodfase’. Een situatie waarin een redelijke mate van zekerheid bestaat dat een persoon, schip of ander vaartuig aan ernstig en dreigend gevaar blootstaat en onmiddellijk hulp nodig heeft;
-
.14
,Coördinator ter plaatse’. Een persoon die is aangewezen voor de coördinatie van opsporings- en reddingsacties binnen een bepaald gebied;
-
.15
,Secretaris-Generaal’. De Secretaris-Generaal van de Internationale Maritieme Organisatie.